Posts tonen met het label bijbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bijbel. Alle posts tonen

donderdag 10 januari 2019

Introductie

If It Be Your Will (Leonard Cohen)

  
Terwijl de kerken leeglopen is er ook een beweging waar te nemen naar meer geloven, ook naar meer christelijk geloven. En we kennen waarschijnlijk allemaal wel iemand die de waarheid gevonden lijkt te hebben in Jezus Christus. Dat klinkt zo aanmatigend, te denken dat je de waarheid gevonden hebt. Toch zijn het niet allemaal eigenwijze en eigenzinnige mensen die dit denken, er zitten juist veel zachtaardige, onzekere en kwetsbare personen tussen. En als je ze vraagt waarom ze dat denken, dan zullen ze zeggen dat zij die waarheid niet zelf bedacht hebben maar dat dit staat in de Bijbel. Ze gaan er daarbij vanuit dat die Bijbel een betrouwbare en objectieve bron is voor “de waarheid”. Wat daarbij erg helpt is dat ze zich meestal omringd weten door “broeders en zusters” die hier ook niet aan twijfelen. Het wordt wel steeds lastiger voor hen nu de wereld om hen heen deze bron van waarheid steeds minder ziet zitten. Terwijl in moslimlanden bijna niemand er aan twijfelt dat de Koran de waarheid bevat, kun je dat in de Westerse, “christelijke” wereld al lang niet meer zeggen over de Bijbel. Aan de andere kant, kan het behoren tot een minderheid ook heel snel tot warme banden en meer overtuiging leiden.
Wie zijn dat deze mensen? Hoe denken ze en handelen ze? Je zou ze kunnen definiëren als de mensen die lid zijn van de EO, naar EO-jeugddagen gaan en/of graag de Opwekking conferenties  in Vierhouten of nu Biddinghuizen bijwonen. Ze gaan zondags naar Evangeliegemeenten, naar grote megakerken die overal zijn opgesprongen of naar een kleinere huisgemeente. Je vindt ze bij de Pinkstergemeenten en Volle Evangelie gemeenten, de Vrije Baptisten en nog veel meer. Ze gaan door de week naar Bijbelstudies of gebedssamenkomsten, leiden alfatrainingen, zingen mee in gospelkoren, spelen mee in gospelbands. Ze kijken wellicht naar de TV uitzendingen van Hour of Power en de afleveringen van het TV-kanaal Family 7.  Ze beschouwen zich “kinderen van God”, niet om zich op de borst te slaan maar omdat ze dat door de goedheid van God (door zijn genade) mogen zijn. En alleen maar omdat Jezus Christus, de Zoon van God, zichzelf gegeven heeft om te sterven voor hun zonden en zo de relatie met God weer te herstellen.

In deze blogs wil ik graag ingaan op wat dit betekent, de mooie kanten van dit geloof, maar ook de gevaren en het uiteindelijke dilemma van wat te doen als het ten slotte toch maar op hersenspinsels lijkt te berusten. Kun je de warmte en veiligheid van dit geloof behouden zonder het inhoudelijk te onderschrijven?

Voor iemand die deze manier van geloven niet heeft doorgemaakt is het lastig om er iets zinvols over te zeggen. In het EO-programma “Adieu God” wordt er ook nooit van deze God afscheid genomen. Het gaat dan om een God van de kinderjaren, de God van een religie, niet om het afscheid nemen van de relatie met  een liefdevolle Hemelse Vader, van Jezus, die je accepteert en liefheeft zoals je bent..  Daar neem je niet zo gemakkelijk afscheid van. Ik heb dat wel moeten doen en daarom wil ik er ook over schrijven, met sterke gevoelens van nostalgie, maar ook met een groeiend besef dat deze waarheid z’n langste tijd gehad heeft, dat er over een paar honderd jaar weinig nog van over zal zijn. En dat we toch op zoek moeten naar iets anders om  te kunnen  omgaan met de onzekerheid over waar we vandaan komen en naar toe gaan en wat er nog is buiten het waarneembare heelal, en met de onzekerheid over onszelf en onze plek in dit universum.



I've been touched. Written by James Easter


De kinderen van God komen niet alleen in de genoemde kerken en gemeenten voor, ze zijn ook wel blijven hangen in  traditionele kerken en in bijvoorbeeld de katholieke kerk. Er zijn ook “kinderen van God” die dit alleen nominaal en uit traditie zijn. Dit kan voorkomen bij tweede generatie gelovigen en ik heb het vermoeden dat  de grote “Evangelical” kerken in Amerika daar ook last van hebben.  Het woordgebruik  is dan wel “Evangelisch”  maar de evangelische kern is dan  (voor mij in ieder geval) onvindbaar. Die kern was voor mij wat de apostel Paulus (de belangrijkste eerste verspreider van het Christendom) schrijft in zijn brief aan de Filippenzen:
 
Filippenzen 3: 8b  (BGT)
Want het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen. Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos.
 
Tijdens mijn studie aan het Bible Training Institute in Glasgow (1969-70) kwamen we op zaterdagavond samen in het huis van een externe student. Het was op die avonden of de liefde van Jezus door ons stroomde als we baden en zongen en luisterden naar woorden uit de Bijbel en naar wat anderen daaruit hadden begrepen of naar wat ze met God hadden meegemaakt. Onder ons waren katholieke meisjes en twee jongens uit de anti-roomse kerk van Ian Paisley in Belfast. Maar wat een eenheid, wat een verbondenheid in het kennen van Hem die alles te boven gaat. We hadden iedere keer weer moeite om op te breken en op tijd  terug te zijn in het instituut.
 
Ik herinner me nog levendig hoe ik op een zaterdagochtend op weg was naar ons Bijbel-en-boeken kraampje op een markt elders in Glasgow. Het was enorm druk in de brede Argyle street en de mensen krioelden door elkaar heen.  Toen kwamen de woorden uit de bijbel tot me waar over Jezus staat:
 
 Mattheus 9:36 (NBG)
Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.
 
En een gevoel van geweldige dankbaarheid overspoelde me dat ik Hem had leren kennen, dat Hij mijn herder was geworden en ik wist het toen zeker, als je Jezus zo hebt leren kennen raak je dat nooit meer kwijt.
 
18 jaar later was ik het kwijt.
 
Wat is ons brein toch in staat om ons te geven waar we naar verlangen, die liefde, die warmte, die zekerheid die we te vaak missen. Evangelisch geloven lijkt daar (tot op zekere hoogte) in te voorzien, vooral als je het samen kunt beleven met broeders en zusters om je heen.
 
We hadden van 1976 tot 1988 met de Wycliffe Bijbelvertalers als bijbelvertalers en taalkundigen in Papoea Nieuw Guinea gewerkt. 23 jaar later, in 2011 ben ik nog eens 7 weken terug geweest en heb een vijftal weken in Kilifas waar we al die jaren gewoond en gewerkt hadden doorgebracht. Vroeger moest je vanuit het havenstadje Vanimo 2 – 3 dagen door de jungle lopen om in Kilifas te komen. Nu een Chinees-Maleis bedrijf bezig is het hardhout uit de jungle te slopen en daarvoor modderwegen heeft moeten aanleggen, kon ik nu per 4-wheel-drive in 5 uur de reis volbrengen.


Snelweg naar Kilifas (Papoea Nieuw Guinea)

De brief waarin ik m’n bezoek had aangekondigd was nooit aangekomen. Midden in de nacht en volledig onverwacht arriveerde ik in het dorpje. Zaklantaarntjes flitsten aan in de hutjes en de mensen kwam naar buiten en konden hun ogen niet geloven. Tranen van blijdschap en ontroering en een ontvangst als de teruggekeerde apostel Paulus.
 
Maar wat nu? Er werd van me verwacht dat ik zou gaan (s)preken.... Ik kon hen de teleurstelling niet aandoen om te zeggen dat ik  niet langer geloofde en nam een beslissing waarvan ik daarna heel veel spijt heb gekregen omdat ik hen daarmee niet als gelijkwaardig behandeld heb. Ik besloot om de rol maar te gaan spelen.... Dat is een aantal keren gebeurd en het opmerkelijke was dat als ik daar stond zomaar een knop om kon draaien en diezelfde passie weer voelde die ik van zo lang geleden nog kende, het besef van een God door wie we geliefd zijn. Terug op m’n slaapplek kwam dan de werkelijkheid weer terug en heb ik gehuild, gehuild en nog eens gehuild.
 
Het overtuigde me wel opnieuw dat ons brein in deze geloofsemoties kan voorzien en dat de bijbehorende software nog steeds ergens in mijn bewustzijn aanwezig is.  In een interview van Jacobina Geel met  Koert van der Velde in Schepper & Co (20-10-2014) vertelde hij dat hij als oplossing voor het post-christelijke tijdperk zag een opstelling waarbij de geloofsemoties konden blijven zonder te hoeven geloven. Bij zijn voorbeelden, gaat het allemaal om emoties die gekoppeld zijn aan bestaande religieuze verhalen en rituelen, zoals een Latijnse mis in een oude Katholieke Kathedraal, het luisteren naar de Matthäus Passion of je bevinden in een historische religieuze context. Ik kan me dat niet goed voorstellen. Het zou me  een verontschuldigen geven voor mijn gedrag in Kilifas, wel de religieuze emotie zonder het religieuze geloof. Maar als die emoties diep gaan dan worden ze onvermijdelijk afgestraft met diepe teleurstellingen. Het zou dan alleen moeten gaan om wat meer algemene emoties, emoties die je kunt voelen bij het luisteren naar mooie muziek en inderdaad de Matthäus of het  je bevinden in een eeuwenoude  kathedraal of het zien van een prachtig landschap. Maar die emoties zijn er altijd al geweest en vervangen de diepe religieuze emoties, die een betrouwbare en permanente basis nodig hebben, nog niet.
 
Bijna overal elders  in de wereld kunnen mensen wegvluchten en kracht ontvangen in hun duidelijk afgetekende religies, bij ons in het Westen is dat verleden tijd. Onze toewijding aan de ratio, de rede, heeft ons dat praktisch onmogelijk gemaakt. We hebben geen andere keuze, zo lijkt het wel, of is er toch een weg?
 
In deze blogs zal ik gaan vertellen hoe bij mij die weg van diep geloof naar ongeloof is verlopen, maar meer nog wil ik een inzicht geven in wat de kern is van dit evangelische geloof en hoe dit op de Bijbel gebaseerd is. Dat worden dus veel Bijbelgedeelten, in de nieuwe vertaling die Bijbel in Gewone Taal (BGT) heet. Dit is geen “Bijbel voor Dummies”, maar een serieuze poging om die bijbel in gewone taal door te geven en dat spreekt mij als ex-bijbelvertaler wel aan. Ook voor de lezers van deze blogs een gelegenheid om daar eens kennis mee te maken.
 
Het is niet de vertaling die veel kinderen van God het meest aanspreekt. Die zijn meestal “opgegroeid” met de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 (NBG). Soms zullen we die er ook even bij moeten halen om de juiste sfeer te creëren.
 
Waar mogelijk hoop ik te laten zien hoe bepaalde Bijbelgedeelten de bron vormen voor teksten in  bekende spirituals, gospel liederen en bij zanger/dichters zoals Leonard Cohen of  terug te vinden zijn in ouden schilderijen. Verder gaan we kijken naar hoe het ontstaan ven de Bijbel verlopen is, hoe het Christendom is ontstaan en zich heeft ontwikkeld. Welke personen belangrijk zijn en zijn geweest voor gelovigen, denk maar aan Spurgeon, Corrie ten Boom, Brother Andrew, Nicky Cruz etc. En dan moeten we kijken naar onderwerpen die voor nadenkende kinderen van God best lastig zijn: schepping, positie van de vrouw, homoseksualiteit etc. En ten slotte waarom die “Waarheid” toch uitermate waarschijnlijk nooit DE WAARHEID kan zijn.
 
Voor meer:  Mijn Chrexit 

donderdag 9 februari 2017

Paas en Peels gaan God bewijzen.


God bewijzen, door Stefan Paas en Rik Peels  (2013)



Dit boek is niet voor iedereen, volgens de schrijvers, niet voor de overtuigde atheïst noch voor de niet te vermurwen gelovige. Ik kan me voorstellen dat de doorgewinterde atheïst er inderdaad geen belangstelling voor heeft, maar de overtuigde gelovige zal het vast wel willen lezen om bewijzen te verzamelen voor zijn/haar geloof, want die zijn nu één keer niet zo gemakkelijk zelf te bedenken.

Ze zouden wel eens teleurgesteld kunnen raken want de “god” die hier bewezen wordt, is wel een hele abstracte:

Het boek zou onleesbaar worden als we steeds iets moesten schrijven als ‘god(in)(n)en’. Praktisch ligt het daarom voor de hand om te spreken over ‘God’, zonder dat we daarmee per se de joods-christelijke of islamitische god bedoelen.

Dat houdt in dat ook het object van wat Boeddhisten geloven en Papoea’s (meestal zonder concept  van “god”) en de Amerikaanse Indianen met hun natuurgeloof  etc. het etiket “god” mee krijgt. Het zou dan dus gaan om geloof in een soort transcedent iets, “ietsisme” derhalve.

En dat is dan ook meteen het probleem bij dit soort werken. Niemand kan echt weten of er niet iets abstracts bestaat wat voor en voorbij alle dingen existeert. Het heeft weinig zin om over het bestaan van zo’n abstracte “god” te discussiëren.

Tegen de argumenten voor geloof in deze “god” is niet veel in te brengen, je mag dat geloven als je wilt. Maar de schrijvers wisselen regelmatig de argumenten voor geloof in deze “god” in voor een niet altijd duidelijk benoemde specifieke “god”. Argumenten rond zingeving en moraal, zijn nu één keer niet te verkrijgen bij deze abstracte “god”, slechts bij specifieke goden en hun bijbehorende geschriften.

De “God” waar Westerse mensen massaal afstand van doen en niet in kunnen geloven is de specifieke God van de diverse religieuze tradities.  Paas en Peels komen er ook niet onderuit om het hierover te hebben en het is frappant dat argumenten vanuit deze tradities, vrijwel geheel beperkt blijven tot de christelijke. Niet erg overtuigend als het je gaat om de globale "god", ook die van de Islam, bijvoorbeeld.

De belangrijkste en controleerbare "bewijzen" zijn dan de volgende:

  • We kunnen op den duur niet zonder geloof in God om normen en waarden in stand te houden.

Geloof in God zou je voorzien van normen en waarden:

Onze vraag is een andere. Hij luidt: is leven zonder geloof in God voor onze beschaving universeel en op de lange termijn houdbaar?

Wat is de toekomst van onze idealen en moraal, wanneer geloof in God steeds verder in onze achteruitkijkspiegel verdwijnt?

Ook hier blijft het boek steken in een gebrek aan precisie. Er wordt nog wel op gewezen dat er in het Islamitische Saudi-Arabië veel minder misdaad voorkomt, maar de moralistische regels van een geloof zitten nu één keer vervat in de boeken die aan die diverse goden worden toegeschreven. Daar, in de claims van die boeken, zoals de Bijbel en de Koran, liggen de problemen die aan een geloof in “god” verbonden zijn. Geloof in de abstracte “god” van Paas en Peels bezorgt geen moreel kompas, zo’n concreet kompas vind je alleen in de documenten van de diverse religies. En die kompassen zijn ook door mensen, uit een vaak ver vervlogen verleden tijd nog wel, samengesteld.

Een objectief universeel moreel kompas zou wellicht wel handig kunnen zijn, maar hebben Paas en Peels dan nog niet iets beters aan te bieden dan de Koran of de Bijbel?

  • Zonder geloof in God wordt zingeving op den duur problematisch.

Hoelang kunnen mensen blijven geloven in waarden die in hun eigen ogen niet meer zijn dan culturele constructies?

Daar geloof in een geabstraheerde “god” ook moeilijk voor zingeving kan zorgen, moet het ook hier wel gaan om een specifieke, bijv. de christelijke en wel de heel vaak primitieve culturele constructies van de bijbel. Daar schiet je wat verdedigbare culturele constructies betreft ook niet mee op. Dan moet je toch maar eerst kiezen voor een religie die wel wat bij je past:

Geen mens kan in alle goden geloven, omdat veel van die goden elkaar conceptueel uitsluiten. Bovendien is het buitengewoon veel werk om alle goden te vereren die er ooit vereerd zijn; ‘geloven’ houdt nu eenmaal meer in dan een hokje afvinken. Je zou er meer dan een dagtaak aan hebben.

Ook hier geldt kennelijk: lever je eigen culturele constructies maar in voor de constructies van anderen uit een ver verleden. Van culturele constructies kom je zo, helaas, niet af. En het te bewijzen object blijkt ineens intern conceptueel nogal verdeeld. Wat moet er dan bewezen worden?

  • Je hoeft niet te bewijzen dat God bestaat, zij moeten bewijzen dat hij niet bestaat.

Stel dat iemand zegt dat de Holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Zou je dan omslachtig bewijzen gaan zoeken om aan te tonen dat er toch heus zes miljoen Joden zijn omgebracht? Je kunt dat natuurlijk doen, maar het is verstandiger om te zeggen: ‘Je kletst uit je nek. Kom eerst maar eens met bewijzen’. Als de ander vervolgens zegt: ‘Wie wat ontkent, hoeft niets te bewijzen’, dan zouden we dat heel vreemd vinden. In het algemeen vinden we dat mensen die iets ontkennen wat voor heel veel mensen gesneden koek is, maar moeten aantonen dat ze gelijk hebben. Maar zodra het over God gaat, komen religiebestrijders weg met dit soort flauwekul. En velen zijn ervan onder de indruk. Waarom is dat zo? Dat heeft naar ons idee veel te maken met de slechte reputatie van religie in het Westen.

Weer een buitengewoon vreemde redenering die voor het gemak maar weer even uitgaat van die abstracte “god”. Misschien is het wel waar dat een meerderheid van de mensen gelooft dat er wel “iets” is en dat zou je dan ook niet hoeven te bewijzen. Maar de vraag naar het bestaan van "God" is voor verreweg de meesten de vraag naar het bestaan van een specifieke God, Jezus, Allah, Jahweh, Vishnoe, Lou de palingboer,  etc. en moeten wij dan bewijzen dat die allemaal niet bestaan?

  • Als je in Jakarta geboren was, was je moslim geweest en dat is geen probleem

Hier vindt nogmaals een merkwaardige redenering plaats: uiteraard heb je de meeste kans te geloven in de god die in jouw omgeving aanbeden wordt, so what? What is the problem?

Vreemd dat ze hier geen probleem zien. Dit kan alleen maar doordat de schrijvers even afscheid nemen van hun achterliggende religieuze model, namelijk het Christendom  en de bij haar horende geschriften, met daarin een God die “de wereld  alzo lief had” maar dat kennelijk maar heel lokaal aan de man wist te brengen. Natuurlijk als het gaat om geloof in “iets” waar we eigenlijk niks van weten, kun je verwachten dat er regionaal verschillende interpretaties ontstaan.  Maar als het gaat om geloof in de Bijbel met een God die heel anders is dan andere goden en een plan voor verlossing heeft voor iedereen, dan is het wel vreemd dat de religie van die God zich op dezelfde regionale manier verspreidde als de religies van andere goden. Wat hier wellicht ook in meespeelt is  de calvinistische achtergrond van de schrijvers, waarbij de uitverkiezende God er in eerste instantie voor koos het grootste deel van de wereld maar links te laten liggen.

Mijn conclusie is dan ook dat dit een nogal verward werk is, waar achterliggende (christelijke) overtuigingen gemaskeerd worden door te focussen op een zeer abstracte godheid. Op deze manier wordt er niets bewezen.

woensdag 20 juli 2016

ChrExit : Adieu Jezus Christus


ChrExit: Adieu Jezus Christus.



In mijn blogs op www.kinderen-van-god.nl heb ik nog weinig aandacht besteed aan hoe ik zelf de weg naar de Unie met Christus en 25 jaar daarop het verlaten van die Unie heb doorlopen. Met Brexit nu volop in de aandacht een goed moment om eens iets te schrijven over mijn persoonlijke ChrExit. Over mijn weg naar het vinden van Jezus als mijn persoonlijke Heer en Zaligmaker een andere keer iets meer. Ik moet een jaar of 18 geweest zijn en het gaf een nieuwe dimensie aan mijn bestaan, een vast punt in mijn tot dan toe nogal turbulente gedachteleven, en een doel "Hem dienen". Dat leidde uiteindelijk tot uitzending als zendeling/bijbelvertaler na als algemeen taalwetenschapper afgestudeerd te zijn. Ware gelovigen zijn niet lid van een kerk, hangen geen godsdienst aan, maar hebben een persoonlijke relatie met God (en zijn zoon Jezus).

Dat deze relatie ooit verbroken zou worden heb ik me jarenlang niet voor kunnen stellen. Toch is dat gebeurd. We woonden als gezin in een klein dorpje in Papua Nieuw Guinea, in een provincie die Sandaun heet, dicht bij het Indonesische West-Papoea. Sandaun betekent “ondergegane zon” of te wel “West”. Het Licht der Wereld ging voor mij daar onder.


Leonard Cohen: Hallelujah


Degene die er het meest aan gelegen is om je van Jezus weg te trekken heet Satan, ook wel Duivel genoemd. Hij weet precies wanneer hij het beste toe kan slaan, dat zijn de momenten waarop je niet zo “dicht bij de Heer” bent, niet veel in gebed met Hem communiceert en Zijn Woord (de bijbel) leest en overdenkt. Want als je dat wel doet, mag je nog zo pienter zijn, maar dan ben je meestal ongevoelig ook voor de beste argumenten tegen je geloof.

De duivel had kennelijk op zo’n moment in mijn leven gewacht. De idee dat het wel apart was dat er maar één geloof het ware geloof vertegenwoordigde, was natuurlijk ook wel eens bij me opgekomen. Maar mijn geloof was toch wel heel anders. Ik hoefde niet, zoals in alle andere godsdiensten, mijn uiterste best te doen om met God verzoend te raken, nee mijn God was naar mij toegekomen om mij met Hem te verzoenen. En dat had Hem Zichzelf (in Zijn zoon) gekost. Wat een overweldigende liefde!! 

Wat mij vraagtekens ging bezorgen, kwam vanuit mijn wetenschappelijk werk als taalkundige. Wetenschappers weten eigenlijk nooit definitief of iets waar is. Ze komen met hypothesen over wat waar zou kunnen zijn. En in de taalkunde koos je dan voor de hypothese of hypothesen die het eenvoudigst zijn en het meeste verklaren.

Laat ik eens een voorbeeld wagen uit de klankleer (de fonologie) .
In het Nederlands heb je bijvoorbeeld de volgende vormen van het zelfde werkwoord:  "wij laden"   en "ik laad". Die tweede vorm wordt als "ik laat" uitgesproken en taalkundigen die het Nederlands voor het eerst bestuderen zouden dat dan ook als volgt hebben geregistreerd:   [la:den] en [la:t]  (a:= een lange a en de haken geven aan dat het om de uitspraak gaat).
De vraag is dan naar wat de vorm van de stam is.  Dat zou /la:d/ of /la:t/  kunnen zijn. En je kunt dan ook twee hypothesen opstellen.


A.      Een -d- aan het eind van een woord wordt -t-
  dus:  basis  /la:d/  wordt    [la:t]  in "ik laad"
       Of:
B.      Een -t- wordt tussen klinkers een -d-.
     dus: ons  /la:t-en/  wordt dan  [la:d-en]  in "wij laden"
       
Nou is het al gauw duidelijk dat een -t- tussen klinkers niet overal een -d- wordt. Je hebt immers [laten], [baten] etc. Je moet die hypothese dus aanvullen met uitzonderingen, zoals 'alleen in woorden die bij werkwoord klasse X horen'.
We krijgen dan

A.      Een -d- aan het eind van een woord wordt -t-
  dus:  basis  /la:d/  wordt    [la:t]  in "ik laad"
       Of:
B.      Een -t- wordt tussen klinkers een -d-, maar alleen bij werkwoorden van klasse X
     dus: ons  /la:t-en/  wordt dan  [la:d-en]  in "wij laden"

Heeft hypothese A ook allerlei uitzonderingen?  Nee, die hypothese verklaart alles wat er wat betreft de -d- aan het eind van een woord gebeurt. Niet alleen bij werkwoorden, maar ook bij zelfstandige naamwoorden, bijv. [de raden]” en “de raad =[de raat] “ en bijvoeglijke naamwoorden zoals "[goede]” en “goed=[goet]”. "-d-"s worden altijd aan het eind van een woord (uitgesproken als) [-t-]. Dat is voor het Nederlands dus echt wel de te verkiezen hypothese. Hypothese B is veel te beperkt en verklaart niets van wat er in het Nederlands klankmatig plaatsvindt.
Ook al zijn de details van deze analyse misschien wat lastig te volgen, de strekking is hopelijk wel duidelijk.

Pas dat nu eens toe op religie in deze wereld. Hoe verklaar je het ontstaan van diverse geloofsovertuigingen.  Hier is één hypothese:

A.      Mensen verlangen naar een verklaring voor hun existentie. Visionairen vormen een antwoord (soms te boek gesteld) dat dan door meerderen gevolgd wordt en zich (in eerste instantie) regionaal verspreidt.

Deze hypothese, eventueel wat aangepast, verklaart het ontstaan van zo’n beetje alle religies op deze planeet.

Voor het orthodoxe Christendom is deze hypothese niet afdoende. Er moet een tweede hypothese bij: Het Christendom werd door God aan de mensen geopenbaard en is niet door visionairen bedacht en verspreidt. De tweede oplossing is dus:

B.     Mensen verlangen naar een verklaring voor hun existentie. Visionairen vormen een antwoord (soms te boek gesteld) dat dan door meerderen gevolgd wordt en zich (in eerste instantie) regionaal verspreidt, maar het Christendom is een uitzondering en werd door God zelf aan de mensen gegeven.

Terwijl hypothese A zeer verklarend is, is hypothese B beladen met onbeantwoorde en onverklaarde vragen, zoals “Waarom werd het pas zo laat door die god geïntroduceerd (de mens had al zo’n 30.000 jaar bestaan)?” en “Waarom werd zo’n mondiaal belangrijke boodschap, in eerste instantie, slechts zo regionaal bekend gemaakt?” etc. etc.

Je kunt de hypotheses aanpassen zoals je wilt, maar aan hypothese A is als meest verklarend niet te ontkomen. En die hypothese verklaart het ontstaan van het christendom ook heel goed en geeft aan dat het niet significant uniek is.

De incoherentie van de Bijbel.


Bij het vertalen van de evangeliën, viel het me op hoe het evangelie van Johannes verschilde van de andere, de synoptische (Mattheus, Marcus en Lucas). In de synoptische verhalen, komt Jezus als een sociaal denkend en handelend persoon naar voren, iemand die het eigenlijk helemaal niet op prijs stelde om populair gemaakt te worden. De Jezus in Johannes schreeuwt het van de daken hoe geweldig hij wel niet is:  Het Licht der Wereld, het Levensbrood, De Weg de Waarheid en het Leven. Alleen via Hem kon je tot God komen. Etc. Etc. De verklaring dat het hier om verschillende schrijvers gaat die jaren later op basis van hun eigen bronnen en eigen opvattingen met een verschillend verhaal over de Jezus van Nazareth kwamen, houdt zoveel meer steek dan te moeten geloven dat dit verschillende aspecten waren van dezelfde persoon. Die zou dan wel aardig schizofreen geweest moeten zijn.

Eén keer bereid meer objectief naar de bijbel te kijken, begon het te stikken van tegenstellingen, ongerijmdheden en onverteerbare Goddelijke wreedheid.

Onzichtbare uitwerking van de gebrachte redding.


Gelovigen claimen dat Jezus door zijn dood op Golgotha, de duivel verslagen heeft en de macht van satan overwonnen. Daar is helaas niets significants van te merken, en ik heb het in de 25 jaar “in Christus” ook niet overtuigend in het leven van gelovigen gezien. De evangelische boodschap is dat zodra je Jezus in je hart hebt toegelaten, hij in je gaat groeien waardoor je steeds meer op Hem gaat lijken. Men gaat daarbij uit van een zondeloze Jezus met een perfecte liefde. Het is best wel jammer dat dat op geen enkel manier significant zichtbaar is in de gelovige gemeenschap, waarvan nu toch op z’n minst wel eens een groot deel  half perfect zou mogen zijn. Het stikt in de evangelische propaganda van verhalen over mensen die via het geloof uit drugsverslaving, alcoholisme en andere shit kwamen, maar dat werkt als een zoethoudertje voor de afwezigheid van echte verandering in de gelovige gemeenschap als zodanig.
Het blijkt gewoon niet te werken en de beste verklaring is dat er geen Jezus is die in je komt wonen en krachtig genoeg is om je significant te veranderen. En "het kwaad"" , dat lijkt nog lang niet verslagen....

Zo ben ik dan zo’n 25 jaar later, in veel opzichten tegen wil en dank, aan mijn ChrExit begonnen. In het begin voel je, net zoals de Britten nu, veel gemis en onzekerheid. Ik heb mede hierdoor ook het taalkundige werk waarvan ik genoot moeten beëindigen.

Maar dan begint het gevoel van bevrijding door te breken, van bevrijd te zijn uit sprookjesland en om nu in staat te zijn de onzekerheid over het waar en waartoe van ons bestaan te accepteren en ook anderen te mogen accepteren zoals ze zijn en niet meer te zien als zondaren die voor Jezus gewonnen moeten worden.

maandag 11 april 2016

Checking "Check it out"


Check it out!


In dit werkje van de hand van René Fransen wordt in samenwerking met ForumC een poging gedaan te werken aan de geloofwaardigheid van het christelijke geloof. Het is kant en klaar cursusmateriaal voor kringleiders van jongerengroepen en niet bedoeld “om deelnemers een bepaalde kant op te sturen.” Er worden 6 “grote vragen voor hart en hoofd” behandeld.



"Word of God Speak" by MercyMe

Hoofdstuk 1: Kleine mensen in een groot heelal.


Het is voor een orthodox christelijke groep vrijwel onmogelijk om mensen niet een bepaalde kant op te willen sturen en als je aan de geloofwaardigheid van  dat geloof wilt werken, heb je ook niet echt een andere keus. Wel jammer dat dat dan zo indirect gebeurt. In dit hoofdstuk worden de visies van  de astronomen Vincent Icke (ongelovig)  en  Heino Falcke  (gelovig) met elkaar vergeleken.

Citaat van Icke: Het heelal stoort zich niet aan ons. Wij zijn een volstrekt onbelangrijk bijverschijnsel in het heelal.

Citaat van Falcke: De betrouwbaarheid van de natuurwetenschappen is ook een teken van de betrouwbaarheid van God.

De uitspraak van Falcke klinkt natuurlijk veel aantrekkelijker, want wie wil nu graag een “onbelangrijk bijverschijnsel” zijn. Samengevat is de positie van Falcke en die van auteur Fransen, zoiets als: De kleinheid van de mens in dit heelal, doet hem ook de grootheid zien van God in het universum en dat sluit aan bij wat David, volgens Fransen, schreef in Psalm 8:

4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,

de maan en de sterren door u daar bevestigd,

5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt,

het mensenkind dat u naar hem omziet?

6 U hebt hem bijna een god gemaakt,

hem gekroond met glans en glorie,

7 hem toevertrouwd het werk van uw handen

en alles aan zijn voeten gelegd:

Hier begint het al gênant te worden voor een poging die zegt te werken aan de geloofwaardigheid van het geloof, want het staat vrijwel onomstotelijk vast dat David nooit psalmen geschreven heeft, mocht hij al bestaan hebben dan. Hij kon niet schrijven (koningen in zijn tijd konden dat niet) en had het bovendien te druk met oorlog voeren en zijn >18 (bij-)vrouwen van kinderen te voorzien. Psalmen werden veel later aan David toegekend. Bij de Dode Zee rollen werden nog eens zo’n 1000 psalmen “van David” gevonden.

Verder is de samenvatting van wat Icke te zeggen had bijna bizar. De termen “onbelangrijk” en  bijverschijnsel” komen nergens in zijn verhaal voor en je krijgt helemaal niet het gevoel dat hij zich “nietig” of “onbelangrijk” zou voelen.


Het grote verschil tussen Icke en Falcke is hoe ze omgaan met de drie letters G.O.D.  Wat bedoel je daarmee?” vraagt Icke zijn interviewster. Falcke, daarentegen, introduceert deze term zonder blikken of blozen en zonder er een definitie van te geven. Niet erg wetenschappelijk lijkt me.

Hoofdstuk 2 De wondere wereld van de wetenschap.


Dit hoofdstuk gaat er ook weer vanuit dat er iets is wat men GOD noemt en dat dat dit prachtige universum heeft gecreëerd. Dat G0D-iets wordt nergens uitgelegd of gedefinieerd, maar gegeven de achtergrond van de bedenkers van dit werk, weet je dat het om een persoonlijk metafysisch iemand gaat waar je in de Bijbel meer over leert. Andere religies hebben vaak ook wel een “god”, maar daar gaat het hier niet over, het gaat hier over de regionale christelijke God die een Zoon heeft, die Jezus heet.

Het is opmerkelijk in dit soort werken dat men denkt dat als je je het kunt verantwoorden om dat wat er achter de BigBang zat, “GOD” te noemen, je de belangrijkste stap naar de geloofwaardigheid van het christelijke geloof al gezet hebt.  Het is echter een betekenisloze stap, geen ongelovige wetenschapper zal daar grote moeite mee hebben, want zij weten ook niet wat er helemaal aan het begin was en zij kunnen zich in even grote mate verwonderen over de schoonheid en grootheid van “de schepping”, en zien ook wel dat er wetmatigheid zit in het universum.  Dat je met die regionale “god”, een gedrag bepalend boek (de Bijbel), een vaak wrede hemelse heerser, een hele serie ongeloofwaardige verhalen en een beschamend christelijk verleden erbij krijgt, wordt pas later duidelijk.

Hoofdstuk 3: Leven geven na je dood.


Dit hoofdstuk gaat over orgaandonorschap. Het is minder relevant t.o.v. van de wetenschap-geloof-vraag. De schrijver(s) lijken bereidheid om te doneren op basis van naastenliefde te prefereren.  Dat het geloof, en zeker het orthodox protestantse geloof, ontwikkelingen op dit gebied kan remmen zie je bijvoorbeeld in dat 17% van het katholieke Goirle orgaandonor is en maar 2% van het protestantse Urk. Geloof in wederopstanding van de doden, zou hier aan ten grondslag kunnen liggen.

Hoofdstuk 4: Wat moeten we met de Bijbel?


In de reformatorische en zeker evangelische wereld is een vroeg vrijzinnige stroming ontstaan, onder invloed, denk ik, van Cees Dekker, Emanuel Rutten, Andries Knevel, Stefan Paas etc. die in evolutie zijn gaan geloven en in het Genesis verhaal niet meer zien dan een teken dat (hun) God achter de schepping zit en met de wereld bezig is. Het gaat dan ook in de verdere Bijbel niet om wat er precies staat maar om wat je eruit kunt leren, d.w.z. “de Bijbel is wellicht niet foutloos maar wel betrouwbaar”. Mooie opsteker voor de ministers in onze kabinet: “Ik heb wel fouten gemaakt, maar ik ben nog steeds betrouwbaar”.  Die kunnen dat nog gaan bewijzen, de bijbel heeft daar de gelegenheid niet meer toe. Het is maar de vraag of de orthodoxe achterban hierin mee kan gaan, in  1924 werd Geelkerken nog om soortgelijke ideeën uit het ambt gezet.


Het is dan ook wel zaak om die “fouten” zoveel mogelijk te bagatelliseren en die bijbel zoveel mogelijk op een voetstuk te plaatsen: het meest gelezen boek, met de meeste oude manuscripten etc. etc.  En die “foutjes”, ach, het gaat soms om foute vertalingen of overschrijvingen of onverantwoorde toevoegingen. En je moet het vooral bekijken tegen de achtergrond van de toenmalige cultuur. Bij door god gesanctioneerde wreedheden gaat het ook niet om die wreedheden, maar om principes die “we kunnen toepassen op alle aspecten van ons leven.  En dan krijg je weer het stokpaardje om tegenstrijdigheden in de Bijbel te vergoelijken:  Wanneer je ooggetuigen van een ongeval ondervraagt, krijg je doorgaans verschillende verhalen, die samen een completer beeld opleveren.” Dat zou met name rond de opstanding ook het geval zijn. Wat een onzin, de verschillende verhalen rond de opstanding zijn dermate met elkaar in strijd dat ze het in geen enkele rechtszaal overeind zouden houden.


Dit is overigens ook zo wat betreft de twee verhalen rond de geboorte van Jezus. In het ene vluchten de ouders om aan de moordende Herodus te ontkomen direct na de geboorte naar Egypte en blijven daar tot de dood van Herodus hangen. In het andere blijven ze rustig in Bethlehem, vervullen alle rituele verplichtingen en keren dan terug naar Nazareth. Om daar een “completer beeld” uit te halen, moet je wel over een metafysische fantasie beschikken.
zie: http://kinderen-van-god.blogspot.com/2015/07/jezus-kerst-en-kindermoord.html

Soms kun je medelijden voelen met de mensen die zo emotioneel vast zitten aan dit boek, maar er verstandelijk constant mee in de knoop komen. Deze “vroeg vrijzinnige” benadering lijkt me net zoals bij de echte vrijzinnigheid nooit echt voet aan de wal te krijgen bij de “ware gelovigen”. Zij moeten op het Woord van God kunnen vertrouwen als een licht op hun  pad zonder de constante hulp van een historische/culturele/theologische encyclopedie.

Hoofdstuk 5:  De Schepping.


Veel nieuws kom je hierin niet tegen, alleen een poging om een tweedeling onder gelovigen te voorkomen, die luidt dan als volgt “In 2009 hebben christenen de Scheppingsverklaring opgesteld. Hoe God de wereld geschapen heeft, daarover verschillen ze van mening. Maar dat hij de schepper is, daarin kunnen ze elkaar vinden.”

Hoofdstuk 6:  Mijn brein en ik.


Hier hoort een toespraakje bij van André Aleman waarin hij ingaat op de stelling van Dick Swaab “Wij zijn ons brein”. Hij noemt dat reductionistisch want we hebben ook ons lichaam en onze relaties etc.

Nou zou Swaab zeker niet ontkend hebben dat we ook een lichaam hebben en relaties etc., maar die trap op je teen die wordt wel door je brein geregistreerd en verwerkt.  Aleman wordt duidelijker als hij toegeeft ook in een “ziel” te geloven en de vrijheid opeist om hem die overtuiging  niet wetenschappelijk te ontzeggen. Dat mag hij natuurlijk, moet hij waarschijnlijk als christen wel. Boeddhisten en Hindoes moeten ook het recht hebben om het bestaan van “karma” als wetenschappelijke hypothese te poneren. Er moet dan ook wel een beetje aan bewijs gewerkt worden, lijkt me. Fransen zelf blijft er wat in steken. “Een brein zonder lichaam is niets en kan niets, net als een computer zonder software.” “Net als software zonder computer”, bedoelde hij vast. En die ziel? Die blijft bij hem wat ontzield afwezig.

Het geheel komt bij mij over als een tot mislukking gedoemd achterhoedegevecht, waarin vrijzinnige elementen en gezochte vergoelijkingen worden ingebracht  om het min of meer orthodoxe christelijke geloof nog een beetje geloofwaardig te houden.