Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

donderdag 10 januari 2019

Introductie

If It Be Your Will (Leonard Cohen)

  
Terwijl de kerken leeglopen is er ook een beweging waar te nemen naar meer geloven, ook naar meer christelijk geloven. En we kennen waarschijnlijk allemaal wel iemand die de waarheid gevonden lijkt te hebben in Jezus Christus. Dat klinkt zo aanmatigend, te denken dat je de waarheid gevonden hebt. Toch zijn het niet allemaal eigenwijze en eigenzinnige mensen die dit denken, er zitten juist veel zachtaardige, onzekere en kwetsbare personen tussen. En als je ze vraagt waarom ze dat denken, dan zullen ze zeggen dat zij die waarheid niet zelf bedacht hebben maar dat dit staat in de Bijbel. Ze gaan er daarbij vanuit dat die Bijbel een betrouwbare en objectieve bron is voor “de waarheid”. Wat daarbij erg helpt is dat ze zich meestal omringd weten door “broeders en zusters” die hier ook niet aan twijfelen. Het wordt wel steeds lastiger voor hen nu de wereld om hen heen deze bron van waarheid steeds minder ziet zitten. Terwijl in moslimlanden bijna niemand er aan twijfelt dat de Koran de waarheid bevat, kun je dat in de Westerse, “christelijke” wereld al lang niet meer zeggen over de Bijbel. Aan de andere kant, kan het behoren tot een minderheid ook heel snel tot warme banden en meer overtuiging leiden.
Wie zijn dat deze mensen? Hoe denken ze en handelen ze? Je zou ze kunnen definiëren als de mensen die lid zijn van de EO, naar EO-jeugddagen gaan en/of graag de Opwekking conferenties  in Vierhouten of nu Biddinghuizen bijwonen. Ze gaan zondags naar Evangeliegemeenten, naar grote megakerken die overal zijn opgesprongen of naar een kleinere huisgemeente. Je vindt ze bij de Pinkstergemeenten en Volle Evangelie gemeenten, de Vrije Baptisten en nog veel meer. Ze gaan door de week naar Bijbelstudies of gebedssamenkomsten, leiden alfatrainingen, zingen mee in gospelkoren, spelen mee in gospelbands. Ze kijken wellicht naar de TV uitzendingen van Hour of Power en de afleveringen van het TV-kanaal Family 7.  Ze beschouwen zich “kinderen van God”, niet om zich op de borst te slaan maar omdat ze dat door de goedheid van God (door zijn genade) mogen zijn. En alleen maar omdat Jezus Christus, de Zoon van God, zichzelf gegeven heeft om te sterven voor hun zonden en zo de relatie met God weer te herstellen.

In deze blogs wil ik graag ingaan op wat dit betekent, de mooie kanten van dit geloof, maar ook de gevaren en het uiteindelijke dilemma van wat te doen als het ten slotte toch maar op hersenspinsels lijkt te berusten. Kun je de warmte en veiligheid van dit geloof behouden zonder het inhoudelijk te onderschrijven?

Voor iemand die deze manier van geloven niet heeft doorgemaakt is het lastig om er iets zinvols over te zeggen. In het EO-programma “Adieu God” wordt er ook nooit van deze God afscheid genomen. Het gaat dan om een God van de kinderjaren, de God van een religie, niet om het afscheid nemen van de relatie met  een liefdevolle Hemelse Vader, van Jezus, die je accepteert en liefheeft zoals je bent..  Daar neem je niet zo gemakkelijk afscheid van. Ik heb dat wel moeten doen en daarom wil ik er ook over schrijven, met sterke gevoelens van nostalgie, maar ook met een groeiend besef dat deze waarheid z’n langste tijd gehad heeft, dat er over een paar honderd jaar weinig nog van over zal zijn. En dat we toch op zoek moeten naar iets anders om  te kunnen  omgaan met de onzekerheid over waar we vandaan komen en naar toe gaan en wat er nog is buiten het waarneembare heelal, en met de onzekerheid over onszelf en onze plek in dit universum.



I've been touched. Written by James Easter


De kinderen van God komen niet alleen in de genoemde kerken en gemeenten voor, ze zijn ook wel blijven hangen in  traditionele kerken en in bijvoorbeeld de katholieke kerk. Er zijn ook “kinderen van God” die dit alleen nominaal en uit traditie zijn. Dit kan voorkomen bij tweede generatie gelovigen en ik heb het vermoeden dat  de grote “Evangelical” kerken in Amerika daar ook last van hebben.  Het woordgebruik  is dan wel “Evangelisch”  maar de evangelische kern is dan  (voor mij in ieder geval) onvindbaar. Die kern was voor mij wat de apostel Paulus (de belangrijkste eerste verspreider van het Christendom) schrijft in zijn brief aan de Filippenzen:
 
Filippenzen 3: 8b  (BGT)
Want het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen. Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos.
 
Tijdens mijn studie aan het Bible Training Institute in Glasgow (1969-70) kwamen we op zaterdagavond samen in het huis van een externe student. Het was op die avonden of de liefde van Jezus door ons stroomde als we baden en zongen en luisterden naar woorden uit de Bijbel en naar wat anderen daaruit hadden begrepen of naar wat ze met God hadden meegemaakt. Onder ons waren katholieke meisjes en twee jongens uit de anti-roomse kerk van Ian Paisley in Belfast. Maar wat een eenheid, wat een verbondenheid in het kennen van Hem die alles te boven gaat. We hadden iedere keer weer moeite om op te breken en op tijd  terug te zijn in het instituut.
 
Ik herinner me nog levendig hoe ik op een zaterdagochtend op weg was naar ons Bijbel-en-boeken kraampje op een markt elders in Glasgow. Het was enorm druk in de brede Argyle street en de mensen krioelden door elkaar heen.  Toen kwamen de woorden uit de bijbel tot me waar over Jezus staat:
 
 Mattheus 9:36 (NBG)
Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.
 
En een gevoel van geweldige dankbaarheid overspoelde me dat ik Hem had leren kennen, dat Hij mijn herder was geworden en ik wist het toen zeker, als je Jezus zo hebt leren kennen raak je dat nooit meer kwijt.
 
18 jaar later was ik het kwijt.
 
Wat is ons brein toch in staat om ons te geven waar we naar verlangen, die liefde, die warmte, die zekerheid die we te vaak missen. Evangelisch geloven lijkt daar (tot op zekere hoogte) in te voorzien, vooral als je het samen kunt beleven met broeders en zusters om je heen.
 
We hadden van 1976 tot 1988 met de Wycliffe Bijbelvertalers als bijbelvertalers en taalkundigen in Papoea Nieuw Guinea gewerkt. 23 jaar later, in 2011 ben ik nog eens 7 weken terug geweest en heb een vijftal weken in Kilifas waar we al die jaren gewoond en gewerkt hadden doorgebracht. Vroeger moest je vanuit het havenstadje Vanimo 2 – 3 dagen door de jungle lopen om in Kilifas te komen. Nu een Chinees-Maleis bedrijf bezig is het hardhout uit de jungle te slopen en daarvoor modderwegen heeft moeten aanleggen, kon ik nu per 4-wheel-drive in 5 uur de reis volbrengen.


Snelweg naar Kilifas (Papoea Nieuw Guinea)

De brief waarin ik m’n bezoek had aangekondigd was nooit aangekomen. Midden in de nacht en volledig onverwacht arriveerde ik in het dorpje. Zaklantaarntjes flitsten aan in de hutjes en de mensen kwam naar buiten en konden hun ogen niet geloven. Tranen van blijdschap en ontroering en een ontvangst als de teruggekeerde apostel Paulus.
 
Maar wat nu? Er werd van me verwacht dat ik zou gaan (s)preken.... Ik kon hen de teleurstelling niet aandoen om te zeggen dat ik  niet langer geloofde en nam een beslissing waarvan ik daarna heel veel spijt heb gekregen omdat ik hen daarmee niet als gelijkwaardig behandeld heb. Ik besloot om de rol maar te gaan spelen.... Dat is een aantal keren gebeurd en het opmerkelijke was dat als ik daar stond zomaar een knop om kon draaien en diezelfde passie weer voelde die ik van zo lang geleden nog kende, het besef van een God door wie we geliefd zijn. Terug op m’n slaapplek kwam dan de werkelijkheid weer terug en heb ik gehuild, gehuild en nog eens gehuild.
 
Het overtuigde me wel opnieuw dat ons brein in deze geloofsemoties kan voorzien en dat de bijbehorende software nog steeds ergens in mijn bewustzijn aanwezig is.  In een interview van Jacobina Geel met  Koert van der Velde in Schepper & Co (20-10-2014) vertelde hij dat hij als oplossing voor het post-christelijke tijdperk zag een opstelling waarbij de geloofsemoties konden blijven zonder te hoeven geloven. Bij zijn voorbeelden, gaat het allemaal om emoties die gekoppeld zijn aan bestaande religieuze verhalen en rituelen, zoals een Latijnse mis in een oude Katholieke Kathedraal, het luisteren naar de Matthäus Passion of je bevinden in een historische religieuze context. Ik kan me dat niet goed voorstellen. Het zou me  een verontschuldigen geven voor mijn gedrag in Kilifas, wel de religieuze emotie zonder het religieuze geloof. Maar als die emoties diep gaan dan worden ze onvermijdelijk afgestraft met diepe teleurstellingen. Het zou dan alleen moeten gaan om wat meer algemene emoties, emoties die je kunt voelen bij het luisteren naar mooie muziek en inderdaad de Matthäus of het  je bevinden in een eeuwenoude  kathedraal of het zien van een prachtig landschap. Maar die emoties zijn er altijd al geweest en vervangen de diepe religieuze emoties, die een betrouwbare en permanente basis nodig hebben, nog niet.
 
Bijna overal elders  in de wereld kunnen mensen wegvluchten en kracht ontvangen in hun duidelijk afgetekende religies, bij ons in het Westen is dat verleden tijd. Onze toewijding aan de ratio, de rede, heeft ons dat praktisch onmogelijk gemaakt. We hebben geen andere keuze, zo lijkt het wel, of is er toch een weg?
 
In deze blogs zal ik gaan vertellen hoe bij mij die weg van diep geloof naar ongeloof is verlopen, maar meer nog wil ik een inzicht geven in wat de kern is van dit evangelische geloof en hoe dit op de Bijbel gebaseerd is. Dat worden dus veel Bijbelgedeelten, in de nieuwe vertaling die Bijbel in Gewone Taal (BGT) heet. Dit is geen “Bijbel voor Dummies”, maar een serieuze poging om die bijbel in gewone taal door te geven en dat spreekt mij als ex-bijbelvertaler wel aan. Ook voor de lezers van deze blogs een gelegenheid om daar eens kennis mee te maken.
 
Het is niet de vertaling die veel kinderen van God het meest aanspreekt. Die zijn meestal “opgegroeid” met de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 (NBG). Soms zullen we die er ook even bij moeten halen om de juiste sfeer te creëren.
 
Waar mogelijk hoop ik te laten zien hoe bepaalde Bijbelgedeelten de bron vormen voor teksten in  bekende spirituals, gospel liederen en bij zanger/dichters zoals Leonard Cohen of  terug te vinden zijn in ouden schilderijen. Verder gaan we kijken naar hoe het ontstaan ven de Bijbel verlopen is, hoe het Christendom is ontstaan en zich heeft ontwikkeld. Welke personen belangrijk zijn en zijn geweest voor gelovigen, denk maar aan Spurgeon, Corrie ten Boom, Brother Andrew, Nicky Cruz etc. En dan moeten we kijken naar onderwerpen die voor nadenkende kinderen van God best lastig zijn: schepping, positie van de vrouw, homoseksualiteit etc. En ten slotte waarom die “Waarheid” toch uitermate waarschijnlijk nooit DE WAARHEID kan zijn.
 
Voor meer:  Mijn Chrexit 

vrijdag 20 oktober 2017

Het bloed der martelaren. Zaad of onkruidzaad?



Het bloed der martelaren als zaad van de kerk.

Kinderen van god zien de eerste eeuwen van het Christendom als een glorieuze tijd waarin God zijn kerk in  de gehele toenmalige wereld tot bloei bracht en wat hen heel erg aanspreekt is de bereidheid van de eerste christenen  om voor hun geloof gemarteld te worden en te sterven. De bekende Noord-Afrikaanse kerkvader Tertullianus (160-220 AD),  zei ooit: "Semen est sanguis Christianorum", "zaad is het bloed der Christenen”. Dit werd later meestal weergegeven als  “het bloed der martelaren is het zaad der kerk”. 

Dit kon erop neerkomen dat gelovigen soms het martelaarschap zochten.
 

Ignatius van Antiochië


Ignatius van Antiochië (geboren tussen 35 en 50 na Christus - gestorven tussen 110 en 117)[doet het volgende appèl aan de gemeente van Rome: 
„Ik schrijf alle gemeenten en druk alle op het hart dat ik graag voor God sterf. Als u het mij maar niet verhindert. Ik vermaan u: laat uw welwillendheid mij niet ongelegen komen. Laat me toch voedsel zijn voor de dieren. Daardoor kan ik tot God komen. Ik ben de tarwe van God en door de tanden van de dieren word ik gemalen opdat ik zuiver brood van Christus zal blijken te zijn. Ja hitst de dieren op dat ze mijn graf worden en niets van mijn lichaam overlaten.”
Bron: https://www.trouw.nl/home/de-hemelse-beloning~af6e7e82/

De eerder genoemde kerkvader Tertullianus vertelt in zijn geschrift ’Ad Scapulam’ over de Romeinse gouverneur Arrius Antoninus, die aan het eind van de tweede eeuw in Klein-Azië ook christenen vervolgde. Hij ontdekte tot zijn verbijstering en ergernis dat het niet werkte. De christenen kwamen ongevraagd naar hem toe en vroegen zijn gunst om ook gedood te mogen worden. Halverwege dit onbegonnen werk riep hij vertwijfeld tegen de overigen : 
„Dwazen, hebben jullie geen rotspunten (om vanaf te springen) en stroppen (om je mee op te knopen)?”

Kinderen van god vergeten weleens dat dit soort vervolgingen allerlei groepen raakte, de Manicheïsten bijvoorbeeld, werden vaak minstens even heftig vervolgd en het is duidelijk heel normaal dat een beperkte vorm van achterstelling en discriminatie nogal eens positief uitwerkt op de moraal van de desbetreffende groepering.

Onkruidzaad


Digibron, kenniscentrum van de gereformeerde gezindte, geeft dat ook ruimhartig toe:
“Men voelt zich door de maatschappij misdeeld en dat leidt ertoe dat de rijen gesloten worden. Die achterstelling heeft een solidariserend effect op de eigen kring. Men gaat zich strijdbaar opstellen tegen de boze buitenwereld.
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, zo luidt een bekende passage uit het Lutherlied. Dat is zeker waar. Laten we echter niet vergeten dat het bijgeloof ook taai is. Lang niet alles wat standhoudt in verdrukking en vervolging is het ware werk van God. Het bloed der martelaren is inderdaad een zaad. Maar vaak is het helaas onkruidzaad.”

Polycarpus


Polycarpus was 86 toen hij stierf ergens in de periode 155-160 AD. Hij moet dus laat in de eerste eeuw geboren zijn. Zijn naam betekent zoiets als iemand die “veel vrucht” draagt. Hij was de geestelijk leider (de bisschop) in Smyrna (nu Izmir ), Turkije. Toen er weer een vervolging uitbrak, vluchtte hij naar een boerderij, waar hij tijdens een soort coma onder zijn hoofd een kussen zag dat in brand stond. Hij wist het toen al, “ik word levend verbrand”
Dan wordt hij gedwongen verder te vluchten naar een andere boerderij, maar één van de slaven in de vorige boerderij verraadt onder marteling het nieuwe vluchtadres.
Als de soldaten hem gevonden hebben, biedt hij hen voedsel aan en vraagt om een tijd van gebed. Hij mag twee uur lang bidden en iedereen is vol bewondering voor die oude man.
Maar hij ontkomt niet aan de gevangenschap en wordt op een ezel gezeten de stad in gereden. Daar wordt hij door Herodus (de politiecommandant) overgebracht naar zijn rijtuig. Herodus gaat naast hem zitten en probeert hem te overreden. “Wat is er nou op tegen om Caesar heer te noemen en een offer te brengen (aan de goden). !”
Dat doet Polycarpus dus mooi niet en hij wordt dan ook de arena ingeleid om publiekelijk verhoord te worden. Ook daar wordt er geprobeerd om hem om te praten. Hij moet bijvoorbeeld zeggen ”Weg met de atheïsten”. (De Romeinen beschouwden de christenen ook als atheïsten). Polycarpus zwijgt eerst, maar heeft er dan geen problemen mee om dat te zeggen. Zweren bij de Keizer en Jezus verloochenen, nee dat gaat hij niet doen.
Hij maakt best indruk op veel mensen, maar anderen en met name de verzamelde Joden zorgen ervoor dat hij toch veroordeeld wordt. Er kon zo gauw geen leeuw gevonden worden, dus moest hij maar op de brandstapel.
Eigenlijk wilden ze hem vastspijkeren, maar hij kon hen overhalen om dat maar niet te doen, want, zo zei hij, hij zou toch door de hulp van zijn God niet willen proberen om weg te lopen. Hij wordt dan alleen maar aan de houten constructie vastgebonden.

Het vuur kan hem alleen niet verteren. Getuigen zagen de vlammen als een muur om hem heen slaan en er was geen geur van brandend vlees maar wel die van geurige wierook en kruiden. En de kleur van zijn huid was als van gebakken brood en als dat van goud en zilver dat in het vuur wordt gelouterd.
Uiteindelijk moet hij dan met een dolk om het leven gebracht worden en breekt er onenigheid uit over wat er met het lichaam moet gebeuren. Vooral de Joden zijn bang dat er weer een nieuwe Jezus gaat ontstaan en dringen aan op verbranding. Dat gebeurt dan ook.

De oudste kopieën van dit verhaal stammen uit de tiende eeuw en het is duidelijk dat het keer op keer verfraaid, gekopieerd en met anderen gedeeld werd. Het sociale medium uit die tijd!
Zelfs kinderen van god zullen hun twijfels hebben bij de wonderbaarlijke facetten van dit verhaal, de nadruk op de slechte kant van Joden en de geforceerde vergelijking met de lijdensweg van Jezus (met een ezel de stad in, Herodus, het zwijgen etc.), terwijl ze de onmogelijke wonderen uit de evangeliën als zoete broodjes slikken....

Perpetua en Felicitas


Een ander verhaal dat uit de derde eeuw is overgebleven gaat over Perpetua en haar slavin Felicitas, woonachtig nabij Carthago (in Tunesië). In 202 had keizer Septimius Severus een bevel uitgevoerd dat ook christenen en joden verbood hun godsdienst aan te hangen.
Daarop werd de gelovige Perpetua met haar hoogzwangere slavin en vijf anderen om hun geloof gevangen gezet en veroordeeld om voor de dieren gegooid te worden. In de gevangenis krijgt Perpetua een aantal dromen. In één ervan ziet ze zichzelf een ladder beklimmen, tot ze bij een vredig groen landschap komt waar schapen weiden: dat is voor haar de voorafspiegeling van haar marteldood.



“Ik zag een bronzen ladder, fantastisch groot, die tot aan de hemel reikte. Hij was zo smal dat er maar één per keer op omhoog kon gaan. En aan de rand van de ladder waren allerlei ijzeren voorwerpen bevestigd: zwaarden, speren, messen. En wie omhoog zou gaan zonder op te letten en vooruit te kijken, zou opengereten worden en zijn vlees zou aan het ijzer blijven kleven. En aan de voet van de ladder lag een slang, enorm groot, klaar om wie naar boven wilde gaan af te schrikken. ..”
Perpetua is niet bang en vertrouwd op Jezus.

“En vanonder de ladder stak de slang zijn kop naar voren zodat ik op zijn kop ging staan toen ik op de eerste trede wilde stappen. En ik ging verder omhoog en zag een heel grote tuin en in het midden zat een lange witharige man, in herderskleren, bezig met het melken van zijn schapen. En erom heen stonden duizenden in witte kleding. En hij keek, zag me en zei: Welkom, kind. En hij riep me en gaf me (ongerijpte) kaas van de melk. Ik nam het aan met beide handen en at het op. En iedereen die er omheen stond, zei Amen."
Dan wordt ze wakker en weet ze dat ze naar de hemel zal gaan en de marteldood haar wacht.

https://www.youtube.com/watch?=qs6Gln2ocb0&list=PLCD1997621989CFF8

In een andere droom ziet ze haar broertje  Dinocrates die op zevenjarige leeftijd aan een vreselijke ziekte was overleden samen met anderen, vies en heet en dorstig. Hij was duidelijk in de hel en er was een kloof tussen hem en haar. Bij hem was er wel een fontein met water, maar die was zo hoog dat hij er niet bij kon om eruit te drinken.
Ze weet dan dat het niet goed met hem is en neemt zich voor om voor hem te bidden en hem zo nog te redden.
En ja hoor in een volgende droom ziet ze hoe de fontein ineens gekrompen is en hoe Dinocrates daaruit drinkt en met andere kinderen gaat spelen.

In haar laatste droom ziet ze hoe ze van haar kleren wordt ontdaan en een man wordt die moet vechten tegen een enorme reus, een Egyptenaar. Ze verslaat de reus en wordt dan met de overwinnaarstak geëerd.
Haar zelfgeschreven journaal eindigt op de dag voor haar dood. De rest van het verhaal wordt door iemand anders afgemaakt.

In het amfitheater worden zij en haar slavin aan een wilde koe overgeleverd. Die takelt Perpetua lelijk toe maar weet haar niet te vermoorden. Ze heeft nog tijd tijdens dit alles om haar gescheurde jurk bij elkaar te pinnen en haar haar te schikken zodat ze er netjes en zedig uit blijft zien. Uiteindelijk moet een soldaat haar doden, maar die is nieuw en onervaren en slaagt er niet in. Dan neemt ze zelf het zwaard ter hand en helpt de soldaat haar de nekslag te geven.
Evangelische kinderen van God vinden dit een mooi verhaal en je ziet het dan ook in de evangelische promoties  terugkomen. Altijd aangepast aan de moderne evangelische smaak, zonder bijvoorbeeld de verwijzing naar de hel (of het vagevuur) waar je iemand door te bidden uit zou kunnen bevrijden. Wat mij ook opvalt is dat het hebben van slaven ook bij christenen gewoon is gebleven. Vaak wordt dan bijv. "slavin" vervangen door "dienstmeisje" en ligt de nadruk op hoe trouw ze waren en hoe fijn ze het samen hadden met hun meesters.
Deskundigen lijken het erover eens te zijn dat die vervolgingen toch redelijk beperkt waren en zeker niet alleen de christenen raakten. De eenheid van het romeinse rijk stond op het spel en het vasthouden aan verbindende rituelen, zoals het zweren bij de keizer, was daarbij van groot belang. Je ziet iets dergelijks in de Verenigde Staten, waar je bij het spelen van het volkslied hoort te staan met de hand op je hart. Toen de Amerikaanse Footballspeler Colin Kaepernick (28), die gewoonte doorbrak en ging knielen in protest tegen het nog steeds bestaande racisme in de VS, kreeg hij best veel volgelingen, maar werd tegelijkertijd verketterd door veel Amerikanen onder aanvoering van hun “Keizer”, Donald Trump.
De keizers lieten het overigens meestal over aan de lokale gouverneurs hoe er met afvallig gedrag omgegaan moest worden en vooral mensen die achteraf nog wel bereid waren om bij de keizer te zweren en een offer te brengen aan de Romeinse goden, kwamen er licht af. Dat gebeurde dan ook vaak ondanks de verhalen over standvastigheid in de evangelische wereld. Hier is nog een stukje uit een brief van Plinius de Jongere aan de keizer. Plinius is er een beetje mee aan:

Vooralsnog heb ik met mensen die bij mij als Christenen werden aangegeven de volgende procedure gevolgd. Ik heb ze de vraag gesteld of ze Christenen waren. Wie dat toegaf heb ik dat een tweede en derde maal gevraagd, met het dreigement van de doodstraf. Wie dan nog volhield heb ik laten afvoeren. Ik twijfelde er niet aan dat, los van de inhoud van hun bekentenis, minstens hun dwarsheid en onbuigzame koppigheid gestraft moest worden. Anderen die dezelfde waanzin aanhingen heb ik, omdat ze Romeinse burgers waren, op een lijst laten zetten voor transport naar Rome.

Juist door dit optreden breidden de aanklachten zich weldra uit en deden zich in verschillende vormen voor. Er werd een anonieme beschuldiging ingediend, met daarin de namen van velen. Mensen die ontkenden dat ze Christen waren (of geweest waren) heb ik gebedsformules laten nazeggen, en aan uw beeltenis, die ik voor dit doel bij de godenbeelden had doen zetten, wierook en wijn laten offeren, en bovendien Christus laten vervloeken. Dit zijn allemaal dingen waar men echte Christenen nooit toe kan dwingen, naar men zegt. Deze mensen heb ik daarom gemeend te moeten laten gaan.

Anderen die door aangevers waren genoemd zeiden eerst dat ze Christen waren en ontkenden het meteen weer. Ja, ze waren het wel geweest, maar ze waren ermee opgehouden, sommigen drie jaar terug, anderen nog langer geleden, een enkeling wel twintig jaar. Ook deze mensen heb ik allemaal uw beeltenis en de godenbeelden laten vereren en Christus vervloeken.
Plinius: Epistulae, X, 96-97

Apostaten

Het is duidelijk dat er naast heldhaftig volhouden, ook veel afval was. Die afvalligen leverden in tijden dat er geen vervolgingen waren enorme problemen en ruzies op. Konden ze zomaar terugkeren tot de moederkerk, welke voorwaarden moesten daar aan verbonden worden?
Er waren,  bijvoorbeeld, in de derde eeuw twee bisschoppen die zichzelf als de ware Paus zagen, Cornelius en Novatius. Novatius was volledig tegen het weer toelaten van afvalligen, maar Cornelius wilde daar de mogelijkheid wel toe open houden. De bisschop van Carthago, Cyprius, vond dat ze wel weer terug mochten keren maar niet zonder boetedoening.

Tertullianus schreef er al het volgende over:

Boetedoening is de discipline die iemand ertoe verplicht zich in het stof te buigen en zich te vernederen en een manier van leven aannemen die genade over zich uitroept. Hij zal zich in zak en as moeten kleden, zijn lichaam in vodden wikkelen en zijn ziel in droefheid storten. Zijn fouten zal hij corrigeren door zichzelf met hardheid te behandelen. Wat voedsel betreft zal hij het eenvoudigste voedsel eten en drinken voor het heil van zijn ziel en niet van zijn maag.
Hij zal door gebed zijn vasten voeden, dagen en nachten aaneen zal hij kreunen en wenen en jammeren tot de heer, zijn God. Hij zal zich voor de voeten van de priesters neerwerpen, op de knieën gaan voor Gods geliefden en hen smeken om het voor hem op te nemen.

Die boetedoening kon soms wel een leven lang duren. En pas daarna mocht je weer aan de eucharistie (het avondmaal) deelnemen.


Kinderen van god hebben het vandaag de dag gewoon te gemakkelijk. Zou er daarom dan te weinig zaad zijn om nog tot bloei te kunnen komen......

Eerdere berichten over de vroege kerk:





Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!