Pagina's

zondag 1 september 2019

Het Water des Doods (de Zondvloed)

Voor een vollediger weergave, klik hier

Dat plannetje om via zijn engelzonen een zondeloos geslacht te genereren, was ook weer mislukt. Daar zat je dan als God met de gebakken peren. (christelijke wetenschappers concluderen daaruit weleens dat die verboden boom een perenboom is geweest!).  En nou hadden die zonen van Hem ook nog een aantal gigantische kleinkinderen voortgebracht, met een gigantisch zonde-gen. Weg er mee met al die oorspronkelijke en aangetrouwde poppetjes.
Hij had al wel eens gezien wat sommige mensen met hun katten deden als ze die kwijt wilden....  Dat kon Hij ook wel eens proberen, gewoon die hele aarde van Hem vol laten lopen met water. Dan kwam het vanzelf wel goed.

Maar ja, God was ook niets menselijks vreemd en had er moeite mee om gewoon alles weg te doen. Toch maar ietsje achterhouden. Die Noah wellicht, die had dat foute gen ook wel maar werd er het minst van alle poppetjes door geplaagd. En z’n vrouw en drie zonen met hun vrouwen dan ook maar. Dat laatste was wel link, maar ja als God nu nog geleefd had, zou Hij vast op de ChristenUnie gestemd hebben en het gezin hoog in z’n vaandel gehad. Dus dat risico moest Hij maar nemen. Met een beetje gesleutel en een stukje gen-therapie zou hij die acht poppetjes wel weer kunnen reviseren, hoopte Hij. En dan van alle beesten ook maar een paar, een mannetje en een vrouwtje. Zelfs varkens, hoewel God dat maar vieze beesten vond. Die zijn onrein had hij gesteld, schaapjes wel, die zijn rein, daar mogen wel zeven paar van in leven blijven en zo waren er nog wel een paar dieren die van God wel met z’n zevenen mochten blijven. God had wel wat met zeven, op de zevende dag mocht Hij immers rusten van zijn scheppende bezigheden en het was ook nog eens een geluksgetal.

Maar hoe moesten die ontsnappen aan wat ging komen? Nou had God ook een echte zoon, die verkeerde toen nog wat in  een incognito staat, maar Hij zou ooit als timmerman aan het werk moeten en was zich daarop al aan het voorbereiden. Hij is het waarschijnlijk geweest die met het voorstel kwam om Noah een enorme boot te laten bouwen. Hij had al berekend dat die 137 x 23 x 13,7 meter groot moest zijn. Die boot moest maar ARK (van arca in het Latijn, tevah in het Hebreeuws, mogelijke betekenis "kist" of "doos") gaan heten.

Dus Noah en zijn zonen aan het werk. Het water was nog laag, dus daar konden ze mooi de nodige spijkers zoeken en toen die kist klaar was, werd hij met een soort pek waterdicht gemaakt. Binnenin allemaal kamers en kamertjes, heel veel tweepersoons, maar ook aan aantal groepsaccommodaties.

Toen mochten ze naar binnen, De uitverkoren dieren stonden al trappelend te wachten bij de loopplank voor de deur van het schip. En toen die deur openging stroomden ze naar binnen, heel gezellig, de vliegende dinosaurus Archaeopteryx,   vleugel in vleugel met het fruitvliegje en de schaapjes al blèrend met een paar vlooien in hun vacht ....

Ieder kreeg een vertrek toegewezen en zodra ze geïnstalleerd waren, werd de deur gesloten. . Daarop werd het stil tot de eerste druppeltjes begonnen te vallen. En toen was het niet meer te houden, veertig dagen en nachten lang stortte het water zich uit over de aarde. Van boven en beneden. 






Nederland Zingt: Er komen stromen van zegen. Willemijn de Munnik

God had namelijk in de hemel al eens een heel groot reservoir laten bouwen, vol water. “Water des levens” had Hij het genoemd en het was de bedoeling dat Zijn Zoon dat ooit nog eens aan de poppetjes uit zou delen, o.a. aan een Samaritaanse vrouw:.

Joh. 4:10

Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’


Maar dat kon nu ook wel even gebruikt worden voor het tegengestelde doel. En de aarde had haar buik ook vol water, dus dat liet God ook maar met grote boeren ontsnappen. Noah was pas zeshonderd jaar oud toen het plaatsvond:

Gen 7:11 NBG

In Noahs​ zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.


God is even blijven kijken, eigenlijk best wel leuk, zo’n groot zwembad met al die rondspartelende mensen en Hij zag zelfs een vrouw die een kind ter wereld bracht en die baby begon gelijk te zwemmen... Maar wat zag Hij daar, een vader die met z’n kind in de arm in een boom klom, de hoogste tak bereikte, toen niet verder kon en het in doodsangst krijsende kind los moest laten.

Op dat moment trok de engel Gabriël Hem aan de arm. “Kom op baas, we moeten gaan. Er is een belangrijke engelenvergadering en U moet er ook bij zijn”.

Het beeld bleef God nog wel door Zijn hoofd spoken. "Er was toch geen andere oplossing, die poppetjes hadden Hem zo teleurgesteld en je moest toch vooral in de eerste plaats aan je Zelf denken. Want als je jezelf niet liefhebt, kun je ook anderen niet liefhebben en Zijn rijk kwam eerst en moest weer groot worden. Daarin was geen plaats voor immigranten met foute genen... "

En zo dobberde Noah en zijn gezin rond op de alles overstromende wereldzee, met zijn hele dierentuin, de eekhoorns en de steekvliegen, de mammoeten en de cobra’s, de leeuwen en de lammetjes... Aan het eind kon je zelfs de Mount Everest niet meer zien

Maar na die veertig dagen en nachten begon het water weer te zakken en bleef de Ark steken op de berg Ararat in Oost Turkije.

Man en muis toen van het schip af en het eerste wat hun opviel was een ondraaglijke stank. De hele aarde was bedekt met in ontbinding verkerende lijken. God merkte daar niet veel van, want Noah begon gelijk welriekende brandoffers te brengen en dat bracht God een beetje op liefrijker gedachten:

Gen 8: 21 NBG

21 Toen de Here de liefelijke reuk rook, zeide de Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer ​vervloeken​ om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen ​hart​ boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb.


Veel vertrouwen had Hij er duidelijk ook niet meer in en toen Hij in een rapport las hoeveel zielen Hij niet naar die enorme brandende oven van het merk Hel had laten verhuizen, kreeg hij ineens een eeuwen ver vooruitziende blik op een internationaal gerechtshof in den Haag en de kans dat Hij daar voor globale suïcide zou kunnen worden veroordeeld. Wat nu te doen?

Zijn echte Zoon had wel een idee. We moeten gewoon de mensen wijs maken dat Je heel veel van hen houdt, ja van de hele wereld, en dat ze later bij Ons in Onze mooie hemel mogen komen wonen. Dan stuur Je Mij maar naar de aarde om daar als held voor hen te sterven. (Ik ben daarna toch zo weer levend en bij Je terug). Moeten de poppetjes wel een beetje op Ons stemmen en zich bij Ons aansluiten natuurlijk. Dan laten we, bijvoorbeeld, de volgende boodschap via Social Media verspreiden.:

Joh. 3:16-17 NBV

16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.


Zover was het nog lang niet, maar de plannen lagen klaar. Over hoe het verder ging met Noah en z’n gezin en nageslacht, helemaal alleen op die stinkende aarde, een volgende keer.

zaterdag 17 augustus 2019

Foute genen (de erfzonde)


God had het allemaal wel mooi bedacht. Hij verveelde zich een beetje en vond toen dat Hij ook wel eens een paar levende poppetjes kon maken om mee te spelen. Dus Hij aan de gang met wat boetseerklei. Was nog wel even een uitdaging want het zou wel leuk zijn als dit poppetje gebruik zou kunnen maken van al die lekkere vruchten die er ook in de tuin die Hij had aangelegd groeiden. Die moesten dan ergens naar binnen. Zo is de mond ontstaan! Maar de ongebruikte resten ervan moesten er ook weer uit. Ok, dan maar een gat voor de vastere substanties en een plassertje voor de vloeistof. Klaar, zomaar in elkaar gezet. Hij had ook al een naam bedacht, Adam (mens of man). Nu nog een poppetje voor Adam om mee te spelen. Briljant idee: als die twee poppetjes er nu zelf voor zouden kunnen zorgen dat er meer poppetjes kwamen, hoefde Hij zelf niet met meer klei aan te gang. Dan hebben we gewoon nog een poppetje nodig met eitjes erin en als dat man-poppetje er nou voor kon zorgen dat die eitjes bevrucht werden dan was het weer voor elkaar. Ok, daar kon dat plassertje wel voor gebruikt worden en dan hadden we alleen nog maar een poppetje nodig met een gaatje om bevrucht te kunnen worden. God had echter geen zin om weer met klei aan de gang te gaan en besloot om die Adam maar onder narcose te brengen   en een rib uit zijn lichaam te verwijderen. Daaruit beeldhouwde God een tweede poppetje. Adam was verrukt, toen hij weer bijkwam en zei:


Gen 1: 23 NBV
Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal “mannin” (Eva) heten, omdat zij uit de man genomen is.

Nou had God op de een of andere manier een verlangen ontwikkeld om door die poppetjes ge-like-t te worden. (Hij had Facebook al ergens in Z’n achterhoofd. ) Daarom had Hij ook een onzichtbare component ingebouwd, de ziel, die dingen kon voelen, zoals liefde. Maar ja, als Hij nou alleen maar geliefd zou worden omdat hij de Maker was en ze gewoon niet anders konden dan van Hem houden, dan was dat ook maar niks. Dat zou Zijn ego ook niet strelen. Dus wat deed Hij, Hij bouwde een algoritme in in die ziel die het mogelijk maakte dat die ziel een ongewenste beslissing zou kunnen nemen, bijv. Hem ook niet liefhebben of iets doen wat Hij niet wilde. Voor die ongewenste beslissingen en bijbehorende daden, had God ook al een naam bedacht: “zonde”.

Tja, dat heeft Ie geweten. Hij had een perfect mens geschapen die in staat was zondige dingen te doen. “ ‘contradictio in terminis’, een innerlijke tegenspraak”, dacht Lucifer gelijk, die afvallige aartsengel: “Van dat lek in de software kan ik mooi nog wel eens gebruik maken.”

En zo zou het dus gaan. God had nog een mooie boom laten groeien, met daaraan buitengewoon aantrekkelijke vruchten, maar er een bordje van “verboden toegang” aan gehangen. Zo kon Hij mooi zien of Zijn schepseltjes Hem wel uit liefde zouden gehoorzamen. De boom der “kennis van goed en kwaad” had Hij hem genoemd. Poppetjes die van Hem houden zouden toch nooit essentiële kennis willen verwerven, waarom zouden ze, van Hem houden was toch genoeg...


Maar ondertussen hadden Lucifer en zijn trawanten de ziel-software gehackt en de gen die naar kennis verlangt, sterk vergroot. Daarop verkleedde hij zich nog even als slang en maakte het volgende praatje met Eva:

Gen 2:3-5 NBV  
‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 
2‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 
4‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als ​goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad’

Nou ja, toen was het dus mis, het ‘verlangen-naar-kennis-gen’ nam de regie over en ze at van de verboden boom. In haar enthousiasme haalde ze ook haar man nog over om een hap te nemen.

Toen waren de poppetjes aan het dansen. God was razend en had een gebroken hart. Adam en Eva werden het Paradijs uitgedonderd en Eva kreeg nog een mooie boodschap mee:

     Gen 3:15 NBV:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’
  
Ook de man kon niet veel goeds verwachten:

Gen 3: 16-19 NBV
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
18Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.
19Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’

En dat zondige gen, dat wordt nu van geslacht tot geslacht overgedragen. We worden er gewoon mee geboren. Kinderen van god noemen dit “de erfzonde”. Voor God moet dit wel een verschrikkelijke misrekening zijn geweest en die satan, genaamd Lucifer, stond er mooi bij te lachen. Hadden ze God toch maar even mooi te grazen gehad.

God zelf ging niet bij de pakken neer zitten, zo is God natuurlijk niet. Hij riep dus een raadgevende vergadering bijeen van al Zijn engelen, ook wel “zonen van God” genoemd. Ondertussen waren de poppetjes aardig bezig geweest zich te vermenigvuldigen en toen die zonen van God naar de dochters van de mensen keken, zagen ze hoe schoon ze waren. Daarop kwamen ze met een snood plan: “Als wij nou eens die vrouwen voor ons inpalmen en kinderen voortbrengen, dan gaan die vast onze zondeloze genen erven en niet dat foute gen van het menselijk geslacht...”  
God had daar nog wel een paar bedenkingen bij, maar de kans dat er toch nog een menselijk ras zou kunnen ontstaan zonder dat foute gen, nou ja die kans was er....
En zo gebeurde het dus:

Gen 6: 1-4 NBV
61Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2De ​zonen Gods zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. ......................... 4In die tijd en ook daarna nog, zolang de ​zonen Gods​ gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en ​kinderen​ bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.


Sons of God - Caution w/Lyrics (HD)

Helaas, helaas, het door Lucifer en co gemanipuleerde gen, bleek niet uit het DNA te verwijderen te zijn. Wel werd een ander gen gemuteerd en bleken de kinderen van God reuzen voort te brengen, iets waar God nou ook niet op zat te wachten.

Hij had al bedacht dat hij iedereen die het foute gen nog had zou “verwijderen” van de aarde, zodat alleen de poppetjes met alleen maar goede genen over zouden blijven.
Dat plan moest nu ook al de prullenbak in. God kreeg enorm spijt van zijn poppetjesmakerij en besloot om dan maar in één keer schoon schip te maken:

Gen 6: 6-7 NBV
6[Toen].... kreeg Hij er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het ​vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 

Over hoe Hij dat aanpakte, een volgende keer.


Deel 2:  Het Water des Doods



dinsdag 23 juli 2019

Waar bleef Jezus?

Voor serieuze kinderen van god is Jezus zonder meer de belangrijkste “persoon”.  Velen zeggen Hem in hun hart te hebben toegelaten en al “groeiend in Hem” zou zijn karakter steeds meer in de gelovige vorm moeten gaan krijgen.

Voor de buitenwereld, zeker als die nog wel een beetje Bijbelse achtergrond heeft, roept dat allerlei vragen op. Was Jezus niet gekruisigd, doodgegaan, drie dagen later weer opgestaan en tien dagen later naar de Hemel opgestegen waar Hij zit aan de rechterhand van God? Hoe kan Hij dan ook zitten in al die harten van zijn volgelingen?

Nou hoor je kinderen van god ook veel praten over de wederkomst. Jezus zou dan terugkeren naar de aarde. Hmm, maar Hij was er toch al, in al die harten?  En God is “omnipresent”, d.w.z. overal aanwezig en Jezus is ook God en hoeft dan ook nergens meer naar terug te keren want Hij is overal al....


The King is coming

Happy faces line the hallways
Those whose lives have been redeemed
Broken homes that He has mended
Those from prison He's set free
Little children and the aged
Hand in hand, stand all aglow
Those who were crippled, broken, ruined
Clad in garments white as snow

[Chorus:]
The King is coming, the King is coming
I just heard the trumpet sounding
And now his face I see
The King is coming, the King is coming
Praise God, He's coming for me

I can hear the chariots rumble
I can see the marching throng
And the flurry of God's trumpets
Spell the end of sin and wrong
Regal robes are now unfolding
Heaven's grandstands all in place
Heaven's choir is now assembled
Start to sing Amazing Grace

[Chorus]

En als het toch nodig was dat hij eerst terugkeerde, was Hij dan misschien al lang geleden teruggekeerd? Wellicht al in het jaar 70, toen de tempel door de Romeinen werd verwoest, wordt er wel gesuggereerd. Rond dit thema is onlangs weer veel commotie ontstaan in de evangelische wereld, kennelijk door een boek van Jeroen Koornstra, voorganger van de Evangeliegemeente in Zeewolde, “Het Einde van de Eindtijd”. Ik heb het niet gelezen, maar begrijp dat hij erin beweert dat Jezus in het jaar 70 is teruggekeerd naar de aarde. Hij had immers zelf gezegd dat er nog een aantal van zijn toehoorders in leven zouden zijn bij zijn wederkomst:

Mat 16:28 (NBV)
 Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de ​Mensenzoon​ en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.’

En als ze dan vragen:

Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ (Mat:26:3)

zou je verwachten dat het antwoord ook inderdaad laat weten wat de toehoorders kunnen verwachten (en niet geslachten eeuwen later). En als je dan niet wilt geloven dat Jezus ook maar wat uit Zijn heilige duim zoog, dan moet je wel zoeken naar een gebeurtenis die tijdens hun leven plaats vond, bijv. de verwoesting van de Heilige Tempel, waar Jezus naar lijkt te verwijzen in Mat 26: 15  

(het zal gebeuren) Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de ​profeet​ ​Daniël, zien staan op de ​heilige​ plaats (lezer, begrijp dit goed), ....

Jezus kwam dus terug in het jaar 70. Hij was in het jaar 33 naar de Hemel afgereisd en na 27 jaar dus genoeg uitgerust om aan een nieuwe taak op aarde te beginnen.

Mensen die dit beweren worden wel preteristen genoemd (Preterisme (van het Latijnse praeteritus, "voorbijgegaan" of "verleden tijd") is een opvatting binnen het christendom waarbij de profetieën over de eindtijd, zoals uit het Bijbelboek Openbaring, niet over de toekomst gaan maar reeds vervuld zijn.)
Mede omdat deze opvatting tijdens de contrareformatie in de Katholieke kerk populair werd, werd hij bij de protestanten minder omarmd, hoewel de bekende 17de-eeuwse humanist Hugo de Groot er al wel iets in zag.. 

Dit soort opvattingen leiden tot grote woede van de Futuristen, mensen die geloven dat de Bijbelse profetieën nog vervuld moeten worden. Over en weer wordt er dan behoorlijk onchristelijk naar elkaar uitgehaald. Een bekende futurist is Dr. Willem J. Ouweneel. In zijn antwoord op Koornstra komt hij niet veel verder dan aan te geven dat er traditioneel in de theologie weinig steun is geweest voor de opvatting dat Jezus in het jaar 70 terugkwam. Verder wijst hij op teksten waarin gesteld wordt dat alle volken eerst met het Evangelie bereikt moeten worden. Ook verwijt hij Koornstra mensen de troost te ontnemen die hen te wachten staat bij de terugkomst van Jezus en de wederopstanding van hun geliefden.

Die hoop op een spoedig terugkeer van Jezus begon langzamerhand te verwateren. Paulus van Tarsis die als geen ander gezien moet worden als de stichter van het christendom, sprak zo’n 20 jaar na het sterven van Jezus in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen nog over “wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer”

1 Tess. 4: 15 Wij zeggen u met een woord van de ​Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de ​Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. 16Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de ​Heer​ zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die ​Christus​ toebehoren opstaan, 17en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de ​Heer​ tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. 18Troost elkaar met deze woorden.

Maar een zekere voorzichtigheid dient zich ook al aan:

5:Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het moment waarop dit zal gebeuren, 2want u weet zelf maar al te goed dat de ​dag van de ​Heer​ komt als een ​dief​ in de nacht....


En als er al een hele generatie is voorbijgegaan, kun je toch wel wat vragen  gaan verwachten. De schrijver van de tweede brief van Petrus gaat daarop in:

(2 Petrus 3:3) Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend 4vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ 

De repliek is dan dat God een andere tijdsrekening heeft en iedereen nog een kans wil geven om tot geloof te komen.

8Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de ​Heer​ is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9De ​Heer​ is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

Tja, best lastig voor gelovigen om dit allemaal met elkaar te rijmen, vooral omdat ze geloven dat dezelfde grote eindredacteur, namelijk God himself, achter al die geschreven teksten zat.
Neem je een beetje afstand en kijk je objectief naar de brieven en verhalen die je in de Bijbel tegenkomt, dan weet je dat ze door verschillende mensen geschreven zijn en uitdrukking geven aan persoonlijk inzichten. Dat al die onder woorden gebrachte overtuigingen niet voor iedereen hetzelfde zijn, is natuurlijk geen verrassing. Maar omdat het voor de kinderen van god allemaal moet kloppen zijn er nu duizenden kerken en gemeenschappen ontstaan ieder met eigen voorkeur keuzes. Doordat het boek van de moslims, de Koran, maar door één persoon gedicteerd werd, is de verdeeldheid in de islam vele malen kleiner dan die in het christendom.

En mensen blijven geloven dat het moment van de  komst van Jezus nabij is. De sympathieke dominee Orlando Bottenbley van de succesvolle  Bethel gemeente in Drachten, is er redelijk van overtuigd dat hij het nog mee gaat maken. Hij schrijft in 2010:

Om met de deur in huis te vallen: ik verwacht dat ik – als ik gezond blijf – de wederkomst van Jezus Christus zal meemaken. Ik ben nu 59 jaar. Een klein rekensommetje leert dat ik de wederkomst van Jezus binnen pakweg 25 jaar verwacht. https://visie.eo.nl/2010/10/jezus-komt-binnen-25-jaar-terug/

Dat zou dan 2010 + 25 = 2035 worden. Nou had de beroemde Isaac Newton, model christelijk wetenschapper, al zo’n 300 jaar geleden ook al een klein rekensommetje gemaakt en kwam uit op 2060. Orlando zou dat dus wel eens moeten gaan missen.....

zaterdag 27 april 2019

De Messias en de Sambatyon



De Sambatyon


Ergens tussen Afrika en India lag een rivier die zo Joods was dat hij zelfs op de sabbat rustte. Met dit verhaal kwam de 9de -eeuwse wereldreiziger Eldad de Daniet naar buiten. Zes dagen lang stuwde de Sambatyon een zware lading rotsblokken voor zich uit langs zijn zandoevers. Maar op de zevende dag, rustte hij, net zoals zijn Schepper ooit. In 1480 werden “Eldads brieven” in het Hebreeuws gepubliceerd. Ondertussen was die verre kant van Afrika en India erg belangrijk geworden voor westerse ontdekkingsreizigers en de verhalen rond de Sambatyon spraken erg tot de verbeelding. Aan de andere kant van de Sambatyon zouden vier van de verloren stammen van Israël verblijven, die ooit door de Assyriërs verdreven werden in de achtste eeuw v. Chr. De belangstelling was groot, zeker onder de joden die nog droomden van de komst van de verlosser uit het huis van David, de Messias, de verlosser van Jeruzalem, de hersteller van de Tempel. Deze zou voorafgegaan worden door de herontdekking van de verloren stammen van Israël met de stam van Ruben aan het voortouw.
Provided to YouTube by The Orchard Enterprises The King of Glory · Willard F. Jabusch · Randall DeBruyn


Pape Jan

Toen in 1453 Constantinopel viel in de handen van de Turken, ging het gerucht rond dat de Sambatyon was opgehouden te stromen en dat de verloren stammen op het punt stonden om weer op het wereldtoneel te verschijnen. Voor de christenen werd dit eveneens een enorme obsessie. In hun apocalyptische toekomstverwachting paste het plaatje van de Sambatyon en de verloren stammen wonderwel. De koning van Portugal had al de opdracht gegeven om Pape Jan (Priester Johannes) te vinden, die een christelijke koning zou zijn in het gebied rond de Sambatyon en de Joodse stammen. Een heilige alliantie met de Joden zou ontstaan en het einde der tijden dichtbij komen met een titanenstrijd tussen Gog en Magog. De alliantie zou winnen, de anti-christus worden verslaan en een glorieus tijdperk onder koning Jezus beginnen. Aangevoerd door de verloren Israëlieten zouden de andere Joden hun dwaling in gaan zien en zich massaal laten dopen in de naam van Messias Jezus Christus.

Wanneer het leven zwaar is en omstandigheden gevaarlijk en bedreigend is het niet onbegrijpelijk dat er gedroomd gaat worden over een betere toekomst en over “een sterke man” wellicht die een verandering teweeg kan brengen, volledig en voorgoed het liefst, met vrede, vrijheid en welzijn. Er wordt dan uitgekeken naar een bevrijder, een Messias... 



Profetieën

In de Joodse literatuur van zo’n 600 BC en later kom je die notie regelmatig tegen, vooral als het land weer eens aangevallen werd door machtige vijanden en inwoners soms massaal werden afgevoerd in slavernij, bijvoorbeeld bij Jeremia, die uiteindelijk zelf ook in Egypte terecht kwam.

Jeremia 23:3-6 (NBG51)

En Ik zal de rest van mijn schapen verzamelen uit al de landen waarheen Ik ze heb verdreven, en Ik zal ze doen wederkeren naar hun weiden, en zij zullen vruchtbaar zijn en zich vermeerderen. 4 Ook zal Ik over hen herders verwekken om hen te weiden, en zij zullen vrees noch schrik meer hebben, en zij zullen niet gemist worden, luidt het woord des Heren. 5 Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik aan ​David​ een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als ​koning​ regeren en verstandig handelen, die zal recht en ​gerechtigheid​ doen in het land. 6 In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen;

Nebukadnezar, de succesvolle heerser van het Babylonische rijk had ook het toenmalige Israël veroverd en een groot aantal inwoners afgevoerd naar Babylon. Voor de achterblijvenden werd een vazal als koning aangesteld. Jeremia was ook achtergebleven en kon de pijn over wat er was gebeurd en de ruzies tussen de achtergebleven partijen nauwelijks verkroppen. Zijn waarschuwingen dat hun tempel nog afgebroken zou worden werden genegeerd en belachelijk gemaakt. Hij bleef dromen van een nieuwe tijd en van een koning die voorspoed, recht en gerechtigheid zou brengen. Hij is waarschijnlijk in 587 v. Chr. in Egypte gestorven, het jaar waarin de tempel door de Babyloniërs verwoest werd.



Jezus Messias

Dat verlangen naar een zoon van David, die voorspoed, recht en gerechtigheid zou brengen is blijven bestaan bij een deel van de Joodse gemeenschap en zo nu en dan leek het even of hij gearriveerd was. De bekendste is waarschijnlijk wel Jezus van Nazareth geweest, die zo van 24-27 AD in het toenmalige Palestina optrad. Toen hij op 33 jarige leeftijd door de heersende Romeinen gekruisigd werd op de beschuldiging dat hij de koning van de Joden dacht te zijn, werd het wel duidelijk dat die voorspoed, recht en gerechtigheid niet gekomen waren. Het was de joden in het algemeen ook al wel duidelijk dat dit de Messias niet had kunnen zijn, maar zijn volgelingen wisten er een draai aan te geven en claimden dat hij gezorgd had voor de mogelijkheid tot spirituele voorspoed, recht en gerechtigheid. De aardse vorm hiervan moest nog even wachten tot hij weer voor de tweede keer zou komen. Paulus van Tarsus wist hierop aan te sluiten en staat aan het begin van de stroming die we nu kennen als het christendom. Zo doende wachten een deel van de Joden nog steeds op hun eerste Messias en christenen op de wederkomst van die Messias (Jezus). 


David Ha-Reuveni


In 1523 kwam een kleine, donkere, knokige man naar voren in Venetië, die zichzelf aankondigde als David, zoon van koning Salomo, en broer van koning Jozef, heerser over de stammen, Ruben, Gad en de helft van Manasse. Hij werd al gauw vergeleken met zijn christelijke wederhelft, Pape Jan, en onder Joden en Christenen ontstond hoop op een nieuw tijdperk. David slaagde erin om bij de Paus ontvangen te worden. Deze op zijn beurt verwees hem door naar de koning van Portugal, koning João, die veel meer in staat moest zijn om met zijn schepen de christelijke koning Pape Jan te bereiken. David werd door zijn volgelingen voorzien van een enorme banier met de tien geboden daarop gegraveerd in draden van goud. Verder werd hij gekleed in een enorme Turkse mantel. Bij het inschepen naar Portugal kreeg hij van de Paus nog een indrukwekkend schild en een zwarte fluwelen hoed. Zo verscheen hij in Livorno als een ware verlosser van Israël. Vandaar vertrok hij op een muilezel op een dagenlange reis naar Almeida waar de koning was gaan wonen.. In Portugal waren de joden gedwongen geweest zich te laten dopen en als christenen door het leven te gaan. Deze Marrano's of Nieuwe Christenen waren met name enthousiast over deze nieuwe Joods-christelijke samenwerking. Ze stonden overal langs de straten om David toe te juichen, knielden en kusten zijn handen. Gevraagd naar zijn bedoelingen vertelde hij dat hij hoopte op militaire steun voor de legers van zijn stam. Samen zouden ze eerst het Heilige land heroveren en daarna zouden zijn mannen de landen doorkruisen om de  verspreide joden terug te brengen naar Jeruzalem. David ontkende overigens zelf de Messias te zijn, maar slechts een zondige krijgsheer.
Even leek het op succes. De koning was bereid 8 oorlogsschepen, 4000 geweren en militaire instructeurs beschikbaar te stellen om het leger van de stam van Ruben te ondersteunen. 


Koning Salomo

Maar toen sloeg het noodlot toe.  Bij de Nieuwe Christenen was een verlangen ontstaan om hun joodse identiteit weer terug te vinden. Een enkele waagde zich zelfs aan een besnijdenis, o.a. iemand aan het hof van de koning, Diogo Pires.  Toen hij David niet zover kreeg om het voor hem te doen, heeft hij zichzelf maar besneden. Het moet een bloedig en pijnlijk gebeuren zijn geweest en leidde tot een visioen waaruit hij wakker werd als Shelomo Molkho, de jood. Meer visioenen volgden en Shelomo werd al gauw "(Koning) Salomo".  Toen koning João hiervan hoorde, wilde hij niets meer met David te maken hebben. Terugvallen in het Jodendom was een ernstige misdaad en David leek Marrano's daartoe te inspireren. Zowel David als Salomo werden het land uitgestuurd en pas na veel individuele omzwervingen vonden ze elkaar weer. Salomo was ondertussen gaan geloven dat hij de beloofde messias was en David zijn aankondiger. Uiteindelijk gaan ze nog samen op weg om in Regensburg Karel V te ontmoeten. Het loopt allemaal dramatisch af. Beide mannen vinden uiteindelijk in verschillende landen op de brandstapel hun  einde. 
Wil je meer weten over hun belevenissen dan zul je "The Story of the Jews 1492-1900" moeten gaan lezen, geschreven door Simon Schama. Dit was ook mijn belangrijkste bron van informatie.
.
Binnen het huidige christendom heb je twee hoofdstromingen, de ene stroom gelooft dat het God nu alleen nog gaat om de christenen, de gelovigen in Jezus Christus. Die gelovigen zijn als het ware spirituele Joden, kinderen van het verbond. Alle beloften aan Israël zijn op hen overgegaan. Een andere, met name in de evangelische wereld ook belangrijke groepering, wijst dit volledig af en gelooft dat de beloften aan Israël nog steeds staan en dat zij samen met de Joden uitzien naar hun gezamenlijke Messias. Binnen deze laatste groepering heb je een sterk gevoel van samenhorigheid met het huidige Israël. Ze juichen dan ook de terugkeer van Joden naar het huidige Israël toe en zien dat als een vervulling van beloften zoals die gemeld door Jeremia.

Hoe dat nou precies uit moeten werken voor al die Joden die nu en eeuwenlang hiervoor niets van de Jezus messias moesten weten, blijft wat onduidelijk en de beloofde veiligheid, vrede, recht en ​gerechtigheid​ lijkt nog lang niet gerealiseerd in Israël/Palestina. En om nu de corrupte en gluiperige Netanyahu als “rechtvaardige spruit van David” te moeten zien, lijkt wel heel veel van de verbeelding te vragen.

vrijdag 22 februari 2019

Toen wat blonk in de Islam nog goud was


Toen wat blonk in de Islam nog goud was. 

Bijna waren we allen moslims geweeest.

Terwijl God en zijn Zoon, Jezus, via het geven van militaire overwinningen aan koningen en vorsten in Europa hun machtsgebied wisten uit te breiden, ging het in het Midden-Oosten en Noord-Afrika helemaal mis. Een andere God, genaamd Allah, met zijn profeet Mohammed, wist tussen  622 en 656  het Arabisch Schiereiland,  MesopotamiëPerziëPalestinaSyrië en Egypte voor zich te winnen. Daarna volgde de rest van Noord-Afrika en zetelden ze zich zelfs in Spanje. Daar konden ze er door Karel Martel in 732 nog maar nauwelijks van weerhouden worden om ook Frankrijk binnen  te trekken. Het had maar een haartje gescheeld of we waren allemaal moslims geworden 😊 ! 

Dat gebeurde dus niet. De laatste stammen in Europa die nog niet gekerstend waren, woonden in Litouwen. Omringd door katholieke en oosters-orthodoxe machthebbers kregen de Litouwse heersers regelmatig een koningschap aangeboden in ruil voor bekering tot hun christelijke versie. De Poolse katholieken wonnen uiteindelijk de race en de vorsten in Litouwen werden dan ook eindelijk in de veertiende en het begin van de vijftiende eeuw samen met hun onderhorigen tot christenen omgedoopt.

Het huis der wijsheid

Ondertussen was er in het door Allah en zijn profeet Mohammed op God en zijn Zoon veroverde gebied heel wat gebeurd. De Abbasidische Kaliefen in Baghdad, die claimden af te stammen van de oom van Mohammed, al-Abbas, kregen het brilante idee dat het goed zou zijn om wijsheid te  verzamelen.  We zitten nu eind negende eeuw en in het Christelijke Europa was de interesse in de ontdekkingen van Griekse en Romeinse onderzoekers nogal getaand. Wetenschap moest gebaseerd worden op de Bijbel en onderzoekers moesten in de eerste plaats theologie studeren en priester worden. De moslims zagen dat anders en begonnen de antieke Griekse, Romeinse en Perzische werken te verzamelen en te laten vertalen in het Arabisch. Hiervoor werden vaak Joodse en christelijke geleerden met hun kennis van de oorspronkelijke talen ingezet. Maar daar bleef het niet bij. Eigen onderzoekers zetten zich in om die overgeleverde kennis te verrijken en te vernieuwen. Veel wat nog steeds aan de basis ligt van onze huidige wetenschap vond in deze tijd zijn ontstaan en stimulans.  Zo hebben we Ibn Al-Haytham die kwam met een werk over optiek, over licht en visie. “Het boek van de Optiek” (Kitab al Manazir in het Arabisch). Nadat het later vertaald werd in het Latijn heeft het nog invloed gehad op middeleeuwse geleerden zoals David di Vinci, Galileo, en Descarte.
Kaliefen investeerden in een soort academie voor wetenschappen (‘Huis der Wijsheid’) en bouwden een sterrenwacht en een grote bibliotheek. In die bibliotheek waren heel veel Griekstalige filosofische en wetenschappelijke werken te vinden. Al deze werken werden dus in de loop van de negende en tiende eeuw in Bagdad naar het Arabisch vertaald.
Een geleerde in het Huis der Wijsheid, heette Muhammad ibn Musa al Kwarizmi. Samen  met de Griekse geleerde Diophantus wordt hij gezien als de vader van de algebra. “Algebra” is een op een Perzisch concept gebaseerde Arabische naam en betekent zoiets als “herstel van verbroken onderdelen”. Ook andere termen zoals “algoritme” hebben we aan de Arabische moslimgeleerden te danken.
Een ander gebied waarop grote vorderingen werden gemaakt, was dat van de astronomie. Hierbij ging het vaak om kennis uit de Perzische astrologie en astronomie. Het standaard werk tot dan toe was dat van Ptolemy geweest, maar de Egyptische astronoom Ibn Yunus, kon zijn berekeningen verbeteren. Hoewel zijn werk nog steeds uitging van een om de aarde draaiende zon, vormde het wel de basis waarop Copernicus in de zestiende eeuw kon aantonen dat de aarde om de zon draaide. Veel sterren dragen nu nog Arabische namen.
Observatorium in Istanboel
Ook in de geneeskunde werden vorderingen gemaakt. De in Theran geboren Rhazes (stief in 925) kreeg zijn training in Baghdad en werd directeur van twee ziekenhuizen. Hij identificeerde pokken en de mazelen en ontdekte dat koorts een verdedigingsmechanisme was. Zijn werk heeft tot in de negentiende eeuw invloed uitgeoefend.
En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Pas in de dertiende eeuw begon het een stuk minder te worden. De mongolen legden Baghdad plat in 1258, waarmee ook de Abbasidische Kaliefen van de troon werden gestoten.

Het ineenstorten van de Arabische gouden cultuur.

Voor wie nu rondkijkt en de wetenschappelijk stand van zaken in de Westerse en Islamitische wereld vergelijkt is het ongelooflijk hoe het na die rijke periode zo is kunnen verloederen. De Pakistaanse fysicus Permez Amirali Hoodbhoy  geeft in een artikel in Physics Today (2007) aan dat per 1000 inwoners er in Moslim landen slechts 9 wetenschappers zijn, vergeleken met 41 als gemiddelde in de wereld.
De redenen voor het verval zijn complex, maar een belangrijke oorzaak is het steeds sterker worden van een anti-rationalistisch wereldbeeld, Ash’arism genoemd.  In deze visie wordt alles bepaald door God (Allah) en de zgn. ”wetmatigheden” zijn eenvoudig niets anders dan het handelen van God en dus niet iets dat je moet gaan onderzoeken. Je komt dat idee ook nu nog wel tegen, bijv. in een uitspraak van Mohammed Yusuf, overleden leider van de Nigeriaanse Taliban, over de oorzaak van regen: “Wij geloven dat het door god veroorzaakt wordt en niet dat het om door de zon veroorzaakte damp gaat, die dan weer condenseert en tot regen wordt.”

De Renaissance, Humanisme, Reformatie en Verlichting.

Even in vogelvlucht: Terwijl de Islamitische glorie haar glans begon te verliezen, begon er in Europa opnieuw een beetje licht te stralen. Er ontstond weer belangtelling voor de klassieke Griekse en Romeinse cultuur en filosofie (Renaissance) . In het Arabisch vertaalde werken die in het Westen verloren waren gegaan werden terugvertaald in het Latijn. Iemand zoals de Griekse filosoof Protagoras werd weer gelezen en zijn uitspraak: “de mens is de maat van alle dingen” staat symbool voor een beweging waarin de mens meer zelfstandigheid werd toegekend, het Humanisme. Uiteindelijk zou deze beweging ook leiden tot een zelfstandiger houding van mensen tegenover de kerk.  En als je het niet eens was met wat die kerk leerde en van je vroeg dan had je het recht om daar tegenin te gaan en eventueel zelf een eigen kerk te starten. We noemen dit de Reformatie die in de zestiende eeuw plaatsvond met het ontstaan van o.a. de Lutherse en de Nederduits gereformeerde kerk. Het vrije denken zou zich uiteindelijk ook tegen “God” himself keren en de ratio zien als de belangrijkste bron van kennis: de Verlichting.

zaterdag 12 januari 2019

God en de Friezen


Bij dit bericht heb ik voornamelijk geput uit het boek van Dirk Otten “Hoe God verscheen in Friesland”

God breidt zijn imperium top-down uit.

Nadat God en het katholieke christendom met behulp van de Romeinse keizers en het faciliteren van hun overwinningen de overhand had gekregen in het Romeinse rijk, werd het er niet echt beter op in de wereld. Geestelijken kregen meer en meer wereldse macht, hadden zelf vaak (bijv. als bisschop ) een overheidspositie. Baantjes werden verhandeld en corruptie begon welig te tieren.
We hebben nog een brief van Bonifatius die in 742 aan Paus Zacharias o.a. schreef:

“Het merendeel van de bisschopszetels is in handen van hebzuchtige leken of overspelige clerici.”

Het Romeinse rijk werd van de kaart geveegd en een nieuw “Heilig Roomse Rijk” begon vanuit Frankrijk vorm aan te nemen.  De Frankische vorsten waren ook tot de katholieke versie van het christelijke geloof bekeerd, de hele adel volgde en de bevolking had maar te volgen. Zo ging het in heel Europa, de kerstening vond top-down plaats. Ierland en Schotland worden vaak genoemd als uitzonderingen. Hier vond verspreiding van het geloof plaats door rondtrekkende monniken.

De Friezen aan de beurt



Frysk Folksliet: Danjel Idzerda



In een klooster in Ierland (Rath Melsigi) gaf God aan de monniken een groot verlangen om de wilde Friezen met het evangelie te bereiken.
God had daar al wel vele jaren mee gewacht en eeuwen daarvoor hen aan concurrenten zoals Wodan en Thor overgelaten, maar dat moest dan nu toch maar eens aangepakt worden.  De Friezen ten zuiden van de Schelde waren al een beetje gekerstend omdat dat gebied al door de christelijke Franken was veroverd. De heidense Friezen woonden meer naar het Noorden. De charismatische abt Egbert (639-729) deed een eerste poging, maar leed onderweg schipbreuk. Hij wist niet van opgeven en stelde de kloosterbroeder en metgezel Wigbert aan de missie over te nemen (686 AD). Wigbert verblijft twee jaar onder de Friezen. God doet via Wilbert wel z’n best, maar die Friezen hebben geen boodschap aan zijn Boodschap. Wilbert keert ontmoedigd terug naar Ierland en trekt zich terug als kluizenaar. 
Wat succesvoller was een zendeling uit Engeland, de adellijke bisschop Wilfried. Op weg naar Rome werd zijn schip door de wind noordelijker afgedreven  en kwam hij bij toeval in het land der Friezen terecht. Daar werd hij, volgens de kerkhistoricus Beda (672 - 735 )

”eervol ontvangen door het woeste volk en hun koning Aldgisl. Hij predikte Christus onder hen en onderwees het woord der waarheid aan vele duizenden en reinigde hen van de vuiligheid van hun zonden... “

Zo kon hij tevreden doorreizen naar Rome en de paus. Het was ondertussen wel duidelijk dat je beter maar een adellijke titel of afkomst kon hebben om door de Friezen serieus genomen te worden.

Wulfram

Dus was het vervolgens de beurt aan Wulfram (640-703), een hoog-adellijke Frankische kerkvorst. Met zo’n belangrijk persoon wilden de Friese koningen wel in gesprek gaan. Zo ging Wulfram, te paard en gevolgd door ruiters en voetvolk, op bezoek bij Radboud, de toenmalige koning der Friezen, die waarschijnlijk in Medemblik zijn residentie had. Wulfram weet uiteindelijk de koning ertoe te bewegen om zich te laten dopen. Al met een voet in het doopvont (of een rivier?) vindt het volgende gesprek plaats:

Radboud: "Mijn voorouders, die in de oude goden geloofden, zijn die ook in de Hemel?"

Wulfram: "Nee koning, die zijn nu in de hel omdat ze niet in God geloofden!"

Radboud: "Liever zit ik dan met mijn voorvaderen in de hel, dan alleen in de hemel!"


God zal zich wel even achter de oren gekrabd hebben. Dit was wel een mannetje om rekening mee te houden. De Friezen hadden al heel veel zuidelijk gebied aan de Franken verloren, maar Radboud wist veel daarvan terug te veroveren. Hij deed zelfs een uitval naar Keulen en versloeg daar Karel Martel, je weet wel, die held die de opmars van de islamitische Arabieren wist te keren.  Maar die Friezen van Radboud, dat was andere koek.

Wonderen

Ze hadden wel wat vreemde gewoonten, overigens, die Friezen, o.a. het offeren van mensen om de goden met zich te laten verzoenen. Dat moet God wel wat in verlegenheid gebracht hebben, want Hij had zelf zo’n kleine 700 jaar geleden zijn eigen zoon mens laten worden om hem af te laten slachten aan een kruis. Alleen op die manier, door het zien van bloed, kon Hij zich met zijn schepselen weer verzoenen.  Maar goed dat had dan met één offer de verstoring tussen God en de mensen weg moeten nemen en verder offers onnodig gemaakt. Wulfram had daarom toch liever dat de Friezen ermee ophielden. Op een keer zou ene  Ovon opgehangen worden als offer aan Wodan (neem ik aan) en Radboud stelde Wulfram toen in de gelegenheid om een wonder te verrichten en ervoor te zorgen dat  Ovon weer levend werd. Onze zendeling moet eerst even met God overlegd hebben, want toen de strop een paar uur later losgemaakt werd en het lijk neergehaald, bleek Ovon ineens nog springlevend te zijn.
Wulfram deed net zoals de andere zendelingen nog veel meer wonderen. Die verhalen werden in die tijd door volgelingen in een zgn “leven van....” opgetekend, bijv. het “vita Wulframi”, (het leven van Wulfram) .
Later en in de tijd van de Reformatie werden veel van deze wonderverhalen naar sprookjesland verwezen. Het laat wel zien hoe gemakkelijk en snel legenden ontstaan, zeker in die tijd.  Dat dat met de legenden rond Jezus evenzeer het geval is, wordt pas heel langzaam gemeengoed.
In ieder geval, na de dood van Radboud, verliezen de Friezen de moed en hun land, tot er honderden jaren later niet veel meer dan het huidige Fryslân overblijft. Er zijn kinderen van god die geloven dat de Joden het recht hebben op Palestina omdat hun voorouders daar 2000 jaar geleden nog woonden. Wellicht hebben we ook Friese zionisten nodig om het Friesland van Vlaanderen tot Denemarken na 1300 jaar weer terug te eisen : ) ! 
De bekering van de Friezen zelf is overigens maar zeer moeizaam verlopen en heeft het nodige missionaire bloed gekost.

Willibrord, de Aartsbisschop der Friezen (657-739).

De Angelsaksische Willibrord landde ook In Friesland, aan de monding van de Schelde, in door de Franken veroverd gebied. In tegenstelling tot de Ierse monniken, stelde hij zijn leven niet in de waagschaal bij die woeste Friezen. Hij beperkte zich tot zendingsactiviteiten onder de Friezen in het door de Franken beheerde gebied en ook met de nodige bescherming. 
Na twee moeizame reizen naar Rome werd hij in 695 door paus Sergius I tot bisschop gewijd en tot 'Aartsbisschop der Friezen' (Archiepiscopus Frisonum) benoemd, waarbij een voormalig Romeins fort in de Utrechtse binnenstad zijn zetel werd.
Hij kreeg meer en meer bezittingen toegewezen en kwam uiteindelijk ook bijna niet meer aan zendingswerk toe.



Bonefatius (672-754)

Het verging Bonefatius (die eigenlijk Winfried heette) niet veel beter dan Willibrord. De Friezen waren er gewoon nog niet klaar voor om van hun goden afscheid te nemen en van de eerbied voor hun voorouders af te stappen. Bonefatius maakt met weinig succes twee zendingsreizen door Friesland, maar heeft het verder druk met zijn bisschoppelijke werkzaamheden in het organiseren van een kerkelijke op de Paus in Rome gerichte structuur (het Heilige Roomse rijk).
In  754 AD trekt hij nog voor een laatste en fatale keer naar Friesland, vergezeld van 52 collega zendelingen, twee bisschoppen en een heel leger. Onderweg worden heidense heiligdommen vernield, velen gedoopt en komen ze aan bij Dokkum, de grens van het door Franken overheerste en het heidense Friesland. Er moet toen, vroeg in de morgen, een veldslag zijn ontstaan (5 juni, 754 AD), waarbij de Friezen Bonefatius, zijn medewerkers en waarschijnlijk vele wapenknechten doodden.
Het lichaam werd eerst naar Utrecht gebracht, waar de klokken spontaan begonnen te luiden, toen het aankwam. Een paar relikwieën van Bonefatius mochten daar blijven, daarna door naar Mainz waar de bebloede mantel van hem werd achtergelaten, maar uiteindelijk naar het Duitse Fulda, waar hij al had aangegeven begraven te willen worden in het klooster dat hij daar gesticht had.
Zijn geliefde verre nicht Lioba kon hem daar bewenen en zou later bij hem in het graf mogen rusten.

En toen...

En de Friezen?  De dochter van Radboud, trouwt met een christelijke Frankische vorst en ook zijn zoon keert Wodan de rug toe. De gewone Friezen volgen maar moeizaam en blijven lang van twee walletjes eten. In 1850 is iedereen uiteindelijk wel kerkelijk. In 2015 is in het huidige Fryslân die “kerkelijkheid” gedaald tot 43 %. Voor de ware kinderen van god is het percentage van echte christenen, “wedergeboren gelovigen”, nog veel lager, maar ze zijn wel bezig zich in meer of minder charismatische groepen en groepjes te verenigen.

Tijdreeks van kerkelijken naar provincie