woensdag 18 december 2019

Piemelpret


                                                                                  Voor een vollediger weergave, klik hier

God moet ooit naar ons beeld zijn geschapen, niets menselijks is Hem immers vreemd. Want wie twijfelt er soms niet aan of je accountant wel de beste deals voor je treft, of je partner wel echt van je houdt en of je beste vriend je wel door dik en dun zou steunen als het erop aankomt?
Om een vriend of vriendin aan je te binden kun je ervoor kiezen om een tatoeage aan te laten brengen op zijn of haar lichaam, bij voorkeur met jouw naam. Daar komen ze dan lastig weer van af.   Of je bedenkt een test waaruit de liefde, dan wel vriendschap moet blijken.

God had ook een beste vriend, nou ja, eigenlijk maar één vriend, Abraham. Hij had ook nog wel een  hele serie naamvrienden die allemaal het teken van trouw aan Hem op hun lichaam droegen. Maar die hadden niet zoveel keus gehad.......

Om zijn vriendschap met Abraham te bevestigen had God namelijk iets bedacht, een op het lijf gekerfd teken van eeuwige trouw: Laat Abraham maar een stukje van zijn piemel opofferen, gewoon die voorhuid wegknippen als teken van verbondenheid.

Genesis 17:  NBG51
10 Dit is mijn ​verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is ​besneden​ worde; 11gij zult het vlees van uw voorhuid laten ​besnijden, en dat zal tot een teken van het ​verbond​ zijn tussen Mij en u. 

Gelijk dus ook maar voor alle mannetjes in zijn huishouding inclusief de menselijke “spullen”, zijn mannelijke slaven. Dat worden dan wel naamvrienden, maar goed..... :

12 Wie acht dagen oud is, zal bij u ​besneden​ worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw ​huis​ geboren is, als wie van enige ​vreemdeling​ voor ​geld​ is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. 13 Wie in uw ​huis​ geboren is en wie door u voor ​geld​ gekocht is, moet voorzeker ​besneden​ worden; zo zal mijn ​verbond​ in uw vlees zijn tot een eeuwig ​verbond

Je vraagt je af hoe dat gegaan is. Mozes, de biograaf van Abraham rept er niet over, maar je kunt je allerlei scenario’s voorstellen. Het zou wel eens, inclusief de slaven om een paar honderd man hebben kunnen gaan. Abraham was ook een krijgsheer en vocht met zijn slavenleger stammenoorlogen uit.

Waarschijnlijk in één keer aanpakken, aan de lopende band afhandelen. Alle mannen op een rij met hun piemel in de hand. Abraham eerst, bij hemzelf, met een scherp stuk steen of bamboereep of wat voor messen ze toen ook maar hadden. Probeert zijn pijn te onderdrukken. Dat duurt lang en moet efficiënter...    Hoe dan?


God had ooit nog eens een aantal krachtige kerels uit donker Afrika voor Abraham aangekocht.  Handige jongens bedreven in de houtsnijkunst. Die dan maar tot Piemelpieten promoveren.  Eerst bij zichzelf oefenen en daarna de rest aanpakken. Om het wondvocht weg te vegen werden ook nog een paar Veegpieten aangesteld.  Dan dus aan de slag!

Naarmate de Piemelpieten dichterbij kwamen werden die piemels steeds kleiner en schrompelden verder in elkaar. Bij de laatste moest er zelfs naar gezocht worden!!

Het moet een bloedige boel geweest zijn en waar ze die voorhuiden gelaten hebben is onbekend. Er werd toen ook nog niet gescheiden ingezameld en er was nog geen bio-container. Waarschijnlijk werden ze voor de leeuwen geworpen. Dat trucje haalde God wel vaker uit.  Probleem was wel dat die leeuwen de smaak te pakken kregen en er gaan verhalen rond dat toen de eerste eunuchen zijn ontstaan!!!

Abraham heeft zich vast wel eens afgevraagd of God zelf ook een piemel had die besneden kon worden, hij was immers volgens Zijn vriend naar Zijn beeld geschapen. Maar goed, dat vraag je God natuurlijk zomaar niet. En de vrouwen die hadden maar weer mazzel, die hebben mooi een paar weken rust gehad.  
Waren die trouwens ook volgens God naar Zijn beeld geschapen? Was God dan eigenlijk transgender? Dat zou wel mooi zijn voor de LBGT- of zowaar de LGBTQIAP-gemeenschap.

Maar goed, dan kan je vriend of vriendin wel een tatoeage met jouw naam op het lijf hebben of als bewijs van trouw aan Jou besneden zijn, dat bekent nog niet dat je volledig op die persoon aankunt.

God vroeg zich dat bij Abraham ook regelmatig weer af. Hij werd er zelfs een beetje gek van en kwam toen met een uiterst bizar idee. Als Abraham nu bereid was zijn zoon, die Isaak, als brandoffer op te offeren, dan ...

God hield van brandoffers, want als Abraham weer eens een lam of ander dier op een soort altaar legde en daar liet verbranden (wellicht met wierook en wiet ook), dan rook dat zo lekker. Daar raakte Hij altijd een beetje high van en gaf Hem steeds weer een goed humeur en dan werd hij ook heel aardig voor Abraham en gaf Hij hem nog meer spullen, ook levende spullen zoals slaven en slavinnen.


Nou was God ook weer niet echt van plan het hele proces te voltooien, maar wel als test, gewoon om maar eens te zien hoever Abraham bereid was voor Hem te gaan:

22 NBG51
1 Enige tijd later stelde God ​Abraham​ op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde ​Abraham2‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, ​Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem ​offeren​ op een berg die ik je wijzen zal.’

Abraham laat er geen gras over groeien maar gaat de volgende morgen al vroeg op stap:

3   De volgende morgen stond ​Abraham​ vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon ​Isaak​ met zich mee, hakte hout voor het ​offer​ en ging op ​weg​ naar de plaats waarover God had gesproken. Op de derde dag zag ​Abraham​ die plaats in de verte liggen. Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ Hij pakte het hout voor het ​offer, legde het op de schouders van zijn zoon ​Isaak​ en nam zelf het vuur en het mes.

Waar ze het onderweg over gehad hebben, weten we niet, maar toen ze dicht bij de berg Moria waren, begon de zoon toch vragen te stellen:

 7‘ Vader,’ zei ​Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde ​Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei ​Isaak, ‘maar waar is het lam voor het ​offer?’ 

Abraham kon de waarheid niet uit zijn strot krijgen:

 8  Abraham​ antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’

Maar hij gaat dan wel rustig verder en bindt de jongen vast op het altaar. Zou de jongen niet tegengesputterd hebben en gevraagd: “Papa, wat ben je aan het doen?” En zou Adam dan geantwoord hebben: “Niets hoor, we spelen gewoon even een brandoffer spelletje, gewoon voor de lol!” ???

En ik had de ogen van dat mannetje wel eens willen zien, toen zijn vader met opgeheven mes boven hem stond....

9 Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde ​Abraham​ daar een ​altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon ​Isaak​ vast en legde hem op het ​altaar, op het hout. 10Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten.

Gelukkig kon God het niet verder aanzien. Hij had ook net bedacht dat Hij hiermee ook het enorme aan Abraham beloofde nageslacht de kop in ging drukken.  Als de bliksem stuurde Hij er een engel op af:

11 Maar een ​engel​ van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, ​Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. 12‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ​ontzag​ voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’





Het was dus toch maar gewoon een spelletje, maar voor God ook een beetje een voorproefje van wat Hijzelf van plan was met Zijn Zoon. Die was Hij van plan ooit in de gedaante van één van Zijn poppetjes op aarde geboren te laten worden. En die moest dan ook opgeofferd worden om te laten zien hoeveel Hij nog steeds van die afvallige poppetjes hield. Gelukkig zou dat ook weer goed aflopen, want Hij kon die Zoon ook weer zo tot leven roepen en terughalen in Zijn hemel. Dat viel dus ook wel weer mee en dan zouden alle mensen in de hele wereld Hem geweldig vinden en Hem eer brengen. God begon daar erg naar uit te zien ook al moest Hij nog wel twee duizend jaar wachten. Maar goed, voor God was duizend jaar niet meer dan één dag.

2 Petrus 3:8
 Voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

En omdat het uiteindelijk nog maar twee goddelijke dagen zou duren, was God al met de voorbereidingen van die feestelijke geboorte begonnen. Want het moest een groot en jaarlijks herdacht feest worden. God had er al een naam voor bedacht: Kerst!
Het engelenkoor was al begonnen met repeteren voor de bijbehorende zang. God was wel nieuwsgierig en ging langs om eens te luisteren. Uit de verte klonk het mooi en toen Hij dichterbij kwam kon Hij ook de woorden verstaan:


You better watch out
You better not cry
Better not pout
I'm telling you why
Santa Claus is coming to town

Hè, wat was dat? Over wie ging het daar? Santa Claus!! Maar zo heet Mijn Zoon niet. Wat is hier, in Mijnnaam, aan de gang?.......





Een vrolijk gezegende Kerst toegewenst

Naar de andere delen van Genesis met een glimlach

vrijdag 29 november 2019

Bloedschande

Voor een vollediger weergave, klik hier
God geeft het niet zo gauw op. Zijn verlangen naar een liefdevolle relatie met zijn poppetjes, daar kun je moeilijk kritiek op hebben. Wel jammer dat Hij dat nu ging beperken tot één man en zijn nageslacht, die Abram, zoon van Terach en stamhouder van het geslacht van Sem, de zoon van Noah. Maar goed met die andere poppetjes was toch niet veel meer te beginnen dus daarom besloot God z’n aandacht maar te focussen op Abram. Toen Hij Abram voor het eerst opmerkte dacht Hij “Ha, daar heb ik iemand die in mij gelooft. Die kan m’n vriend wel zijn!”

Jakobus 2:23 NBG51
23 -------- Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.


Dat “ha-gevoel” dat wilde God in Zijn nieuwe vriend vasthouden en daarom voegde Hij het maar toe aan zijn naam. En zo werd Abram Abra-ha-m!  Nou betekent die naam “vader van vele volken” en was dat nou niet precies wat God met Abraham voor had? Geen toeval dus, maar een waarachtig wonder!

Abraham en z’n nageslacht moesten dan ook wel zuiver blijven. De keuze voor een vrouw was zodoende ook wel heel erg precair.  Lastig voor God om daarin een keuze te maken, want Hij had niet zoveel ervaring met vrouwen en was ook nooit getrouwd geweest, nou ja er zat nog wel iets aan te komen in het jaar 0, maar dan ook weer niet echt lijfelijk. Hij bedacht toen dat de vader van Abraham nog een andere vrouw had dan de moeder van Abraham. En die vrouw had een dochter, Sarai. Perfect immers om het geslacht intact te houden.  Van haar naam haalde Hij later de “i” af. Hij had genoeg van puntjes op de “ï” zetten, moet Hij gedacht hebben en Sara, zonder die “i” betekent “vorstin”! Ook geen toeval dus want het lag in de bedoeling dat ze daarvan nog velen voort zou brengen!

Zijn engelen die met grote futuroscopen in de toekomst konden kijken, moeten Hem nog wel gewaarschuwd hebben dat er zo’n vierduizend jaar later verheidenste poppetjes van Hem waren die zo'n huwelijk in hun Burgerlijk Wetboek verboden hadden (ref.) omdat dit soort relaties tot allerlei erfelijke aandoening kon leiden (ref.)     
Maar goed, dat ging over die afvallige poppetjes en daar zitten er altijd wel tussen die denken beter dan god te zijn. Daar kon Hij even niets mee.

Abram trouwde dus met Sara en die Sara was beeldschoon, een soort Brigitte Bardot of Pamela Anderson uit de oertijd. Helaas zijn er geen rotstekeningen van haar overgebleven uit die tijd en weten we dus niet goed hoe ze toen gekleed ging. Wel dat het mannen begerig maakte.

Het ging namelijk slecht in het land dat God aan Abraham toegewezen had. Er ontstond hongersnood en Abraham moest met zijn hele huishouding, inclusief het bijbehorende slavenbestand, naar Egypte.

Nou toen de Farao daar Sara zag, was hij niet meer te houden. Abraham kneep hem vreselijk en was bang dat de Farao hem wel eerst uit de weg zou willen ruimen om Sara te kunnen  bemachtigen. Daarom  had hij met zijn vrouw afgesproken dat ze de Egyptenaren zou vertellen  dat ze zijn zuster was. Een wit leugentje eigenlijk, want per slot van rekening was ze ook zijn zuster, halfzuster dan.

Farao liet het er niet bij zitten en voegde haar terstond aan zijn harem toe.


Gen 12: NBG51

14 Zodra ​Abram​ ​Egypte​ binnentrok, zagen de ​Egyptenaren, dat de vrouw zeer schoon was; 15 en toen de vorsten van ​Farao​ haar zagen, roemden zij haar bij ​Farao, zodat de vrouw naar het ​huis​ van ​Farao​ gehaald werd.


Abraham werd daarvoor goed beloond:

16 En hij deed ​Abram​ wèl om harentwil, zodat hij schapen, runderen, ezels, ​slaven, ​slavinnen, ezelinnen en ​kamelen​ ontving.

God echter nam wraak :

17 Maar de Here sloeg ​Farao​ met zware plagen, evenals zijn ​huis, ter oorzake van ​Sarai, de vrouw van ​Abram.


Toen ging er bij de Farao een lichtje branden en donderde hij  Abraham met vrouw en  al het land weer uit.

Was misschien toch niet zo handig geweest om Abraham met z’n halfzuster te laten  trouwen. Kunnen we beter helemaal verbieden, moeten zijn genetica engelen Hem ingefluisterd hebben, want Hij liet kort daarna een nieuw edict uitvaardigen over wie met wie niet mochten vrijen. Broer en (half)zus zaten daar ook bij:

Leviticus 18: NBG51

6 Niemand zal naderen tot zijn naaste bloedverwant, om de schaamte te ontbloten: Ik ben de Here. ‘........... 9 De schaamte van uw zuster, de dochter van uw vader of de dochter van uw moeder, geboren in ​huis​ of geboren daarbuiten, haar schaamte zult gij niet ontbloten. .........11 De schaamte van de dochter van uws vaders vrouw, die aan uw vader geboren is, zij is uw zuster – haar schaamte zult gij niet ontbloten.....


Het was wel even een ongemakkelijk moment. Hij had altijd al de indruk willen wekken dat er bij Hem...

Jacobus 1: NBG51
17... geen verandering is of zweem van ommekeer.


En nu dan toch...  Maar God is echter een ware politicus. Hij blijft dingen beloven en ook al komt er vaak niet veel van terecht, Hij weet er altijd wel een draai aan te geven. Met die belofte van een indrukwekkend nageslacht voor Abraham wilde het ook maar niet vlotten en toen Abraham daar weer eens over zeurde, kwam God even met twee andere Heeren (bodyguards wellicht ?) bij hem langs en zwoer nogmaals dat het zou gebeuren, binnen  een jaar zou Sara een zoon baren.

Gen 18: NBG51
10 En Hij zeide: Voorzeker zal Ik over een jaar tot u wederkeren, en dan zal uw vrouw ​Sara​ een zoon hebben.

Sara stond in het geheim mee te luisteren en moest daar hard om lachen:

En ​Sara​ luisterde bij de ingang der ​tent, die zich achter Hem bevond. 11 Abraham​ nu en ​Sara​ waren oud en hoogbejaard; het ging ​Sara​ niet meer naar de wijze der vrouwen. 12 Dus lachte ​Sara​ in zichzelf, denkende: Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?


No longer slaves (Lyric Video) | Bethel Music | Jonathan David & Melissa Helser


Na Sara even de les gelezen te hebben gingen de drie Heeren weer verder op reis.

Abraham blijft hardleers en zodra hij ergens in den vreemde is, moet Sara de rol van zuster weer spelen. In het koninkrijk van Gerar werd koning Abimelek zich al gauw bewust van die uitzonderlijke (vervallen?!) schoonheid van de zus van Abraham. Die werd dus al snel als zijn vrouw ingepalmd!

Abraham zat daar kennelijk niet zo erg mee, maar God wel en zorgde voor zoveel rampen voor Abimelek dat hij al gauw wist dat er iets  niet in de haak was en toen kreeg hij een droom waarin de aap al gauw uit de mouw kwam: Hij had de vrouw van Abraham ingepikt!

Met excuses en een hele serie spullen zoals schapen en runderen en slaven en slavinnen, werd Sara aan Abraham teruggegeven. Die Abraham kreeg er zo ook maar weer heel wat "spullen" bij.

In  het logboek van God lezen we niet wanneer  Abimelek Sara tot vrouw nam. De paparazzi suggereerden wel dat het zo’n drie maand na de hernieuwde belofte was. Negen maand later zou Sara dan een zoon gebaard hebben en die werd Isaak genoemd.
Abimelek claimde nog wel dat hij haar niet aangeraakt had, maar ja wie zou dat in zijn geval ook niet zeggen?
Er is waarschijnlijk in de hemel bij de goed geïnformeerde genetici toen ook al wel een discussie ontstaan over vruchtbaarheid. Ze hadden over dat onderwerp al eens via hun futuroscoop gegoddeld. Zou het kunnen dat de schuld bij Abraham lag?  Dat de oorzaak in 30% van de gevallen bij de man ligt en in 30% van de gevallen bij de vrouw? (ref.)
Nou leek het er wel op dat Abraham bewezen had dat hij wel vruchtbaar was, want Sara had hem haar slavin gegeven om een zoon te verwekken. Vrouwen in die tijd waren nu eenmaal erg gul. En dat was nog gelukt ook, zo leek het,  Ismaël , werd geboren, de voorvader van Mohammed (geprezen zij zijn naam) en alle Arabieren. Maar kunnen we daar wel zeker van zijn?

Slavenhouders waren niet erg geïnteresseerd in de vaders van de kinderen van hun slavinnen. De moeders waren belangrijker maar moesten wel zelf weer direct aan het werk en de kinderen werden opgevangen door een dresneger of dresmama  speciaal voor dat doel uitgekozen en opgeleide slaven (ref.) In de Surinaamse slavenregisters “vindt u de naam van een persoon, geslacht, leeftijd of geboortejaar, moedersnaam (voornamelijk in registers vanaf 1848), de eigenaar en een link naar de scan van het folio.” (ref.)

De noodkreet van ene Jason, op zoek naar zijn voorouders, is kenmerkend:

“Enkele maanden geleden ben ik begonnen met het zoeken naar mijn voorouders. Sommige lijnen voeren mij helemaal terug naar de slavernij. En vaak (eigenlijk altijd) vind ik dan alleen maar gegevens van de vrouwelijke lijn. Ik kan niets van de vader vinden. Is dat normaal? ...”

Zou het in de tijd van Abraham anders geweest zijn en hoe zeker kunnen we er van zijn dat hij de vader was van Ismaël ?  De man had tot ver in zijn tachtigste geen kinderen kunnen verwekken en nu dan wel??
We zullen het nooit weten, Abrahamietisch DNA staat ons niet ter beschikking. Abraham was blij met Isaak, of hij nu op hem leek of niet. Maar die Isaak leek een gewelddadige vroege dood beschoren...  Daarover een volgende keer.

woensdag 6 november 2019

Sterr(en)slaaf

klik hier voor vollediger weergave in je browser.

Wat je ook van God kunt zeggen, niet dat Hij het gauw opgeeft. Eerst probeert Hij een blijvende vriendschap op te bouwen met Adam. Als dat mislukt krijgt Noa(c)h een kans. Zijn nageslacht maakt er ook weer een zooitje van, die probeerden net als Adam destijds Hem de baas te worden en wilden een toren bouwen waarmee zij bij Hem in Zijn hemel zouden kunnen rond koekeloeren. 


Maar niet weer na een zondvloed overal stinkende lijken achterlaten, dacht God. Deze keer maar de taal van al die mensen in de war schoppen, zodat de een Fries spreekt en de ander Chinees en nog wel zo’n 7000 andere talen. Dan houden ze wel op om tegen Mij samen te spannen.

Dat gebeurde dus en God kwam er helaas pas later achter dat Hij zichzelf wel weer een hoop werk had bezorgd. Want toen Hij een paar duizend jaar later het plan opvatte om Zijn ordinanties wereldwijd bekend te maken moesten die eerst in al die 7000 talen vertaald worden. In anno 2019 is dat voor het hele verhaal nog maar voor 512 talen gelukt....  Ref.

Die taalverwarring zou wel eens dwars door gezinnen heen gegaan kunnen zijn. God had Zijn oog al laten vallen op een jonge man waar Hij het nu eens mee wilde proberen. Abram, heette hij. Dit was een zoon van Terach en dus een achter, achter, achter etc. kleinzoon van Noah. We weten dat Terach nog in de omgeving van Babel woonde samen met Abram en toen moest vertrekken. Wegens die spraakverwarring en gedwongen verspreiding waarschijnlijk? Nou sprak Terach als bevoorrechte afstammeling van Adam waarschijnlijk nog Diets (Nederlands) Ref. en God is met Abram zich natuurlijk van het Hebreeuws gaan bedienen. Zou het kunnen dat Abram in het begin en in paniek naar zijn vader riep: “abba, abba” en zijn vader antwoordde: “Ah Bah, ah Bah?, Wat vind je 'bah', Appie? "





We weten het niet, wellicht kon je bij de BOI (Babelse Onderwijs Instellingen) al wel een taalcursus volgen en heeft Abram ook nog Diets leren spreken.

Ze gingen wel als familie op stap en kwamen aan in Charan, op de grens met het huidige Turkije en Syrië. God wachtte tot Terach dood was en begon toen zijn plan met Abram uit te voeren:

Gen 12: NBV

1 De HEER zei tegen ​Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je ​familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.

4-5 Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. 



Ja, we lezen het goed, ook slaven en slavinnen hoorden bij de bezittingen. Dat had God op de achtergrond al keurig geregeld. Hij had immers ooit bepaald dat het nageslacht van Cham, zeker via zijn zoon Kanaän, geknecht zouden worden:

Gen 9: 25 NBV

‘Vervloekt zij ​Kanaän,
knecht van zijn broers zal ​Kanaän​ zijn,
de minste van alle knechten.' 


De minste van alle knechten, ook wel knecht der knechten in andere vertalingen, slaaf dus, zo moet het hier gebruikte woord ook verstaan worden. En dat zou ook gelden voor zijn nageslacht, mannen en vrouwen. Die konden gewoon gekocht worden. 

En God liet er ook geen misverstand over bestaan dat een slaaf geen kapsones moest krijgen. Daartoe zond Hij nog het volgende bericht de wereld in:

Efeziërs 6:5  NBV

5 Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid;




Zijn poppetjes hebben van die, door God zelf gelegitimeerde, slavernij ijverig gebruik gemaakt. Met Gods ordinanties in de stuurhut, werden er miljoenen slaven gekocht en naar de Amerika's verscheept. Ref. Pas toen het erop ging lijken dat dat de populariteit van hun Baas geen goed zou doen hebben een aantal van hen in de 19e eeuw nog meegewerkt om hier een einde aan te maken. Die zijn daar nu apetrots op en halen liever geen oude slaven nog uit die gigantische Atlantische sloot ......

Maar Abram kwam aan in Kanaän, het land van de vervloekte en God gaf hem een geweldige belofte: 


Genesis 22:17 NBV

17 (hier) zal Ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. 


Toen God deze belofte had gedaan ontstond er best wel enige paniek bij de engelen van zijn afdeling Logistiek.

"Hoeveel gaan dat dan worden? ", vroeg de één.

"Effe op het internet Goddelen", zei een ander en ging dat meteen doen.


“In het waarneembare heelal komen ruwweg zo'n honderd miljard sterren voor.”, riep zij uit. 

REF.

“en er zijn misschien wel tien triljard zandkorrels op onze aarde”, ontdekte een wiskundige engel nog.

“Waar laten we al die Abramieten? Kanaän is daar niet groot genoeg voor, zelfs de hele aarde niet. “, vroeg een nogal claustrofobische mede-engel.

“En als ze dood zijn moeten we een deel ervan ook nog in onze mooie hemel toelaten”, voegde Azraël, de engel des doods, toe Ref..

“Laten we maar hopen dat God een grapje maakte”, zei een klein guitig engeltje nog.

En daarna deed iedereen er het zwijgen toe.

En er was ook nog wel een probleem: Sara(i) de vrouw van Abram was onvruchtbaar.....

woensdag 9 oktober 2019

Faulty Tower

Noah was 600 jaar oud toen de zondvloed over de aarde kwam. Pas op 502 jarige leeftijd kreeg hij zijn oudste zoon. Het lijkt erop dat hij al de jaren daarvoor celibatair en dus heilig geleefd had. God vond dat wel fijn want dan had Hij geen concurrentie qua devotie van een partner. Hij zei daar ooit nog het volgende over:

1 Kor 7: 32-34 NBV

Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de ​Heer​ [= God] en wil de ​Heer​ behagen. 33 Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, 34 dus zijn aandacht is verdeeld.

Hij vatte toen al het plan op om daar ooit nog eens een instituut van te maken, mannen en vrouwen die alleen voor Hem leefden. Voor de mannen had Hij al een Grieks woord bedacht. Grieks bestond nog wel niet, maar daar God in de toekomst kon kijken was dat verder geen probleem. “Monachos” leek Hem wel wat, iemand die “monos” (alleen) leefde. En vrouwen die in het Frans “non” konden zeggen tegen mannen, waren Hem ook zeer welgevallig. Dat “non” afgeleid wordt van Latijn “nonna” (tutor) kon het plezier niet echt bederven.

Het was voor God best een probleem, want aan de ene kant wilde Hij graag alle aandacht van Zijn poppetjes voor Zichzelf, maar tegelijkertijd wilde Hij graag dat Hij meer en meer menspoppetjes kreeg. Hij had daar al eens een vraag over gehad op social media en toen geantwoord:

1 Kor. 7: 1 - 9 NBG51

1 Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt, het is goed voor een mens niet aan een vrouw verbonden te zijn, ...............
9 Indien zij zich echter niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen. Want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.


Toen Noah op 500 jarige leeftijd nog van begeerte was gaan branden, nam hij zich alsnog een vrouw en verwekte een zoon. Deze Sem zelf, heeft zich ook 100 jaar goed moeten gedragen. Hij had al wel een vrouw toen ze aan boord gingen van de Ark, maar pas twee jaar nadat ze ontscheepten verwekte hij een zoon, Arkpaksad.

Daarna ging het celibaat de kast (?!) in en werden er door de volgende generaties op jongere leeftijd kinderen verwekt. Wat ook heel veel van Gods kinderen niet weten is dat Noah de bouw van de Toren van Babel nog heeft meegemaakt. Hij leefde na de zondvloed nog 350 jaar en bereikte een respectabele leeftijd van 950. Bij hardloopwedstrijden werden mannen toen in leeftijdscategorieën van 100 ingedeeld. Noah moet dan bij alle categorieën boven de 500 de eerste prijs gewonnen hebben omdat verder niemand meer die leeftijd bereikte. Topper, die Noah!

Goed, zijn nageslacht werd allemaal slechts een dikke vierhonderd jaar oud, tot ze een stad gingen bouwen en pollutie er waarschijnlijk voor zorgde dat de leeftijd tot 200+ werd teruggebracht.

Zo’n 200 jaar na de zondvloed waren al die oude jongens nog in leven. Reü, de zoon van Peleg, had een vader, een grootvader, een overgrootvader, een betovergrootvader, een overbetovergrootvader en een betoverbetovergrootvader (Noah!), allemaal nog in leven.
Maar wat moest je met die oude knarren? Een knarrenhof, natuurlijk. Laat ze maar gezellig bij elkaar gaan wonen en voor elkaar mantelzorgen! Dat bij elkaar wonen was ook voor al die andere afstammelingen van Noah wel een idee.. Ze hadden ondertussen geleerd om van stukken klei stenen te bakken en die met een soort asfalt aan elkaar te metselen. Dat asfalt maakten ze op plekken waar aardolie naar boven borrelde. Dat vermengden ze dan met zand en steentjes. Zo konden dan huizen gebouwd worden en een stad ontstaan.

En nou was er ook ene Nimrod, afstammeling van Cham en directeur van de Chamma bouwmarkt, die het allemaal wel zag zitten. Hij leverde immers de bouwmaterialen voor het bouwen van een stad. Hij was ook een geweldig jager en de machtigste man in town:

Gen 10:8 NBV

8 Kus was ook de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. 9 Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen
.

Maar macht stijgt je gemakkelijk naar je hoofd, daarvoor hoef je geen Donald Trump of Boris Johnson te heten. Bovendien wilde Nimrod ook wel bouwmaterialen blijven verkopen. We gaan een toren bouwen stelde hij voor en daar blijven we aan bouwen tot we bij God in Zijn hemel zijn. Ja, zei iedereen toen:

Gen 11: 4 NBV

Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’


Nou was God al een tijdje niet op aarde geweest. Hij had thuis ook allerlei zorgen. Die Lucifer en trawanten liepen met gele vleugeltjes te protesteren tegen zijn Goddelijk beleid. Ze wilden dat Hij ophield met het veroorzaken van al die natuurrampen. En toen Hij aardgas ging winnen om er traangas van te maken, kwamen er nog meer aardbevingen en werd iedereen nog bozer.

Dat laatste was voor Hem waarschijnlijk de reden om toch maar eens een bezoek te brengen aan het getroffen gebied. Daar schrok Hij Zich een gouden aureooltje toen Hij naar de aarde was afgedaald en zag waar ze mee bezig waren. Die lui probeerden met een toren tot in Zijn hemel door te dringen:

Gen. 11: 5+6 NBV

5 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. 6 Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik.


God heeft het altijd een beetje verborgen gehouden, welke taal het was die de mensen toen spraken, maar geleerden hebben zich er natuurlijk wel over gebogen. In de 16de eeuw waren velen ervan overtuigd dat die lui Nederlands d.w.z. “Diets” spraken. Ene Jan van Gorp, geboren te Hilvarenbeek in Brabant (Iohannes Goropius Becanus, 1518 – 1572), schreef het boek; ‘Origenes Antwerpianae’, dat in 1569 bij drukker Christoffel Plantijn te Antwerpen werd gedrukt. Hierin toonde hij aan dat “diets” of “douts” wel” d’ou(d)st(e” taal moest zijn (ref.) . Nou was er natuurlijk ook nog een invasie geweest van “zonen van God” en die engelen zouden ook hun Engel-s mogelijk geïntroduceerd hebben. Dat wordt nu immers ook nog overal als tweede taal gesproken!

In ieder geval, we weten het niet, wel dat de communicatie vlot verliep en er efficiënt gebouwd kon worden. Daar moet Ik dus een stokje voor steken, dacht God, en Hij zette z’n ICT personeel aan het werk om wat te sleutelen aan de software die bepaalt wat er o.a. in de taalgebieden van Broca en Wernicke in de hersenen gebeurt (ref.). Ze bouwden een variabele in waardoor niet iedereen meer de zelfde taal sprak. En nadat ze er voor hadden gezorgd dat die update viraal was gegaan, ontstond er redelijke paniek. Als Jan wilde zeggen: “Hier heb je een steen”, hoorde Piet wellicht : “Ik geef je zo een opdonder”. Samenwerken was gewoon niet meer te doen, ieder ging op zoek naar anderen die ze nog wel konden verstaan en hele taalgroepen vertrokken naar verre gebieden.

De stad gaven ze nog de naam “Babel” mee, d.w.z. “verwarring”.

Er zijn enige aanwijzingen dat er toen ook al Fries gesproken werd, want toen die Frizi via Siberië op weg waren naar Friesland, kwamen ze “overal” bergen tegen en noemden het gebied “oeral”, een naam die het nog steeds heeft. Bovendien bouwden ze toen in hun hoofdstad een toren die net als die toren van Babel nooit afgebouwd werd. Dat laatste weten we omdat Nebukadnezar II er een inscriptie over achterliet (ref. ).:

‘Een vroegere koning bouwde hem, maar hij voltooide de spits niet. Al sinds lange tijd hadden de mensen hem, in totale spraakverwarring, verlaten. Toen hadden een aardbeving en de donder zijn zongedroogde leem verstrooid, waren de stenen van zijn omhulsel gebroken en lag de aarde van de binnenkant er in hopen omheen.’



toren van Babel
oldehove














Wat moest God toen? Daarover een volgende keer.


Genesis met een glimlach:

Deel  1:  Foute genen

Deel  2:   Het Water des Doods


Deel   3:  Verborgen Verleden

dinsdag 24 september 2019

Verborgen Verleden

Voor een vollediger weergave, klik hier

In het NTR programma “verborgen verleden” gaan mensen op zoek naar hun voorouders. Eén ding is daarbij zeker, als je maar ver genoeg teruggaat kom je uit bij Sem, Cham of Jafet ! Heb je een scherpe haakneus, dan is Sem wellicht je voorvader, heeft je huid een kleurtje dan zou het wel eens Cham kunnen zijn en de rest komt dan bij Jafet terecht. Nou is er natuurlijk ook nog heel wat onderling afgefreeën, zodat je het ook weer niet helemaal zeker kunt weten. Wellicht stam je wel van alle drie af! Meedoen aan “verborgen verleden” zou dan mogelijk helderheid kunnen verschaffen. 


Genesis 9: 18 NBG

18 De zonen van ​Noach, die uit de ark gegaan waren, waren ​Sem, ​Cham​ en ​Jafet; ​Cham​ was de vader van ​Kanaän. 19Deze drie waren de zonen van ​Noach, en uit dezen is de gehele aarde bevolkt.

Wel mooi dat Sem, Cham en Jafet alle drie broers waren van dezelfde vader, ons aller voorvader, Noah (of Noach). Goed te weten dat we ondanks alles één grote wereldfamilie vormen!

Toen de grote kist (met daarin Noah en zijn familie) na de vloed die de hele aarde bedekte weer voet aan droge wal zette, mocht het hele gezin naar buiten. Noah, zijn drie zonen Sem, Cham en Jafet en hun vrouwen natuurlijk, maar God had vergeten hun namen in Zijn grote Boek te vermelden. Die zijn dus niet in de zondvloed maar in anonimiteit ten onder gegaan.

De ark, die grote kist, hebben ze laten liggen hoewel ze de planken ervan heel goed hadden kunnen gebruiken, bijv. om een huis te bouwen. Dat kwam waarschijnlijk omdat het hevig was gaan sneeuwen en iedereen met de hele dierentuin zo snel mogelijk van de berg af moest. Wij weten dit omdat ene Marco Polo er in de buurt was geweest en er in 1271 in de gevangenis in Genua als volgt over schreef:

In het hart van Groot-Armenië bevindt zich een zeer hoge berg, geschapen als een kubus, waar naar verluidt de Ark van Noach zou liggen, zodat men spreekt van de Berg van Noachs ark. De berg is zo groot en zo lang dat het meer dan twee dagen duurt om eromheen te trekken. Op de top ligt sneeuw, zoveel dat niemand hem kan beklimmen; deze sneeuw smelt nooit helemaal, maar ieder jaar valt er weer nieuwe sneeuw, zodat het niveau telkens weer stijgt.[7]

Het was kennelijk toch wel een beetje koud daar op het droge. Een huisje zou wel heel prettig zijn. Maar zonder de planken van die kist moest alles weer van de grond af aan worden opgebouwd. Om dat te bereiken startte Cham een bouwmarkt, die hij Chamma noemde. Het allereerste dat hij waarschijnlijk aanbood waren zagen, gemaakt van de kaken van krokodillen. Daar waren er gelukkig nog genoeg van, want God had er even niet aan gedacht dat die konden zwemmen, vis aten en de zondvloed zouden kunnen overleven. Nou ja, overleven? Lang niet allemaal. Er lagen nu ook met bosje dood op de drooggevallen aarde.
Terwijl ze met de bouw bezig waren, leefden ze in tenten, waarschijnlijk gemaakt van walvishuiden. Daar waren er ook genoeg van, van walvissen die lagen te slapen toen het water onder hen wegvloeide. 











Wat Sem en Jafet deden is onbekend, behalve dan dat ze voor nageslacht zorgden, voor ons dus eigenlijk.

Van Noah weten we wel wat hij deed:

Genesis 9: 20 NBG

20 En ​Noach​ werd een landman en plantte een wijngaard.


Je hoort wel van drugshandelaren dat ze die drugs ook zelf gaan gebruiken en dat dan alles misloopt. Met Noah ging het ook een beetje zo. Hij kon maar niet van die wijn afblijven.
Er waren na die vloed nog maar twee beren over en dus niet genoeg om van hun huiden voor iedereen kleren te maken. Nou had God waarschijnlijk al aangeraden om veel vijgenbladen mee te nemen in die boot zodat ze niet in hun blootje rond hoefden te blijven lopen. Hoe je die vijgenbladen gebruikt om je naaktheid te bedekken hadden ze nog van hun voorouders (Adam en Eva) geleerd. Die wisten eerst helemaal niet dat ze in hun blootje rondliepen, tot er ergens iets fout ging en God hen liet blozen:

Genesis 3: 7 NBG

Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgenbladeren aaneen en maakten zich schorten.


Die hadden toen dus al geleerd om kleren te maken. Veel anders had Noah niet, dus zo’n vijgenblad werd dan even strategisch geplaatst.

Maar hou dat nou maar eens op z’n plaats als je dronken bent... Niet dus. En daar lag hij dan bloot in z’n hutje toen zoon Cham op bezoek kwam en dacht, zo wel, zonder bellen, naar binnen te kunnen lopen......

God Zelf was ondertussen nog bezig uit te dokteren wat goed en fout moest zijn voor deze nieuwe generatie poppetjes en Hij besloot dat het onbedoeld zien van je vader in z’n blootje erger was dan dronken in je blootje liggen op zichzelf. Wel een opsteker voor mensen die zich graag met een paar flessen wijn op een naaktstrand ophouden, maar minder zo voor iemand die toevallig langs komt en z’n vader daar ziet liggen...

In ieder geval:

Gen. 9:21 NBG

21 Toen hij (Noah) van de ​wijn​ gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn ​tent.


Toen stormde Cham dus naar binnen en schrok zich een vijgenhoedje:

Gen. 9: 22 NBG

22 Toen zag ​Cham, de vader van ​Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten.


Dat was achteraf niet zo pienter, maar zijn broers lossen de situatie heel goed op. Ze pakken een mantel (een aantal aan elkaar geregen vijgenbladen, waarschijnlijk), lopen achteruit naar hun vader toe en bedekken zijn naaktheid:

Gen. 9: 23 NBG

23 Daarop namen ​Sem​ en ​Jafet​ een ​mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vaders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen.


Die broers verklikken het dan aan hun vader en die wordt met goddelijke verontwaardiging vervuld en bedacht toen dat je een man niet beter kon treffen dan zijn zoon te straffen. Vervolgens vervloekte Noah niet Cham maar zijn zoon Kanaän:

Gen 9.: 24

24 Noach​ werd wakker. Toen hij hoorde wat ​Cham​ gedaan had, zei hij:

25 ‘Het zal slecht aflopen met ​Kanaän, de zoon van ​Cham. ​Kanaän​ zal de knecht van zijn ​familie​ zijn, de onbelangrijkste knecht.


Mocht je dus personeel hebben, dan hoef je je niet af te vragen waarvan ze afstammen!


Het lot van Cham en zijn nageslacht was daarmee wel verzekerd en God vond het wel goed. Hij had immers ook Zelf toen Adam en Eva de fout in gingen, hun hele nageslacht voor eeuwen vervloekt. Hij heeft er zelfs nog een standaardregel van gemaakt en opgenomen in Zijn tien geboden:

Exodus 20:5 BGT

Als iemand mij ontrouw is en ​andere ​goden​ gaat dienen, zal ik hem straffen. Dan straf ik hem en ook zijn nakomelingen, tot en met de vierde generatie. 


Of God het nou allemaal echt zo slecht bedoeld had, weten we niet.  Hij had nog niet de beschikking over de precisie software om aardbevingen, tsunami’s , overstromingen, hongersnoden, epidemieën etc. uitsluitend te richten op de nakomelingen van Cham. Zodoende moeten mensen overal er wel eens aan geloven.


En verder was er nog een ander probleem, de mensen bleven maar op één plekje rondhangen i.p.v. zich over die hele planeet te verspreiden. God had het ook nog even verborgen voor hen gehouden dat die planeet een ronde bal was en de mensen waren vast heel erg bang dat als ze te ver afdwaalden, van die platte schijf zouden vallen. En dan was er nog iets, dacht God... Maar daarover een volgende keer.....


Genesis met een glimlach:

Deel  1:  Foute genen

Deel  2:   Het Water des Doods







zondag 1 september 2019

Het Water des Doods (de Zondvloed)

Voor een vollediger weergave, klik hier

Dat plannetje om via zijn engelzonen een zondeloos geslacht te genereren, was ook weer mislukt. Daar zat je dan als God met de gebakken peren. (christelijke wetenschappers concluderen daaruit weleens dat die verboden boom een perenboom is geweest!).  En nou hadden die zonen van Hem ook nog een aantal gigantische kleinkinderen voortgebracht, met een gigantisch zonde-gen. Weg er mee met al die oorspronkelijke en aangetrouwde poppetjes.
Hij had al wel eens gezien wat sommige mensen met hun katten deden als ze die kwijt wilden....  Dat kon Hij ook wel eens proberen, gewoon die hele aarde van Hem vol laten lopen met water. Dan kwam het vanzelf wel goed.

Maar ja, God was ook niets menselijks vreemd en had er moeite mee om gewoon alles weg te doen. Toch maar ietsje achterhouden. Die Noah wellicht, die had dat foute gen ook wel maar werd er het minst van alle poppetjes door geplaagd. En z’n vrouw en drie zonen met hun vrouwen dan ook maar. Dat laatste was wel link, maar ja als God nu nog geleefd had, zou Hij vast op de ChristenUnie gestemd hebben en het gezin hoog in z’n vaandel gehad. Dus dat risico moest Hij maar nemen. Met een beetje gesleutel en een stukje gen-therapie zou hij die acht poppetjes wel weer kunnen reviseren, hoopte Hij. En dan van alle beesten ook maar een paar, een mannetje en een vrouwtje. Zelfs varkens, hoewel God dat maar vieze beesten vond. Die zijn onrein had hij gesteld, schaapjes wel, die zijn rein, daar mogen wel zeven paar van in leven blijven en zo waren er nog wel een paar dieren die van God wel met z’n zevenen mochten blijven. God had wel wat met zeven, op de zevende dag mocht Hij immers rusten van zijn scheppende bezigheden en het was ook nog eens een geluksgetal.

Maar hoe moesten die ontsnappen aan wat ging komen? Nou had God ook een echte zoon, die verkeerde toen nog wat in  een incognito staat, maar Hij zou ooit als timmerman aan het werk moeten en was zich daarop al aan het voorbereiden. Hij is het waarschijnlijk geweest die met het voorstel kwam om Noah een enorme boot te laten bouwen. Hij had al berekend dat die 137 x 23 x 13,7 meter groot moest zijn. Die boot moest maar ARK (van arca in het Latijn, tevah in het Hebreeuws, mogelijke betekenis "kist" of "doos") gaan heten.

Dus Noah en zijn zonen aan het werk. Het water was nog laag, dus daar konden ze mooi de nodige spijkers zoeken en toen die kist klaar was, werd hij met een soort pek waterdicht gemaakt. Binnenin allemaal kamers en kamertjes, heel veel tweepersoons, maar ook aan aantal groepsaccommodaties.

Toen mochten ze naar binnen, De uitverkoren dieren stonden al trappelend te wachten bij de loopplank voor de deur van het schip. En toen die deur openging stroomden ze naar binnen, heel gezellig, de vliegende dinosaurus Archaeopteryx,   vleugel in vleugel met het fruitvliegje en de schaapjes al blèrend met een paar vlooien in hun vacht ....

Ieder kreeg een vertrek toegewezen en zodra ze geïnstalleerd waren, werd de deur gesloten. . Daarop werd het stil tot de eerste druppeltjes begonnen te vallen. En toen was het niet meer te houden, veertig dagen en nachten lang stortte het water zich uit over de aarde. Van boven en beneden. 






Nederland Zingt: Er komen stromen van zegen. Willemijn de Munnik

God had namelijk in de hemel al eens een heel groot reservoir laten bouwen, vol water. “Water des levens” had Hij het genoemd en het was de bedoeling dat Zijn Zoon dat ooit nog eens aan de poppetjes uit zou delen, o.a. aan een Samaritaanse vrouw:.

Joh. 4:10

Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’


Maar dat kon nu ook wel even gebruikt worden voor het tegengestelde doel. En de aarde had haar buik ook vol water, dus dat liet God ook maar met grote boeren ontsnappen. Noah was pas zeshonderd jaar oud toen het plaatsvond:

Gen 7:11 NBG

In Noahs​ zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.


God is even blijven kijken, eigenlijk best wel leuk, zo’n groot zwembad met al die rondspartelende mensen en Hij zag zelfs een vrouw die een kind ter wereld bracht en die baby begon gelijk te zwemmen... Maar wat zag Hij daar, een vader die met z’n kind in de arm in een boom klom, de hoogste tak bereikte, toen niet verder kon en het in doodsangst krijsende kind los moest laten.

Op dat moment trok de engel Gabriël Hem aan de arm. “Kom op baas, we moeten gaan. Er is een belangrijke engelenvergadering en U moet er ook bij zijn”.

Het beeld bleef God nog wel door Zijn hoofd spoken. "Er was toch geen andere oplossing, die poppetjes hadden Hem zo teleurgesteld en je moest toch vooral in de eerste plaats aan je Zelf denken. Want als je jezelf niet liefhebt, kun je ook anderen niet liefhebben en Zijn rijk kwam eerst en moest weer groot worden. Daarin was geen plaats voor immigranten met foute genen... "

En zo dobberde Noah en zijn gezin rond op de alles overstromende wereldzee, met zijn hele dierentuin, de eekhoorns en de steekvliegen, de mammoeten en de cobra’s, de leeuwen en de lammetjes... Aan het eind kon je zelfs de Mount Everest niet meer zien

Maar na die veertig dagen en nachten begon het water weer te zakken en bleef de Ark steken op de berg Ararat in Oost Turkije.

Man en muis toen van het schip af en het eerste wat hun opviel was een ondraaglijke stank. De hele aarde was bedekt met in ontbinding verkerende lijken. God merkte daar niet veel van, want Noah begon gelijk welriekende brandoffers te brengen en dat bracht God een beetje op liefrijker gedachten:

Gen 8: 21 NBG

21 Toen de Here de liefelijke reuk rook, zeide de Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer ​vervloeken​ om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen ​hart​ boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb.


Veel vertrouwen had Hij er duidelijk ook niet meer in en toen Hij in een rapport las hoeveel zielen Hij niet naar die enorme brandende oven van het merk Hel had laten verhuizen, kreeg hij ineens een eeuwen ver vooruitziende blik op een internationaal gerechtshof in den Haag en de kans dat Hij daar voor globale suïcide zou kunnen worden veroordeeld. Wat nu te doen?

Zijn echte Zoon had wel een idee. We moeten gewoon de mensen wijs maken dat Je heel veel van hen houdt, ja van de hele wereld, en dat ze later bij Ons in Onze mooie hemel mogen komen wonen. Dan stuur Je Mij maar naar de aarde om daar als held voor hen te sterven. (Ik ben daarna toch zo weer levend en bij Je terug). Moeten de poppetjes wel een beetje op Ons stemmen en zich bij Ons aansluiten natuurlijk. Dan laten we, bijvoorbeeld, de volgende boodschap via Social Media verspreiden.:

Joh. 3:16-17 NBV

16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.


Zover was het nog lang niet, maar de plannen lagen klaar. Over hoe het verder ging met Noah en z’n gezin en nageslacht, helemaal alleen op die stinkende aarde, een volgende keer.


Deel drie: Verborgen verleden

zaterdag 17 augustus 2019

Foute genen (de erfzonde)

Voor een vollediger weergave, klik hier

God had het allemaal wel mooi bedacht. Hij verveelde zich een beetje en vond toen dat Hij ook wel eens een paar levende poppetjes kon maken om mee te spelen. Dus Hij aan de gang met wat boetseerklei. Was nog wel even een uitdaging want het zou wel leuk zijn als dit poppetje gebruik zou kunnen maken van al die lekkere vruchten die er ook in de tuin die Hij had aangelegd groeiden. Die moesten dan ergens naar binnen. Zo is de mond ontstaan! Maar de ongebruikte resten ervan moesten er ook weer uit. Ok, dan maar een gat voor de vastere substanties en een plassertje voor de vloeistof. Klaar, zomaar in elkaar gezet. Hij had ook al een naam bedacht, Adam (mens of man). Nu nog een poppetje voor Adam om mee te spelen. Briljant idee: als die twee poppetjes er nu zelf voor zouden kunnen zorgen dat er meer poppetjes kwamen, hoefde Hij zelf niet met meer klei aan te gang. Dan hebben we gewoon nog een poppetje nodig met eitjes erin en als dat man-poppetje er nou voor kon zorgen dat die eitjes bevrucht werden dan was het weer voor elkaar. Ok, daar kon dat plassertje wel voor gebruikt worden en dan hadden we alleen nog maar een poppetje nodig met een gaatje om bevrucht te kunnen worden. God had echter geen zin om weer met klei aan de gang te gaan en besloot om die Adam maar onder narcose te brengen
   en een rib uit zijn lichaam te verwijderen. Daaruit beeldhouwde God een tweede poppetje. Adam was verrukt, toen hij weer bijkwam en zei:


Gen 1: 23 NBV
Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal “mannin” (Eva) heten, omdat zij uit de man genomen is.

Nou had God op de een of andere manier een verlangen ontwikkeld om door die poppetjes ge-like-t te worden. (Hij had Facebook al ergens in Z’n achterhoofd. ) Daarom had Hij ook een onzichtbare component ingebouwd, de ziel, die dingen kon voelen, zoals liefde. Maar ja, als Hij nou alleen maar geliefd zou worden omdat hij de Maker was en ze gewoon niet anders konden dan van Hem houden, dan was dat ook maar niks. Dat zou Zijn ego ook niet strelen. Dus wat deed Hij, Hij bouwde een algoritme in in die ziel die het mogelijk maakte dat die ziel een ongewenste beslissing zou kunnen nemen, bijv. Hem ook niet liefhebben of iets doen wat Hij niet wilde. Voor die ongewenste beslissingen en bijbehorende daden, had God ook al een naam bedacht: “zonde”.

Tja, dat heeft Ie geweten. Hij had een perfect mens geschapen die in staat was zondige dingen te doen. “ ‘contradictio in terminis’, een innerlijke tegenspraak”, dacht Lucifer gelijk, die afvallige aartsengel: “Van dat lek in de software kan ik mooi nog wel eens gebruik maken.”

En zo zou het dus gaan. God had nog een mooie boom laten groeien, met daaraan buitengewoon aantrekkelijke vruchten, maar er een bordje van “verboden toegang” aan gehangen. Zo kon Hij mooi zien of Zijn schepseltjes Hem wel uit liefde zouden gehoorzamen. De boom der “kennis van goed en kwaad” had Hij hem genoemd. Poppetjes die van Hem houden zouden toch nooit essentiële kennis willen verwerven, waarom zouden ze, van Hem houden was toch genoeg...


Maar ondertussen hadden Lucifer en zijn trawanten de ziel-software gehackt en de gen die naar kennis verlangt, sterk vergroot. Daarop verkleedde hij zich nog even als slang en maakte het volgende praatje met Eva:

Gen 2:3-5 NBV  
‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 
2‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 
4‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als ​goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad’

Nou ja, toen was het dus mis, het ‘verlangen-naar-kennis-gen’ nam de regie over en ze at van de verboden boom. In haar enthousiasme haalde ze ook haar man nog over om een hap te nemen.

Toen waren de poppetjes aan het dansen. God was razend en had een gebroken hart. Adam en Eva werden het Paradijs uitgedonderd en Eva kreeg nog een mooie boodschap mee:

     Gen 3:15 NBV:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’
  
Ook de man kon niet veel goeds verwachten:

Gen 3: 16-19 NBV
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
18Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.
19Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’

En dat zondige gen, dat wordt nu van geslacht tot geslacht overgedragen. We worden er gewoon mee geboren. Kinderen van god noemen dit “de erfzonde”. Voor God moet dit wel een verschrikkelijke misrekening zijn geweest en die satan, genaamd Lucifer, stond er mooi bij te lachen. Hadden ze God toch maar even mooi te grazen gehad.

God zelf ging niet bij de pakken neer zitten, zo is God natuurlijk niet. Hij riep dus een raadgevende vergadering bijeen van al Zijn engelen, ook wel “zonen van God” genoemd. Ondertussen waren de poppetjes aardig bezig geweest zich te vermenigvuldigen en toen die zonen van God naar de dochters van de mensen keken, zagen ze hoe schoon ze waren. Daarop kwamen ze met een snood plan: “Als wij nou eens die vrouwen voor ons inpalmen en kinderen voortbrengen, dan gaan die vast onze zondeloze genen erven en niet dat foute gen van het menselijk geslacht...”  
God had daar nog wel een paar bedenkingen bij, maar de kans dat er toch nog een menselijk ras zou kunnen ontstaan zonder dat foute gen, nou ja die kans was er....
En zo gebeurde het dus:

Gen 6: 1-4 NBV
61Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2De ​zonen Gods zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. ......................... 4In die tijd en ook daarna nog, zolang de ​zonen Gods​ gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en ​kinderen​ bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.


Sons of God - Caution w/Lyrics (HD)

Helaas, helaas, het door Lucifer en co gemanipuleerde gen, bleek niet uit het DNA te verwijderen te zijn. Wel werd een ander gen gemuteerd en bleken de kinderen van God reuzen voort te brengen, iets waar God nou ook niet op zat te wachten.

Hij had al bedacht dat hij iedereen die het foute gen nog had zou “verwijderen” van de aarde, zodat alleen de poppetjes met alleen maar goede genen over zouden blijven.
Dat plan moest nu ook al de prullenbak in. God kreeg enorm spijt van zijn poppetjesmakerij en besloot om dan maar in één keer schoon schip te maken:

Gen 6: 6-7 NBV
6[Toen].... kreeg Hij er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het ​vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 

Over hoe Hij dat aanpakte, een volgende keer.


Deel 2:  Het Water des Doods