Posts tonen met het label Abraham. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abraham. Alle posts tonen

zaterdag 29 februari 2020

TRUMP-kaart

Voor een vollediger weergave, klik hier
God was er al vroeg bij om een dating service te beginnen, maar niet voor iedereen natuurlijk, exclusief voor hoger uitverkorenen. Abraham zelf was na de dood van vrouw Sara, ook al weer gauw aan het daten geslagen. “Dating voor 150-plussers” moet die site geheten hebben. Gods logboek is niet erg transparant over hoe dat precies gegaan is, maar het is niet onwaarschijnlijk dat Abraham al zijn jonge slavinnen op één bepaalde site heeft verzameld en zo zijn keuze heeft gemaakt. Ketura was de gelukkige, nu ja dat hoop je dan maar. Ze heeft wel 6 zonen en wie weet hoeveel dochters nog moeten baren:

Gen 25: 1 NBG 51
1 En ​Abraham​ nam wederom een vrouw, Ketura geheten. 2En zij baarde hem Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach.

Door een kleine onoplettendheid in de annalen, weten we dat Abraham nog wel een aantal meerdere (bij)vrouwen heeft gehad en een enorm aantal erfgenamen, natuurlijk. Dat erven ging mooi niet door, want zijn lievelingszoon was Isaak en die moest het bedrijf overnemen en het geslacht voortzetten. De andere kinderen heeft Papa nog wel een paar kadootjes meegegeven en toen de verre wereld in gestuurd:

Gen 25: 5 NBG 51
5Abraham​ nu gaf alles wat hij had aan ​Isaak6maar aan de zonen van de bijvrouwen, die ​Abraham​ had, gaf ​Abraham​ geschenken, en hij zond hen, nog bij zijn leven, weg van zijn zoon ​Isaak, oostwaarts, naar het Oosterland.



“Oostwaarts” naar het “Westerland” had natuurlijk ook gekund als God hem al had laten weten dat de wereld rond was, maar daar was God nog niet aan toe gekomen. Was wel leuk geweest, dan hadden ze wellicht onderweg de lage landen ook nog aangedaan en in schapenvacht gekleed onze in berenhuiden geklede voorouders ontmoet. Wellicht nog wel doorgegeven waar Abraham de mosterd pleegde te halen..

In ieder geval, mooi opgeruimd, dan kon hij zich nu op Isaak richten. Ismaël, die via een draagmoeder als zijn eigen zoon ter wereld was gekomen, was er overigens ook nog steeds, die zou hem later nog samen  met Isaak gaan begraven:

Gen 25: 7-9  NBG 51

7Dit nu was het getal der jaren van ​Abrahams​ leven, die hij geleefd heeft: honderd vijfenzeventig jaar. 8En ​Abraham​ gaf de geest en stierf in hoge ouderdom, oud en van het leven verzadigd, en hij werd vergaderd tot zijn voorgeslacht. 9En zijn zonen ​Isaak​ en ​Ismaël​ ​begroeven​ hem in de spelonk van Makpela,

Maar goed Abraham was nog niet dood en kon zich zo tenminste concentreren op zijn Isaakje. Die zoon, die baarde hem wel zorgen, want hij begon te puberen en een beetje rond te hangen met de meiden om hem heen. 

Zolang hij maar handelde zoals Abraham deed, was het God overigens wel goed. Zijn Zoon zou dat later nog eens heel duidelijk verkondigen, toen lui claimden dat zij ook zonen van Abraham waren

Johannes 8:39

 

39 ‘Onze vader is Abraham,’ zeiden ze. Maar Jezus zei: ‘Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed.

Dus als we even op een rijtje zetten wat Abraham deed, dan hoeft Isaak verder niet erg na te denken om een goede zoon te zijn:

Abraham:

Verzamelde zeer veel rijkdom
Had geen problemen met liegen om het eigen hachje te sparen.
Trouwde drie keer en had nog wat scharreltjes
Zorgde voor het verwijderen van  personen die hem in de weg stonden.
Had een leger aan slaven en slavinnen.

Gods futuroscopisten vertelden Hem nog enthousiast over een machtig persoon duizenden jaren later, die ook precies zou doen wat Abraham deed, inclusief een heel leger aan evangelische politieke slaven en slavinnen.

Met Abraham had God dus wel een Trump-kaart getrokken!!!

En wat Isaak betreft, die moest natuurlijk wel met een vrouw van de juiste afkomst trouwen, iemand uit een uitverkoren geslacht. Nou was dat een beetje een probleem, want dat uitverkoren geslacht was pas met Abraham begonnen en dan heb je nog niet zoveel om uit te kiezen. Dan maar iemand uit de naaste familie, een dochter van zijn broer Nachor, bijvoorbeeld.

De daarvoor benodigde date moest dan maar door zijn beste knecht geregeld worden en die moest hem beloven zeker geen vrouw van de omringende Kanaänieten uit te kiezen. Dat mocht hij wel zweren, en aangezien er nog geen bijbel was om je hand op te leggen bij het zweren van een belofte, moest dat dan maar op de lies van Abraham.....


Gen. 24:6 NBV
 ‘Leg je hand in mijn lies: 3ik wil dat je me bij de HEER, de God van hemel en aarde, zweert dat je voor mijn zoon geen vrouw zult zoeken onder de ​Kanaänieten, tussen wie ik hier woon; 4ik wil dat je naar het land gaat waar ik vandaan kom, naar mijn ​familie, en dat je daar voor mijn zoon ​Isaak​ een vrouw zoekt.’

Nou was Gods geschiedschrijver wel eens wat eufemistisch bezig, want wat we van Lies-je kunnen leren,  niet dat ze Lotje leerde lopen, maar dat wie beloftes gaat zweren ballen moet hebben. We leren daarover bij de Romeinen.

Wanneer twee Romeinse mannen elkaar een officiële belofte deden of eed zwoeren, pakten ze ter bevestiging elkaars klokkenspel vast. Ook was het in de Romeinse tijd gebruikelijk dat mannen, voordat ze de rechtbank ingingen om een getuigenis af te leggen, hun rechterhand op hun balzak legden ten teken dat ze een betrouwbaar getuigenis zouden afleggen. 

Gecastreerde mannen mochten dan ook in een Romeinse rechtszaal niet getuigen! (ref.)

Nou had die knecht wel geen bijbel, maar hij was gelukkig heel erg liesvast en vertrok dus gelijk met een heel stel kamelen en een enorme rijkdom aan geschenken naar de stad van Nachor.
Zodra de zoon en dochter van Nachor de meegevoerde schatten zagen, zou het pleit al gauw beslecht zijn. Abraham had het al wel in de gaten, als je iets aan de man wilt brengen (een vrouw of een religie..) , kun je het maar beter in een charitatief jasje verpakken.

Hoe dat allemaal verliep, een volgende keer.

---------------------------------------------------------------------------------------------

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

woensdag 18 december 2019

Piemelpret


                                                                                  Voor een vollediger weergave, klik hier

God moet ooit naar ons beeld zijn geschapen, niets menselijks is Hem immers vreemd. Want wie twijfelt er soms niet aan of je accountant wel de beste deals voor je treft, of je partner wel echt van je houdt en of je beste vriend je wel door dik en dun zou steunen als het erop aankomt?
Om een vriend of vriendin aan je te binden kun je ervoor kiezen om een tatoeage aan te laten brengen op zijn of haar lichaam, bij voorkeur met jouw naam. Daar komen ze dan lastig weer van af.   Of je bedenkt een test waaruit de liefde, dan wel vriendschap moet blijken.

God had ook een beste vriend, nou ja, eigenlijk maar één vriend, Abraham. Hij had ook nog wel een  hele serie naamvrienden die allemaal het teken van trouw aan Hem op hun lichaam droegen. Maar die hadden niet zoveel keus gehad.......

Om zijn vriendschap met Abraham te bevestigen had God namelijk iets bedacht, een op het lijf gekerfd teken van eeuwige trouw: Laat Abraham maar een stukje van zijn piemel opofferen, gewoon die voorhuid wegknippen als teken van verbondenheid.

Genesis 17:  NBG51
10 Dit is mijn ​verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is ​besneden​ worde; 11gij zult het vlees van uw voorhuid laten ​besnijden, en dat zal tot een teken van het ​verbond​ zijn tussen Mij en u. 

Gelijk dus ook maar voor alle mannetjes in zijn huishouding inclusief de menselijke “spullen”, zijn mannelijke slaven. Dat worden dan wel naamvrienden, maar goed..... :

12 Wie acht dagen oud is, zal bij u ​besneden​ worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw ​huis​ geboren is, als wie van enige ​vreemdeling​ voor ​geld​ is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. 13 Wie in uw ​huis​ geboren is en wie door u voor ​geld​ gekocht is, moet voorzeker ​besneden​ worden; zo zal mijn ​verbond​ in uw vlees zijn tot een eeuwig ​verbond

Je vraagt je af hoe dat gegaan is. Mozes, de biograaf van Abraham rept er niet over, maar je kunt je allerlei scenario’s voorstellen. Het zou wel eens, inclusief de slaven om een paar honderd man hebben kunnen gaan. Abraham was ook een krijgsheer en vocht met zijn slavenleger stammenoorlogen uit.

Waarschijnlijk in één keer aanpakken, aan de lopende band afhandelen. Alle mannen op een rij met hun piemel in de hand. Abraham eerst, bij hemzelf, met een scherp stuk steen of bamboereep of wat voor messen ze toen ook maar hadden. Probeert zijn pijn te onderdrukken. Dat duurt lang en moet efficiënter...    Hoe dan?


God had ooit nog eens een aantal krachtige kerels uit donker Afrika voor Abraham aangekocht.  Handige jongens bedreven in de houtsnijkunst. Die dan maar tot Piemelpieten promoveren.  Eerst bij zichzelf oefenen en daarna de rest aanpakken. Om het wondvocht weg te vegen werden ook nog een paar Veegpieten aangesteld.  Dan dus aan de slag!

Naarmate de Piemelpieten dichterbij kwamen werden die piemels steeds kleiner en schrompelden verder in elkaar. Bij de laatste moest er zelfs naar gezocht worden!!

Het moet een bloedige boel geweest zijn en waar ze die voorhuiden gelaten hebben is onbekend. Er werd toen ook nog niet gescheiden ingezameld en er was nog geen bio-container. Waarschijnlijk werden ze voor de leeuwen geworpen. Dat trucje haalde God wel vaker uit.  Probleem was wel dat die leeuwen de smaak te pakken kregen en er gaan verhalen rond dat toen de eerste eunuchen zijn ontstaan!!!

Abraham heeft zich vast wel eens afgevraagd of God zelf ook een piemel had die besneden kon worden, hij was immers volgens Zijn vriend naar Zijn beeld geschapen. Maar goed, dat vraag je God natuurlijk zomaar niet. En de vrouwen die hadden maar weer mazzel, die hebben mooi een paar weken rust gehad.  
Waren die trouwens ook volgens God naar Zijn beeld geschapen? Was God dan eigenlijk transgender? Dat zou wel mooi zijn voor de LBGT- of zowaar de LGBTQIAP-gemeenschap.

Maar goed, dan kan je vriend of vriendin wel een tatoeage met jouw naam op het lijf hebben of als bewijs van trouw aan Jou besneden zijn, dat bekent nog niet dat je volledig op die persoon aankunt.

God vroeg zich dat bij Abraham ook regelmatig weer af. Hij werd er zelfs een beetje gek van en kwam toen met een uiterst bizar idee. Als Abraham nu bereid was zijn zoon, die Isaak, als brandoffer op te offeren, dan ...

God hield van brandoffers, want als Abraham weer eens een lam of ander dier op een soort altaar legde en daar liet verbranden (wellicht met wierook en wiet ook), dan rook dat zo lekker. Daar raakte Hij altijd een beetje high van en gaf Hem steeds weer een goed humeur en dan werd hij ook heel aardig voor Abraham en gaf Hij hem nog meer spullen, ook levende spullen zoals slaven en slavinnen.


Nou was God ook weer niet echt van plan het hele proces te voltooien, maar wel als test, gewoon om maar eens te zien hoever Abraham bereid was voor Hem te gaan:

22 NBG51
1 Enige tijd later stelde God ​Abraham​ op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde ​Abraham2‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, ​Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem ​offeren​ op een berg die ik je wijzen zal.’

Abraham laat er geen gras over groeien maar gaat de volgende morgen al vroeg op stap:

3   De volgende morgen stond ​Abraham​ vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon ​Isaak​ met zich mee, hakte hout voor het ​offer​ en ging op ​weg​ naar de plaats waarover God had gesproken. Op de derde dag zag ​Abraham​ die plaats in de verte liggen. Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ Hij pakte het hout voor het ​offer, legde het op de schouders van zijn zoon ​Isaak​ en nam zelf het vuur en het mes.

Waar ze het onderweg over gehad hebben, weten we niet, maar toen ze dicht bij de berg Moria waren, begon de zoon toch vragen te stellen:

 7‘ Vader,’ zei ​Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde ​Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei ​Isaak, ‘maar waar is het lam voor het ​offer?’ 

Abraham kon de waarheid niet uit zijn strot krijgen:

 8  Abraham​ antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’

Maar hij gaat dan wel rustig verder en bindt de jongen vast op het altaar. Zou de jongen niet tegengesputterd hebben en gevraagd: “Papa, wat ben je aan het doen?” En zou Adam dan geantwoord hebben: “Niets hoor, we spelen gewoon even een brandoffer spelletje, gewoon voor de lol!” ???

En ik had de ogen van dat mannetje wel eens willen zien, toen zijn vader met opgeheven mes boven hem stond....

9 Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde ​Abraham​ daar een ​altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon ​Isaak​ vast en legde hem op het ​altaar, op het hout. 10Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten.

Gelukkig kon God het niet verder aanzien. Hij had ook net bedacht dat Hij hiermee ook het enorme aan Abraham beloofde nageslacht de kop in ging drukken.  Als de bliksem stuurde Hij er een engel op af:

11 Maar een ​engel​ van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, ​Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. 12‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ​ontzag​ voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’





Het was dus toch maar gewoon een spelletje, maar voor God ook een beetje een voorproefje van wat Hijzelf van plan was met Zijn Zoon. Die was Hij van plan ooit in de gedaante van één van Zijn poppetjes op aarde geboren te laten worden. En die moest dan ook opgeofferd worden om te laten zien hoeveel Hij nog steeds van die afvallige poppetjes hield. Gelukkig zou dat ook weer goed aflopen, want Hij kon die Zoon ook weer zo tot leven roepen en terughalen in Zijn hemel. Dat viel dus ook wel weer mee en dan zouden alle mensen in de hele wereld Hem geweldig vinden en Hem eer brengen. God begon daar erg naar uit te zien ook al moest Hij nog wel twee duizend jaar wachten. Maar goed, voor God was duizend jaar niet meer dan één dag.

2 Petrus 3:8
 Voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

En omdat het uiteindelijk nog maar twee goddelijke dagen zou duren, was God al met de voorbereidingen van die feestelijke geboorte begonnen. Want het moest een groot en jaarlijks herdacht feest worden. God had er al een naam voor bedacht: Kerst!
Het engelenkoor was al begonnen met repeteren voor de bijbehorende zang. God was wel nieuwsgierig en ging langs om eens te luisteren. Uit de verte klonk het mooi en toen Hij dichterbij kwam kon Hij ook de woorden verstaan:


You better watch out
You better not cry
Better not pout
I'm telling you why
Santa Claus is coming to town

Hè, wat was dat? Over wie ging het daar? Santa Claus!! Maar zo heet Mijn Zoon niet. Wat is hier, in Mijnnaam, aan de gang?.......





Een vrolijk gezegende Kerst toegewenst

---------------------------------------------------------------------------------------------

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

vrijdag 29 november 2019

Bloedschande

Voor een vollediger weergave, klik hier
God geeft het niet zo gauw op. Zijn verlangen naar een liefdevolle relatie met zijn poppetjes, daar kun je moeilijk kritiek op hebben. Wel jammer dat Hij dat nu ging beperken tot één man en zijn nageslacht, die Abram, zoon van Terach en stamhouder van het geslacht van Sem, de zoon van Noah. Maar goed met die andere poppetjes was toch niet veel meer te beginnen dus daarom besloot God z’n aandacht maar te focussen op Abram. Toen Hij Abram voor het eerst opmerkte dacht Hij “Ha, daar heb ik iemand die in mij gelooft. Die kan m’n vriend wel zijn!”

Jakobus 2:23 NBG51
23 -------- Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.


Dat “ha-gevoel” dat wilde God in Zijn nieuwe vriend vasthouden en daarom voegde Hij het maar toe aan zijn naam. En zo werd Abram Abra-ha-m!  Nou betekent die naam “vader van vele volken” en was dat nou niet precies wat God met Abraham voor had? Geen toeval dus, maar een waarachtig wonder!

Abraham en z’n nageslacht moesten dan ook wel zuiver blijven. De keuze voor een vrouw was zodoende ook wel heel erg precair.  Lastig voor God om daarin een keuze te maken, want Hij had niet zoveel ervaring met vrouwen en was ook nooit getrouwd geweest, nou ja er zat nog wel iets aan te komen in het jaar 0, maar dan ook weer niet echt lijfelijk. Hij bedacht toen dat de vader van Abraham nog een andere vrouw had dan de moeder van Abraham. En die vrouw had een dochter, Sarai. Perfect immers om het geslacht intact te houden.  Van haar naam haalde Hij later de “i” af. Hij had genoeg van puntjes op de “ï” zetten, moet Hij gedacht hebben en Sara, zonder die “i” betekent “vorstin”! Ook geen toeval dus want het lag in de bedoeling dat ze daarvan nog velen voort zou brengen!

Zijn engelen die met grote futuroscopen in de toekomst konden kijken, moeten Hem nog wel gewaarschuwd hebben dat er zo’n vierduizend jaar later verheidenste poppetjes van Hem waren die zo'n huwelijk in hun Burgerlijk Wetboek verboden hadden (ref.) omdat dit soort relaties tot allerlei erfelijke aandoening kon leiden (ref.)     
Maar goed, dat ging over die afvallige poppetjes en daar zitten er altijd wel tussen die denken beter dan god te zijn. Daar kon Hij even niets mee.

Abram trouwde dus met Sara en die Sara was beeldschoon, een soort Brigitte Bardot of Pamela Anderson uit de oertijd. Helaas zijn er geen rotstekeningen van haar overgebleven uit die tijd en weten we dus niet goed hoe ze toen gekleed ging. Wel dat het mannen begerig maakte.

Het ging namelijk slecht in het land dat God aan Abraham toegewezen had. Er ontstond hongersnood en Abraham moest met zijn hele huishouding, inclusief het bijbehorende slavenbestand, naar Egypte.

Nou toen de Farao daar Sara zag, was hij niet meer te houden. Abraham kneep hem vreselijk en was bang dat de Farao hem wel eerst uit de weg zou willen ruimen om Sara te kunnen  bemachtigen. Daarom  had hij met zijn vrouw afgesproken dat ze de Egyptenaren zou vertellen  dat ze zijn zuster was. Een wit leugentje eigenlijk, want per slot van rekening was ze ook zijn zuster, halfzuster dan.

Farao liet het er niet bij zitten en voegde haar terstond aan zijn harem toe.


Gen 12: NBG51

14 Zodra ​Abram​ ​Egypte​ binnentrok, zagen de ​Egyptenaren, dat de vrouw zeer schoon was; 15 en toen de vorsten van ​Farao​ haar zagen, roemden zij haar bij ​Farao, zodat de vrouw naar het ​huis​ van ​Farao​ gehaald werd.


Abraham werd daarvoor goed beloond:

16 En hij deed ​Abram​ wèl om harentwil, zodat hij schapen, runderen, ezels, ​slaven, ​slavinnen, ezelinnen en ​kamelen​ ontving.

God echter nam wraak :

17 Maar de Here sloeg ​Farao​ met zware plagen, evenals zijn ​huis, ter oorzake van ​Sarai, de vrouw van ​Abram.


Toen ging er bij de Farao een lichtje branden en donderde hij  Abraham met vrouw en  al het land weer uit.

Was misschien toch niet zo handig geweest om Abraham met z’n halfzuster te laten  trouwen. Kunnen we beter helemaal verbieden, moeten zijn genetica engelen Hem ingefluisterd hebben, want Hij liet kort daarna een nieuw edict uitvaardigen over wie met wie niet mochten vrijen. Broer en (half)zus zaten daar ook bij:

Leviticus 18: NBG51

6 Niemand zal naderen tot zijn naaste bloedverwant, om de schaamte te ontbloten: Ik ben de Here. ‘........... 9 De schaamte van uw zuster, de dochter van uw vader of de dochter van uw moeder, geboren in ​huis​ of geboren daarbuiten, haar schaamte zult gij niet ontbloten. .........11 De schaamte van de dochter van uws vaders vrouw, die aan uw vader geboren is, zij is uw zuster – haar schaamte zult gij niet ontbloten.....


Het was wel even een ongemakkelijk moment. Hij had altijd al de indruk willen wekken dat er bij Hem...

Jacobus 1: NBG51
17... geen verandering is of zweem van ommekeer.


En nu dan toch...  Maar God is echter een ware politicus. Hij blijft dingen beloven en ook al komt er vaak niet veel van terecht, Hij weet er altijd wel een draai aan te geven. Met die belofte van een indrukwekkend nageslacht voor Abraham wilde het ook maar niet vlotten en toen Abraham daar weer eens over zeurde, kwam God even met twee andere Heeren (bodyguards wellicht ?) bij hem langs en zwoer nogmaals dat het zou gebeuren, binnen  een jaar zou Sara een zoon baren.

Gen 18: NBG51
10 En Hij zeide: Voorzeker zal Ik over een jaar tot u wederkeren, en dan zal uw vrouw ​Sara​ een zoon hebben.

Sara stond in het geheim mee te luisteren en moest daar hard om lachen:

En ​Sara​ luisterde bij de ingang der ​tent, die zich achter Hem bevond. 11 Abraham​ nu en ​Sara​ waren oud en hoogbejaard; het ging ​Sara​ niet meer naar de wijze der vrouwen. 12 Dus lachte ​Sara​ in zichzelf, denkende: Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?


No longer slaves (Lyric Video) | Bethel Music | Jonathan David & Melissa Helser


Na Sara even de les gelezen te hebben gingen de drie Heeren weer verder op reis.

Abraham blijft hardleers en zodra hij ergens in den vreemde is, moet Sara de rol van zuster weer spelen. In het koninkrijk van Gerar werd koning Abimelek zich al gauw bewust van die uitzonderlijke (vervallen?!) schoonheid van de zus van Abraham. Die werd dus al snel als zijn vrouw ingepalmd!

Abraham zat daar kennelijk niet zo erg mee, maar God wel en zorgde voor zoveel rampen voor Abimelek dat hij al gauw wist dat er iets  niet in de haak was en toen kreeg hij een droom waarin de aap al gauw uit de mouw kwam: Hij had de vrouw van Abraham ingepikt!

Met excuses en een hele serie spullen zoals schapen en runderen en slaven en slavinnen, werd Sara aan Abraham teruggegeven. Die Abraham kreeg er zo ook maar weer heel wat "spullen" bij.

In  het logboek van God lezen we niet wanneer  Abimelek Sara tot vrouw nam. De paparazzi suggereerden wel dat het zo’n drie maand na de hernieuwde belofte was. Negen maand later zou Sara dan een zoon gebaard hebben en die werd Isaak genoemd.
Abimelek claimde nog wel dat hij haar niet aangeraakt had, maar ja wie zou dat in zijn geval ook niet zeggen?
Er is waarschijnlijk in de hemel bij de goed geïnformeerde genetici toen ook al wel een discussie ontstaan over vruchtbaarheid. Ze hadden over dat onderwerp al eens via hun futuroscoop gegoddeld. Zou het kunnen dat de schuld bij Abraham lag?  Dat de oorzaak in 30% van de gevallen bij de man ligt en in 30% van de gevallen bij de vrouw? (ref.)
Nou leek het er wel op dat Abraham bewezen had dat hij wel vruchtbaar was, want Sara had hem haar slavin gegeven om een zoon te verwekken. Vrouwen in die tijd waren nu eenmaal erg gul. En dat was nog gelukt ook, zo leek het,  Ismaël , werd geboren, de voorvader van Mohammed (geprezen zij zijn naam) en alle Arabieren. Maar kunnen we daar wel zeker van zijn?

Slavenhouders waren niet erg geïnteresseerd in de vaders van de kinderen van hun slavinnen. De moeders waren belangrijker maar moesten wel zelf weer direct aan het werk en de kinderen werden opgevangen door een dresneger of dresmama  speciaal voor dat doel uitgekozen en opgeleide slaven (ref.) In de Surinaamse slavenregisters “vindt u de naam van een persoon, geslacht, leeftijd of geboortejaar, moedersnaam (voornamelijk in registers vanaf 1848), de eigenaar en een link naar de scan van het folio.” (ref.)

De noodkreet van ene Jason, op zoek naar zijn voorouders, is kenmerkend:

“Enkele maanden geleden ben ik begonnen met het zoeken naar mijn voorouders. Sommige lijnen voeren mij helemaal terug naar de slavernij. En vaak (eigenlijk altijd) vind ik dan alleen maar gegevens van de vrouwelijke lijn. Ik kan niets van de vader vinden. Is dat normaal? ...”

Zou het in de tijd van Abraham anders geweest zijn en hoe zeker kunnen we er van zijn dat hij de vader was van Ismaël ?  De man had tot ver in zijn tachtigste geen kinderen kunnen verwekken en nu dan wel??
We zullen het nooit weten, Abrahamietisch DNA staat ons niet ter beschikking. Abraham was blij met Isaak, of hij nu op hem leek of niet. Maar die Isaak leek een gewelddadige vroege dood beschoren...  Daarover een volgende keer.

---------------------------------------------------------------------------------------------

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

vrijdag 1 mei 2015

Israel, het Beloofde Land





The Promised Land


The Promised Land   by the Milk Carton Kids

Every now and then
I'm gonna make you cry
You won't remember when
I won't remember why
Every peace I find
Seems to rise to say
Live for every light
Live for every day

I raise my hand, I raise my hand
I raise my hand, I raise my hand
I raise my hand to the Promised Land

Little girl you're all we've got for now
You've gotta find a way to save us now
It's turning dark and soon the chill will come
If you find it in your heart would you find me some?

Chorus

I'll say goodbye and say farewell, it seems
My work is done - no more chasing dreams
And if you left, leave my heart to spare
We could part but I'd still find you there

Had je Abraham al gezien!



Zijn we niet allemaal op zoek naar ons beloofde land! Abraham wel! Had je hem al gezien?
We kennen hem immers allemaal wel, Abraham (ook wel Abram), de man die je gezien hebt zodra je vijftig wordt. In de Joodse mythologie is hij de stamvader van het volk, die voor het eerst in Israël ging wonen. Dat gezegde hebben we aan Jezus te danken.

 Jezus en Abraham

In de verhalen over Jezus die we tegenkomen in Mattheus, Lucas en Marcus schept Jezus lang zoveel niet op als in het evangelie van Johannes. Daar stelt hij zich zo’n beetje gelijk aan God. Hij bestond ook al lang voordat hij op aarde kwam en meende te weten dat Abraham (in het dodenrijk) heel blij was met zijn komst naar de aarde. Dat vonden zijn toehoorders maar een raar verhaal. Om Abraham te kunnen zien moest je zelf ook dood zijn of in ieder geval een waardige leeftijd hebben om visioenen te mogen zien en die Jezus die begint pas, hij is nog  niet eens 50:

Johannes 8: [Jezus zei:]

56 'Abraham verheugde zich op mijn komst. Toen hij mij zag, was hij blij.’ 57 De Joden zeiden tegen Jezus: ‘Hoe kunt u Abraham ooit gezien hebben? U bent nog geen vijftig jaar oud!’ 58 Toen zei Jezus: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Ik ben er, en ik was er al voordat Abraham er was.’

Kennelijk hebben lezers hieruit de conclusie getrokken dat je Abraham krijgt te zien zodra je vijftig bent en vandaar het Nederlandse gebruik van de Abrahampop.

Abraham op weg naar het beloofde land (Kanaän).

In ieder geval, Abraham z'n vader, Terach, was al onderweg gegaan naar Kanaän (het huidige Israël), maar in Chara (Hara) blijven steken (op de Turks/Syrische grens). God geeft Abraham dan na zijn dood het bevel, nu maar eens op weg te gaan, naar het beloofde land:
Genesis12:

 Abram gaat op reis

 1 De Heer zei tegen Abram: ‘
Ga weg uit je eigen land en ga weg van je familie.
Ik zal je zeggen naar welk land je moet gaan.
2 Ik zal je zo veel nakomelingen geven
dat ze een groot volk worden.
Ik zal je rijk en gelukkig en beroemd maken.
Jij zult ook anderen gelukkig maken.
3 Als de volken op aarde elkaar geluk toewensen,
zullen ze zeggen:
‘Ik hoop dat je net zo gelukkig wordt als Abram.’
Ik zal goed zijn voor de mensen die goed zijn voor jou.
Maar de mensen die jou slecht behandelen,
die zal ik straffen.’4-5

 Abram komt in Kanaän

6 Abram en zijn familie kwamen in Kanaän, waar in die tijd de Kanaänieten woonden. Ze reisden door tot de eik van More bij de stad Sichem. 7 Daar zag Abram de Heer. De Heer zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’

  

Die belofte zal nog menigmaal herhaald worden en wordt steeds mooier:

  
 Genesis 17:

Abram heet voortaan Abraham

1 Toen Abram 99 jaar oud was, kwam de Heer bij hem. De Heer zei: ‘Ik ben de machtige God. Blijf altijd dicht bij mij en doe wat goed is. 2 Dan beloof ik dat je heel veel nakomelingen zult krijgen.’ 3 Abram maakte een diepe buiging.
God ging verder:4-5 ‘Voortaan heet je niet meer Abram [de verheven vader], maar Abraham [vader van vele volkeren]. Ik beloof je dat er later heel veel volken van je zullen afstammen. 6 Ik zal je heel veel nakomelingen geven. Er zullen niet alleen veel volken van je afstammen, maar ook veel koningen.
7 Ik doe je een belofte die ook geldt voor je nakomelingen, en voor alle generaties na jou, voor altijd. Ik zal jouw God zijn en de God van je nakomelingen. 8 Je bent nu een vreemdeling in het land Kanaän. 8 Maar ik zal dit hele land aan jou geven. Kanaän zal voor altijd het land van jou en je nakomelingen zijn.
En zo kwam de ellende in het Midden-Oosten tot stand!

Je kunt je voorstellen wat de Kanaänieten gedacht moeten hebben als hun  dit bericht ter ore was gekomen. En je kunt je voorstellen wat de Palestijnen gedacht moeten hebben toen ze merkten dat Joden uit de hele wereld zich nog steeds aan deze belofte vasthielden en in grote getale terugstroomden naar het land Kanaän, dat toen vaak Palestina werd genoemd. Dat dit zou gebeuren was immers al aangezegd door de profeet Jesaja:

 Jesaja 43:

Wees niet bang, want ik zal bij je zijn. Ik haal je nakomelingen terug uit het oosten en uit het westen. 6 Tegen het noorden zeg ik: ‘Geef mijn volk terug.’ Tegen het zuiden zeg ik: ‘Laat mijn volk gaan!’ Tegen alle verre landen zeg ik: ‘Breng mijn volk weer terug. 7 Breng de Israëlieten allemaal terug. Ze zijn naar mij genoemd. Ik heb hen gemaakt ter ere van mijzelf, ik heb hun het leven gegeven.’’

 Het Palestijnse conflict.

 Deze belofte dat God het land Kanaän, nu het land Israël, aan Abraham en z'n nageslacht (lees "de Joden") heeft gegeven ligt aan de basis van de enorme problematiek in het Midden-Oosten. Mede doordat het Christendom het verhaal over Abraham als onderdeel van haar geloof heeft meegenomen, is de herinnering aan die belofte blijven bestaan en is men Israël ook in de Christelijke Westerse wereld als "het land van de Joden" blijven zien. In het begin van de 19e eeuw leefde er in Engeland ene Lord Shaftesbury. Deze Lord was een toegewijd christen en raakte geïnteresseerd in de terugkeer van de Joden naar het land van hun voorouders. Richting de regering en met name zijn schoonvader, Lord Palmerston onderbouwde hij dit (in 1838-1840) met economische en politieke voordelen, voor zichzelf zag hij dit als de vervulling van Bijbelse voorzeggingen (profetieën). In de Anglicaanse en Evangelische wereld werd dat ook steeds meer zo gezien.
Hier is een stukje uit een documentaire van een Christelijke organisatie (Crosstalk) die zich erg bezig houdt met Israël. Het idee is dat de terugkomst van Jezus, heel sterk afhankelijk is van de terugkeer van de Joden naar Israël.




De werkelijkheid was dat er door migratie en hele volksverhuizingen uiteindelijk nog maar weinig "oorspronkelijke Joden" in Israël woonden.
Een Britse volkstelling in 1922 geeft aan dat de Palestijnse bevolking  voor 78% bestaat uit moslims, 11% joden, en 9,6% christenen.  In 1936 is het Joodse percentage opgelopen tot 16,9%. Het land werd toen nog in grote meerderheid bewoond door Arabisch sprekende Palestijnen en toen ook Palestina genoemd. "Terugkeer" , houdt eerdere afwezigheid en "Uittocht" in. Wanneer vond dat plaats?

De Joodse Uittocht (de Diaspora)


Uit de verhalen over de apostel Paulus die tussen 50-70 n.Chr in de toenmalige wereld rondreisde, weten we dat zich overal al Joodse gemeenschappen bevonden (het huidige Turkije, Griekenland, Italië etc.).
In de eerste eeuw zijn er na de
Joodse opstand in 70 n.Chr. en het vernietigen van de tempel door de Romeinen destijds nog eens veel Joden het land ontvlucht. Na een tweede bloedig neergeslagen opstand in de tweede eeuw (116-117) en een derde (132-135), vonden er verdere uittochten plaats. Ook zijn er historici die geloven dat veel overgebleven Joden (en zeker de niet puur Joodse Samaritanen onder hen) langzamerhand zijn opgenomen in de cultuur van omringende en het land binnendringende volkeren, in de zevende eeuw dan met name moslims. Rond de tijd van de Joodse uittocht vonden er in Europa ook allemaal grote volksverhuizingen plaats. Germaanse stammen, zoals de Franken overspoelden de lage landen. In Engeland werden de Kelten naar uithoeken van het land verdreven. De vraag is natuurlijk of je vele eeuwen later nog aanspraak mag maken op grond waar je voorouders, eeuwen geleden, geleefd hebben? Dat geldt nog nijpender voor de gereduceerd Indianengroepen in Amerika of de Aboriginals in Australië. Opgetekende beloftes uit een oud en primitief boek, zouden daar geen verschil bij uit moeten maken....

Toch maakte dat kennelijk wel een verschil en de wens tot terugkeer bleef leven bij Joodse gemeenschappen. Het Christelijke Westen had hier ook wel oor naar. Veel christenen zagen (en zien) de terugkeer als een vervulling van een belofte van hun God en daarmee een bewijs dat hij de ware God is! Ze hebben de beloften in het Oude Testament (van de Joden) eenvoudig gekidnapt en in hun eigen geloof ingepast. In Oost Europa zijn christelijke organisaties bezig gemeenschappen met een Joodse achtergrond weer bewust te maken van hun Joodse cultuur en helpen hen dan praktisch en  financieel om "Alija" (de terugtocht naar het beloofde land) te maken. Die terugkeer helpt te bewijzen dat hun Christelijke Bijbel, hun geloof en hun Jezus, waar zijn.
Voor meer informatie kun je naar de website toe van Christenen voor Israël.
  
In 1917 kwam de Britse Minister van Buitenlandse Zaken met de Balfour verklaring uit, waarin hij namens de Britse regering  voorstelde “dat er gunstig gekeken werd naar het opzetten van een Nationaal “Home” in Palestina voor Joodse mensen, maar dat er niets mocht gebeuren dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-joodse bevolkingsgroepen in Palestina in gevaar kon brengen”
Dat dat niet allemaal zo netjes verlopen is, mag duidelijk zijn en het Westen heeft hieraan m.i. de meeste schuld door er na de Tweede Wereldoorlog niet voor te zorgen dat allen die uit die verschrikkelijke nazi-concentratiekampen mochten terugkeren ook weer vol zorg in hun eigen leefomgeving werden opgevangen. Misschien had dat ook wel niet gekund, want hoe kun je leven onder mensen waarvan zo velen je verraden of in de steek gelaten hadden? Je gunt ze een eigen, vertrouwde plek, maar als dat ten koste gaat van anderen....  Ondertussen is Israël ook voor vele jongeren hun geboortegrond en wordt verdrijving even wreed en ondenkbaar.... Het zou toch moeten kunnen, één staat waarin de Palestijnse vluchtelingen weer kunnen terugkeren en er samen gebouwd wordt aan één multicultureel land...  Ook hier is het religie en religieuze standpunten die een oplossing in de weg staan.
"Yes, you have gotta to find a way to save us now... I raise my hand to the Promised land."
Maar goed, Abraham, heeft zich goed kunnen vestigen en dat er van die mooie beloften niet veel is terechtgekomen, zal hij nooit geweten hebben. Dat zijn nageslacht tot zegen zou zijn voor heel de wereld heeft die wereld nog niet ervaren, maar is de kinderen van God wel duidelijk, hij heeft immers Jezus voortgebracht. Luister ook nog maar eens naar een stukje uit een hedendaags gesprek tussen twee  kinderen van God (Family 7 man Dolf van de Vegte en publicist Jaap Dieleman).


 Uit dat nageslacht van Abraham is Jezus dus geboren, ook wel "Koning der Koningen" genoemd, de redder van de (gelovige) wereld! Als Jood zou Abraham zelf  die Christelijke uitleg wel door de mosterd hebben gehaald. Hij wist immers waar hij die mosterd kon halen...
Daarover een volgende keer als Abraham zijn Zoon moet offeren en daar volgens sommigen "mosterd" bij nodig had.


Izaäk bijna geslacht, de dood van het ram (lam) van God voorschaduwd.