woensdag 18 december 2019

Piemelpret


                                                                                  Voor een vollediger weergave, klik hier

God moet ooit naar ons beeld zijn geschapen, niets menselijks is Hem immers vreemd. Want wie twijfelt er soms niet aan of je accountant wel de beste deals voor je treft, of je partner wel echt van je houdt en of je beste vriend je wel door dik en dun zou steunen als het erop aankomt?
Om een vriend of vriendin aan je te binden kun je ervoor kiezen om een tatoeage aan te laten brengen op zijn of haar lichaam, bij voorkeur met jouw naam. Daar komen ze dan lastig weer van af.   Of je bedenkt een test waaruit de liefde, dan wel vriendschap moet blijken.

God had ook een beste vriend, nou ja, eigenlijk maar één vriend, Abraham. Hij had ook nog wel een  hele serie naamvrienden die allemaal het teken van trouw aan Hem op hun lichaam droegen. Maar die hadden niet zoveel keus gehad.......

Om zijn vriendschap met Abraham te bevestigen had God namelijk iets bedacht, een op het lijf gekerfd teken van eeuwige trouw: Laat Abraham maar een stukje van zijn piemel opofferen, gewoon die voorhuid wegknippen als teken van verbondenheid.

Genesis 17:  NBG51
10 Dit is mijn ​verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is ​besneden​ worde; 11gij zult het vlees van uw voorhuid laten ​besnijden, en dat zal tot een teken van het ​verbond​ zijn tussen Mij en u. 

Gelijk dus ook maar voor alle mannetjes in zijn huishouding inclusief de menselijke “spullen”, zijn mannelijke slaven. Dat worden dan wel naamvrienden, maar goed..... :

12 Wie acht dagen oud is, zal bij u ​besneden​ worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw ​huis​ geboren is, als wie van enige ​vreemdeling​ voor ​geld​ is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. 13 Wie in uw ​huis​ geboren is en wie door u voor ​geld​ gekocht is, moet voorzeker ​besneden​ worden; zo zal mijn ​verbond​ in uw vlees zijn tot een eeuwig ​verbond

Je vraagt je af hoe dat gegaan is. Mozes, de biograaf van Abraham rept er niet over, maar je kunt je allerlei scenario’s voorstellen. Het zou wel eens, inclusief de slaven om een paar honderd man hebben kunnen gaan. Abraham was ook een krijgsheer en vocht met zijn slavenleger stammenoorlogen uit.

Waarschijnlijk in één keer aanpakken, aan de lopende band afhandelen. Alle mannen op een rij met hun piemel in de hand. Abraham eerst, bij hemzelf, met een scherp stuk steen of bamboereep of wat voor messen ze toen ook maar hadden. Probeert zijn pijn te onderdrukken. Dat duurt lang en moet efficiënter...    Hoe dan?


God had ooit nog eens een aantal krachtige kerels uit donker Afrika voor Abraham aangekocht.  Handige jongens bedreven in de houtsnijkunst. Die dan maar tot Piemelpieten promoveren.  Eerst bij zichzelf oefenen en daarna de rest aanpakken. Om het wondvocht weg te vegen werden ook nog een paar Veegpieten aangesteld.  Dan dus aan de slag!

Naarmate de Piemelpieten dichterbij kwamen werden die piemels steeds kleiner en schrompelden verder in elkaar. Bij de laatste moest er zelfs naar gezocht worden!!

Het moet een bloedige boel geweest zijn en waar ze die voorhuiden gelaten hebben is onbekend. Er werd toen ook nog niet gescheiden ingezameld en er was nog geen bio-container. Waarschijnlijk werden ze voor de leeuwen geworpen. Dat trucje haalde God wel vaker uit.  Probleem was wel dat die leeuwen de smaak te pakken kregen en er gaan verhalen rond dat toen de eerste eunuchen zijn ontstaan!!!

Abraham heeft zich vast wel eens afgevraagd of God zelf ook een piemel had die besneden kon worden, hij was immers volgens Zijn vriend naar Zijn beeld geschapen. Maar goed, dat vraag je God natuurlijk zomaar niet. En de vrouwen die hadden maar weer mazzel, die hebben mooi een paar weken rust gehad.  
Waren die trouwens ook volgens God naar Zijn beeld geschapen? Was God dan eigenlijk transgender? Dat zou wel mooi zijn voor de LBGT- of zowaar de LGBTQIAP-gemeenschap.

Maar goed, dan kan je vriend of vriendin wel een tatoeage met jouw naam op het lijf hebben of als bewijs van trouw aan Jou besneden zijn, dat bekent nog niet dat je volledig op die persoon aankunt.

God vroeg zich dat bij Abraham ook regelmatig weer af. Hij werd er zelfs een beetje gek van en kwam toen met een uiterst bizar idee. Als Abraham nu bereid was zijn zoon, die Isaak, als brandoffer op te offeren, dan ...

God hield van brandoffers, want als Abraham weer eens een lam of ander dier op een soort altaar legde en daar liet verbranden (wellicht met wierook en wiet ook), dan rook dat zo lekker. Daar raakte Hij altijd een beetje high van en gaf Hem steeds weer een goed humeur en dan werd hij ook heel aardig voor Abraham en gaf Hij hem nog meer spullen, ook levende spullen zoals slaven en slavinnen.


Nou was God ook weer niet echt van plan het hele proces te voltooien, maar wel als test, gewoon om maar eens te zien hoever Abraham bereid was voor Hem te gaan:

22 NBG51
1 Enige tijd later stelde God ​Abraham​ op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde ​Abraham2‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, ​Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem ​offeren​ op een berg die ik je wijzen zal.’

Abraham laat er geen gras over groeien maar gaat de volgende morgen al vroeg op stap:

3   De volgende morgen stond ​Abraham​ vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon ​Isaak​ met zich mee, hakte hout voor het ​offer​ en ging op ​weg​ naar de plaats waarover God had gesproken. Op de derde dag zag ​Abraham​ die plaats in de verte liggen. Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ Hij pakte het hout voor het ​offer, legde het op de schouders van zijn zoon ​Isaak​ en nam zelf het vuur en het mes.

Waar ze het onderweg over gehad hebben, weten we niet, maar toen ze dicht bij de berg Moria waren, begon de zoon toch vragen te stellen:

 7‘ Vader,’ zei ​Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde ​Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei ​Isaak, ‘maar waar is het lam voor het ​offer?’ 

Abraham kon de waarheid niet uit zijn strot krijgen:

 8  Abraham​ antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’

Maar hij gaat dan wel rustig verder en bindt de jongen vast op het altaar. Zou de jongen niet tegengesputterd hebben en gevraagd: “Papa, wat ben je aan het doen?” En zou Adam dan geantwoord hebben: “Niets hoor, we spelen gewoon even een brandoffer spelletje, gewoon voor de lol!” ???

En ik had de ogen van dat mannetje wel eens willen zien, toen zijn vader met opgeheven mes boven hem stond....

9 Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde ​Abraham​ daar een ​altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon ​Isaak​ vast en legde hem op het ​altaar, op het hout. 10Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten.

Gelukkig kon God het niet verder aanzien. Hij had ook net bedacht dat Hij hiermee ook het enorme aan Abraham beloofde nageslacht de kop in ging drukken.  Als de bliksem stuurde Hij er een engel op af:

11 Maar een ​engel​ van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, ​Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. 12‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ​ontzag​ voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’





Het was dus toch maar gewoon een spelletje, maar voor God ook een beetje een voorproefje van wat Hijzelf van plan was met Zijn Zoon. Die was Hij van plan ooit in de gedaante van één van Zijn poppetjes op aarde geboren te laten worden. En die moest dan ook opgeofferd worden om te laten zien hoeveel Hij nog steeds van die afvallige poppetjes hield. Gelukkig zou dat ook weer goed aflopen, want Hij kon die Zoon ook weer zo tot leven roepen en terughalen in Zijn hemel. Dat viel dus ook wel weer mee en dan zouden alle mensen in de hele wereld Hem geweldig vinden en Hem eer brengen. God begon daar erg naar uit te zien ook al moest Hij nog wel twee duizend jaar wachten. Maar goed, voor God was duizend jaar niet meer dan één dag.

2 Petrus 3:8
 Voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

En omdat het uiteindelijk nog maar twee goddelijke dagen zou duren, was God al met de voorbereidingen van die feestelijke geboorte begonnen. Want het moest een groot en jaarlijks herdacht feest worden. God had er al een naam voor bedacht: Kerst!
Het engelenkoor was al begonnen met repeteren voor de bijbehorende zang. God was wel nieuwsgierig en ging langs om eens te luisteren. Uit de verte klonk het mooi en toen Hij dichterbij kwam kon Hij ook de woorden verstaan:


You better watch out
You better not cry
Better not pout
I'm telling you why
Santa Claus is coming to town

Hè, wat was dat? Over wie ging het daar? Santa Claus!! Maar zo heet Mijn Zoon niet. Wat is hier, in Mijnnaam, aan de gang?.......





Een vrolijk gezegende Kerst toegewenst

Naar de andere delen van Genesis met een glimlach

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Geef je eigen mening hier: