Pagina's

donderdag 19 januari 2017

De (Christelijke) Messias: Toneelstuk in twee bedrijven


De Maschiach


De Joodse “maschiach”  was een aards iemand die met de hulp van God glorie zou brengen. Het nageslacht van de Joodse voorvader Abraham werd een grootse toekomst voorspeld. Ze zouden tot aan de rivier de Eufraat gaan heersen:

Genesis 15: (BGT)

18 Toen deed de Heer een belofte aan Abram. Hij zei: ‘Dit land zal ik aan jouw nakomelingen geven. Het hele gebied van de rivier de Nijl tot de rivier de Eufraat is voor hen.  

Hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat de koningen David en Salomo ooit aan de macht waren in de 10e eeuw V. Chr., is er niets te vinden in de seculiere literatuur uit die tijd dat duidt op een groot en machtig rijk.

Ik denk ook niet dat er veel nakomelingen van Abraham zijn, die zich nog aan deze belofte vastklemmen. Maar ze zijn er vast wel en dat kan levensgevaarlijk zijn voor de situatie in het Midden-Oosten.  In de legenden komt koning Salomo het dichtst bij deze glorie.

Het uiteenvallen van Israël in de 6e eeuw V. Chr. en de verbanning van veel inwoners naar Babylon, gaf een andere draai aan de Messias verwachting. Van hem werd nu verwacht dat hij Israël zou herstellen, het koningschap van David vernieuwen en de verstrooiden terughalen uit verre landen.

Jeremia 23 (BGT)

Er zal een nieuwe koning komen


5 De Heer zegt: ‘Ik zorg ervoor dat er een nieuwe koning komt uit de familie van David. Ik zal hem zelf uitkiezen. Die koning zal het land goed besturen, hij zal wijze besluiten nemen. Hij zal eerlijk rechtspreken, hij zal iedereen goed en rechtvaardig behandelen. 6 Zijn naam zal zijn: ‘De Heer is onze redder’. Want ik zal mijn volk redden. Het hele volk zal in vrede leven.’

7-8 De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Ik jaag jullie weg uit je land. Ik stuur jullie naar het verre noorden en naar veel andere landen. Maar er komt een dag dat ik jullie weer terug zal brengen. Dan mogen jullie weer wonen in je eigen land.

Nu noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit Egypte’. Maar op die dag noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit het verre noorden’.

Veel joden denken ook nu nog recht te hebben op herstel van het land van hun voorvaders ook na een paar duizend jaar van afwezigheid. Uiteraard denken de Palestijnen die al generaties lang in het land woonden, daar anders over...

Zonde en afgodendienst werden ook in de tijd van Jezus gezien als de grootste reden voor het verval van de staat en heilige mannen trokken rond om de mensen tot bekering op te roepen. Dan zou God het land herstellen en een zoon van David weer op de troon zetten. Die heilige mannen werden door hun volgelingen vaak als de mogelijke Messias gezien.  Dat was in ieder geval zeker het geval met Jezus, hoewel hij dit  nog niet overal aan de klok wilde hangen:

Jezus als Messias


·         Matteüs 16:20 

20 Daarna zei Jezus tegen de leerlingen: ‘Vertel aan niemand dat ik de Messias ben!’ vertaling: BGT

Jezus had er ook duidelijk moeite mee dat hij eigenlijk een afstammeling van David had moeten zijn in plaats van de zoon van een eenvoudige timmerman uit Nazareth. Gelukkig had hij een Bijbeltekst gevonden die dat tegen leek te spreken:

·         Lucas 20:42


42 Maar luister eens wat David zelf gezegd heeft over de Messias: «God zei tegen mijn Heer: Kom naast mij zitten, aan de rechterkant. “

·         Lucas 20:44


44 David zelf noemde de Messias dus zijn Heer. Hoe kan de Messias dan tegelijk Davids zoon zijn? vertaling: BGT

Het lijkt er erg op dat Jezus bij het herstelde koninkrijk toch voornamelijk dacht aan een geestelijk koninkrijk. Hij ziet zichzelf ook duidelijk als een voorschot op dat koninkrijk.

·         Matteüs 12:28


28 Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. vertaling: NBV

Toegang tot het Koninkrijk van de Messias


En het is best lastig om tot dat geestelijke koninkrijk toegelaten te worden.

·         Lucas 18:25

25 Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. vertaling: NBG51

Het is dan ook duidelijk bedoeld voor wie rechtvaardig handelt, voor de armen en de nederigen.
  
 Matteüs 5:3
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. (NBV)
Matteüs 5:10
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. (NBG51)

Lucas 6:20
En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide: Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. (NBG51)


Het is niet onredelijk te denken dat de evangelieschrijvers hiermee een best wel geloofwaardige versie presenteren van wat Jezus echt te vertellen had. Het is wel opvallend anders dat wat er in Evangelische kringen nu verkondigd wordt. Daar krijg je toegang tot het Koninkrijk van God, niet door een rechtvaardig, sober en nederig leven, maar door je zonden te belijden en Jezus te aanvaarden als je Heer en Verlosser.

Jezus blijft bij zijn verkondiging ook wel wat steken bij nadruk op Israël, want hij belooft zijn discipelen, bijvoorbeeld, dat ze op een troon zullen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

·         Lucas 22:30


30 jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. (NBV)

Wat gebeurt er dan? Hij heeft een trouwe aanhang verkregen en als hij dan toch als politieke onruststoker wordt opgepakt en door middel van kruisiging geëxecuteerd, heerst er grote verslagenheid onder zijn aanhang. Die verslagenheid slaat om in vreugde als er gerapporteerd wordt dat hij werd gezien (en dus weer was opgestaan!). Dat je zo aan zo’n voorman verknocht kunt zijn zie je zelfs bij Hitler, iemand die wel als tegenpool van Jezus gezien kan worden. Toen men hoorde dat er een aanslag op hem was gepleegd en even later dat hij het had overleefd, barstten er massa’s mensen in tranen uit. Bij iemand als Jezus kun je je dat helemaal voorstellen.

Wat zou er echt gebeurd zijn?


Wat zou er echt gebeurd kunnen zijn?  Wat ik interessant vind is dat alle vier de biografieën van Jezus ophouden met zijn opstanding en een paar vroege verschijningen. Wat heeft hij na die opstanding verder dan allemaal uitgespookt? Hoe lang heeft hij nog geleefd? Zijn biografen zwijgen erover en dat lijkt vreemd, tenzij we aannemen dat dit weer zien van Jezus niet het zien van een lijfelijke Jezus was, maar het zien van een geestelijke Jezus. (Slechts in Lucas (14:51) vinden we een later ingevoegde vermelding dat hij werd weggenomen naar de hemel). In de Joodse geschriften had een mens geen ziel, maar was hij de ziel. En zo’n ziel kon dan ook bestaan zonder een daadwerkelijk lichaam, met zo nodig wel allerlei lichamelijke kenmerken ter herkenning. Petrus, Johannes en Jakobus ontmoetten op een berg de profeet Elia en Mozes, die al heel lang dood waren, maar toch als zodanig herkend konden worden.

·         Marcus 9:2


Jezus spreekt met Mozes en Elia



Transfiguration
of Christ (1455) 

Giovanni Bellini


2 Zes dagen later ging Jezus een hoge berg op. Petrus, Jakobus en Johannes mochten met hem mee. Boven op de berg waren ze helemaal alleen. De leerlingen zagen dat het gezicht van Jezus veranderde. 4 Opeens zagen de leerlingen Elia en Mozes. Die waren met Jezus aan het praten. vertaling: BGT

Paulus zegt ook dat hij Jezus “gezien” heeft, maar zegt er bij : “ik weet niet of het in het lichaam of buiten het lichaam was”.

Rond deze geestelijk herrezen Jezus ontstaat de eerste gemeente, maar als die zich ook uitbreidt onder de heidenen, komen er vragen over die opstanding en zo zien we dan het verhaal ontstaan over Jezus dat hij z’n wonden kan laten zien en uiteindelijk naar de hemel opsteeg en je dus even niet meer een handje met hem kon schudden. Het is Lucas geweest die, ondergedompeld in een Grieks-romeinse wereld, vragen over het alleen maar geestelijk zien van Jezus van een antwoord heeft voorzien.

·         Handelingen 1:3


3 Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. (NBV)

Daarna wordt hij door Lucas naar de hemel verwezen. Dat schiep de nodige duidelijkheid. Die “hemelvaart” vieren we nog altijd op Hemelvaartsdag!!

Ook vandaag de dag wordt Jezus nog door mensen gezien. Dit “getuigenis” vond ik bijvoorbeeld op de site van Bijbel en Geloof.:

Verder wil ik je nog zeggen dat ik Jezus heb gezien. Gewoon overdag, terwijl ik bezig was met iets. Ik zeg je, Jezus laat zich soms zien aan mensen, dat heb ik ervaren. En ik ben niet de enige. Hoe komt het dat ik zo zeker weet dat het Jezus was? Omdat de ogen van Jezus mij dat vertelden. Die ogen... dat vergeet ik nooit meer. En binnen in mij werd er gezegd: dit is Jezus! Niemand heeft die liefde. En Hij kende mij, ik hem niet. Hij liep daar om zich te laten zien...

De onzichtbare overwinning van de Messias.

Jesus is with me
So I claim the victory
Over and over gain.
Maar daar kan het niet mee ophouden. Jezus had immers de dood en de duivel verslagen door zijn dood en opstanding, en je zou denken dat er hem niets in de weg lag om de wereldheerschappij over te nemen en een vrederijk te stichten, waar het lam en de leeuw rustig naast elkaar konden bestaan. In feite gebeurde er niets, behalve misschien een kleine beroering in Jeruzalem en de gelovigen kregen niet minder te maken met aanvallen van de (verslagen?) duivel. Dit is lastig uit te leggen voor de kinderen van god. Ik hoorde iemand het uitleggen aan de hand van de geallieerde overwinning in Europa. Op D-day werd in principe de overwinning behaald, maar die moest nog wel volledig opgeëist worden. Niet echt overtuigend voor de Generaal aller Generalen.

Kinderen van god geloven dat je die overwinning wel kunt claimen, dat gebeurt dan meestal door gebed. In de jaren 60 en 70 waren de avonturen van Anne van der Bijl of te wel “Brother Andrew” wel bekend in gelovige kringen. Zijn groep, nu “Open Doors” geheten, smokkelde bijbels binnen in communistische landen. In ons Bible Training Institute kwamen we dan regelmatig met een klein groepje studenten midden in de nacht (dat moest ook helpen, kennelijk) bij elkaar om voor hen te bidden. Dat ging dan bijvoorbeeld als volgt:
Jezus U bent Koning
U hebt alle macht in hemel en op aarde.
We claimen Uw macht, Heer,
Om Brother Andrew en zijn metgezellen
Veilig door de douane te laten komen.
U hebt Satan overwonnen, God.
Niets kan uw overwinning dan ook in de weg staan.
etc.
Ik herinner me ook nog een wonderbare “uitredding”. Bij de douane ergens vroegen ze (in het Engels, neem ik aan) of ze door mochten rijden. De douaniers schudden hun hoofd, maar hielden hen ook niet tegen toen ze rustig doorreden. Later bleek dat je in dit land (Bulgarije?) en in die cultuur met je hoofd schudt om “Ja” te zeggen. Had God weer even mooi geregeld.

De komst van de Messias: toneelstuk in twee bedrijven.

Omdat die eerste komst van de Messias niet helemaal bracht wat je ervan had kunnen verwachten, ontstond er de overtuiging van een tweedelige “wederkomst”, de eerste in het jaar nul en de tweede in de (nabije) toekomst. Gelovigen zien naar deze tweede komst met groot verlangen uit. Jezus wordt gezien als de bruidegom naar wiens terugkomst je als bruid enorm uit kunt zien.  Daarbij is er grote onenigheid over de betrokkenheid van Israël bij dit gebeuren. Worden de gronduitbreidingsbeloften ook ingewilligd of moet je die beloften aan Israël vergeestelijken en uitleggen in termen van de kinderen van god die de aarde zullen beërven?

Jezus wordt afgeschilderd als iemand met enorm veel liefde voor je, iemand die zijn leven ook voor jou persoonlijk gaf. Ik weet uit ervaring hoe ons brein in staat is om je zo iemand in te beelden en het kan wel een handige oplossing zijn, vooral als je je verloren en niet geliefd voelt. Maar wil je echt in een sprookjeswereld leven of toch maar liever zoeken naar antwoorden in de realiteit van ons bestaan? En niet wachten op een Messias die toch niet gaat komen?
Bill Gaither
The first time he came, he came as a little baby, but not many people noticed.
But the next time, he comes my friends, he will come as king of kings and lord of lords.
And every knee will bow, and every tongue will confess...