zaterdag 26 augustus 2017

Ie-wie-waai-weg: Mithras, Mani of Jezus?



Wat een gek(n)etter.

Christelijke “kinderen van god” zijn geneigd de groei van het christendom in de eerste vier eeuwen van onze jaartelling sterk te romantiseren. Er was wel eens wat onenigheid en er traden ketters op met een valse leer, maar mede door de vervolgingen en het lijden van de eerste gelovigen, groeide de kerk enorm. Zo wordt er dan gedacht. Maar in feite waren die “ketters” niet minder dan mensen met een andere interpretatie van de verhalen rond Jezus.



Personal Jesus: Johny Cash Song van de Britse band Depeche Mode uit 1989

Er was nog geen Nieuw Testament en het geloof werd gebaseerd op overleveringen waarin men wel vertrouwen had en verder bepaald door de afstand tot de joodse oorsprong van de Jezus-beweging. Dit leidde tot enorme verschillen, onderling getwist en vervloekingen. Kritische geluiden hierover uit die tijd werden uitgewist, nadat de keizers één bepaalde stroming (de katholieke) als verplichte staatsgodsdienst hadden uitgeroepen, maar we hebben nog een kleine blik op de werkelijkheid ervan doordat één van de kerkvaders, Origenes, citaten aanhaalde uit het werk van zo’n criticus. Het gaat om ene filosoof, Celsus genaamd, die in 178 AD o.a. over de christenen schreef dat..

“ze elkaar heel erg verachten. Ze spreken voortdurend laster over elkaar uit en kunnen maar niet tot enige overeenstemming komen over hun leer. Iedere groepering bepaalt de eigen leer en ze vullen hun hoofd met verraderlijke onzin...” (91)


Bron: “Celsus On the True Doctrine”, translated by R. Joseph Hoffman, Oxford University Press, 1987

Niet alleen was die nieuwe christelijke beweging erg versplinterd, ze had ook te maken met een aantal concurrerende andere nieuwe religies. Het was een periode waarin steeds meer mensen moeite kregen met het primitieve geloof in de vele historische goden (Zeus, Jupiter en hun consorten). Een gouden kans voor nieuwe, min of meer monotheïstische, religies. Naast het christendom zijn twee vooral belangrijk omdat ze vaak een even groot bereik hadden als de christelijke stroming. Het gaat dan om het Mithraïsme en het Manichaeïsme.



Mithraïsme

Het Mithraisme is een cultus die gevormd werd rond de god Mithra(s) en al in de Hindoe Rig-Veda uit 1500 voor Chr. genoemd werd. Hij is de god van de zon, d.w.z. een integere god die licht verspreidt. Via India en Perzië bereikt hij ook Rome en de Romeinse wereld.
Mithras die een stier doodt.
De legende over Mithras verhaalt dat hij een stier doodde en dat uit het bloed van dat dier het leven op aarde ontstond. De stier is symbool voor het kwade dat door Mithras werd overwonnen. Hij verrichtte zo een heilsdaad voor de mensheid, een daad van bevrijding en verlossing.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling maakte de Mithrascultus een enorme bloei door. Met name onder soldaten en handelaars was Mithras zeer populair. De cultus werd begunstigd door de soldatenkeizers (235-284) en in 307 onder keizer Diocletianus zelfs tot staatsgodsdienst verheven.


Basilica San Clemente (zie afbeelding). 

De Basilica is een van de minder opvallende historische gebouwen in Rome. Op straatniveau staat een 12e-eeuwse kerk, gewijd aan de vierde bisschop van Rome, Clemens Romanus. Ondanks enkele 15e-eeuwse fresco's en een 12e-eeuws apsis(=plek van de bisschop)mozaïek onderscheidt deze kerk zich niet van de honderden andere kerken die Rome rijk is. Maar achter in de kerk leidt een brede trap naar de gewelven van de basiliek, waar in 1857 een christelijke basilica uit de vierde eeuw werd ontdekt. De muren van deze zeer oude basilica werden benut als fundamenten voor de bovenliggende kerk. In 1938 werd een catacombe blootgelegd, daterend uit de vijfde of zesde eeuw, maar het meest intrigerend is de ontdekking van een uit de tweede eeuw daterend Mithrasheiligdom dat werd aangetroffen onder de vierde-eeuwse basilica.

En dan lezen we in een inscriptie die op één van de altaren van Mithras werd aangetroffen: "Gij hebt ons verlost door het vergieten van het eeuwige bloed." Mithras had de stier (= het kwade) immers overwonnen.

Hoe bekend moet deze uitspraak klinken in christelijke oren! 


Nog wel een bijzonderheid is dat naast dit heiligdom een woonhuis gevonden werd  dat toegeschreven wordt aan Titus Flavius Clemens die nog aan het einde van de eerste eeuw consul was. Hij werd zeer waarschijnlijk een Joodse proseliet en liet zich besnijden (besneed zichzelf!). De katholieke kerk geloofde liever dat hij christen was geworden en er wordt gezegd dat zijn huis gebruikt werd als schuilkerk. Hij werd door zijn neef en keizer Domitianus in 95 AD ter dood gebracht op beschuldiging van "atheïsme" (=afwijzen van de Romeinse goden).

Aan het begin van de vierde eeuw was niet het Christendom, maar het Mithraïsme de grootste godsdienst in het Romeinse rijk. 


Manichaeïsme


Oprichter was de Perzische profeet Mani (actief tussen 240 – 276)
Hij zag zichzelf als de Heilige Geest die Jezus in het evangelie van Johannes beloofde en baseerde zich verder op het evangelie van Thomas, waar Christus wordt gepresenteerd als de goede geneesheer.
Manichaeïsme verspreidde zich in de derde en vierde eeuw vanuit Perzië razendsnel over de Romeinse gewesten, sneller misschien wel dan het christendom.
Manichaean priests, writing at their desks.
8th or 9th century AD Manuscript from
Gaochang (Khocho), Tarim Basin, China.
De grote Augustinus hoorde bij deze groep voordat hij zich tot het Christendom bekeerde. Mani leerde dat er een conflict bestond tussen licht (God) en duisternis (Satan). De wereld en de ziel zijn het slagveld tussen deze twee machten. Natuurrampen werden gezien als een manifestatie van deze tweestrijd, maar ook ieder mens heeft te maken met deze spanning tussen licht en duisternis, tussen goed en het kwaad. Dat het mis ging na de schepping kwam niet door het zondigen van de mens maar door de aanval van de duivel op God.

Mani werd in het huidige Irak geboren en zijn ouders behoorden bij een Joods-christelijke baptisten sekte. Op zijn 12de en 24ste kreeg Mani visioenen, die hem er uiteindelijk toe brachten om met de ouderlijke sekte te breken en zijn eigen dualistische religie uit te werken. Hij probeerde aan te sluiten bij christelijke, zoroastristische en boeddhistische ideeën, maar zag deze ideeën zelf als onvolledig.

Manichaeïsm werd in Perzië zwaar onderdrukt en vele Manichaeanen werden afgeslacht. In 296 AD beval de Romeinse keizer Diocletianus dat alle Manichaeanen samen met hun boeken levend verbrand moesten worden, wat met velen ook gebeurde in Europa en Afrika. En zijn opvolger, Theodosius, beval de dood voor alle Manichaeaanse monniken in 382 AD. Ook Mani zelf moest zijn overtuiging net zoals Jezus van Nazareth met de dood bekopen.


Conclusie

Het was geenszins het geval dat aan het begin van de vierde eeuw het christendom de wereld had veroverd. Het aantal zeer verdeelde christenen in Rome in die tijd wordt op 10% geschat en er waren andere, krachtige, rivaliserende religies. De uiteindelijke overwinning kwam, zoals we nog zullen zien, doordat Keizer Constantijn uiteindelijk voor het Christendom koos en ook nog wel de katholieke variant.
Het is interessant te zien hoe in deze periode mensen afstand deden van de primitieve goden uit de Romeinse en Griekse mythologie en kozen voor maar één goede god (monotheïsme).
In de Westerse wereld zien we nu dat voor de meesten die éne goede God ook een beetje teveel is van het goede. Uit een NPO onderzoek blijkt dat nog maar 14% in Nederland in een persoonlijke god gelooft. Het percentage praktiserende christenen zal op dit moment dan ook niet meer dan 10% zijn. De enige concurrent is de Islam, op dit moment zo'n 6% van de bevolking. De meesten van hen zullen ook nog wel bij die 14% behoren.
En wat is er dan nog over? Wijzelf zijn er nog,  en onze taak om samen iets van dit leven te maken.






vrijdag 4 augustus 2017

Vroege kerk: water of bloed.


Vroege diversiteit



In orthodoxe beschrijvingen van het ontstaan van het christendom wordt meestal uitgegaan van een homogene steeds verder door Gods genade groeiende groep, mensen geleid door de Heilige Geest en gefocust op Jezus Christus, de uit een maagd geboren Zoon van God, die zijn leven gaf tot vergeving van de zonden van de wereld. In feite zou de diversiteit onder de volgelingen van Jezus wel eens niet minder geweest kunnen zijn dan hij nu is in de 21ste eeuw, met katholieken, gereformeerden (van allerlei  kleur), lutheranen, remonstranten, evangelischen, pinkster, vergadering, Jehova Getuigen, Zevende Dag adventisten, Mormonen, Anglicanen, Apostolischen, Grieks orthodox, Koptisch etc. etc. etc.

De bewegingen die er na de dood (en vermeende opstanding) van Jezus ontstonden hadden nog geen Nieuw Testament om er enige cohesie aan te verlenen. We weten nu dat er allerlei stromingen ontstonden allemaal met hun eigen evangeliën (verhalen over Jezus) en andere geschriften. Ik noem maar een paar waar we van afweten: Het evangelie van de Nazarenen, van de Ebionieten, van de Hebreeën, van de Egyptenaren, van Thomas, van Petrus, van Maria, van Philippus, van de Waarheid, van de Verlosser, de openbaringen van Petrus, van Paulus etc. etc.

De canon

Pas in de vierde eeuw slaagde de hoofdstroom erin om op bevel van de Romeinse keizers vast te stellen welke geschriften als door God geïnspireerd en onfeilbaar konden worden gezien. De andere geschriften en de bijbehorende en afwijkende stromingen verdwenen toen langzaam maar zeker uit beeld. Een zeer belangrijke stroming rond de presbyter Arius (256-336) had gemakkelijk de christelijke hoofdstroom kunnen worden als Romeinse keizers zich uiteindelijk niet tegen hem hadden uitgesproken. Was dit gebeurd dan had het standaard christendom meer trekken gehad die je bijvoorbeeld bij de Jehovagetuigen tegenkomt en was Jezus niet de eeuwige God geweest zoals de Vader God is. “Er was een tijd”, zei Arius, “dat hij (de Zoon) er niet was” en hij was duidelijk ondergeschikt aan de Vader. Geen drie-eenheid dus.

Arianen


Keizer Constantijn, die zichzelf net (min of meer) tot het christendom had bekeerd, vaardigde bijvoorbeeld het volgende bevelschrift uit, dat overeenkwam met de belijdenis die op de  Synode van Nicea (325) was vastgesteld:

“Vervolgens, mochten er door Arius geschreven stukken gevonden worden, dan moeten ze direct aan de vlammen gevoerd worden, zodat niet slechts de slechtheid van zijn leer vernietigd wordt, maar er ook niets over zal blijven dat aan hem zou kunnen herinneren. En ik geef hierbij het openbare bevel dat als er iemand ontdekt wordt die geschriften van Arius heeft verborgen en ze niet onmiddellijk heeft aangebracht en doen verbranden, dat zijn straf de dood zal zijn.....”

— Bevelschrijft van keizer Constantijn tegen de Arianen [17]

Constantijn veranderde overigens later van gedachte (335) en verbande de tegenstander van Arius, Athanasius, een aantal keren. Uiteindelijk werd hij zelfs vlak voor zijn dood door een Ariaanse priester gedoopt. Volgende keizers stonden helemaal achter het Arianisme en die overtuiging ging in de vierde eeuw als wildvuur door het kerkelijke bestaan, totdat Keizer Theodocius de kant van de drie-eenheid koos  en de geloofsbelijdenis van Nicea weer in ere werd hersteld.

Je kon zulke ketterse boeken dus beter maar niet in je bezit hebben en kloosterbibliotheken werden dan ook theologisch gezuiverd. Niet alle monniken hadden daar vrede mee en er moet ook veel een tijdlang verstopt zijn geweest. Die zouden de tand des tijds niet lang overleven, tenzij zij in het droge zand van de woestijn begraven werden. In 1947 werd een grote gesloten kruik gevonden diep in het woestijnzand bij Nag-Hammidi in Egypte. Daarin bleken allerlei ketterse geschriften te zitten, waardoor we nu ook toegang hebben tot teksten waarvan we vroeger alleen maar wisten dat ze hadden bestaan. (Jezus, Johannes en Nag-Hammadi)

Een vijftal grote stromingen springen eruit: De Marcionieten, Joods-christelijke groepen, de Proto-orthodoxe groep (later de hoofdstroom), Montanisten en Gnostici.  Ieder met diverse substromingen.

Marcionieten.


De Marcionieten waren een groepering rond Marcion (85­-160) Marcion werd geboren in Sinope (nu Sinop) aan de  Zwarte Zee in
Noord Turkije. Marcion was gefascineerd door Jezus en wellicht de enige die nog enig begrip had van wat Paulus had willen zeggen. Met het Oude Testament en zijn wrede god, had hij overigens niets. De vroegste lijst die wij hebben van door God geïnspireerde geschriften is van Marcion afkomstig. Hij bestaat uit 11 boeken, tien brieven van zijn geliefde Paulus en één evangelie, waarschijnlijk gebaseerd op Lucas, maar bewerkt zodat iedere verwijzing naar het Oude Testament ontbreekt. Zijn kerk werd enorm populair en in Klein Azië zelfs de hoofdstroming. In de vijfde eeuw werden reizigers nog gewaarschuwd niet ongemerkt  een kerk binnen te stappen om in het midden van Marcionische ketters te belanden.

Joods-christelijk of Christelijk-joods


Joods-christelijke groepen waren wijdverspreid en vermoedelijk het sterkst in Syrië en Egypte. Ze conformeerden zich langzamerhand steeds meer aan de theologie van de minder Joodse stromingen. Van de Nazarenen en zelfs groepen Ebionieten werd later gezegd dat ze in de maagdelijke geboorte waren gaan geloven. 

In de 19de eeuw ontstond een nieuwe beweging van Joden die Christus als hun Messias wilden zien, later bekend als Messiaanse Joden. Zij proberen naast hun geloof in Christus en acceptatie van het Nieuwe Testament vast te houden aan onderdelen van de Joodse traditie.
 

Montanisten.


Montanisten waren de “pinksterchristenen” van de eerste eeuwen. 
De beweging ontstond rond 160-170 in Phrygië en werd geleid door ene Montanus, die tezamen met een aantal profetessen, o.a. Priscilla en Maximilla visioenen ontvingen en doorgaven en benadrukten dat het einde nabij was. Na haar zou er geen profetes meer optreden, had Priscilla nog gezegd voor haar dood in 179. Toen het "Nieuwe Jeruzalem"  maar niet kwam, werd de beweging meer gedemocratiseerd en konden ook anderen dan de leiders visioenen ontvangen die dan wel door de leider van de gemeente beoordeeld moesten worden. Van hun belangrijkste “theoloog”, Tertullianus, weten we dat ook het uitdrijven van demonen de groepering karakteriseerde. Ze breidden zich uit naar Thracië, Antiochië, Rome, Gallië en Noord-Afrika. De groep raakte in de vierde eeuw in diskrediet bij de Katholieke hoofdstroom, maar tot in de achtste eeuw werden ze gesignaleerd.

Gnostici

Deze beweging wordt vaak herleid tot Valentinus (stierf na 155) maar bestond uit verschillende substromingen. Gnostische ideeën deden ook voor Jezus al de ronde. Door de christelijke gnostici werd de God van het Oude Testament ook niet gezien als de vader van Jezus. Deze wrede God was meer een symbool van het kwaad. Kennis (gnosis) komt tot je in geestelijke ervaringen met de "Christus-in-je". Veel van de boeken gevonden in de Nag-Hammidi verzameling hadden een gnostisch karakter. Het geloof dat je kennis kon ontvangen van de bron van alle kennis, kon ook wel eens geleid hebben tot het onbeschaamd uitbrengen als feitelijk van allerlei "evangeliën", bijv. van Thomas en "openbaringen" bijv. de Openbaringen van Petrus. Het NT evangelie van Johannes, heeft m.i. ook sterke gnostische trekjes, wat de gebruikte terminologie verklaart en ook waarom het zo afwijkt van de andere evangeliën.

Er is weinig bekend over een aparte gnostische kerkstructuur, de gnostische ideeën kwamen in allerlei lagen van de kerk voor. 



Door het water of het bloed.


Wat mij opvalt is dat het basis idee waar  Paulus van Tarsus mee speelde heel lang niet echt begrepen werd. Dat basis idee was dat God zijn Zoon opgeofferd had om verzoening te doen  voor de zonden van de mensen. God had zo’n offer nodig om Zijn relatie met de mens weer te kunnen herstellen. Deze verzoening kon je je toe-eigenen door in de Zoon te geloven. Redding komt door het bloed!

Je ziet dat sterk gestileerd en glad vormgegeven terug in de evangelische bewegingen van de laatste 150 jaar, maar in de beschrijving door ene Lucas van de toespraken van Paulus is daar niet echt veel van te merken. Hier verkondigt Paulus Jezus als redder voor Israël, als een Messias die het Koninkrijk van God zal gaan herstellen ten behoeve van zowel de Israëlieten als anderen die in Jezus willen geloven. De opstanding van Jezus is het bewijs ervan.

Zelfs zijn beroemde toespraak op de Areopagus in Athene lijkt nergens op wat Billy Graham ervan gemaakt zou hebben😊! Dit dan allemaal volgens Lucas (eind eerste eeuw?!). Wat je ook in de literatuur van de kerkvaders tegenkomt is veel meer een nadruk op het naleven van de instructies die Jezus in de evangeliën zou hebben gegeven, te beginnen met een nieuwe start door een onderdompeling in water, eigenlijk een beetje hetzelfde dat Johannes de Doper gewoon was te doen en een uitkijken naar de wederkomst en herstel van het Koninkrijk van God. Redding  door het water.

Bronnen: 
Bart D. Ehrman: Lost Scriptures en Lost Christianities
Geza Vermes: Christian Beginnings
Charles Freeman: A New History of Early  Christianity
G. P. Luttikhuizen: De veelvormigheid van het vroegste Christendom




maandag 10 juli 2017

De geboorte van de kerk


De geboorte van de kerk (en het Christendom).



Ode van Salomo. De eerste regel uit een lied uit de tweede eeuw. (Ode 1)

He is on my head Like a Crown
He is on my head Like a Crown
And I shall never, I shall never
Be without Him
De oorsprong van de christelijke kerk is duidelijk terug te voeren naar Christus, zoals de naam al suggereert. Het zou dan gaan om Jezus Christus die ook wel Jezus van Nazareth genoemd wordt, naar de plaats waar hij opgroeide. Het is onwaarschijnlijk dat hij tijdens zijn bestaan al als Jezus Christus door het leven ging. Pas toen hij na zijn sterven als Messias (Hebreeuws voor “gezalfde”) werd gezien, kwam de Griekse variant (Christus) in gebruik. Paulus van Tarsus, die de belangrijkste verkondiger van het Jezus verhaal was, noemde hem regelmatig Christus Jezus i.p.v. Jezus Christus.

Echt veel weten we nou ook weer niet van Jezus omdat er zoveel legendes over hem ontstonden dat het lastig is om daar iets feitelijks uit te distilleren. Hij moet een zgn. “heilig man” geweest zijn zoals er wel meer waren in zijn tijd. Allen met een flinke schare aanhangers. Veel van zijn uitspraken zijn blijven hangen en van mond tot mond doorgegeven. Verhalen over zijn leven werden steeds wonderbaarlijker. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij zijn eigen martelaarsdood heeft zien aankomen en zijn volgelingen (discipelen) heeft doen geloven dat hij zou sterven om hen te redden, wellicht zelfs dat hij daarna weer uit de dood op zou staan. Hoewel hij zich volgens de overleveringen nooit als een aardse koning beschouwde, moet hij door zijn tijdgenoten wel vaak als koning, d.w.z. aspirant koning van de Joden gezien zijn. Die verwachting leefde sterk. Hier is bijv. een gedicht uit die periode:

Zie, o Heer, en wek voor hen op hun koning, zoon van David,
Op de tijd die U kiest,
Om te regeren over Israël, uw kind.
Omkleed Hem met kracht om de onrechtvaardige heersers te verbrijzelen,
Om Jeruzalem te zuiveren van de vernielende vertrapping door de heidenen.



Het is logisch dat dit de Romeinse heersers de nodige kopzorgen bezorgde en het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat hij inderdaad gevangen genomen werd en ter dood veroordeeld. Volgens diezelfde overleveringen zou hij op de vraag ”Bent u de koning der Joden” geantwoord hebben: “U zegt het”. In een latere overlevering (Johannes 18:33-37) zou hij het juist tegengesproken hebben en gezegd hebben dat zijn koninkrijk “niet van deze wereld” was. Het lijkt erop dat de eerdere indirecte bekentenis waarschijnlijker is en dat hij de martelaarsdood bewust gezocht heeft door het min of meer toe te geven dat hij de koning van de Joden was.

Voor zijn sterven had hij met zijn volgelingen een ritueel ingesteld dat ze moesten gaan volgen om hem te gedenken. Er werd daarbij brood uitgedeeld en wijn geschonken om te gedenken dat hij zijn leven en zijn bloed gegeven had voor hun redding. Daarbij kwam de verwachting dat hij weer terug zou keren en het koninkrijk van God gevestigd zou gaan worden.

Na zijn dood moeten er volgelingen geweest zijn die hem weer “gezien” hebben. Er zijn ook nu mensen die claimen Jezus gezien te hebben. In het Joodse denken was de mens “de ziel” en het lichaam minder essentieel. Mensen staan niet op uit de dood en dat kan ook toen niet gebeurd zijn. Paulus van Tarsus claimt ook “als laatste”, dus net zoals de anderen, Jezus ontmoet te hebben, maar “of het in het lichaam was, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het ((2Cor 12:2)” De Joodse schrijver Sirach schreef bijvoorbeeld een paar honderd jaar eerder over de profeet Elisa dat hij ook na zijn dood nog wonderen deed zonder zelf lijfelijk te zijn opgestaan.

Sirach 48:13-14
13Niets ging zijn krachten te boven,
zelfs toen hij al gestorven was, profeteerde zijn lichaam nog.
14Bij zijn leven gaf hij tekenen,
ook na zijn dood verrichtte hij wonderbaarlijke daden.

(lijken in zijn graf geworpen, kwamen bijv. weer tot leven)

Het groepje volgelingen zou de rituele maaltijd blijven gebruiken en blijven geloven dat hun Jezus de Messias is (de christus) en dat hij terug zal komen om Israël te herstellen. De beweging zou waarschijnlijk doodgebloed zijn als Paulus van Tarsus er 20 jaar later niet door gegrepen was.

Paulus was een Joodse wetgeleerde die ook het Romeinse burgerschap had verworven. Hij kwam uit een Joods/Griekse gemeenschap in Tarsus ( in Turkije). De Joodse clerus was in die tijd redelijk pro Romeins, ze konden hun Joodse rituelen uit blijven voeren en zagen die dweperige sekten die uit waren op Joodse zelfstandigheid en vrijheid van de Romeinen, niet zitten.  Iemand met de achtergrond van Paulus was dan ook uitermate geschikt om de potentiële “terroristen” op te sporen. Dat gold ook voor de volgelingen van die Jezus.  Hij moet echt wel door deze Jezus geobsedeerd zijn geweest en het is dan ook geen wonder dat hij tijdens zo’n achtervolgingstocht ineens een visioen kreeg waarin deze Jezus hem vroeg waar hij toch wel mee bezig was.

Dat leidde tot een volledige omkeer en van vervolger werd hij aanhanger van Jezus. Het is opmerkelijk dat hij kennelijk van de verhalen rond en van Jezus weinig wist. De evangeliën waren nog niet geschreven, wat duidelijk is omdat er in zijn brieven nooit naar verwezen wordt. Moderne predikheren gaan naast verhalen uit het Oude Testament heel veel uit van verhalen over Jezus, zijn uitspraken of de gelijkenissen die hij vertelde. Bij Paulus kom je die niet tegen.

Wel was hij bekend met “het avondmaal” en het idee van “brood en wijn” als symbolen van “lichaam en bloed” dat gegeven wordt om te redden. Dat moet hem zo aangegrepen hebben dat hij het verbond met het Oudtestamentische idee van het zoenoffer, een offer gebracht ter vergeving van zonden.

Romeinen 3:26 Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. (NBV)


Sarah Hart Pearsons---Nothing But The Blood Of Jesus

God had zelf voor dit offer gezorgd en zijn zoon gegeven om te sterven voor de zonde van de mensen. Door zijn mondiale instelling kon Paulus dit gegeven ook niet laten beperken tot Joden alleen. Ieder die dit offer aanvaardde zou gered worden.

Hij nam contact op met de Jezus-volgelingen in Jeruzalem en we krijgen dan een moeizame werkrelatie te zien, waarbij de joodse volgelingen grote moeite hebben deze verbreding van hun beweging te accepteren.

Je ziet dan ook in de eerste eeuwen van de “kerk” dat er allerlei bewegingen ontstaan die meer of minder “Joods” zijn qua aard.  Paulus had wel veel succes met zijn boodschap en hij wist overal in Turkije en Griekenland “gemeenten” te vormen, in het begin voornamelijk bestaande uit heidense aanhangers van het Jodendom (proselieten).  De bestaande oorspronkelijke beweging breidde zich uit richting Syrië en Egypte.

Van deze meer Joodse bewegingen weten we niet veel, waarschijnlijk mede omdat de lijn van Paulus in het Romeinse rijk de overhand kreeg en andere stromingen en hun documentatie overwoekerde. Uit de werken van ketterbestrijders weten we dat ze er geweest zijn. Er moet bijvoorbeeld een stroming zijn geweest met een eigen evangelie, dat nu bekend staat als het evangelie van de Nazarenen. Het komt erg overeen met het evangelie van Mattheus, maar de eerste hoofdstukken zijn afwezig waarin verteld wordt dat Jezus uit een maagd werd geboren. De Nazareense christen-joden geloofden dat Jezus een gewoon mens was geweest en op een natuurlijke manier werd verwekt. Hij werd speciaal door God gekozen omdat hij rechtvaardiger was dan alle andere mensen. Een andere groep kwam bekend te staan als de “Ebionieten”. Zij waren vegetariërs en geloofden niet dat Jezus ook een goddelijke natuur had. Wel meenden ze dat Jezus het laatste zoenoffer was geweest en verdere vleesoffers voor de vergeving van zonden onnodig maakte. Het is ook wel grappig dat in hun evangelie Johannes de Doper niet sprinkhanen (Grieks: akris) en honing at, maar een soort manna of honingkoek (Grieks: enkris) en honing. Als de discipelen Jezus vragen waar ze het paasmaal klaar zullen maken, zegt hij in hun evangelie dat hij geen zin heeft om het paaslam met hen te eten. Van deze evangeliën en nog een groot aantal andere, weten we alleen af doordat kerkvaders ernaar verwezen en er stukken uit aanhaalden.  Het is duidelijke dat er allerlei joods-christelijke stromingen waren die allemaal door de winnende nominatie uiteindelijk uit het zicht verdreven werden.

De gezamenlijke maaltijd

Plinius de Jongere

Wat een kenmerk van al die bewegingen leek te zijn was de viering van een gemeenschappelijke maaltijd. We weten dit bijvoorbeeld uit een brief die de gouverneur van Bithynia Pontus (in NW Turkije), Plinius de Jongere, aan Trajanus schreef (rond 110). Heel veel gelovigen hadden onder druk hun geloof opgegeven, van hen vermeldt Plinius dat
“Ze zeiden dat hun schuld, of vergissing, neerkwam op het volgende. Het was hun gewoonte op een vaste dag voor dageraad bijeen te komen en met elkaar voor Christus een beurtzang te zingen als voor een god. Ook verbonden ze zich door een eed, niet om een misdaad te begaan, maar om geen diefstal, roof of overspel te plegen, om een woord van trouw niet te breken en een pand desgevraagd niet te weigeren terug te geven. Als dat gedaan was, ging men meestal weer uiteen, om daarna weer samen te komen voor een maaltijd, maar dan heel gewoon en onschuldig. Met dat laatste waren ze opgehouden na mijn edict waarin ik, conform uw opdracht, een verbod op besloten verenigingen had uitgevaardigd.”


Een ander document waarover kerkvaders schreven, maar dat daarna verloren ging en pas in 1873 weer opdook in de bibliotheek van een klooster in Constantinopel, wordt de Didache (de leer) genoemd. Het stamt uit het vroege begin van de 2e eeuw en geeft o.a. aanwijzingen over hoe de gemeenschappelijke maaltijd (het avondmaal/de communie) gevierd moet worden. Wat mij opvalt is hoe de basis boodschap verschilt van die van Paulus of van het evangelie van Johannes.  Niet Jezus is hier de weg tot Leven, maar “het liefhebben van God en de naaste als jezelf”. Als het gaat over het brood en de wijn is de idee dat Jezus zijn lichaam gaf als zoenoffer voor de zonden volledig afwezig:

De Didache 9:


1. En wat betreft de dankmaaltijd, hoor je als volgt dank te geven: 

2. Ten eerste, wat betreft de beker: “We danken U, onze Vader, voor de heilige wijnstok van David, uw kind, die u ons bekend maakte door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

3. En wat betreft het stuk brood: “We danken u, onze Vader, voor het leven en de kennis die U ons bekend heeft gemaakt door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

4. Zoals dit stuk brood verspreid werd over de bergen en weer bijeengehaald om één te worden, zo moge uw kerk verzameld worden van de einden der aarde in uw koninkrijk. Want van u is de glorie en de macht door Jezus Christus voor eeuwig.”

Het is zondermeer duidelijk dat “de kerk” al bij het ontstaan enorm gedifferentieerd was, met aan de ene kant versies met een meer Paulinische kleur en aan de andere kant versies met meer Joodse trekken. Een volgende keer meer over de ontwikkelingen na de eerste eeuw.




vrijdag 19 mei 2017

En dus bestaat God (2015) (Rutten en de Ridder)


En dus bestaat God (2015) Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder.

Naast het boek uit reformatorische hoek van Paas en Peels (http://kinderen-van-god.blogspot.com/2017/02/paas-en-peels-gaan-god-bewijzen.html) hebben we nu ook een boek uit evangelische kring om te bewijzen dat “God” bestaat. De auteurs zijn de filosofen Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder. De strijdbare Rutten drukt vooral zijn stempel op dit werk.
De titel “en dus bestaat God” moet het hart van veel gelovigen wel harder doen kloppen. Niet dat ze daar al niet van overtuigd zijn, maar het is ook fijn om de juistheid daarvan nu eens bewezen te zien.
Ik vrees dat ze bedrogen uitkomen want de “god” die hier bewezen zou worden is niet hun God, “de God van Abraham, Isaäk en Jakob, een God van Liefde, die in Jezus van Nazareth incarneerde, en is gekruisigd en opgestaan. “ Rutten geeft dat duidelijk zo aan (p 13). De “god” waarvan ze hier het bestaan zoeken te bewijzen is niet meer dan de “immateriële persoonlijke eerste oorzaak van de wereld” (p 13)

Voor atheïsten zou
dit dan, in mijn woorden, een “materiële onpersoonlijke oorzaak" zijn. Het lijkt mij een goed idee om dit dan ook maar “god” te noemen, hun “god” dan. Immers “what’s in a name” en aangezien “god” Germaans is voor het Griekse “theos” zouden “atheïsten” daarmee ook in “god” geloven en hebben we geen atheïsten meer. Is er weer een gelovig probleem opgelost 😊 !

Nou ja, Rutten moet dus bewijzen dat zijn “god”, d.w.z. zijn eerste oorzaak “immaterieel” is en “persoonlijk”. Ik zie hem daar absoluut niet in slagen en dan zijn we nog niet eens aan de goddelijke drie-eenheid toe.

He boek zou volgens de achterkant geschreven zijn “voor een breed publiek.en Een boek dat gelovigen zal versterken en atheïsten zal verontrusten. Een eyeopener voor mensen die denken dat geloof geen optie meer is voor wie z’n verstand gebruikt.”

Dat “brede publiek” valt denk ik ook tegen. Ondanks mijn academische achtergrond bleef ik in het eerste van de 8 godsbewijzen al hangen. Het leek wel of ik in een semantische soep terecht was gekomen. Van van alles kun je, volgens Rutten, zeggen dat het “waar” of “niet waar” is. Beweringen zoals “Parijs is de hoofdstad van Frankrijk”  zijn waar of niet waar. Maar ook verklaringen kunnen volgens Rutten waar of niet waar zijn. Nou zijn verklaringen m.i. correct of incorrect en niet “waar” of “onwaar”. Verder kunnen objecten waar zijn, bijv. de computer op je bureau. Deze sprong ging bij mij helemaal veel te ver, dingen bestaan of bestaan niet, zijn aanwezig of afwezig, maar niet “waar of onwaar”. "Ware" verklaringen, oorzaken, stellingen, objecten worden zonder gene door elkaar gebruikt waardoor je een onoverzichtelijke opbouw van de argumenten krijgt. Dat geldt overigens ook voor het door elkaar gebruiken van "verklaren" en "veroorzaken".

Vanuit deze verwarde basisstellingen wordt het argument dus opgebouwd.  Verklaringen, beweringen en dingen kunnen noodzakelijk waar zijn of zijn niet perse waar. Dat laatste noemen de heren filosofen dan “contingent”.  Noodzakelijk ware dingen zijn bijvoorbeeld getallen en stellingen zoals 1+1=2. (klein probleempje voor de evangelische Rutten, 1+1+1 kan toch ook 1 zijn 😊 ?)

Wie wel eens van Leibniz heeft gehoord” kan dan weten dat deze daar een godsbewijs op heeft gestoeld. Voor zover ik er iets van begrijp, gaat het als volgt:

De oorzaak van alle contingente dingen kan zelf niet contigent zijn, want dan zou die zichzelf ook moeten veroorzaken. Die oorzaak moet dus wel “noodzakelijk waar” zijn. Die noodzakelijk ware oorzaak is dan "God".

Maar goed, dan is er iemand, Peter van Inwagen, die op de een of andere manier denkt te weten dat een noodzakelijk ware verklaring noodzakelijkerwijs alleen maar noodzakelijk ware zaken kan verklaren. En omdat veel van wat bestaat niet noodzakelijk waar hoeft te zijn, kan de eerste oorzaak dus niet noodzakelijk waar zijn en is God weer van het toneel verdwenen.

Rutten zelf weet dan God te redden door te stellen dat een contingente verklaring wel allerlei contingente zaken kan verklaren en daarmee ook zichzelf kan verklaren. Hij baseert dat dan op de vrije wil. Een vrijewilsbesluit kan ook waar of niet waar zijn, maar de vrije wil en dus de oorzaak van het vrijewilsbesluit kan zelf ook waar of onwaar zijn, is dus contingent. Dat vrijewilsbesluit verklaart dus zichzelf.  Zo hebben we dus een bewijs dat er een contingente verklaring kan zijn voor het bestaan van contingente zaken.

En zo wordt “God” contingent en gelijk te stellen aan een vrijewilsbesluit. En voor een vrijewilsbesluit moet je een persoon zijn en is God dus een persoon. “God” lijkt mij hiermee eerder “incontinent” te worden, hij en zijn verklaring lekt naar mijn gevoel aan alle kanten. De ware calvinisten zullen sowieso weinig zien in vrijewilsbesluiten noch de hersenonderzoekers van “wij zijn ons brein”.

The Isaacs  (In His Hands)
Heb nog wel argument 8 gelezen van Jeroen de Ridder over het Godsbewijs vanuit religieuze ervaringen. Deed er niks mee, dan toch maar iets interessanters gaan lezen..

Het bewijs, mocht het al een bewijs zijn, stelt niet meer dan dat het wellicht niet onredelijk is om aan de eerste oorzaak van alles een bewustzijn en een persoonlijkheid toe te kennen. Nou is een bewustzijn zonder lichaam al iets wat we niet kennen en je vraagt je af hoe het dan met de mens zit die volgens de Joods-Christelijke traditie in de gelijkenis van die God geschapen is.

De stap van die vage “god” naar de strak gedefinieerde god van het Christendom is onmeetbaar lang. Rutten beloofde daar in een vervolg boek op terug te komen. Dat is “Overdenkingen” geworden. Het komt met de gebruikelijke argumenten zonder echt kritisch te kijken naar het Christelijke geloof en waar het op gebaseerd is. Onlogisch is dat niet, want iemand die de emotionele stap heeft genomen om zich tot een bepaalde leer, godsdienst of “god” toe te kennen, kan niet anders dan dit “geloof” verdedigen. Over je geliefde, degene die zin aan je leven geeft, ga je nu één keer niet kritisch nadenken... En voor Rutten is de vader van Jezus de zingever.  Uit een interview in "Geloof en een Hoop Liefde" van 30 oktober 2014

Interviewer: Even de wetenschap uit je hoofd zetten, jij bent christen geworden. Wat betekent God dan voor jou?

Emanuel: God houdt mij in Zijn hand. Op één of andere manier, hoe dan ook, houdt God mij in Zijn hand...
Als er geen zin is, geen uiteindelijke betekenis, geen doel in de wereld meer, het enige dat je dan over houdt is het gezellig en fijn en leuk hebben en als dat dan wegvalt, ja dan zit je eigenlijk gelijk onthand.
God en Darwin op één kussen

Kan het zijn dat liefde verblindt...

zaterdag 22 april 2017

Ik kan veranderen. Van Michelle van Dusseldorp

Ik kan veranderen.

Michelle van Dusseldorp kwam als Nieuw-Zeelandse met haar Hollandse man naar Nederland na in haar geboorteland gewerkt te hebben met Maori probleem mannen. Opnieuw te moeten beginnen in een ander land, andere cultuur en andere taal is voor niemand gemakkelijk, maar Michelle liet het er niet bij zitten en vond een uitdaging in het bieden van hulp aan de vele Hollanders die last bleken te hebben van allerlei psychische problemen veroorzaakt door “verborgen motieven, weggestopte emoties en onbewuste drijfveren” (omslag). God wil iets doen in Nederland op het gebied van de ziel, het zielsleven. En Michelle werd Zijn profetes.



Groei in Genade seizoen 2 De Genadebron 16-3-207

Dit was dus nodig omdat in Nederland, in tegenstelling tot de Angelsaksische wereld, psychotherapeutische principes niet ingezet worden vanuit een bijbels wereldbeeld. Met haar organisatie "Groundwork" wilde ze daar verandering in brengen.

Ik begon dit nog te schrijven in Nieuw-Zeeland en heb ruime ervaring in Angelsaksische landen en op wellicht Groot-Brittannië na, zie je dat er in de emigratielanden inderdaad nog een groot blok is van orthodox denkende evangelische gelovigen.  De druk vanuit de zich opdringende en alom aanwezige secularisatie heeft ertoe geleid dat er bij hen meer aandacht is voor “wetenschappelijke” rechtvaardiging van deze positie. Die omringende wereld heeft er ook in deze landen weinig oor naar en het is dan ook opmerkelijk hoe Trump (vrij goddeloos zelf) hiervan dankbaar gebruikt maakt en aanhang verwerft door aan deze groep ruimte te beloven. Je ziet de poging om wetenschappelijk relevant te zijn bijv. ook in de aandacht voor het creationisme. En wat je ook ziet is dat er allerlei principes uit de psychologie vermengd worden met Bijbelse ideeën. Mensen worden dan bijvoorbeeld uitgenodigd om stil te staan bij bepaalde problemen in hun leven en daar kan ieder zich wel iets bij voorstellen. Vanuit deze herkenbare werkelijkheid wordt je dan gewezen op de Christelijke mythe, die dan al gauw als werkelijkheid (d.w.z. waarheid) wordt ervaren. Die christelijke oplossing wordt dan ook zoveel mogelijk verwoord in psychotherapeutische termen.
Het is wel een interessante ontwikkeling, maar de mooiste christelijke oplossing loopt als volgt:


Jezus heeft door voor ons te sterven de weg tot God weer geopend. Bij wie dit aanvaardt en zijn hart openstelt voor Jezus, komt hij inwonen. Daarna groeit Hij in je en ga je steeds meer op Hem (perfect, zondeloos) lijken.


Omdat hij satan en de zonde heeft overwonnen zou dat dan ook allemaal niet zo moeilijk moeten zijn. Jezus kan dan gewoon in jou die psychische problemen overwinnen. Het was al gauw duidelijk, ook bij de bijbelschrijvers zelf, dat dit niet zo automatisch werkte. De oplossing is dan dat we wel moeten samenwerken, je moet zelf wel steeds meer van jezelf, van je geestelijke huis aan Hem onderwerpen. En dat kun je bijvoorbeeld doen door Hem te prijzen op momenten dat je het moeilijk hebt.  Luister maar eens hoe Sheri Easter dat bezingt:
Jeff and Sheri Easter: Praise His Name



When everything falls apart
When you have a broken heart...
When it seems you're all alone...
when you feel you can't go on
Raise your hands and say
Greater is He that is within me
You can praise the hurt away
If you just praise His name
Deze aanpak kan best even werken, maar heeft helaas al >2000 jaar ook niet blijvend succes gehad en er is qua emotionele problemen, geen significant verschil tussen christelijke gelovigen en andere wereldbewoners. Wat misschien wel een beetje werkt voor gelovigen en ongelovigen zijn psychotherapeutische principes en je ziet deze dan ook meer en meer, vermengd met Bijbelse ideeën, in de evangelische praktijk toegepast worden.
Michelle begint haar boek dan ook met de mededeling dat de relatie met God “het fundament is voor herstel, heling en innerlijke groei " (p. 9) en dat je dichter naar Jezus geleid moet worden omdat “Hij de waarheid is” (p.11). De verbroken relatie met God is de reden waarom we problemen hebben en is terug te voeren op de val van de mens zoals beschreven in Genesis. Er komt dan een onzinnig verhaal over waarom God Adam en Eva had verboden te eten van de boom van goed en kwaad. Kennis van goed en kwaad houdt de mogelijkheid tot oordelen in en God wilde hen daarvoor beschermen... Nou als dat de bedoeling was geweest had ik die boom maar weggelaten, ware ik God geweest. En bovendien Eva was nog niet zondig voordat ze van die vrucht at. Dat eten zelf kan dan ook niet zondig geweest zijn en ze kon ook nog niet oordelen en weten dat dat eten beter maar niet kon.... Hoe dan ook zo’n grappige mythe te gebruiken als serieus fundament voor je therapeutische aanpak, maakt het lastig de aanpak zelf serieus te nemen.


Als het genezingsproces en het bijbehorende “werk” vergeleken gaat worden met hoe de Israëlieten al moordend het beloofde land in bezit namen (p 27), is mijn lust om het boek nog verder door te lezen wel tot het nulpunt gedaald. Toch nog maar een beetje doorgelezen.


Na een christelijke basis gelegd te hebben gaat het dan ook al gauw over op het toepassen van een psychotherapeutisch model dat gebouwd wordt op het Kenschema van Jan Rademaker. Het christelijke element verdwijnt dan ook steeds meer in de loop van het boek en ik zie geen aanwijzingen dat de christelijke methode beter werkt dan de seculiere versie ervan. Het kwakzalverige fundament van die christelijke versie lijkt mij zelfs potentieel tot ernstige frustraties te kunnen leiden. Want als de in je hart wonende Jezus een fictie blijkt, wat moet er dan in je groeien...


De kerk heeft het nooit goed begrepen tot Michelle verscheen. “het aanleren van nieuw gedrag wordt dan nogal eens verward met discipelschap: door je gedrag te veranderen denk je meer op Jezus te gaan lijken
Hoe kun je dan veranderen? Nou allereerst groeien in zelfbewustzijn en dan toch nog evengoed nieuw gedrag aanleren. De voorbeelden die Michelle aandraagt spreken voor zichzelf: Maria (p 38) krijgt de opdracht assertiever te zijn tegenover haar schoonzus. Dat past helemaal niet bij haar zachte karakter en Maria trok zich op haar onhandige en verlegen manier uit de therapie terug. Conclusie: “weer een kind van god dat niet aan de eigen groei wil WERKEN” (p 38)


Het seculiere kenschema van Rademaker waar de rest van het boek op gebaseerd is, heeft vast wel goede punten. Ik kan dat niet beoordelen. Michelle van Dusseldorp bereikt met haar christelijke kleur aan deze methode vast wel een gretige groep gelovigen. Maar wat gebeurt er met deze gelovigen als ze ontdekken dat de “Jezus in hen” een mythe is en de aanpak niet werkt? Een potentieel goede aanpak, gebaseerd op een fictief fundament kan op den duur alleen maar teleurstellingen opleveren.


Toch heb ik wel wat met Michelle. Ik luisterde naar haar toespraak op    een Opwekkings-conferentie en weet hoe ik ook dit soort thema’s uitdroeg toen ik nog “in de Heer” was.    Het is fascinerend om te zien hoe ze al die jonge mensen op de knieën krijgt om een einde te maken aan de verdeeldheid in christelijke Nederland. Hier is een stukje:

Opwekkingconferentie 9-6-2014

In een interview met Andries Knevel werd ze best een beetje voor het blok gezet met de vraag wat ze wel het vreemdst vond aan de Nederlanders toen ze hier kwam. Ze antwoordde dat ze het vreemd vond hoe Nederlanders zo vaak zeggen: "Ik ga even een frisse neus halen". Zo'n Oer-Hollandse psychotherapeutische aanpak, zou wel eens gezonder kunnen zijn dan wat "Groundwork" te bieden heeft.  

donderdag 9 februari 2017

Paas en Peels gaan God bewijzen.


God bewijzen, door Stefan Paas en Rik Peels  (2013)



Dit boek is niet voor iedereen, volgens de schrijvers, niet voor de overtuigde atheïst noch voor de niet te vermurwen gelovige. Ik kan me voorstellen dat de doorgewinterde atheïst er inderdaad geen belangstelling voor heeft, maar de overtuigde gelovige zal het vast wel willen lezen om bewijzen te verzamelen voor zijn/haar geloof, want die zijn nu één keer niet zo gemakkelijk zelf te bedenken.

Ze zouden wel eens teleurgesteld kunnen raken want de “god” die hier bewezen wordt, is wel een hele abstracte:

Het boek zou onleesbaar worden als we steeds iets moesten schrijven als ‘god(in)(n)en’. Praktisch ligt het daarom voor de hand om te spreken over ‘God’, zonder dat we daarmee per se de joods-christelijke of islamitische god bedoelen.

Dat houdt in dat ook het object van wat Boeddhisten geloven en Papoea’s (meestal zonder concept  van “god”) en de Amerikaanse Indianen met hun natuurgeloof  etc. het etiket “god” mee krijgt. Het zou dan dus gaan om geloof in een soort transcedent iets, “ietsisme” derhalve.

En dat is dan ook meteen het probleem bij dit soort werken. Niemand kan echt weten of er niet iets abstracts bestaat wat voor en voorbij alle dingen existeert. Het heeft weinig zin om over het bestaan van zo’n abstracte “god” te discussiëren.

Tegen de argumenten voor geloof in deze “god” is niet veel in te brengen, je mag dat geloven als je wilt. Maar de schrijvers wisselen regelmatig de argumenten voor geloof in deze “god” in voor een niet altijd duidelijk benoemde specifieke “god”. Argumenten rond zingeving en moraal, zijn nu één keer niet te verkrijgen bij deze abstracte “god”, slechts bij specifieke goden en hun bijbehorende geschriften.

De “God” waar Westerse mensen massaal afstand van doen en niet in kunnen geloven is de specifieke God van de diverse religieuze tradities.  Paas en Peels komen er ook niet onderuit om het hierover te hebben en het is frappant dat argumenten vanuit deze tradities, vrijwel geheel beperkt blijven tot de christelijke. Niet erg overtuigend als het je gaat om de globale "god", ook die van de Islam, bijvoorbeeld.

De belangrijkste en controleerbare "bewijzen" zijn dan de volgende:

  • We kunnen op den duur niet zonder geloof in God om normen en waarden in stand te houden.

Geloof in God zou je voorzien van normen en waarden:

Onze vraag is een andere. Hij luidt: is leven zonder geloof in God voor onze beschaving universeel en op de lange termijn houdbaar?

Wat is de toekomst van onze idealen en moraal, wanneer geloof in God steeds verder in onze achteruitkijkspiegel verdwijnt?

Ook hier blijft het boek steken in een gebrek aan precisie. Er wordt nog wel op gewezen dat er in het Islamitische Saudi-Arabië veel minder misdaad voorkomt, maar de moralistische regels van een geloof zitten nu één keer vervat in de boeken die aan die diverse goden worden toegeschreven. Daar, in de claims van die boeken, zoals de Bijbel en de Koran, liggen de problemen die aan een geloof in “god” verbonden zijn. Geloof in de abstracte “god” van Paas en Peels bezorgt geen moreel kompas, zo’n concreet kompas vind je alleen in de documenten van de diverse religies. En die kompassen zijn ook door mensen, uit een vaak ver vervlogen verleden tijd nog wel, samengesteld.

Een objectief universeel moreel kompas zou wellicht wel handig kunnen zijn, maar hebben Paas en Peels dan nog niet iets beters aan te bieden dan de Koran of de Bijbel?

  • Zonder geloof in God wordt zingeving op den duur problematisch.

Hoelang kunnen mensen blijven geloven in waarden die in hun eigen ogen niet meer zijn dan culturele constructies?

Daar geloof in een geabstraheerde “god” ook moeilijk voor zingeving kan zorgen, moet het ook hier wel gaan om een specifieke, bijv. de christelijke en wel de heel vaak primitieve culturele constructies van de bijbel. Daar schiet je wat verdedigbare culturele constructies betreft ook niet mee op. Dan moet je toch maar eerst kiezen voor een religie die wel wat bij je past:

Geen mens kan in alle goden geloven, omdat veel van die goden elkaar conceptueel uitsluiten. Bovendien is het buitengewoon veel werk om alle goden te vereren die er ooit vereerd zijn; ‘geloven’ houdt nu eenmaal meer in dan een hokje afvinken. Je zou er meer dan een dagtaak aan hebben.

Ook hier geldt kennelijk: lever je eigen culturele constructies maar in voor de constructies van anderen uit een ver verleden. Van culturele constructies kom je zo, helaas, niet af. En het te bewijzen object blijkt ineens intern conceptueel nogal verdeeld. Wat moet er dan bewezen worden?

  • Je hoeft niet te bewijzen dat God bestaat, zij moeten bewijzen dat hij niet bestaat.

Stel dat iemand zegt dat de Holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Zou je dan omslachtig bewijzen gaan zoeken om aan te tonen dat er toch heus zes miljoen Joden zijn omgebracht? Je kunt dat natuurlijk doen, maar het is verstandiger om te zeggen: ‘Je kletst uit je nek. Kom eerst maar eens met bewijzen’. Als de ander vervolgens zegt: ‘Wie wat ontkent, hoeft niets te bewijzen’, dan zouden we dat heel vreemd vinden. In het algemeen vinden we dat mensen die iets ontkennen wat voor heel veel mensen gesneden koek is, maar moeten aantonen dat ze gelijk hebben. Maar zodra het over God gaat, komen religiebestrijders weg met dit soort flauwekul. En velen zijn ervan onder de indruk. Waarom is dat zo? Dat heeft naar ons idee veel te maken met de slechte reputatie van religie in het Westen.

Weer een buitengewoon vreemde redenering die voor het gemak maar weer even uitgaat van die abstracte “god”. Misschien is het wel waar dat een meerderheid van de mensen gelooft dat er wel “iets” is en dat zou je dan ook niet hoeven te bewijzen. Maar de vraag naar het bestaan van "God" is voor verreweg de meesten de vraag naar het bestaan van een specifieke God, Jezus, Allah, Jahweh, Vishnoe, Lou de palingboer,  etc. en moeten wij dan bewijzen dat die allemaal niet bestaan?

  • Als je in Jakarta geboren was, was je moslim geweest en dat is geen probleem

Hier vindt nogmaals een merkwaardige redenering plaats: uiteraard heb je de meeste kans te geloven in de god die in jouw omgeving aanbeden wordt, so what? What is the problem?

Vreemd dat ze hier geen probleem zien. Dit kan alleen maar doordat de schrijvers even afscheid nemen van hun achterliggende religieuze model, namelijk het Christendom  en de bij haar horende geschriften, met daarin een God die “de wereld  alzo lief had” maar dat kennelijk maar heel lokaal aan de man wist te brengen. Natuurlijk als het gaat om geloof in “iets” waar we eigenlijk niks van weten, kun je verwachten dat er regionaal verschillende interpretaties ontstaan.  Maar als het gaat om geloof in de Bijbel met een God die heel anders is dan andere goden en een plan voor verlossing heeft voor iedereen, dan is het wel vreemd dat de religie van die God zich op dezelfde regionale manier verspreidde als de religies van andere goden. Wat hier wellicht ook in meespeelt is  de calvinistische achtergrond van de schrijvers, waarbij de uitverkiezende God er in eerste instantie voor koos het grootste deel van de wereld maar links te laten liggen.

Mijn conclusie is dan ook dat dit een nogal verward werk is, waar achterliggende (christelijke) overtuigingen gemaskeerd worden door te focussen op een zeer abstracte godheid. Op deze manier wordt er niets bewezen.

donderdag 19 januari 2017

De (Christelijke) Messias: Toneelstuk in twee bedrijven


De Maschiach


De Joodse “maschiach”  was een aards iemand die met de hulp van God glorie zou brengen. Het nageslacht van de Joodse voorvader Abraham werd een grootse toekomst voorspeld. Ze zouden tot aan de rivier de Eufraat gaan heersen:

Genesis 15: (BGT)

18 Toen deed de Heer een belofte aan Abram. Hij zei: ‘Dit land zal ik aan jouw nakomelingen geven. Het hele gebied van de rivier de Nijl tot de rivier de Eufraat is voor hen.  

Hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat de koningen David en Salomo ooit aan de macht waren in de 10e eeuw V. Chr., is er niets te vinden in de seculiere literatuur uit die tijd dat duidt op een groot en machtig rijk.

Ik denk ook niet dat er veel nakomelingen van Abraham zijn, die zich nog aan deze belofte vastklemmen. Maar ze zijn er vast wel en dat kan levensgevaarlijk zijn voor de situatie in het Midden-Oosten.  In de legenden komt koning Salomo het dichtst bij deze glorie.

Het uiteenvallen van Israël in de 6e eeuw V. Chr. en de verbanning van veel inwoners naar Babylon, gaf een andere draai aan de Messias verwachting. Van hem werd nu verwacht dat hij Israël zou herstellen, het koningschap van David vernieuwen en de verstrooiden terughalen uit verre landen.

Jeremia 23 (BGT)

Er zal een nieuwe koning komen


5 De Heer zegt: ‘Ik zorg ervoor dat er een nieuwe koning komt uit de familie van David. Ik zal hem zelf uitkiezen. Die koning zal het land goed besturen, hij zal wijze besluiten nemen. Hij zal eerlijk rechtspreken, hij zal iedereen goed en rechtvaardig behandelen. 6 Zijn naam zal zijn: ‘De Heer is onze redder’. Want ik zal mijn volk redden. Het hele volk zal in vrede leven.’

7-8 De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Ik jaag jullie weg uit je land. Ik stuur jullie naar het verre noorden en naar veel andere landen. Maar er komt een dag dat ik jullie weer terug zal brengen. Dan mogen jullie weer wonen in je eigen land.

Nu noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit Egypte’. Maar op die dag noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit het verre noorden’.

Veel joden denken ook nu nog recht te hebben op herstel van het land van hun voorvaders ook na een paar duizend jaar van afwezigheid. Uiteraard denken de Palestijnen die al generaties lang in het land woonden, daar anders over...

Zonde en afgodendienst werden ook in de tijd van Jezus gezien als de grootste reden voor het verval van de staat en heilige mannen trokken rond om de mensen tot bekering op te roepen. Dan zou God het land herstellen en een zoon van David weer op de troon zetten. Die heilige mannen werden door hun volgelingen vaak als de mogelijke Messias gezien.  Dat was in ieder geval zeker het geval met Jezus, hoewel hij dit  nog niet overal aan de klok wilde hangen:

Jezus als Messias


·         Matteüs 16:20 

20 Daarna zei Jezus tegen de leerlingen: ‘Vertel aan niemand dat ik de Messias ben!’ vertaling: BGT

Jezus had er ook duidelijk moeite mee dat hij eigenlijk een afstammeling van David had moeten zijn in plaats van de zoon van een eenvoudige timmerman uit Nazareth. Gelukkig had hij een Bijbeltekst gevonden die dat tegen leek te spreken:

·         Lucas 20:42


42 Maar luister eens wat David zelf gezegd heeft over de Messias: «God zei tegen mijn Heer: Kom naast mij zitten, aan de rechterkant. “

·         Lucas 20:44


44 David zelf noemde de Messias dus zijn Heer. Hoe kan de Messias dan tegelijk Davids zoon zijn? vertaling: BGT

Het lijkt er erg op dat Jezus bij het herstelde koninkrijk toch voornamelijk dacht aan een geestelijk koninkrijk. Hij ziet zichzelf ook duidelijk als een voorschot op dat koninkrijk.

·         Matteüs 12:28


28 Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. vertaling: NBV

Toegang tot het Koninkrijk van de Messias


En het is best lastig om tot dat geestelijke koninkrijk toegelaten te worden.

·         Lucas 18:25

25 Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. vertaling: NBG51

Het is dan ook duidelijk bedoeld voor wie rechtvaardig handelt, voor de armen en de nederigen.
  
 Matteüs 5:3
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. (NBV)
Matteüs 5:10
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. (NBG51)

Lucas 6:20
En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide: Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. (NBG51)


Het is niet onredelijk te denken dat de evangelieschrijvers hiermee een best wel geloofwaardige versie presenteren van wat Jezus echt te vertellen had. Het is wel opvallend anders dat wat er in Evangelische kringen nu verkondigd wordt. Daar krijg je toegang tot het Koninkrijk van God, niet door een rechtvaardig, sober en nederig leven, maar door je zonden te belijden en Jezus te aanvaarden als je Heer en Verlosser.

Jezus blijft bij zijn verkondiging ook wel wat steken bij nadruk op Israël, want hij belooft zijn discipelen, bijvoorbeeld, dat ze op een troon zullen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

·         Lucas 22:30


30 jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. (NBV)

Wat gebeurt er dan? Hij heeft een trouwe aanhang verkregen en als hij dan toch als politieke onruststoker wordt opgepakt en door middel van kruisiging geëxecuteerd, heerst er grote verslagenheid onder zijn aanhang. Die verslagenheid slaat om in vreugde als er gerapporteerd wordt dat hij werd gezien (en dus weer was opgestaan!). Dat je zo aan zo’n voorman verknocht kunt zijn zie je zelfs bij Hitler, iemand die wel als tegenpool van Jezus gezien kan worden. Toen men hoorde dat er een aanslag op hem was gepleegd en even later dat hij het had overleefd, barstten er massa’s mensen in tranen uit. Bij iemand als Jezus kun je je dat helemaal voorstellen.

Wat zou er echt gebeurd zijn?


Wat zou er echt gebeurd kunnen zijn?  Wat ik interessant vind is dat alle vier de biografieën van Jezus ophouden met zijn opstanding en een paar vroege verschijningen. Wat heeft hij na die opstanding verder dan allemaal uitgespookt? Hoe lang heeft hij nog geleefd? Zijn biografen zwijgen erover en dat lijkt vreemd, tenzij we aannemen dat dit weer zien van Jezus niet het zien van een lijfelijke Jezus was, maar het zien van een geestelijke Jezus. (Slechts in Lucas (14:51) vinden we een later ingevoegde vermelding dat hij werd weggenomen naar de hemel). In de Joodse geschriften had een mens geen ziel, maar was hij de ziel. En zo’n ziel kon dan ook bestaan zonder een daadwerkelijk lichaam, met zo nodig wel allerlei lichamelijke kenmerken ter herkenning. Petrus, Johannes en Jakobus ontmoetten op een berg de profeet Elia en Mozes, die al heel lang dood waren, maar toch als zodanig herkend konden worden.

·         Marcus 9:2


Jezus spreekt met Mozes en Elia



Transfiguration
of Christ (1455) 

Giovanni Bellini


2 Zes dagen later ging Jezus een hoge berg op. Petrus, Jakobus en Johannes mochten met hem mee. Boven op de berg waren ze helemaal alleen. De leerlingen zagen dat het gezicht van Jezus veranderde. 4 Opeens zagen de leerlingen Elia en Mozes. Die waren met Jezus aan het praten. vertaling: BGT

Paulus zegt ook dat hij Jezus “gezien” heeft, maar zegt er bij : “ik weet niet of het in het lichaam of buiten het lichaam was”.

Rond deze geestelijk herrezen Jezus ontstaat de eerste gemeente, maar als die zich ook uitbreidt onder de heidenen, komen er vragen over die opstanding en zo zien we dan het verhaal ontstaan over Jezus dat hij z’n wonden kan laten zien en uiteindelijk naar de hemel opsteeg en je dus even niet meer een handje met hem kon schudden. Het is Lucas geweest die, ondergedompeld in een Grieks-romeinse wereld, vragen over het alleen maar geestelijk zien van Jezus van een antwoord heeft voorzien.

·         Handelingen 1:3


3 Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. (NBV)

Daarna wordt hij door Lucas naar de hemel verwezen. Dat schiep de nodige duidelijkheid. Die “hemelvaart” vieren we nog altijd op Hemelvaartsdag!!

Ook vandaag de dag wordt Jezus nog door mensen gezien. Dit “getuigenis” vond ik bijvoorbeeld op de site van Bijbel en Geloof.:

Verder wil ik je nog zeggen dat ik Jezus heb gezien. Gewoon overdag, terwijl ik bezig was met iets. Ik zeg je, Jezus laat zich soms zien aan mensen, dat heb ik ervaren. En ik ben niet de enige. Hoe komt het dat ik zo zeker weet dat het Jezus was? Omdat de ogen van Jezus mij dat vertelden. Die ogen... dat vergeet ik nooit meer. En binnen in mij werd er gezegd: dit is Jezus! Niemand heeft die liefde. En Hij kende mij, ik hem niet. Hij liep daar om zich te laten zien...

De onzichtbare overwinning van de Messias.

Jesus is with me
So I claim the victory
Over and over gain.
Maar daar kan het niet mee ophouden. Jezus had immers de dood en de duivel verslagen door zijn dood en opstanding, en je zou denken dat er hem niets in de weg lag om de wereldheerschappij over te nemen en een vrederijk te stichten, waar het lam en de leeuw rustig naast elkaar konden bestaan. In feite gebeurde er niets, behalve misschien een kleine beroering in Jeruzalem en de gelovigen kregen niet minder te maken met aanvallen van de (verslagen?) duivel. Dit is lastig uit te leggen voor de kinderen van god. Ik hoorde iemand het uitleggen aan de hand van de geallieerde overwinning in Europa. Op D-day werd in principe de overwinning behaald, maar die moest nog wel volledig opgeëist worden. Niet echt overtuigend voor de Generaal aller Generalen.

Kinderen van god geloven dat je die overwinning wel kunt claimen, dat gebeurt dan meestal door gebed. In de jaren 60 en 70 waren de avonturen van Anne van der Bijl of te wel “Brother Andrew” wel bekend in gelovige kringen. Zijn groep, nu “Open Doors” geheten, smokkelde bijbels binnen in communistische landen. In ons Bible Training Institute kwamen we dan regelmatig met een klein groepje studenten midden in de nacht (dat moest ook helpen, kennelijk) bij elkaar om voor hen te bidden. Dat ging dan bijvoorbeeld als volgt:
Jezus U bent Koning
U hebt alle macht in hemel en op aarde.
We claimen Uw macht, Heer,
Om Brother Andrew en zijn metgezellen
Veilig door de douane te laten komen.
U hebt Satan overwonnen, God.
Niets kan uw overwinning dan ook in de weg staan.
etc.
Ik herinner me ook nog een wonderbare “uitredding”. Bij de douane ergens vroegen ze (in het Engels, neem ik aan) of ze door mochten rijden. De douaniers schudden hun hoofd, maar hielden hen ook niet tegen toen ze rustig doorreden. Later bleek dat je in dit land (Bulgarije?) en in die cultuur met je hoofd schudt om “Ja” te zeggen. Had God weer even mooi geregeld.

De komst van de Messias: toneelstuk in twee bedrijven.

Omdat die eerste komst van de Messias niet helemaal bracht wat je ervan had kunnen verwachten, ontstond er de overtuiging van een tweedelige “wederkomst”, de eerste in het jaar nul en de tweede in de (nabije) toekomst. Gelovigen zien naar deze tweede komst met groot verlangen uit. Jezus wordt gezien als de bruidegom naar wiens terugkomst je als bruid enorm uit kunt zien.  Daarbij is er grote onenigheid over de betrokkenheid van Israël bij dit gebeuren. Worden de gronduitbreidingsbeloften ook ingewilligd of moet je die beloften aan Israël vergeestelijken en uitleggen in termen van de kinderen van god die de aarde zullen beërven?

Jezus wordt afgeschilderd als iemand met enorm veel liefde voor je, iemand die zijn leven ook voor jou persoonlijk gaf. Ik weet uit ervaring hoe ons brein in staat is om je zo iemand in te beelden en het kan wel een handige oplossing zijn, vooral als je je verloren en niet geliefd voelt. Maar wil je echt in een sprookjeswereld leven of toch maar liever zoeken naar antwoorden in de realiteit van ons bestaan? En niet wachten op een Messias die toch niet gaat komen?
Bill Gaither
The first time he came, he came as a little baby, but not many people noticed.
But the next time, he comes my friends, he will come as king of kings and lord of lords.
And every knee will bow, and every tongue will confess...