Posts tonen met het label van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label van. Alle posts tonen

maandag 10 juli 2017

De geboorte van de kerk


De geboorte van de kerk (en het Christendom).



Ode van Salomo. De eerste regel uit een lied uit de tweede eeuw. (Ode 1)

He is on my head Like a Crown
He is on my head Like a Crown
And I shall never, I shall never
Be without Him
De oorsprong van de christelijke kerk is duidelijk terug te voeren naar Christus, zoals de naam al suggereert. Het zou dan gaan om Jezus Christus die ook wel Jezus van Nazareth genoemd wordt, naar de plaats waar hij opgroeide. Het is onwaarschijnlijk dat hij tijdens zijn bestaan al als Jezus Christus door het leven ging. Pas toen hij na zijn sterven als Messias (Hebreeuws voor “gezalfde”) werd gezien, kwam de Griekse variant (Christus) in gebruik. Paulus van Tarsus, die de belangrijkste verkondiger van het Jezus verhaal was, noemde hem regelmatig Christus Jezus i.p.v. Jezus Christus.

Echt veel weten we nou ook weer niet van Jezus omdat er zoveel legendes over hem ontstonden dat het lastig is om daar iets feitelijks uit te distilleren. Hij moet een zgn. “heilig man” geweest zijn zoals er wel meer waren in zijn tijd. Allen met een flinke schare aanhangers. Veel van zijn uitspraken zijn blijven hangen en van mond tot mond doorgegeven. Verhalen over zijn leven werden steeds wonderbaarlijker. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij zijn eigen martelaarsdood heeft zien aankomen en zijn volgelingen (discipelen) heeft doen geloven dat hij zou sterven om hen te redden, wellicht zelfs dat hij daarna weer uit de dood op zou staan. Hoewel hij zich volgens de overleveringen nooit als een aardse koning beschouwde, moet hij door zijn tijdgenoten wel vaak als koning, d.w.z. aspirant koning van de Joden gezien zijn. Die verwachting leefde sterk. Hier is bijv. een gedicht uit die periode:

Zie, o Heer, en wek voor hen op hun koning, zoon van David,
Op de tijd die U kiest,
Om te regeren over Israël, uw kind.
Omkleed Hem met kracht om de onrechtvaardige heersers te verbrijzelen,
Om Jeruzalem te zuiveren van de vernielende vertrapping door de heidenen.



Het is logisch dat dit de Romeinse heersers de nodige kopzorgen bezorgde en het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat hij inderdaad gevangen genomen werd en ter dood veroordeeld. Volgens diezelfde overleveringen zou hij op de vraag ”Bent u de koning der Joden” geantwoord hebben: “U zegt het”. In een latere overlevering (Johannes 18:33-37) zou hij het juist tegengesproken hebben en gezegd hebben dat zijn koninkrijk “niet van deze wereld” was. Het lijkt erop dat de eerdere indirecte bekentenis waarschijnlijker is en dat hij de martelaarsdood bewust gezocht heeft door het min of meer toe te geven dat hij de koning van de Joden was.

Voor zijn sterven had hij met zijn volgelingen een ritueel ingesteld dat ze moesten gaan volgen om hem te gedenken. Er werd daarbij brood uitgedeeld en wijn geschonken om te gedenken dat hij zijn leven en zijn bloed gegeven had voor hun redding. Daarbij kwam de verwachting dat hij weer terug zou keren en het koninkrijk van God gevestigd zou gaan worden.

Na zijn dood moeten er volgelingen geweest zijn die hem weer “gezien” hebben. Er zijn ook nu mensen die claimen Jezus gezien te hebben. In het Joodse denken was de mens “de ziel” en het lichaam minder essentieel. Mensen staan niet op uit de dood en dat kan ook toen niet gebeurd zijn. Paulus van Tarsus claimt ook “als laatste”, dus net zoals de anderen, Jezus ontmoet te hebben, maar “of het in het lichaam was, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het ((2Cor 12:2)” De Joodse schrijver Sirach schreef bijvoorbeeld een paar honderd jaar eerder over de profeet Elisa dat hij ook na zijn dood nog wonderen deed zonder zelf lijfelijk te zijn opgestaan.

Sirach 48:13-14
13Niets ging zijn krachten te boven,
zelfs toen hij al gestorven was, profeteerde zijn lichaam nog.
14Bij zijn leven gaf hij tekenen,
ook na zijn dood verrichtte hij wonderbaarlijke daden.

(lijken in zijn graf geworpen, kwamen bijv. weer tot leven)

Het groepje volgelingen zou de rituele maaltijd blijven gebruiken en blijven geloven dat hun Jezus de Messias is (de christus) en dat hij terug zal komen om Israël te herstellen. De beweging zou waarschijnlijk doodgebloed zijn als Paulus van Tarsus er 20 jaar later niet door gegrepen was.

Paulus was een Joodse wetgeleerde die ook het Romeinse burgerschap had verworven. Hij kwam uit een Joods/Griekse gemeenschap in Tarsus ( in Turkije). De Joodse clerus was in die tijd redelijk pro Romeins, ze konden hun Joodse rituelen uit blijven voeren en zagen die dweperige sekten die uit waren op Joodse zelfstandigheid en vrijheid van de Romeinen, niet zitten.  Iemand met de achtergrond van Paulus was dan ook uitermate geschikt om de potentiële “terroristen” op te sporen. Dat gold ook voor de volgelingen van die Jezus.  Hij moet echt wel door deze Jezus geobsedeerd zijn geweest en het is dan ook geen wonder dat hij tijdens zo’n achtervolgingstocht ineens een visioen kreeg waarin deze Jezus hem vroeg waar hij toch wel mee bezig was.

Dat leidde tot een volledige omkeer en van vervolger werd hij aanhanger van Jezus. Het is opmerkelijk dat hij kennelijk van de verhalen rond en van Jezus weinig wist. De evangeliën waren nog niet geschreven, wat duidelijk is omdat er in zijn brieven nooit naar verwezen wordt. Moderne predikheren gaan naast verhalen uit het Oude Testament heel veel uit van verhalen over Jezus, zijn uitspraken of de gelijkenissen die hij vertelde. Bij Paulus kom je die niet tegen.

Wel was hij bekend met “het avondmaal” en het idee van “brood en wijn” als symbolen van “lichaam en bloed” dat gegeven wordt om te redden. Dat moet hem zo aangegrepen hebben dat hij het verbond met het Oudtestamentische idee van het zoenoffer, een offer gebracht ter vergeving van zonden.

Romeinen 3:26 Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. (NBV)


Sarah Hart Pearsons---Nothing But The Blood Of Jesus

God had zelf voor dit offer gezorgd en zijn zoon gegeven om te sterven voor de zonde van de mensen. Door zijn mondiale instelling kon Paulus dit gegeven ook niet laten beperken tot Joden alleen. Ieder die dit offer aanvaardde zou gered worden.

Hij nam contact op met de Jezus-volgelingen in Jeruzalem en we krijgen dan een moeizame werkrelatie te zien, waarbij de joodse volgelingen grote moeite hebben deze verbreding van hun beweging te accepteren.

Je ziet dan ook in de eerste eeuwen van de “kerk” dat er allerlei bewegingen ontstaan die meer of minder “Joods” zijn qua aard.  Paulus had wel veel succes met zijn boodschap en hij wist overal in Turkije en Griekenland “gemeenten” te vormen, in het begin voornamelijk bestaande uit heidense aanhangers van het Jodendom (proselieten).  De bestaande oorspronkelijke beweging breidde zich uit richting Syrië en Egypte.

Van deze meer Joodse bewegingen weten we niet veel, waarschijnlijk mede omdat de lijn van Paulus in het Romeinse rijk de overhand kreeg en andere stromingen en hun documentatie overwoekerde. Uit de werken van ketterbestrijders weten we dat ze er geweest zijn. Er moet bijvoorbeeld een stroming zijn geweest met een eigen evangelie, dat nu bekend staat als het evangelie van de Nazarenen. Het komt erg overeen met het evangelie van Mattheus, maar de eerste hoofdstukken zijn afwezig waarin verteld wordt dat Jezus uit een maagd werd geboren. De Nazareense christen-joden geloofden dat Jezus een gewoon mens was geweest en op een natuurlijke manier werd verwekt. Hij werd speciaal door God gekozen omdat hij rechtvaardiger was dan alle andere mensen. Een andere groep kwam bekend te staan als de “Ebionieten”. Zij waren vegetariërs en geloofden niet dat Jezus ook een goddelijke natuur had. Wel meenden ze dat Jezus het laatste zoenoffer was geweest en verdere vleesoffers voor de vergeving van zonden onnodig maakte. Het is ook wel grappig dat in hun evangelie Johannes de Doper niet sprinkhanen (Grieks: akris) en honing at, maar een soort manna of honingkoek (Grieks: enkris) en honing. Als de discipelen Jezus vragen waar ze het paasmaal klaar zullen maken, zegt hij in hun evangelie dat hij geen zin heeft om het paaslam met hen te eten. Van deze evangeliën en nog een groot aantal andere, weten we alleen af doordat kerkvaders ernaar verwezen en er stukken uit aanhaalden.  Het is duidelijke dat er allerlei joods-christelijke stromingen waren die allemaal door de winnende nominatie uiteindelijk uit het zicht verdreven werden.

De gezamenlijke maaltijd

Plinius de Jongere

Wat een kenmerk van al die bewegingen leek te zijn was de viering van een gemeenschappelijke maaltijd. We weten dit bijvoorbeeld uit een brief die de gouverneur van Bithynia Pontus (in NW Turkije), Plinius de Jongere, aan Trajanus schreef (rond 110). Heel veel gelovigen hadden onder druk hun geloof opgegeven, van hen vermeldt Plinius dat
“Ze zeiden dat hun schuld, of vergissing, neerkwam op het volgende. Het was hun gewoonte op een vaste dag voor dageraad bijeen te komen en met elkaar voor Christus een beurtzang te zingen als voor een god. Ook verbonden ze zich door een eed, niet om een misdaad te begaan, maar om geen diefstal, roof of overspel te plegen, om een woord van trouw niet te breken en een pand desgevraagd niet te weigeren terug te geven. Als dat gedaan was, ging men meestal weer uiteen, om daarna weer samen te komen voor een maaltijd, maar dan heel gewoon en onschuldig. Met dat laatste waren ze opgehouden na mijn edict waarin ik, conform uw opdracht, een verbod op besloten verenigingen had uitgevaardigd.”


Een ander document waarover kerkvaders schreven, maar dat daarna verloren ging en pas in 1873 weer opdook in de bibliotheek van een klooster in Constantinopel, wordt de Didache (de leer) genoemd. Het stamt uit het vroege begin van de 2e eeuw en geeft o.a. aanwijzingen over hoe de gemeenschappelijke maaltijd (het avondmaal/de communie) gevierd moet worden. Wat mij opvalt is hoe de basis boodschap verschilt van die van Paulus of van het evangelie van Johannes.  Niet Jezus is hier de weg tot Leven, maar “het liefhebben van God en de naaste als jezelf”. Als het gaat over het brood en de wijn is de idee dat Jezus zijn lichaam gaf als zoenoffer voor de zonden volledig afwezig:

De Didache 9:


1. En wat betreft de dankmaaltijd, hoor je als volgt dank te geven: 

2. Ten eerste, wat betreft de beker: “We danken U, onze Vader, voor de heilige wijnstok van David, uw kind, die u ons bekend maakte door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

3. En wat betreft het stuk brood: “We danken u, onze Vader, voor het leven en de kennis die U ons bekend heeft gemaakt door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

4. Zoals dit stuk brood verspreid werd over de bergen en weer bijeengehaald om één te worden, zo moge uw kerk verzameld worden van de einden der aarde in uw koninkrijk. Want van u is de glorie en de macht door Jezus Christus voor eeuwig.”

Het is zondermeer duidelijk dat “de kerk” al bij het ontstaan enorm gedifferentieerd was, met aan de ene kant versies met een meer Paulinische kleur en aan de andere kant versies met meer Joodse trekken. Een volgende keer meer over de ontwikkelingen na de eerste eeuw.




zaterdag 22 april 2017

Ik kan veranderen. Van Michelle van Dusseldorp

Ik kan veranderen.

Michelle van Dusseldorp kwam als Nieuw-Zeelandse met haar Hollandse man naar Nederland na in haar geboorteland gewerkt te hebben met Maori probleem mannen. Opnieuw te moeten beginnen in een ander land, andere cultuur en andere taal is voor niemand gemakkelijk, maar Michelle liet het er niet bij zitten en vond een uitdaging in het bieden van hulp aan de vele Hollanders die last bleken te hebben van allerlei psychische problemen veroorzaakt door “verborgen motieven, weggestopte emoties en onbewuste drijfveren” (omslag). God wil iets doen in Nederland op het gebied van de ziel, het zielsleven. En Michelle werd Zijn profetes.



Groei in Genade seizoen 2 De Genadebron 16-3-207

Dit was dus nodig omdat in Nederland, in tegenstelling tot de Angelsaksische wereld, psychotherapeutische principes niet ingezet worden vanuit een bijbels wereldbeeld. Met haar organisatie "Groundwork" wilde ze daar verandering in brengen.

Ik begon dit nog te schrijven in Nieuw-Zeeland en heb ruime ervaring in Angelsaksische landen en op wellicht Groot-Brittannië na, zie je dat er in de emigratielanden inderdaad nog een groot blok is van orthodox denkende evangelische gelovigen.  De druk vanuit de zich opdringende en alom aanwezige secularisatie heeft ertoe geleid dat er bij hen meer aandacht is voor “wetenschappelijke” rechtvaardiging van deze positie. Die omringende wereld heeft er ook in deze landen weinig oor naar en het is dan ook opmerkelijk hoe Trump (vrij goddeloos zelf) hiervan dankbaar gebruikt maakt en aanhang verwerft door aan deze groep ruimte te beloven. Je ziet de poging om wetenschappelijk relevant te zijn bijv. ook in de aandacht voor het creationisme. En wat je ook ziet is dat er allerlei principes uit de psychologie vermengd worden met Bijbelse ideeën. Mensen worden dan bijvoorbeeld uitgenodigd om stil te staan bij bepaalde problemen in hun leven en daar kan ieder zich wel iets bij voorstellen. Vanuit deze herkenbare werkelijkheid wordt je dan gewezen op de Christelijke mythe, die dan al gauw als werkelijkheid (d.w.z. waarheid) wordt ervaren. Die christelijke oplossing wordt dan ook zoveel mogelijk verwoord in psychotherapeutische termen.
Het is wel een interessante ontwikkeling, maar de mooiste christelijke oplossing loopt als volgt:


Jezus heeft door voor ons te sterven de weg tot God weer geopend. Bij wie dit aanvaardt en zijn hart openstelt voor Jezus, komt hij inwonen. Daarna groeit Hij in je en ga je steeds meer op Hem (perfect, zondeloos) lijken.


Omdat hij satan en de zonde heeft overwonnen zou dat dan ook allemaal niet zo moeilijk moeten zijn. Jezus kan dan gewoon in jou die psychische problemen overwinnen. Het was al gauw duidelijk, ook bij de bijbelschrijvers zelf, dat dit niet zo automatisch werkte. De oplossing is dan dat we wel moeten samenwerken, je moet zelf wel steeds meer van jezelf, van je geestelijke huis aan Hem onderwerpen. En dat kun je bijvoorbeeld doen door Hem te prijzen op momenten dat je het moeilijk hebt.  Luister maar eens hoe Sheri Easter dat bezingt:
Jeff and Sheri Easter: Praise His Name



When everything falls apart
When you have a broken heart...
When it seems you're all alone...
when you feel you can't go on
Raise your hands and say
Greater is He that is within me
You can praise the hurt away
If you just praise His name
Deze aanpak kan best even werken, maar heeft helaas al >2000 jaar ook niet blijvend succes gehad en er is qua emotionele problemen, geen significant verschil tussen christelijke gelovigen en andere wereldbewoners. Wat misschien wel een beetje werkt voor gelovigen en ongelovigen zijn psychotherapeutische principes en je ziet deze dan ook meer en meer, vermengd met Bijbelse ideeën, in de evangelische praktijk toegepast worden.
Michelle begint haar boek dan ook met de mededeling dat de relatie met God “het fundament is voor herstel, heling en innerlijke groei " (p. 9) en dat je dichter naar Jezus geleid moet worden omdat “Hij de waarheid is” (p.11). De verbroken relatie met God is de reden waarom we problemen hebben en is terug te voeren op de val van de mens zoals beschreven in Genesis. Er komt dan een onzinnig verhaal over waarom God Adam en Eva had verboden te eten van de boom van goed en kwaad. Kennis van goed en kwaad houdt de mogelijkheid tot oordelen in en God wilde hen daarvoor beschermen... Nou als dat de bedoeling was geweest had ik die boom maar weggelaten, ware ik God geweest. En bovendien Eva was nog niet zondig voordat ze van die vrucht at. Dat eten zelf kan dan ook niet zondig geweest zijn en ze kon ook nog niet oordelen en weten dat dat eten beter maar niet kon.... Hoe dan ook zo’n grappige mythe te gebruiken als serieus fundament voor je therapeutische aanpak, maakt het lastig de aanpak zelf serieus te nemen.


Als het genezingsproces en het bijbehorende “werk” vergeleken gaat worden met hoe de Israëlieten al moordend het beloofde land in bezit namen (p 27), is mijn lust om het boek nog verder door te lezen wel tot het nulpunt gedaald. Toch nog maar een beetje doorgelezen.


Na een christelijke basis gelegd te hebben gaat het dan ook al gauw over op het toepassen van een psychotherapeutisch model dat gebouwd wordt op het Kenschema van Jan Rademaker. Het christelijke element verdwijnt dan ook steeds meer in de loop van het boek en ik zie geen aanwijzingen dat de christelijke methode beter werkt dan de seculiere versie ervan. Het kwakzalverige fundament van die christelijke versie lijkt mij zelfs potentieel tot ernstige frustraties te kunnen leiden. Want als de in je hart wonende Jezus een fictie blijkt, wat moet er dan in je groeien...


De kerk heeft het nooit goed begrepen tot Michelle verscheen. “het aanleren van nieuw gedrag wordt dan nogal eens verward met discipelschap: door je gedrag te veranderen denk je meer op Jezus te gaan lijken
Hoe kun je dan veranderen? Nou allereerst groeien in zelfbewustzijn en dan toch nog evengoed nieuw gedrag aanleren. De voorbeelden die Michelle aandraagt spreken voor zichzelf: Maria (p 38) krijgt de opdracht assertiever te zijn tegenover haar schoonzus. Dat past helemaal niet bij haar zachte karakter en Maria trok zich op haar onhandige en verlegen manier uit de therapie terug. Conclusie: “weer een kind van god dat niet aan de eigen groei wil WERKEN” (p 38)


Het seculiere kenschema van Rademaker waar de rest van het boek op gebaseerd is, heeft vast wel goede punten. Ik kan dat niet beoordelen. Michelle van Dusseldorp bereikt met haar christelijke kleur aan deze methode vast wel een gretige groep gelovigen. Maar wat gebeurt er met deze gelovigen als ze ontdekken dat de “Jezus in hen” een mythe is en de aanpak niet werkt? Een potentieel goede aanpak, gebaseerd op een fictief fundament kan op den duur alleen maar teleurstellingen opleveren.


Toch heb ik wel wat met Michelle. Ik luisterde naar haar toespraak op    een Opwekkings-conferentie en weet hoe ik ook dit soort thema’s uitdroeg toen ik nog “in de Heer” was.    Het is fascinerend om te zien hoe ze al die jonge mensen op de knieën krijgt om een einde te maken aan de verdeeldheid in christelijke Nederland. Hier is een stukje:

Opwekkingconferentie 9-6-2014

In een interview met Andries Knevel werd ze best een beetje voor het blok gezet met de vraag wat ze wel het vreemdst vond aan de Nederlanders toen ze hier kwam. Ze antwoordde dat ze het vreemd vond hoe Nederlanders zo vaak zeggen: "Ik ga even een frisse neus halen". Zo'n Oer-Hollandse psychotherapeutische aanpak, zou wel eens gezonder kunnen zijn dan wat "Groundwork" te bieden heeft.  

zaterdag 6 juni 2015

God als Plaaggeest en het Bloed van het Lam


Mozes, God als Plaaggeest en het bloed van het lam.


 Let My People Go  (Louis Armstrong)


 Heilsplan tot hieraan toe.


In de brugillustratie heb ik uitgelegd hoe “kinderen van God” zich “redding” voorstellen. Het gaat daarbij om redding van de zonde, de macht van de duivel (het kwaad?) en uiteindelijk verlossing van de dood.

Het begint ermee dat de mens door z’n zondigheid het contact met zijn Schepper verloren is. Om die Schepper-God te verzoenen kunnen brandoffers gebracht worden, maar geen menselijk offer is goed en perfect genoeg om  de mensheid te kunnen redden. Daarom besloot God om zelf dat offer maar te brengen en zijn zoon, Jezus Christus, naar de aarde te sturen om daar als offerlam te sterven  en de mensen weer met God te verzoenen.

Deze reddingsoperatie wordt in fasen uitgevoerd en voorbereid. En op verschillende momenten in de uitvoering van dit plan, weergegeven in het Oude Testament,  zie je de cruciale elementen geïllustreerd.

Adam en Eva zondigen door van de verboden vrucht te eten. Ze wandelen daarna niet meer met God. Dit duidt op het ontstaan van de scheiding met God door de zonde.

God heeft dan besloten om zijn plan via een speciaal uitverkoren volk (de Joden/Israëliërs) ) uit te voeren. Daartoe wordt Abraham aangewezen. God vraagt dan aan Abraham om zijn zoon, Isaak, te offeren.

Maar uiteindelijk hoeft dat toch niet en wordt een lam (jonge ram) beschikbaar gesteld om de plaats van Isaak in te nemen. Dit duidt op Jezus, die als Lam van God de plaats in zal gaan nemen van de zondige mens die eigenlijk voor zijn zonden zou moeten sterven (d.w.z. eeuwig gescheiden zijn van God, dat is een nooit eindigende hel).

Dan zijn we nu toe aan een verhaal dat illustreert hoe dat dan precies werkt, dat zo’n lam je kan redden.

De tien plagen in Egypte.


Er is heel veel gebeurd met Abraham en zijn nageslacht. Zijn achterkleinzoon, Jozef, komt als slaaf in Egypte terecht. Hij weet zich echter op te werken tot de rechterhand van de Farao en laat dan zijn hele familie overkomen naar Egypte omdat er in hun land een  ernstige hongersnood was.

Die Israëliërs worden talrijk en latere Farao’s gaan er toe over om van dit volk een slavenvolk te maken. Het hele volk heeft erg te lijden onder deze slavernij. Onder hen is een man die ooit te vondeling was gelegd, door de vrouw van de Farao gevonden werd en aan het hof opgroeide. Hij kreeg de naam Mozes. Toen hij er achter kwam dat hij een Israëliër was begon hij zich voor zijn volk in te zetten. Hij eiste van de Farao dat hij zijn volk zou laten gaan.  Om zijn eis kracht bij te zetten, stortte God allerlei plagen uit over de Egyptenaren. De Farao wil er niks van weten en later stemt dan eerst toe, maar trekt later z’n belofte weer in. De plagen worden steeds erger.

Plaag 1: Water verandert in bloed (Exodus 7  BGT)


20 Mozes en Aäron deden alles wat de Heer gezegd had. Aäron sloeg met zijn stok op het water van de Nijl, en het water veranderde in bloed.

Dat heeft grote gevolgen, de vissen sterven, de rivier gaat stinken en de mensen hebben geen water meer om te drinken. Het haalt echter niets uit de farao luisterde niet.

Plaag 2: Er komen kikkers uit de rivier


26 De Heer zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem: ‘De Heer wil dat u zijn volk laat gaan. Dan kunnen ze hem gaan vereren. 27 Als u weigert, zal hij het hele land straffen met een kikkerplaag.

Het land wordt overspoeld met kikkers van de slaapkamers tot de ovens en pannen.
Die kikkers maken het leven van de Egyptenaren tot een hel. “Laat het a.j.b. stoppen”, zegt de Farao, “dan zal ik het volk laten gaan.” Maar als Mozes dat dan even regelt met de Allerhoogste, weet de Farao nergens meer van. Tijd voor de volgende plaag.

Plaag 3: Er komen muggen (Exodus 8: )


12 De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron dat hij met zijn stok op de grond moet slaan. Dan zal in heel Egypte het stof veranderen in muggen.’


Alle mensen en dieren  kwamen onder de muggen te zitten. Zelfs de tovenaars van de farao begonnen in te zien dat hier toch wel een machtige god achter zat. Maar de farao hield vol, hij weigerde om naar Mozes en Aäron te luisteren. De Heer had daar al voor gewaarschuwd.
God (de Heer) heeft er even tijd voor nodig, maar begint het dan wel te snappen: die Farao gaat nooit toegeven. Toch maar even door blijven plagen.

Plaag 4: Er komen steekvliegen


Dan wordt het land getroffen door steekvliegen, zoveel zelfs dat vloeren van de huizen ermee bedekt waren. De goede God liet overigens wel het gebied waar de Israëlieten woonden (het land Gosen) ongemoeid. De Farao blijft koppig, hij geeft eerst toe, maar zodra de plaag gestopt is, trekt hij zijn belofte weer in.  Dan nog maar eens een plaagje

Plaag 5: Het vee wordt ziek


Alle paarden, ezels, kamelen, koeien, schapen en geiten van de Egyptenaren krijgen dan een vreselijke ziekte.  Ook dit heeft geen succes.

 

Straf 6:  Iedereen krijgt zweren (Exodus 9:  )


8 De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Jullie moeten allebei een handvol as uit een oven pakken. Die as moet Mozes bij de farao in de lucht gooien. 9 Daarna zal de as over heel Egypte waaien en op de mensen en de dieren terechtkomen. En dan zullen alle mensen en dieren zweren op hun lichaam krijgen.’

12 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao niet wilde toegeven. Hij luisterde niet naar Mozes en Aäron. Precies zoals de Heer al tegen Mozes gezegd had.

Leuk hoor, zo’n heel volk vol zweren en hier gebeurde ook iets bijzonders waar kinderen van God hun hoofd wel vaak over  breken. God zelf zorgt ervoor dat de Farao niet luistert! Kun je Farao de schuld dan  nog wel geven? Als oplossing komen ze dan met de stelling dat God wel weet dat hij toch niet zal luisteren, hij kan dan van die koppigheid maar beter gebruik maken om zijn almacht te tonen. God wordt hiermee wel weer heerlijk menselijk en verheugt zich erin te kunnen laten zien hoe sterk hij is! Wat eerlijker gelovigen zullen zeggen dat zij het ook niet snappen, maar dat God nu één keer God is en we niet alles wat hij doet kunnen begrijpen.

Straf 7: Dodelijke hagel en vuurstormen

Bij de zevende straf gaan er echt direct doden vallen. Er komt vuur van de hemel en zware hagelstenen. Iedereen die niet in huis is wordt gedood.

Zo kondigt Mozes dit aan:
17 U blijft u verzetten en u weigert om het volk te laten gaan. 18 Daarom zal het morgen om deze tijd verschrikkelijk gaan hagelen. Het heeft in de hele geschiedenis van Egypte nog nooit zo hard gehageld. 19 Breng alle dieren naar binnen. En laat alles wat buiten is, naar binnen brengen. Want alle mensen en dieren die buiten zijn, zullen sterven door de hagel.’’

Velen sterven dan, vooral slaven, omdat hun bazen er niet altijd zin in hadden om hen te laten schuilen, maar ook andere onschuldige Egyptenaren. God begint al wat op Hitler te lijken. Als die z’n zin niet krijgt van de Nederlandse regering gooit hij bommen op Rotterdam, dan moeten de onschuldige burgers van het land  het ook maar voelen. De geallieerden voelen zich dan ook gerechtvaardigd om de onschuldige burgers van Japan en Duitsland te straffen. God weet wel het voorbeeld te geven. Maar goed we zijn er nog niet, het kan nog veel erger worden.

De farao wordt weer gewaarschuwd (Exodus 10: )


1 Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Ga naar de farao. De farao en zijn dienaren zullen niet toegeven. Daar heb ik zelf voor gezorgd, zodat ik wonderen kan doen in Egypte. 2 Jij moet daar later over vertellen aan je kinderen en kleinkinderen. Vertel ze dat ik mijn macht heb laten zien aan de Egyptenaren. En dat ik vreselijke dingen met hen gedaan heb. Dan zullen jullie begrijpen dat ik de Heer ben.’

Kijk zo doe je het dan om te laten zien hoe geweldig je bent. Je zorgt ervoor dat mensen fouten maken en dan kom jij als reddende engel en held van het volk uit de kast.

Het haalt dus ook weer niets uit. De Farao is wel bereid alle mannen te laten vertrekken, maar verder niemand. Gelukkig weet God nog wel een mooie plaag

Plaag 8: Er komen overal sprinkhanen


12 De Heer zei tegen Mozes: ‘Houd je stok boven het land. Dan komen er sprinkhanen. Ze zullen alle planten opeten die na de hagel nog overgebleven zijn.’

13 Mozes hield zijn stok boven het land. Toen liet de Heer de hele dag en de hele nacht een oostenwind waaien. Toen het ochtend werd, had de wind sprinkhanen meegebracht. 14 Er waren verschrikkelijk veel sprinkhanen, en ze kwamen in het hele land. Er waren nog nooit zo veel sprinkhanen geweest, en er zouden ook nooit meer zo veel sprinkhanen komen. 15 Het hele land was ermee bedekt. De grond zag zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten op en alle vruchten aan de bomen, alles wat er nog over was na de hagel. Er was in heel Egypte nergens meer groen aan de bomen of op het land.

De farao luistert niet


16 Meteen liet de farao Mozes en Aäron komen. Hij zei: ‘Ik ben schuldig. Ik heb niet gedaan wat jullie God en jullie willen. 17 Vergeef me toch nog één keer. Bid dat de Heer deze dodelijke ramp laat ophouden.’

18 Mozes ging bij de farao vandaan, en hij bad tot de Heer. 19 Toen liet de Heer de wind draaien. Een harde westenwind nam alle sprinkhanen mee naar de Rietzee. Er bleef geen sprinkhaan over in heel Egypte.

20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao niet toegaf. Ook deze keer liet hij de Israëlieten niet gaan.

Plaag 9: Het wordt overal donker


21 De Heer zei tegen Mozes: ‘Houd je arm omhoog naar de hemel. Dan zal het donker worden in heel Egypte, zo donker als in de nacht.’

22 Toen hield Mozes zijn arm omhoog naar de hemel, en meteen werd het donker in het hele land. Drie dagen lang was het helemaal donker. 23 De mensen konden elkaar niet meer zien. En ze konden nergens meer naartoe gaan. Maar waar de Israëlieten woonden, bleef het licht.

De farao luistert niet


24 Toen liet de farao Mozes bij zich komen. Hij zei: ‘Gaan jullie de Heer maar vereren. Jullie kinderen mogen mee, maar jullie schapen, geiten en koeien moeten hier blijven.’

25 Maar Mozes zei: ‘Wilt u ons dan dieren van uzelf meegeven om te offeren aan de Heer, onze God? 26 Nee, onze eigen dieren moeten mee voor de offers. Alle dieren, want we weten pas welke dieren we nodig hebben als we daar zijn.’

27 De Heer zorgde ervoor dat de farao niet toegaf. Hij wilde de Israëlieten niet laten gaan. 28 De farao zei tegen Mozes: ‘Ga weg! Ik wil je nooit meer zien! Als je hier nog eens durft te komen, zul je sterven.’ 29 ‘Goed,’ zei Mozes. ‘U zult me niet meer zien.’

Dan wordt het nu wel tijd om het reddingsplan in werking te zetten. Deze redding zal als symbool staan voor de grote Redding die God later door Jezus gaat volbrengen.

Plaag 10: De oudste zonen zullen sterven (Exodus 11:)


1-10 Mozes zei ook: ‘Midden in de nacht zal de Heer door Egypte gaan. Dan zal elke oudste zoon in Egypte sterven. Niet alleen de oudste zonen van al uw slavinnen, maar ook uw eigen oudste zoon. Uw oudste zoon, die later farao zou worden, zal sterven. Ook bij het vee zal elk jong dat het eerst geboren is, sterven. Er zal erg hard gehuild worden in heel Egypte. Zo veel verdriet is er nog nooit geweest. En zo veel verdriet zal er ook nooit meer zijn.

Maar bij de Israëlieten zal er niets gebeuren, niet met de mensen en niet met de dieren. Dan zult u begrijpen dat de Heer verschil maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten. Uw dienaren zullen mij komen smeken of ik weg wil gaan met mijn hele volk. En dan zal ik gaan.’ Toen ging Mozes woedend bij de farao vandaan.

De Heer had tegen Mozes gezegd: ‘De farao zal niet naar jullie luisteren. Daardoor kan ik veel wonderen doen in Egypte.’ Mozes en Aäron hadden al die wonderen gedaan voor de farao. Maar de Heer had ervoor gezorgd dat de farao niet wilde toegeven. Hij liet de Israëlieten niet weggaan uit zijn land.

Dit zal de plaag worden die Farao er uiteindelijk toe overhaalt om het Volk van God te laten gaan. Er moet alleen nog wel voor gezorgd worden dat de oudste (de eerstgeboren) zonen van de Israëlieten niet mee gedood worden.

Het Paasfeest (Exodus 12: )


Alle Israëlieten moeten een dier slachten


[Mozes zei:]1-3 ......Op de tiende dag van deze eerste maand moet elk gezin een schaap of een geit uit de kudde halen. ...5 Het dier mag een schaap of een geit zijn. Maar het moet een mannelijk dier zijn van één jaar oud. Het dier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.

7 Als het dier geslacht is, moeten jullie wat bloed op de deurposten doen en op de balk boven de deur. Dat moet gebeuren bij elk huis. 8 Het vlees van het dier moeten jullie dezelfde nacht nog roosteren en opeten. Bij het vlees moeten jullie brood zonder gist eten en bittere kruiden. 9 ..........

11 Dat eten is de paasmaaltijd ter ere van de Heer. Jullie moeten snel eten. Je moet al helemaal klaar zijn om op reis te gaan: met je reiskleren aan, je riem om, je schoenen aan en een stok in je hand.’’

De Heer zal de Egyptenaren straffen


12 De Heer zei verder: ‘In deze nacht zal ik door Egypte gaan. Ik zal de oudste zoon in elk gezin doden. Ik zal ook het oudste jong van elk dier doden.

Ik ben de Heer. Ik zal laten zien dat de goden van Egypte geen macht hebben.13 Ik straf de Egyptenaren met de dood. Maar jullie zal ik niet straffen. Het bloed aan jullie huizen is het teken dat jullie daar wonen. Als ik bloed aan een huis zie, dan ga ik dat huis voorbij.

De Israëlieten moeten feestvieren


14 Voortaan moet deze dag voor jullie altijd een feestdag zijn. Dan moeten jullie denken aan wat ik in Egypte gedaan heb, en feestvieren ter ere van mij. ........17 Dit is het Feest van het Brood zonder Gist. Dat feest moeten jullie altijd blijven vieren. Het zal een herinnering zijn aan de dag dat ik alle stammen van Israël uit Egypte bevrijdde.

De oudste zonen in Egypte sterven


29 Midden in de nacht doodde de Heer alle oudste zonen van de Egyptenaren. Van arme mensen en van rijke mensen, van de farao en van mensen die gevangen zaten. Ook bij de dieren doodde hij het jong dat het eerst geboren was. 30 In die nacht schrok iedereen wakker: de farao, zijn dienaren en alle andere Egyptenaren. Iedereen huilde hard, in heel Egypte. Want in elk huis was wel iemand gestorven.

De Israëlieten trekken dan Egypte uit en beginnen aan een lange toch door de woestijn, op weg naar het Beloofde Land. In Exodus staat dat er wel 600.00 mannen waren van 20 en ouder. Dat bekent dat er in totaal wel een paar miljoen mensen door de woestijn gingen zwerven. Dat is moeilijk te geloven maar gelukkig is dat bij legenden ook niet nodig.
Gelovigen grijpen elke gelegenheid aan om te bewijzen  dat het allemaal wel echt is gebeurd, terwijl je zou zeggen dat je je voor zo’n God toch ook wel moet schamen.  Er zijn best een aantal verklaringen voor de plagen, denk maar aan de sprinkhanenplagen die ook nu nog wel voorkomen en wetenschappers hebben vastgesteld dat er algen zijn die een rivier rood kunnen doen  kleuren. Ook nog niet opgehelderd rood kleuren van rivieren is gedocumenteerd:


Voor bijna iedere plaag is er wel een verklaring. Ze hebben ook ontdekt dat er een stad was in Egypte, Pi-Ramesse, die zo’n 3000 jaar geleden ineens verlaten werd. Nou is 1000 v. Chr. een beetje te laat, want die uittocht moet veel eerder hebben plaats gevonden. Maar goed dat hoef je niet te benadrukken. Een tweede interessante troef is het Ipuwer Papyrus.

Ipuwer Papyrus

Het Ipuwer Papyrus is een document dat in handen is van het Nationaal Archeologisch museum in Leiden. Het manuscript is gevonden in Memphis, Egypte en is gedateerd rond de 13e-14e eeuw v. Chr., dat komt een beetje overeen met wanneer de 10 plagen plaatsgevonden zouden kunnen hebben.
                   
Ipuwer Papyrus
 

In dit Papyrus staat een gedicht dat beschrijft hoe er een complete chaos heerste in delen van Egypte, slaven rebelleerden tegen hun meesters, er waren ziektes en de dood beheerste het straatbeeld. Er was ook een periode van volledige duisternis. Het lijkt echt wel wat op de 10 plagen. Maar er worden ook andere gebeurtenissen genoemd, bijv. dat er ook sprake is van een Aziatische invasie.
Het lijkt veel logischer om het 10-plagen verhaal te zien als een volksverhaal dat is ontstaan, gebaseerd op echt in het Egyptische gebied voorkomende (natuur)verschijnselen, en langzamerhand bij het overleveren aangevuld werd met wonderbare elementen en ingepast in het creëren van een nationale ontstaansgeschiedenis. Het werd waarschijnlijk pas in de 6de eeuw v. Chr. in z’n geheel opgeschreven. God komt er ook niet echt als een aantrekkelijk individu uit tevoorschijn, dus waarom zou je als kind van god zo graag willen dat het allemaal echt zo gebeurd is? Nou, ja, als je begint stukjes van de bijbel los te laten, waar moet je dan nog wel op vertrouwen? Zo blijft het moeilijk voor gelovigen om objectief naar de historische gegeven te kijken.
Het Bloed van het Lam.

 

Voor kinderen van god wijst het bloed van het lam dat op de deurposten gesmeerd moest worden op het bloed dat Jezus vergoot aan het kruis op Golgotha. Met die dood, met dat bloed, kocht hij de (gelovige?) mensen vrij uit de slavernij van de zonde en de dood.

1 Petrus 1:

18 wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.

Pesach en Pasen


Met Pesach gedenken de Joden hun uittocht uit Egypte. Christenen hebben dit feest gekidnapt en gebruiken het om een invulling te geven aan hun Pasen. Op Pasen stond Jezus op uit de dood en werd de poort naar “de vrijheid (van zonden en de dood)” opengesteld. Die bevrijding van de dood, betekent dat de gelovige eeuwig leven gekregen heeft. Ook na de dood leeft hij/zij door bij God.  Lastiger is het dat gelovigen niet alleen vrijgesproken zijn van de straf op de zonde, maar ook van de zonde zelf bevrijd zouden moeten zijn. Helaas is daar weinig substantieels van te merken. Ook van de overwinning van Jezus op de duivel in het jaar 33 heeft de wereld weinig kunnen merken. Nu waren de Joden na hun uittocht nog niet direct in het Beloofde land, er was eerst nog een tocht door de woestijn. Gelovigen zien dat ook vaak zo, dat ze nog op weg zijn en woestijnervaringen kunnen blijven hebben. Zo wordt enige evidentie voor de claims van het Christendom al á priori onmogelijk gemaakt.

En pas op, als Jood had je dat bloed wel aan de deurpost aan moeten brengen anders was het  nog niet goed gekomen, om door het bloed van Jezus, het Lam van God gered te worden moet je zijn bloed ook wel aanbrengen aan de deur van je hart, d.w.z. je moet geloof in Hem bekennen of (in het jargon) Hem toelaten tot je hart. Je wordt dan gewassen in het Bloed van het Lam en dan wordt je zwarte ziel zo wit als sneeuw.



A well-known Christian hymn written by Elisha A. Hoffman in 1878. Sung in the video by the
Antrim Mennonite Choir, from their album 'Amazing Grace.'
De volgende keer gaan we eens kijken naar wie die Jezus geweest zou kunnen zijn.