Posts tonen met het label koning der joden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koning der joden. Alle posts tonen

maandag 10 juli 2017

De geboorte van de kerk


De geboorte van de kerk (en het Christendom).



Ode van Salomo. De eerste regel uit een lied uit de tweede eeuw. (Ode 1)

He is on my head Like a Crown
He is on my head Like a Crown
And I shall never, I shall never
Be without Him
De oorsprong van de christelijke kerk is duidelijk terug te voeren naar Christus, zoals de naam al suggereert. Het zou dan gaan om Jezus Christus die ook wel Jezus van Nazareth genoemd wordt, naar de plaats waar hij opgroeide. Het is onwaarschijnlijk dat hij tijdens zijn bestaan al als Jezus Christus door het leven ging. Pas toen hij na zijn sterven als Messias (Hebreeuws voor “gezalfde”) werd gezien, kwam de Griekse variant (Christus) in gebruik. Paulus van Tarsus, die de belangrijkste verkondiger van het Jezus verhaal was, noemde hem regelmatig Christus Jezus i.p.v. Jezus Christus.

Echt veel weten we nou ook weer niet van Jezus omdat er zoveel legendes over hem ontstonden dat het lastig is om daar iets feitelijks uit te distilleren. Hij moet een zgn. “heilig man” geweest zijn zoals er wel meer waren in zijn tijd. Allen met een flinke schare aanhangers. Veel van zijn uitspraken zijn blijven hangen en van mond tot mond doorgegeven. Verhalen over zijn leven werden steeds wonderbaarlijker. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij zijn eigen martelaarsdood heeft zien aankomen en zijn volgelingen (discipelen) heeft doen geloven dat hij zou sterven om hen te redden, wellicht zelfs dat hij daarna weer uit de dood op zou staan. Hoewel hij zich volgens de overleveringen nooit als een aardse koning beschouwde, moet hij door zijn tijdgenoten wel vaak als koning, d.w.z. aspirant koning van de Joden gezien zijn. Die verwachting leefde sterk. Hier is bijv. een gedicht uit die periode:

Zie, o Heer, en wek voor hen op hun koning, zoon van David,
Op de tijd die U kiest,
Om te regeren over Israël, uw kind.
Omkleed Hem met kracht om de onrechtvaardige heersers te verbrijzelen,
Om Jeruzalem te zuiveren van de vernielende vertrapping door de heidenen.



Het is logisch dat dit de Romeinse heersers de nodige kopzorgen bezorgde en het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat hij inderdaad gevangen genomen werd en ter dood veroordeeld. Volgens diezelfde overleveringen zou hij op de vraag ”Bent u de koning der Joden” geantwoord hebben: “U zegt het”. In een latere overlevering (Johannes 18:33-37) zou hij het juist tegengesproken hebben en gezegd hebben dat zijn koninkrijk “niet van deze wereld” was. Het lijkt erop dat de eerdere indirecte bekentenis waarschijnlijker is en dat hij de martelaarsdood bewust gezocht heeft door het min of meer toe te geven dat hij de koning van de Joden was.

Voor zijn sterven had hij met zijn volgelingen een ritueel ingesteld dat ze moesten gaan volgen om hem te gedenken. Er werd daarbij brood uitgedeeld en wijn geschonken om te gedenken dat hij zijn leven en zijn bloed gegeven had voor hun redding. Daarbij kwam de verwachting dat hij weer terug zou keren en het koninkrijk van God gevestigd zou gaan worden.

Na zijn dood moeten er volgelingen geweest zijn die hem weer “gezien” hebben. Er zijn ook nu mensen die claimen Jezus gezien te hebben. In het Joodse denken was de mens “de ziel” en het lichaam minder essentieel. Mensen staan niet op uit de dood en dat kan ook toen niet gebeurd zijn. Paulus van Tarsus claimt ook “als laatste”, dus net zoals de anderen, Jezus ontmoet te hebben, maar “of het in het lichaam was, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het ((2Cor 12:2)” De Joodse schrijver Sirach schreef bijvoorbeeld een paar honderd jaar eerder over de profeet Elisa dat hij ook na zijn dood nog wonderen deed zonder zelf lijfelijk te zijn opgestaan.

Sirach 48:13-14
13Niets ging zijn krachten te boven,
zelfs toen hij al gestorven was, profeteerde zijn lichaam nog.
14Bij zijn leven gaf hij tekenen,
ook na zijn dood verrichtte hij wonderbaarlijke daden.

(lijken in zijn graf geworpen, kwamen bijv. weer tot leven)

Het groepje volgelingen zou de rituele maaltijd blijven gebruiken en blijven geloven dat hun Jezus de Messias is (de christus) en dat hij terug zal komen om Israël te herstellen. De beweging zou waarschijnlijk doodgebloed zijn als Paulus van Tarsus er 20 jaar later niet door gegrepen was.

Paulus was een Joodse wetgeleerde die ook het Romeinse burgerschap had verworven. Hij kwam uit een Joods/Griekse gemeenschap in Tarsus ( in Turkije). De Joodse clerus was in die tijd redelijk pro Romeins, ze konden hun Joodse rituelen uit blijven voeren en zagen die dweperige sekten die uit waren op Joodse zelfstandigheid en vrijheid van de Romeinen, niet zitten.  Iemand met de achtergrond van Paulus was dan ook uitermate geschikt om de potentiële “terroristen” op te sporen. Dat gold ook voor de volgelingen van die Jezus.  Hij moet echt wel door deze Jezus geobsedeerd zijn geweest en het is dan ook geen wonder dat hij tijdens zo’n achtervolgingstocht ineens een visioen kreeg waarin deze Jezus hem vroeg waar hij toch wel mee bezig was.

Dat leidde tot een volledige omkeer en van vervolger werd hij aanhanger van Jezus. Het is opmerkelijk dat hij kennelijk van de verhalen rond en van Jezus weinig wist. De evangeliën waren nog niet geschreven, wat duidelijk is omdat er in zijn brieven nooit naar verwezen wordt. Moderne predikheren gaan naast verhalen uit het Oude Testament heel veel uit van verhalen over Jezus, zijn uitspraken of de gelijkenissen die hij vertelde. Bij Paulus kom je die niet tegen.

Wel was hij bekend met “het avondmaal” en het idee van “brood en wijn” als symbolen van “lichaam en bloed” dat gegeven wordt om te redden. Dat moet hem zo aangegrepen hebben dat hij het verbond met het Oudtestamentische idee van het zoenoffer, een offer gebracht ter vergeving van zonden.

Romeinen 3:26 Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. (NBV)


Sarah Hart Pearsons---Nothing But The Blood Of Jesus

God had zelf voor dit offer gezorgd en zijn zoon gegeven om te sterven voor de zonde van de mensen. Door zijn mondiale instelling kon Paulus dit gegeven ook niet laten beperken tot Joden alleen. Ieder die dit offer aanvaardde zou gered worden.

Hij nam contact op met de Jezus-volgelingen in Jeruzalem en we krijgen dan een moeizame werkrelatie te zien, waarbij de joodse volgelingen grote moeite hebben deze verbreding van hun beweging te accepteren.

Je ziet dan ook in de eerste eeuwen van de “kerk” dat er allerlei bewegingen ontstaan die meer of minder “Joods” zijn qua aard.  Paulus had wel veel succes met zijn boodschap en hij wist overal in Turkije en Griekenland “gemeenten” te vormen, in het begin voornamelijk bestaande uit heidense aanhangers van het Jodendom (proselieten).  De bestaande oorspronkelijke beweging breidde zich uit richting Syrië en Egypte.

Van deze meer Joodse bewegingen weten we niet veel, waarschijnlijk mede omdat de lijn van Paulus in het Romeinse rijk de overhand kreeg en andere stromingen en hun documentatie overwoekerde. Uit de werken van ketterbestrijders weten we dat ze er geweest zijn. Er moet bijvoorbeeld een stroming zijn geweest met een eigen evangelie, dat nu bekend staat als het evangelie van de Nazarenen. Het komt erg overeen met het evangelie van Mattheus, maar de eerste hoofdstukken zijn afwezig waarin verteld wordt dat Jezus uit een maagd werd geboren. De Nazareense christen-joden geloofden dat Jezus een gewoon mens was geweest en op een natuurlijke manier werd verwekt. Hij werd speciaal door God gekozen omdat hij rechtvaardiger was dan alle andere mensen. Een andere groep kwam bekend te staan als de “Ebionieten”. Zij waren vegetariërs en geloofden niet dat Jezus ook een goddelijke natuur had. Wel meenden ze dat Jezus het laatste zoenoffer was geweest en verdere vleesoffers voor de vergeving van zonden onnodig maakte. Het is ook wel grappig dat in hun evangelie Johannes de Doper niet sprinkhanen (Grieks: akris) en honing at, maar een soort manna of honingkoek (Grieks: enkris) en honing. Als de discipelen Jezus vragen waar ze het paasmaal klaar zullen maken, zegt hij in hun evangelie dat hij geen zin heeft om het paaslam met hen te eten. Van deze evangeliën en nog een groot aantal andere, weten we alleen af doordat kerkvaders ernaar verwezen en er stukken uit aanhaalden.  Het is duidelijke dat er allerlei joods-christelijke stromingen waren die allemaal door de winnende nominatie uiteindelijk uit het zicht verdreven werden.

De gezamenlijke maaltijd

Plinius de Jongere

Wat een kenmerk van al die bewegingen leek te zijn was de viering van een gemeenschappelijke maaltijd. We weten dit bijvoorbeeld uit een brief die de gouverneur van Bithynia Pontus (in NW Turkije), Plinius de Jongere, aan Trajanus schreef (rond 110). Heel veel gelovigen hadden onder druk hun geloof opgegeven, van hen vermeldt Plinius dat
“Ze zeiden dat hun schuld, of vergissing, neerkwam op het volgende. Het was hun gewoonte op een vaste dag voor dageraad bijeen te komen en met elkaar voor Christus een beurtzang te zingen als voor een god. Ook verbonden ze zich door een eed, niet om een misdaad te begaan, maar om geen diefstal, roof of overspel te plegen, om een woord van trouw niet te breken en een pand desgevraagd niet te weigeren terug te geven. Als dat gedaan was, ging men meestal weer uiteen, om daarna weer samen te komen voor een maaltijd, maar dan heel gewoon en onschuldig. Met dat laatste waren ze opgehouden na mijn edict waarin ik, conform uw opdracht, een verbod op besloten verenigingen had uitgevaardigd.”


Een ander document waarover kerkvaders schreven, maar dat daarna verloren ging en pas in 1873 weer opdook in de bibliotheek van een klooster in Constantinopel, wordt de Didache (de leer) genoemd. Het stamt uit het vroege begin van de 2e eeuw en geeft o.a. aanwijzingen over hoe de gemeenschappelijke maaltijd (het avondmaal/de communie) gevierd moet worden. Wat mij opvalt is hoe de basis boodschap verschilt van die van Paulus of van het evangelie van Johannes.  Niet Jezus is hier de weg tot Leven, maar “het liefhebben van God en de naaste als jezelf”. Als het gaat over het brood en de wijn is de idee dat Jezus zijn lichaam gaf als zoenoffer voor de zonden volledig afwezig:

De Didache 9:


1. En wat betreft de dankmaaltijd, hoor je als volgt dank te geven: 

2. Ten eerste, wat betreft de beker: “We danken U, onze Vader, voor de heilige wijnstok van David, uw kind, die u ons bekend maakte door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

3. En wat betreft het stuk brood: “We danken u, onze Vader, voor het leven en de kennis die U ons bekend heeft gemaakt door Jezus, uw kind. U zij de glorie voor eeuwig.

4. Zoals dit stuk brood verspreid werd over de bergen en weer bijeengehaald om één te worden, zo moge uw kerk verzameld worden van de einden der aarde in uw koninkrijk. Want van u is de glorie en de macht door Jezus Christus voor eeuwig.”

Het is zondermeer duidelijk dat “de kerk” al bij het ontstaan enorm gedifferentieerd was, met aan de ene kant versies met een meer Paulinische kleur en aan de andere kant versies met meer Joodse trekken. Een volgende keer meer over de ontwikkelingen na de eerste eeuw.




donderdag 20 augustus 2015

Jezus, de Waarheid die stierf



Klik hier voor volledige weergave in Browser


                     Wat weten we echt van Jezus?

  1. Jezus, Jood en Superstar
  2. Jezus. Messias, genezer en exorcist
  3. Jezus, Kerst en Kindermoord
  4. Jezus, de Waarheid die stierf
  5. Jezus, Johannes en Nag Hammadi
  6. Wil de Ware Jezus opstaan.


Jezus, de Waarheid die stierf

Mahalia Jackson - Calvary Lyrics

Calvary, Calvary, Lord!
Calvary, Calvary, Lord!
Calvary, Calvary, Lord!
Surely He died on Calvary.

Can't you hear Him calling His Father?

Legendes of verzinsels?


We hebben in de vorige aflevering gezien hoe Lucas en Mattheus met hele verschillende verhalen komen over de afkomst en geboorte van Jezus. Ze kunnen daarvoor niet meer leunen op het evangelie van Marcus, omdat Marcus daarover zwijgt.  Maar omdat beide schrijvers voelen dat gelovigen meer informatie over Jezus  nodig hebben en dat zijn afstamming van koning David vastgesteld moet worden, komen ze met hun eigen invulling. Ze hadden beter eerst even met elkaar kunnen overleggen om die verhalen op elkaar af te stemmen:) ! Het is lastig te bepalen wat er precies gebeurd kan zijn. Zelf wil ik hen nog wel een beetje geloofwaardig houden door te denken dat ze afgegaan zijn op verschillende verhalen die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Zo gaat het nu een keer bij het ontstaan van legendarische  volksverhalen. Anders moet je geloven dat ze die verhalen helemaal zelf uit hun duim hebben gezogen. Niet dat dat zo ongewoon was in die tijd. Het stikte er toen van zelf bedachte verhalen die geschreven werden in de naam van of ten behoeve van een vereerd persoon. Literatuur was toen natuurlijk nog lang niet zo gewoon als in onze tijd en men had andere ideeën over wat er op door kon. Met een verhaal iemand eren en meer gestalte geven werd vaak als legitiem gezien. We komen nog terug op andere oude verhalen over Jezus die zelfs door de gelovigen niet als geloofwaardig worden gezien. Dat zulke verhalen ontstonden staat dan ook buiten kijf en welke reden zou je hebben om te denken  dat Lucas en/of Mattheus wel van de historische feiten op de hoogte waren. Zelf ben ik ervan uitgegaan dat de Jezus in Marcus wel een beetje in de buurt komt van de historische Jezus en dat hij een beetje teveel in zichzelf is gaan geloven en zich is gaan zien als de Zoon van God en de toekomstige heer van het koninkrijk van God. Anderen, zoals James Tabor, gaan veel verder en denken dat het Marcus-evangelie al Paulus (de echte stichter van hert Christendom) is gaan volgen in zijn kijk op Jezus. Immers Paulus opereerde en schreef ongeveer van 50 – 67 n. Chr.  en Marcus werd pas na 70 n. Chr. geschreven. Dat zou dus heel goed kunnen, hoewel ik in Marcus nog niet de theologie van Paulus volledig uitgewerkt zie, waarbij Jezus sterft omdat zijn Vader een offer nodig heeft om de mensen hun  zonden te vergeven en weer met Zich te verzoenen.

Pontius Pilatus

Jezus moet dus dood, hij had dat zelf al voorspeld en dan is er ook niet veel meer aan te doen. De Romeinse bewindvoerders en de betrokken Joodse leiders konden dan ook niet veel meer doen dan die al goddelijk vastgestelde gebeurtenis uit te voeren. Hij had nog aan de dood kunnen ontsnappen door de cruciale vraag: “Bent u de Koning van de Joden?” met “nee, natuurlijk niet,” te beantwoorden. Maar daar zag hij van af, hij antwoorde met nogal een slag om de arm:

BGT:

 Marcus 15:  2 Pilatus vroeg aan Jezus: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het zelf.’

Mattheus 27: 11 Jezus stond voor Pilatus, de bestuurder van de stad. Pilatus vroeg aan hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het zelf.’

Lucas 23: 3 Pilatus vroeg aan Jezus: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het zelf.’

In het evangelie van Johannes, waar Jezus als veel meer goddelijk wordt beschreven, krijgen we ook een uitgebreider versie te lezen:

Johannes 18: 33 Pilatus ging zijn paleis weer binnen. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg aan hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ 

34 Jezus zei: ‘Vraagt u dat uit uzelf? Of hebben anderen dat over mij gezegd?’ 

35 Pilatus antwoordde: ‘Natuurlijk vraag ik dat niet uit mezelf. Ik ben geen Jood. Maar uw eigen volk en de hogepriesters hebben u bij mij gebracht. Wat hebt u verkeerd gedaan?’ 

36 Jezus zei: ‘Ik ben geen koning zoals de koningen van deze wereld. Als ik een aardse koning was, dan zouden mijn dienaren voor mij gevochten hebben. Dan zou ik niet aan de Joden uitgeleverd zijn. Maar ik ben geen aardse koning.’ 

37 Toen vroeg Pilatus aan Jezus: ‘U bent dus wel een koning?’ Jezus antwoordde: ‘U noemt mij een koning. Maar ik zeg u: Ik moet de waarheid bekendmaken. Daarvoor ben ik geboren en daarvoor ben ik naar de wereld gekomen. Iedereen die aan de kant van de waarheid staat, luistert naar mijn woorden.’ 

38 Toen zei Pilatus: ‘Wat is waarheid?’

Kinderen van God vragen zich niet meer af wat waarheid is. Zij weten het al, Jezus zelf is de Waarheid. Pilatus had dat ook kunnen weten als hij maar naar Jezus geluisterd had:

Johannes 14:6 (NBG)

6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Kinderen van god hebben niet het idee dat ze hoogmoedig en eigenwijs zijn als ze zeggen dat Jezus de Waarheid is, hij heeft het immers zelf gezegd. Jij bent immers ook niet eigenwijs als je partner claimt een genie te zijn en jij vertelt iedereen dat het zo is, want “hij/zij heeft het immers zelf gezegd”.........

Misschien is het ook wel een beetje meer simpel dan hoogmoedig, maar op de buitenwereld maakt het wel de indruk behoorlijk eigenwijs te zijn.

In ieder geval, de Waarheid wordt gekruisigd op de heuvel Calvarie (ook wel Golgotha genoemd), sterft en wordt begraven. Nou is het vast geen prettige dood, de dood aan het kruis en gelovigen worden buitengewoon emotioneel al ze aan deze kruisdood denken, voor hun heeft niemand ooit een ergere dood geproefd en meer pijn moeten verdragen. Dat er in die tijd dagelijks mensen door de Romeinen gekruisigd werden, wordt dan even vergeten en dat er in  de martelkamers van de SS wellicht nog wel meer pijn geleden werd hoeft er ook niet bij gehaald te worden. Maar het mooie is dat op het moment dat de Waarheid stierf, mijn zonden weggewassen werden.......

Opstanding

Bill & Gloria Gaither - He's Alive [Live] ft. Don Francisco  

Nou heb je aan een  dode Jezus verder ook niet veel, hij moest dus wel weer levend worden. En omdat de evangelieschrijvers zelf Hem nergens meer lichamelijk tegenkwamen, moest hij daarna ook wel weer verdwenen zijn. Zo ontstond het idee van de Hemelvaart. Jammer want als hij ook gewoon lichamelijk aanwezig was gebleven, hadden we wellicht wat gemakkelijker in hem kunnen geloven. Per slot van rekening kom je niet iedere dag iemand tegen die al ouder is dan 2000.

Jezus stond dus op uit de dood en daar hield het bij Marcus mee op. Lucas en Mattheus stonden daarmee weer alleen en kwamen met behoorlijk verschillende verslagen over wat er daarbij en daarna gebeurde.

In Marcus:


Drie vrouwen, Maria van Magdalena, Maria (de moeder van Jakobus) en Salome gaan vroeg op zondagmorgen naar het graf. Daar zien ze dat het graf leeg is en dat er een jongeman zit, gekleed in een wit gewaad. Ze schrokken behoorlijk en hij  zegt tegen hen:

Marcus 16: 6-7 (BGT):

6 ...: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus uit Nazaret. Hij is gestorven aan het kruis. Maar hij is opgestaan uit de dood. Hij is niet hier. Kijk, hier heeft hij gelegen.’

7 De jonge man zei verder: ‘Jullie moeten naar Petrus en de andere leerlingen gaan. En jullie moeten tegen hen zeggen dat Jezus naar Galilea gaat. En dat ze hem daar zullen zien. Precies zoals Jezus ook al gezegd heeft.’


De dames waren er zo overstuur van dat ze niemand iets gingen vertellen.

8 Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

In Mattheus


Hier gaan de twee Maria’s naar het graf en als ze daar aankomen komt er een grote aardbeving want een engel van God daalde af om de steen van het graf weg te wentelen. In Marcus zit de jongeman naast de lijkkleding, hier gaat de engel op de weg gewentelde steen zitten. Hij droeg ook witte kleding maar zag er verder uit als de bliksem. De bewakers van het graf vielen allemaal in een tijdelijke coma. De engel zegt hier:

Matteus 28:

5 ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus, die aan het kruis gestorven is. 6 Maar hij is hier niet. Want hij is opgestaan uit de dood, zoals hij gezegd heeft. Kom maar kijken, hier heeft hij gelegen.

7 Ga nu snel naar de leerlingen en zeg hun dat Jezus uit de dood is opgestaan. Vertel hun ook dat Jezus naar Galilea gaat. En dat ze hem daar zullen zien. Dat is wat ik tegen jullie moest zeggen.’

De vrouwen zijn hier wat minder timide en snellen  terug om het te vertellen :

8 Snel gingen de vrouwen weg bij het graf. Ze waren geschrokken, maar ook ontzettend blij. Ze wilden zo snel mogelijk aan de leerlingen gaan vertellen wat er gebeurd was.

Onderweg  hebben ze ook nog een ontmoeting met Jezus zelf en gaan dan door en vertellen het de discipelen. Die discipelen vertrekken daarop naar Galilea en krijgen daar Jezus te zien. Die belooft hen altijd bij hen te zullen zijn en zegt dat ze alle volkeren tot Zijn discipelen moeten maken. Jezus vertrekt hier niet naar de hemel.

In Lucas


Hier gaan de vrouwen ook naar het graf en zien dan dat het graf leeg is waarvan ze erg schrikken, maar dan:

Lucas 28 (BGT)

4. .Plotseling stonden er twee engelen bij hen, in stralende kleren.5 De vrouwen waren zo bang, dat ze niet naar hen durfden te kijken.

De engelen zeiden: ‘Waarom zoeken jullie een levende man in een graf?6 Jezus is hier niet. Hij is opgestaan uit de dood. Weten jullie nog wat hij in Galilea gezegd heeft? 7 Hij zei: ‘Ik, de Mensenzoon, zal door slechte mensen gevangengenomen worden. Ze zullen mij aan het kruis laten sterven. Maar drie dagen later zal ik opstaan uit de dood.’’

8 Toen herinnerden de vrouwen zich de woorden van Jezus.

De vrouwen gaan dan terug om het de discipelen te vertellen

9-10 De vrouwen gingen terug naar de stad. Het waren Maria uit Magdala, Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en nog een paar andere vrouwen. Ze gingen alles vertellen aan de elf leerlingen en aan de andere leerlingen die bij hen waren. 11 Maar de leerlingen vonden het verhaal van de vrouwen maar onzin. Ze geloofden het niet.

In Lucas blijven de discipelen in Jeruzalem en gaan niet naar Galilea. Daar in Jeruzalem verschijnt Jezus aan hen:

36 Terwijl de leerlingen met elkaar aan het praten waren, stond Jezus plotseling bij hen. Hij zei: ‘Ik wens jullie vrede.’ 37 De leerlingen schrokken en werden bang. Ze dachten dat ze een geest zagen.

38 Maar Jezus vroeg: ‘Waarom zijn jullie bang? En waarom twijfelen jullie of ik het echt ben? 39 Een geest heeft geen lichaam. Maar kijk eens naar mijn handen en mijn voeten. Raak mij eens aan. Jullie kunnen toch zien dat dit mijn lichaam is? Ik ben het echt!’ 40 En Jezus liet de wonden aan zijn handen en voeten zien.

41 De leerlingen waren zo blij en verrast, dat ze het niet konden geloven. Daarom zei Jezus: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ 42 Toen gaven ze hem een stuk gebakken vis. 43 En Jezus at het op waar zij bij waren.

Ze gaan dan met Jezus de stad een eindje uit en daar stijgt Jezus op naar de hemel. Lucas vertelt dit pas in z’n tweede boek, de Handelingen der Apostelen. Hij gebiedt de leerlingen om Jeruzalem  niet te verlaten, maar te wachten op de uitstorting van “de Heilige Geest”.

In Johannes


In het evangelie van Johannes loopt het allemaal weer een beetje anders. Hier ging Maria eerst naar het graf en toen ze zag dat de steen weg gewenteld was liep ze snel terug naar de discipelen. Daarop snelden twee discipelen (Petrus en waarschijnlijk Johannes himself) naar het graf en troffen dat inderdaad leeg aan. Ze gaan dan weer naar Jeruzalem. Maria was kennelijk ook meegekomen en is wat moeilijker bij het graf weg te slaan, waarop Jezus zich aan haar vertoont en haar gebiedt terug te gaan naar Jeruzalem en het goede nieuws te vertellen.

De verhalen zijn allemaal zo verschillend dat ze moeilijk als een historische beschrijving gezien kunnen worden. Maar hoe dan wel?

Het zien van Jezus


James D. Tabor die dit jaren heeft bestudeerd gelooft dat de oplossing ligt in de ervaring van Paulus. Zie Paul and Jesus. Volgens Lucas (in het boek "Handelingen") had die Paulus ook een ontmoeting met Jezus:

Handelingen 9:
3 Saulus vertrok naar Damascus. Toen hij daar bijna was, straalde er plotseling een licht uit de hemel om hem heen. 
4 Saulus viel op de grond en hoorde een stem zeggen: ‘Saulus, Saulus, waarom vervolg je mij?’ 
5 Saulus vroeg: ‘Heer, wie bent u?’ De stem zei: ‘Ik ben Jezus. Ik ben degene die jij vervolgt.
 


Paulus lijkt in zijn brieven ook te verwijzen naar die gebeurtenis en dat zijn de eerste beschrijvingen die we hebben van ontmoetingen met Jezus. Wat we daaruit kunnen leren over het "zien van Jezus" gaan we in een volgende blog op in en daarmee ook op een groot verschil tussen de Griekse en Joodse kijk op "lichaam en ziel"
I've Just Seen Jesus (feat. Larnelle Harris and Sandi Patty) [Live].
(P) (C) 2012 Spring House Music Group.

Maar waarschijnlijk eerst  nog even naar Jezus volgens Johannes.