Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen

woensdag 22 juli 2015

Jezus, Kerst en Kindermoord



Klik hier voor volledige weergave in Browser


                     Wat weten we echt van Jezus?

  1. Jezus, Jood en Superstar
  2. Jezus. Messias, genezer en exorcist
  3. Jezus, Kerst en Kindermoord
  4. Jezus, de Waarheid die stierf
  5. Jezus, Johannes en Nag Hammadi
  6. Wil de Ware Jezus opstaan.



Synoptische verschillen
Hoe de verhalen over Jezus uiteindelijk zo’n 40-60 jaar na zijn overlijden opgeschreven werden in de vorm waarin we ze nu kennen, die van Mattheus, Marcus en Lucas, zullen we wel nooit echt weten. Deze drie auteurs komen met een kernverhaal dat ze duidelijk van elkaar of van een gemeenschappelijke bron overgenomen moeten hebben. Ze hebben een gezamenlijke basiskijk op Jezus en z’n leven en sterven en hun verhalen worden dan ook wel de “synoptische” evangeliën genoemd. “Synoptisch” is Grieks voor “samen-kijkend” en onderscheidt deze verhalen van dat van Johannes dat pas aan het einde van de eerste eeuw geschreven werd. De Jezus die daarin naar voren komt is zo anders dat hij behoorlijk schizofreen geweest moet zijn als beide varianten werkelijk beschrijven hoe hij geweest is.

 

Dustin Kensrue - Son of David

Het verhaal van Marcus is het kortst en wordt vrijwel integraal en vaak letterlijk in  Mattheus en Lucas overgenomen. Mattheus gooit de verhaallijn nog wel eens flink door elkaar, terwijl Lucas zich wat meer houdt aan de volgorde van de gebeurtenissen zoals ze in  Marcus verhaald worden. Wel zijn er opmerkelijke detailverschillen. Ontmoet Jezus nu één (Bartimeüs) of twee blinde mannen en was het op het moment dat hij Jericho naderde of net verliet?


Mattheus (BGT 20:29-34)
Marcus (BGT 10:46-52)
Luca (BGT 18:35-43)
29 Jezus en de leerlingen kwamen uit de stad Jericho. Een grote groep mensen liep met hen mee. 30 Er zaten twee blinden langs de kant van de weg. Toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, riepen ze: ‘Heer, Zoon van David! Heb medelijden met ons!’
46 Jezus en de leerlingen kwamen in Jericho. Ze liepen door de stad, en een grote groep mensen liep mee. Toen ze de stad weer uit gingen, zat er een blinde bedelaar langs de kant van de weg. Hij heette Bartimeüs.
47 Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te roepen: ‘Jezus! Zoon van David! Heb medelijden met mij!’
 35 Jezus kwam in de buurt van de stad Jericho. Daar zat een blinde bedelaar langs de kant van de weg. 36 Toen hij hoorde dat er veel mensen voorbijliepen, vroeg hij: ‘Wat is er aan de hand?’
37 De mensen vertelden hem dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam. 38 De blinde man begon te roepen: ‘Jezus! Zoon van David! Heb medelijden met mij!’

Waar Mattheus en Lucas niet op Marcus konden leunen hebben ze hun eigen keuzes gemaakt uit de rondvertelde legenden.

De afkomst van Jezus

In het Oude Testament wordt de Messias gezien als een zoon van David, een afstammeling dus van de tweede koning die Israël gehad zou hebben. Voor kinderen van God moet Jezus dus ook van David afstammen. Hij wordt door hen dan ook aanbeden als de Heer der Heren en de Koning der Koningen.

Mattheus en Lucas proberen dit beide aan te tonen en komen met twee volledig verschillende genealogieën. Bij Mattheus gaat de lijn via Salomo, de beroemde zoon van David, maar Lucas laat Jezus afstammen van een andere zoon van David, Nat(h)an. Ook de directe voorouders van Jozef, de pseudovader van Jezus, zijn hele andere figuren in beide versies. En het trieste is dat Jezus maagdelijk geboren werd. Jozef kwam er helemaal niet aan te pas en er was dus helemaal geen bloedverwantschap tussen Jezus en koning David!



Mattheüs 1: 1-
Lucas 3:23- 
David
Salomo
Rechabeam
Abia


:

Eleazar
Mattan
Jakob
Jozef
Jezus



David
Natan
Mattatta
Menna
:
Levi
Mattat
Eli
Jozef
Jezus

Daar het Woord van God betrouwbaar moet zijn, is dit een lastige situatie voor de kinderen van God. Ze proberen er dan ook niet teveel over na te denken en hun theologen buigen zich in allerlei bochten om het nog maar een beetje aannemelijk te maken. Bijv. door te claimen dat de lijn van Lucas wellicht over Maria gaat. Dan moet je de tekst nog wel wat geweld aandoen, want daar staat toch duidelijk dat Eli de vader van Jozef was en niet van Maria. De arme kinderen van God hebben er dan ook nog een theologische encyclopedie bij nodig om alles te kunnen snappen. 
Dat het om verschillende tradities zou gaan in de legendevorming over Jezus, lijkt een veel aannemelijker verklaring.

 De Heilige Maagd.



David Phelps   (Bach/Gounod)

  Tekst
Ave Maria, gratia plena.
Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus,
et benedictus fructus ventris tui, Jesus.
Sancta Maria, Mater Dei,
ora pro nobis peccatoribus,
nunc et in hora mortis nostrae.
Amen.
Vertaling
Wees gegroet, Maria, vol van genade.
De Heer zij met u, gezegend zijt gij onder alle vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods,
bid voor ons, zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen
Uit de verhalen die er rond de geboorte de ronde deden, hebben Mattheus en Lucas ook zeer verschillende versies gekozen.

In Mattheus krijgt de verloofde van Maria, Jozef, bezoek van een engel die hem het volgende vertelt over de zoon die ze zal baren:

Matteus 1: (BGT)

Maria is zwanger

18 Dit is het verhaal over de geboorte van Jezus Christus.

Maria zou trouwen met Jozef, dat was afgesproken. Maar nog voordat ze getrouwd waren, werd Maria zwanger, door de heilige Geest.

19 Jozef was een goed mens. Hij dacht: Ik kan niet met Maria trouwen, want ze is zwanger van een ander. Ik moet haar wegsturen. Maar dat zal ik in het geheim doen, anders zullen de mensen haar behandelen als een slechte vrouw.

Jozef krijgt een droom

20 Toen kreeg Jozef een droom. In die droom zag hij een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, nakomeling van David, luister! Je kunt rustig met Maria trouwen. Want het kind dat zij verwacht, is van de heilige Geest. 21 Maria zal een zoon krijgen. Je moet hem Jezus noemen. Hij zal zijn volk redden, hij zorgt ervoor dat al hun zonden vergeven worden.’

22 Dat moest allemaal zo gebeuren, want in het boek van de profeet Jesaja staan deze woorden van God: 23 «Een jonge vrouw die nog maagd is, zal zwanger worden. Ze zal een zoon krijgen, en hij zal Immanuel genoemd worden.» De naam Immanuel betekent: God is bij ons.

 De verhalen die Mattheus vertelt lijken sterk ingegeven door de noodzaak voorspellingen (profetieën) uit het Oude Testament in vervulling te laten gaan. In het Grieks van Mattheus wordt eenvoudig gesproken over een ”maagd” die zwanger zal worden en dat verwijst naar Jesaja 7:14 uit een Griekse vertaling van Jesaja (de zgn. Septuaginta-vertaling). Helaas voor Mattheus en de Christenheid na hem, was die vertaling incorrect en wordt er in het meer originele Hebreeuws gesproken over een “jonge vrouw”. En zo zijn we dus door een vertaalfout aan de heilige  maagd gekomen. Die Jozef moet toch wel een beetje een watje zijn geweest om te geloven dat zijn verloofde niet echt vreemd was gegaan. Maar goed dat hij zelf die droom kreeg, want volgens Lucas werd het nieuws aan Maria zelf verteld en moest Jozef haar verhaal maar geloven:

Lucas 1: (BGT)

Maria krijgt een boodschap

26 God stuurde de engel Gabriël naar Nazaret, een stad in Galilea. ...... 27-28 De engel ging naar Maria, een jonge vrouw die zou gaan trouwen met Jozef. Jozef kwam uit de familie van koning David.

De engel zei tegen Maria: ‘Ik groet je, Maria. God heeft jou uitgekozen. Hij zal bij je zijn.’29 Maria schrok van de woorden van de engel. Ze vroeg zich af wat hij bedoelde.

30 Toen zei de engel tegen Maria: ‘Je hoeft niet bang te zijn, Maria. God heeft je uitgekozen voor iets moois. 31 Je zult zwanger worden en een zoon krijgen. Je moet hem Jezus noemen. 32-33 Jezus zal heel belangrijk zijn, hij zal Zoon van de allerhoogste God genoemd worden. En God, de Heer, zal hem koning maken, net zoals zijn voorvader David dat was. Jezus zal voor altijd koning van Israël zijn. Aan zijn macht komt geen einde.’

Maria is verbaasd

34 Maria zei tegen de engel: ‘Maar ik slaap nog niet met een man. Hoe kan ik dan zwanger worden?’ 35 De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal bij je komen. En door de kracht van de allerhoogste God zul je zwanger worden. Daarom zal jouw kind bij God horen, en zal hij Zoon van God genoemd worden.

Kraamverhalen


Nana Mouskouri: Stille Nacht
Er gebeurt van alles bij en na deze geboorte in de kribbe van Bethlehem. Prachtige verhalen waar we bij de Kerstviering erg van kunnen genieten. Herders die door engelen al jubelend het geboortekaartje wordt gebracht en zich dan snel naar het krakkemikkige wiegje begeven. Oosterse wijzen of drie koningen die een ster volgen om de nieuw geboren koning te kunnen bezoeken en van rijke giften te voorzien.
Lucas vertelt het verhaal van de herders, die kennelijk die wijzen uit het Oosten gemist hebben, want daar hoor je Lucas niet over en hij is het niet met Mattheus eens over wat er daarna gebeurde. Volgens Lucas verliep het allemaal heel ordelijk. De ouders bleven gewoon nog even in Bethlehem om hem na 8 dagen te kunnen besnijden. Ook moesten moeders van een zoon zich 33 dagen op afstand houden van alles wat heilig is, volgens de Joodse reinheidsvoorschriften. Na die periode konden ze Jezus in de tempel aan God toewijden, zoals ook dat gebruikelijk was voor de eerstgeboren zonen. Daarna gingen ze weer terug naar hun eigen dorp, Nazaret(h).

Lucas 2: (BGT)
 39 Jozef en Maria deden alles wat verplicht was volgens de wet van God. Daarna gingen ze terug naar huis, naar Nazaret in Galilea.

Wat Mattheus te vertellen heeft is nogal gruwelijk. De drie wijze koningen hadden begrepen dat er een Koning geboren zou zijn. Nou ja, dan denk je toch al gauw dat dat wel aan het koninklijke hof gebeurd is. Koning Herodes maar even vragen waar dat kind precies is. Die schrikt zich het apezuur, want aan toekomstige concurrenten had hij absoluut geen behoefte.  De wijzen moeten het zelf maar uitzoeken, maar hem dan wel laten weten zodra ze het kind gevonden hebben. De ster leidt hen dan naar de kribbe in Bethlehem. In een droom worden ze gewaarschuwd niet aan Herodes terug te rapporteren. Ze vertrekken met de noorderzon weer zo snel mogelijk naar het Oosten. Jozef krijgt in een droom te horen dat Herodes van plan is het kind te doden. Dan maar zo snel mogelijk pleite, naar Egypte, want daar zullen ze wel veilig zijn. Pas toen Herodes dood was durfden ze weer aan terugkeer te denken. Mattheus (of z'n bron) hadden dit aardig bedacht, want nu kwam Jezus terug uit Egypte en was er weer een profetie vervuld:

Matt 2: (BGT)

14 Meteen stond Jozef op. Midden in de nacht vertrok hij met Maria en het kind naar Egypte. 15 Daar bleven ze tot de dood van Herodes.
Dat moest zo gebeuren. Want dat wordt al verteld in de heilige boeken. Daar staan deze woorden van God: «Ik heb mijn Zoon teruggeroepen uit Egypte.»
De komst van Jezus die tot redding had moeten leiden, leidt in plaats daarvan tot een enorme kindermoord. Toen Herodes erachter kwam dat Bethlehem de geboorteplaats was, liet hij alle jongens van twee jaar en jonger daar en in de omgeving vermoorden. Ook dit moest wel even gebeuren om een ander profetie te kunnen laten vervullen:
Matt 2: (BGT)
17 Toen gebeurde er wat al door de profeet Jeremia gezegd was: 18 «In Rama wordt gehuild en geschreeuwd. Rachel huilt om haar kinderen. Ze wil niet dat iemand haar komt troosten, want haar kinderen zijn er niet meer.»

Ok, als ik Jezus geweest was, had ik toch een andere binnenkomst bedacht. Dat dit gesjacher met teksten uit het oude testament kwaad bloed zet bij de joden, kan ik me levendig voorstellen. Dat "terugroepen uit Egypte", verwijst zo duidelijk naar de Joodse uittocht uit Egypte en gaat zeker niet over Jezus. Hier is een stukje uit het verhaal van  Larry Levey, een Joodse jongen die bekeerd werd tot Messiaans Christen, maar weer terugkeerde naar zijn Joodse wortels en prachtig kan vertellen over zijn reis door het evangelische kamp:


  Voor zijn volledige verhaal zie:  Former Jew for Jesus Speaks 

Deze verhalen over Jezus en z'n achtergrond zijn interessant, maar ook volledig onbetrouwbaar. Het is dan ook niet echt handig om je hele leven op deze Jezus te baseren.

In de volgende blog gaan we eens verder kijken naar andere verhalen in de Synoptische evangeliën, o.a. het sterven en weer opstaan van Jezus.

zaterdag 6 juni 2015

God als Plaaggeest en het Bloed van het Lam


Mozes, God als Plaaggeest en het bloed van het lam.


 Let My People Go  (Louis Armstrong)


 Heilsplan tot hieraan toe.


In de brugillustratie heb ik uitgelegd hoe “kinderen van God” zich “redding” voorstellen. Het gaat daarbij om redding van de zonde, de macht van de duivel (het kwaad?) en uiteindelijk verlossing van de dood.

Het begint ermee dat de mens door z’n zondigheid het contact met zijn Schepper verloren is. Om die Schepper-God te verzoenen kunnen brandoffers gebracht worden, maar geen menselijk offer is goed en perfect genoeg om  de mensheid te kunnen redden. Daarom besloot God om zelf dat offer maar te brengen en zijn zoon, Jezus Christus, naar de aarde te sturen om daar als offerlam te sterven  en de mensen weer met God te verzoenen.

Deze reddingsoperatie wordt in fasen uitgevoerd en voorbereid. En op verschillende momenten in de uitvoering van dit plan, weergegeven in het Oude Testament,  zie je de cruciale elementen geïllustreerd.

Adam en Eva zondigen door van de verboden vrucht te eten. Ze wandelen daarna niet meer met God. Dit duidt op het ontstaan van de scheiding met God door de zonde.

God heeft dan besloten om zijn plan via een speciaal uitverkoren volk (de Joden/Israëliërs) ) uit te voeren. Daartoe wordt Abraham aangewezen. God vraagt dan aan Abraham om zijn zoon, Isaak, te offeren.

Maar uiteindelijk hoeft dat toch niet en wordt een lam (jonge ram) beschikbaar gesteld om de plaats van Isaak in te nemen. Dit duidt op Jezus, die als Lam van God de plaats in zal gaan nemen van de zondige mens die eigenlijk voor zijn zonden zou moeten sterven (d.w.z. eeuwig gescheiden zijn van God, dat is een nooit eindigende hel).

Dan zijn we nu toe aan een verhaal dat illustreert hoe dat dan precies werkt, dat zo’n lam je kan redden.

De tien plagen in Egypte.


Er is heel veel gebeurd met Abraham en zijn nageslacht. Zijn achterkleinzoon, Jozef, komt als slaaf in Egypte terecht. Hij weet zich echter op te werken tot de rechterhand van de Farao en laat dan zijn hele familie overkomen naar Egypte omdat er in hun land een  ernstige hongersnood was.

Die Israëliërs worden talrijk en latere Farao’s gaan er toe over om van dit volk een slavenvolk te maken. Het hele volk heeft erg te lijden onder deze slavernij. Onder hen is een man die ooit te vondeling was gelegd, door de vrouw van de Farao gevonden werd en aan het hof opgroeide. Hij kreeg de naam Mozes. Toen hij er achter kwam dat hij een Israëliër was begon hij zich voor zijn volk in te zetten. Hij eiste van de Farao dat hij zijn volk zou laten gaan.  Om zijn eis kracht bij te zetten, stortte God allerlei plagen uit over de Egyptenaren. De Farao wil er niks van weten en later stemt dan eerst toe, maar trekt later z’n belofte weer in. De plagen worden steeds erger.

Plaag 1: Water verandert in bloed (Exodus 7  BGT)


20 Mozes en Aäron deden alles wat de Heer gezegd had. Aäron sloeg met zijn stok op het water van de Nijl, en het water veranderde in bloed.

Dat heeft grote gevolgen, de vissen sterven, de rivier gaat stinken en de mensen hebben geen water meer om te drinken. Het haalt echter niets uit de farao luisterde niet.

Plaag 2: Er komen kikkers uit de rivier


26 De Heer zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem: ‘De Heer wil dat u zijn volk laat gaan. Dan kunnen ze hem gaan vereren. 27 Als u weigert, zal hij het hele land straffen met een kikkerplaag.

Het land wordt overspoeld met kikkers van de slaapkamers tot de ovens en pannen.
Die kikkers maken het leven van de Egyptenaren tot een hel. “Laat het a.j.b. stoppen”, zegt de Farao, “dan zal ik het volk laten gaan.” Maar als Mozes dat dan even regelt met de Allerhoogste, weet de Farao nergens meer van. Tijd voor de volgende plaag.

Plaag 3: Er komen muggen (Exodus 8: )


12 De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron dat hij met zijn stok op de grond moet slaan. Dan zal in heel Egypte het stof veranderen in muggen.’


Alle mensen en dieren  kwamen onder de muggen te zitten. Zelfs de tovenaars van de farao begonnen in te zien dat hier toch wel een machtige god achter zat. Maar de farao hield vol, hij weigerde om naar Mozes en Aäron te luisteren. De Heer had daar al voor gewaarschuwd.
God (de Heer) heeft er even tijd voor nodig, maar begint het dan wel te snappen: die Farao gaat nooit toegeven. Toch maar even door blijven plagen.

Plaag 4: Er komen steekvliegen


Dan wordt het land getroffen door steekvliegen, zoveel zelfs dat vloeren van de huizen ermee bedekt waren. De goede God liet overigens wel het gebied waar de Israëlieten woonden (het land Gosen) ongemoeid. De Farao blijft koppig, hij geeft eerst toe, maar zodra de plaag gestopt is, trekt hij zijn belofte weer in.  Dan nog maar eens een plaagje

Plaag 5: Het vee wordt ziek


Alle paarden, ezels, kamelen, koeien, schapen en geiten van de Egyptenaren krijgen dan een vreselijke ziekte.  Ook dit heeft geen succes.

 

Straf 6:  Iedereen krijgt zweren (Exodus 9:  )


8 De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Jullie moeten allebei een handvol as uit een oven pakken. Die as moet Mozes bij de farao in de lucht gooien. 9 Daarna zal de as over heel Egypte waaien en op de mensen en de dieren terechtkomen. En dan zullen alle mensen en dieren zweren op hun lichaam krijgen.’

12 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao niet wilde toegeven. Hij luisterde niet naar Mozes en Aäron. Precies zoals de Heer al tegen Mozes gezegd had.

Leuk hoor, zo’n heel volk vol zweren en hier gebeurde ook iets bijzonders waar kinderen van God hun hoofd wel vaak over  breken. God zelf zorgt ervoor dat de Farao niet luistert! Kun je Farao de schuld dan  nog wel geven? Als oplossing komen ze dan met de stelling dat God wel weet dat hij toch niet zal luisteren, hij kan dan van die koppigheid maar beter gebruik maken om zijn almacht te tonen. God wordt hiermee wel weer heerlijk menselijk en verheugt zich erin te kunnen laten zien hoe sterk hij is! Wat eerlijker gelovigen zullen zeggen dat zij het ook niet snappen, maar dat God nu één keer God is en we niet alles wat hij doet kunnen begrijpen.

Straf 7: Dodelijke hagel en vuurstormen

Bij de zevende straf gaan er echt direct doden vallen. Er komt vuur van de hemel en zware hagelstenen. Iedereen die niet in huis is wordt gedood.

Zo kondigt Mozes dit aan:
17 U blijft u verzetten en u weigert om het volk te laten gaan. 18 Daarom zal het morgen om deze tijd verschrikkelijk gaan hagelen. Het heeft in de hele geschiedenis van Egypte nog nooit zo hard gehageld. 19 Breng alle dieren naar binnen. En laat alles wat buiten is, naar binnen brengen. Want alle mensen en dieren die buiten zijn, zullen sterven door de hagel.’’

Velen sterven dan, vooral slaven, omdat hun bazen er niet altijd zin in hadden om hen te laten schuilen, maar ook andere onschuldige Egyptenaren. God begint al wat op Hitler te lijken. Als die z’n zin niet krijgt van de Nederlandse regering gooit hij bommen op Rotterdam, dan moeten de onschuldige burgers van het land  het ook maar voelen. De geallieerden voelen zich dan ook gerechtvaardigd om de onschuldige burgers van Japan en Duitsland te straffen. God weet wel het voorbeeld te geven. Maar goed we zijn er nog niet, het kan nog veel erger worden.

De farao wordt weer gewaarschuwd (Exodus 10: )


1 Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Ga naar de farao. De farao en zijn dienaren zullen niet toegeven. Daar heb ik zelf voor gezorgd, zodat ik wonderen kan doen in Egypte. 2 Jij moet daar later over vertellen aan je kinderen en kleinkinderen. Vertel ze dat ik mijn macht heb laten zien aan de Egyptenaren. En dat ik vreselijke dingen met hen gedaan heb. Dan zullen jullie begrijpen dat ik de Heer ben.’

Kijk zo doe je het dan om te laten zien hoe geweldig je bent. Je zorgt ervoor dat mensen fouten maken en dan kom jij als reddende engel en held van het volk uit de kast.

Het haalt dus ook weer niets uit. De Farao is wel bereid alle mannen te laten vertrekken, maar verder niemand. Gelukkig weet God nog wel een mooie plaag

Plaag 8: Er komen overal sprinkhanen


12 De Heer zei tegen Mozes: ‘Houd je stok boven het land. Dan komen er sprinkhanen. Ze zullen alle planten opeten die na de hagel nog overgebleven zijn.’

13 Mozes hield zijn stok boven het land. Toen liet de Heer de hele dag en de hele nacht een oostenwind waaien. Toen het ochtend werd, had de wind sprinkhanen meegebracht. 14 Er waren verschrikkelijk veel sprinkhanen, en ze kwamen in het hele land. Er waren nog nooit zo veel sprinkhanen geweest, en er zouden ook nooit meer zo veel sprinkhanen komen. 15 Het hele land was ermee bedekt. De grond zag zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten op en alle vruchten aan de bomen, alles wat er nog over was na de hagel. Er was in heel Egypte nergens meer groen aan de bomen of op het land.

De farao luistert niet


16 Meteen liet de farao Mozes en Aäron komen. Hij zei: ‘Ik ben schuldig. Ik heb niet gedaan wat jullie God en jullie willen. 17 Vergeef me toch nog één keer. Bid dat de Heer deze dodelijke ramp laat ophouden.’

18 Mozes ging bij de farao vandaan, en hij bad tot de Heer. 19 Toen liet de Heer de wind draaien. Een harde westenwind nam alle sprinkhanen mee naar de Rietzee. Er bleef geen sprinkhaan over in heel Egypte.

20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao niet toegaf. Ook deze keer liet hij de Israëlieten niet gaan.

Plaag 9: Het wordt overal donker


21 De Heer zei tegen Mozes: ‘Houd je arm omhoog naar de hemel. Dan zal het donker worden in heel Egypte, zo donker als in de nacht.’

22 Toen hield Mozes zijn arm omhoog naar de hemel, en meteen werd het donker in het hele land. Drie dagen lang was het helemaal donker. 23 De mensen konden elkaar niet meer zien. En ze konden nergens meer naartoe gaan. Maar waar de Israëlieten woonden, bleef het licht.

De farao luistert niet


24 Toen liet de farao Mozes bij zich komen. Hij zei: ‘Gaan jullie de Heer maar vereren. Jullie kinderen mogen mee, maar jullie schapen, geiten en koeien moeten hier blijven.’

25 Maar Mozes zei: ‘Wilt u ons dan dieren van uzelf meegeven om te offeren aan de Heer, onze God? 26 Nee, onze eigen dieren moeten mee voor de offers. Alle dieren, want we weten pas welke dieren we nodig hebben als we daar zijn.’

27 De Heer zorgde ervoor dat de farao niet toegaf. Hij wilde de Israëlieten niet laten gaan. 28 De farao zei tegen Mozes: ‘Ga weg! Ik wil je nooit meer zien! Als je hier nog eens durft te komen, zul je sterven.’ 29 ‘Goed,’ zei Mozes. ‘U zult me niet meer zien.’

Dan wordt het nu wel tijd om het reddingsplan in werking te zetten. Deze redding zal als symbool staan voor de grote Redding die God later door Jezus gaat volbrengen.

Plaag 10: De oudste zonen zullen sterven (Exodus 11:)


1-10 Mozes zei ook: ‘Midden in de nacht zal de Heer door Egypte gaan. Dan zal elke oudste zoon in Egypte sterven. Niet alleen de oudste zonen van al uw slavinnen, maar ook uw eigen oudste zoon. Uw oudste zoon, die later farao zou worden, zal sterven. Ook bij het vee zal elk jong dat het eerst geboren is, sterven. Er zal erg hard gehuild worden in heel Egypte. Zo veel verdriet is er nog nooit geweest. En zo veel verdriet zal er ook nooit meer zijn.

Maar bij de Israëlieten zal er niets gebeuren, niet met de mensen en niet met de dieren. Dan zult u begrijpen dat de Heer verschil maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten. Uw dienaren zullen mij komen smeken of ik weg wil gaan met mijn hele volk. En dan zal ik gaan.’ Toen ging Mozes woedend bij de farao vandaan.

De Heer had tegen Mozes gezegd: ‘De farao zal niet naar jullie luisteren. Daardoor kan ik veel wonderen doen in Egypte.’ Mozes en Aäron hadden al die wonderen gedaan voor de farao. Maar de Heer had ervoor gezorgd dat de farao niet wilde toegeven. Hij liet de Israëlieten niet weggaan uit zijn land.

Dit zal de plaag worden die Farao er uiteindelijk toe overhaalt om het Volk van God te laten gaan. Er moet alleen nog wel voor gezorgd worden dat de oudste (de eerstgeboren) zonen van de Israëlieten niet mee gedood worden.

Het Paasfeest (Exodus 12: )


Alle Israëlieten moeten een dier slachten


[Mozes zei:]1-3 ......Op de tiende dag van deze eerste maand moet elk gezin een schaap of een geit uit de kudde halen. ...5 Het dier mag een schaap of een geit zijn. Maar het moet een mannelijk dier zijn van één jaar oud. Het dier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.

7 Als het dier geslacht is, moeten jullie wat bloed op de deurposten doen en op de balk boven de deur. Dat moet gebeuren bij elk huis. 8 Het vlees van het dier moeten jullie dezelfde nacht nog roosteren en opeten. Bij het vlees moeten jullie brood zonder gist eten en bittere kruiden. 9 ..........

11 Dat eten is de paasmaaltijd ter ere van de Heer. Jullie moeten snel eten. Je moet al helemaal klaar zijn om op reis te gaan: met je reiskleren aan, je riem om, je schoenen aan en een stok in je hand.’’

De Heer zal de Egyptenaren straffen


12 De Heer zei verder: ‘In deze nacht zal ik door Egypte gaan. Ik zal de oudste zoon in elk gezin doden. Ik zal ook het oudste jong van elk dier doden.

Ik ben de Heer. Ik zal laten zien dat de goden van Egypte geen macht hebben.13 Ik straf de Egyptenaren met de dood. Maar jullie zal ik niet straffen. Het bloed aan jullie huizen is het teken dat jullie daar wonen. Als ik bloed aan een huis zie, dan ga ik dat huis voorbij.

De Israëlieten moeten feestvieren


14 Voortaan moet deze dag voor jullie altijd een feestdag zijn. Dan moeten jullie denken aan wat ik in Egypte gedaan heb, en feestvieren ter ere van mij. ........17 Dit is het Feest van het Brood zonder Gist. Dat feest moeten jullie altijd blijven vieren. Het zal een herinnering zijn aan de dag dat ik alle stammen van Israël uit Egypte bevrijdde.

De oudste zonen in Egypte sterven


29 Midden in de nacht doodde de Heer alle oudste zonen van de Egyptenaren. Van arme mensen en van rijke mensen, van de farao en van mensen die gevangen zaten. Ook bij de dieren doodde hij het jong dat het eerst geboren was. 30 In die nacht schrok iedereen wakker: de farao, zijn dienaren en alle andere Egyptenaren. Iedereen huilde hard, in heel Egypte. Want in elk huis was wel iemand gestorven.

De Israëlieten trekken dan Egypte uit en beginnen aan een lange toch door de woestijn, op weg naar het Beloofde Land. In Exodus staat dat er wel 600.00 mannen waren van 20 en ouder. Dat bekent dat er in totaal wel een paar miljoen mensen door de woestijn gingen zwerven. Dat is moeilijk te geloven maar gelukkig is dat bij legenden ook niet nodig.
Gelovigen grijpen elke gelegenheid aan om te bewijzen  dat het allemaal wel echt is gebeurd, terwijl je zou zeggen dat je je voor zo’n God toch ook wel moet schamen.  Er zijn best een aantal verklaringen voor de plagen, denk maar aan de sprinkhanenplagen die ook nu nog wel voorkomen en wetenschappers hebben vastgesteld dat er algen zijn die een rivier rood kunnen doen  kleuren. Ook nog niet opgehelderd rood kleuren van rivieren is gedocumenteerd:


Voor bijna iedere plaag is er wel een verklaring. Ze hebben ook ontdekt dat er een stad was in Egypte, Pi-Ramesse, die zo’n 3000 jaar geleden ineens verlaten werd. Nou is 1000 v. Chr. een beetje te laat, want die uittocht moet veel eerder hebben plaats gevonden. Maar goed dat hoef je niet te benadrukken. Een tweede interessante troef is het Ipuwer Papyrus.

Ipuwer Papyrus

Het Ipuwer Papyrus is een document dat in handen is van het Nationaal Archeologisch museum in Leiden. Het manuscript is gevonden in Memphis, Egypte en is gedateerd rond de 13e-14e eeuw v. Chr., dat komt een beetje overeen met wanneer de 10 plagen plaatsgevonden zouden kunnen hebben.
                   
Ipuwer Papyrus
 

In dit Papyrus staat een gedicht dat beschrijft hoe er een complete chaos heerste in delen van Egypte, slaven rebelleerden tegen hun meesters, er waren ziektes en de dood beheerste het straatbeeld. Er was ook een periode van volledige duisternis. Het lijkt echt wel wat op de 10 plagen. Maar er worden ook andere gebeurtenissen genoemd, bijv. dat er ook sprake is van een Aziatische invasie.
Het lijkt veel logischer om het 10-plagen verhaal te zien als een volksverhaal dat is ontstaan, gebaseerd op echt in het Egyptische gebied voorkomende (natuur)verschijnselen, en langzamerhand bij het overleveren aangevuld werd met wonderbare elementen en ingepast in het creëren van een nationale ontstaansgeschiedenis. Het werd waarschijnlijk pas in de 6de eeuw v. Chr. in z’n geheel opgeschreven. God komt er ook niet echt als een aantrekkelijk individu uit tevoorschijn, dus waarom zou je als kind van god zo graag willen dat het allemaal echt zo gebeurd is? Nou, ja, als je begint stukjes van de bijbel los te laten, waar moet je dan nog wel op vertrouwen? Zo blijft het moeilijk voor gelovigen om objectief naar de historische gegeven te kijken.
Het Bloed van het Lam.

 

Voor kinderen van god wijst het bloed van het lam dat op de deurposten gesmeerd moest worden op het bloed dat Jezus vergoot aan het kruis op Golgotha. Met die dood, met dat bloed, kocht hij de (gelovige?) mensen vrij uit de slavernij van de zonde en de dood.

1 Petrus 1:

18 wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.

Pesach en Pasen


Met Pesach gedenken de Joden hun uittocht uit Egypte. Christenen hebben dit feest gekidnapt en gebruiken het om een invulling te geven aan hun Pasen. Op Pasen stond Jezus op uit de dood en werd de poort naar “de vrijheid (van zonden en de dood)” opengesteld. Die bevrijding van de dood, betekent dat de gelovige eeuwig leven gekregen heeft. Ook na de dood leeft hij/zij door bij God.  Lastiger is het dat gelovigen niet alleen vrijgesproken zijn van de straf op de zonde, maar ook van de zonde zelf bevrijd zouden moeten zijn. Helaas is daar weinig substantieels van te merken. Ook van de overwinning van Jezus op de duivel in het jaar 33 heeft de wereld weinig kunnen merken. Nu waren de Joden na hun uittocht nog niet direct in het Beloofde land, er was eerst nog een tocht door de woestijn. Gelovigen zien dat ook vaak zo, dat ze nog op weg zijn en woestijnervaringen kunnen blijven hebben. Zo wordt enige evidentie voor de claims van het Christendom al á priori onmogelijk gemaakt.

En pas op, als Jood had je dat bloed wel aan de deurpost aan moeten brengen anders was het  nog niet goed gekomen, om door het bloed van Jezus, het Lam van God gered te worden moet je zijn bloed ook wel aanbrengen aan de deur van je hart, d.w.z. je moet geloof in Hem bekennen of (in het jargon) Hem toelaten tot je hart. Je wordt dan gewassen in het Bloed van het Lam en dan wordt je zwarte ziel zo wit als sneeuw.



A well-known Christian hymn written by Elisha A. Hoffman in 1878. Sung in the video by the
Antrim Mennonite Choir, from their album 'Amazing Grace.'
De volgende keer gaan we eens kijken naar wie die Jezus geweest zou kunnen zijn.