maandag 17 december 2018

Mijn Placebo-Kerstkind


Mijn Kerst

Ik moet een jaar of 17 geweest en de hormonen gierden door mijn lichaam. Kerst was net geweest en op het Zaailand in Leeuwarden zou die nacht een vuurwerk ontstoken worden en verzamelde kerstbomen verbrand. Ik voelde me nooit zo alleen als in de Kerst-periodes. M’n vrienden hadden allemaal wel romantisch gezelschap gevonden, maar daar had ik met mijn kippig brilletje weinig zicht op. Het moet in zo’n periode geweest zijn dat ik het volgende gedichtje neerpende:
Kerst, dat is een etalage vol Vrede
En het bordje “vandaag geen verkoop”
Verborgen voor het oog.
Ik mengde me onder de toeschouwers en zag dat ik naast een meisje stond met mooi donker lang haar. Terwijl ik naast haar stond, trok mijn hand zich als door een mysterieuze kracht bewogen naar haar toe en raakte haar hand aan. Geschrokken, gauw weer teruggetrokken. Maar toen kwam haar hand richting die van mij...... We hebben hand in hand het hele schouwspel bekeken. Een ervaring die me diep raakte. Toen het afgelopen was, draaide haar vader, die naast haar stond, zich om en zei: “Kom, we gaan naar huis.” We lieten onze handen los waarop ze met haar ouders wegliep en nog één keer omkeek. Mooi lang donker haar en een bijbehorend kopje, “joods” dacht ik nog. Kon nog even nagenieten waarna het weer donker werd in hart en ziel:

Kerst, dat is de pijn van horend doof
En bovendien
Vanwege het licht, het Licht niet zien.

Dit gedicht was minder een reflectie op het spirituele klimaat van die tijd als een  bekentenis van eigen onvermogen en verlangen naar het aangeraakt worden door een liefdevol “Licht”.

Het pseudo-kerstverhaal van Matheus.

Er is een fraai kerstverhaal dat je niet in de bijbel tegenkomt, maar in de vroege kerk wel heel populair was. Zo populair zelf dat snippers ervan in de Koran terecht zijn gekomen.
Het verhaal begint met het verslag van hoe Maria zelf maagdelijk werd geboren en opgroeide in de tempel. Toen ze 14 was en begon te menstrueren, mocht ze de tempel niet langer bezoedelen en werd ze via een goddelijk lot uitgehuwelijkt aan een oude man, Jozef.
En op een dag toen Maria bezig was water te halen bij een fontein, “verscheen een engel aan haar en zei: ‘Gezegend bent u, Maria. Want in uw schoot hebt u een woonplek toebereid voor de Heer. Want, zie, het hemelse licht zal in u komen wonen en door middel van u over de hele wereld schijnen’ ”
En later, toen ze onderweg waren naar Bethlehem voor de volkstelling stond Maria op het punt om te baren. Ze konden een donkere grot vinden voor privacy, waarop Jozef op weg ging om een kraamvrouw te zoeken. Maria hoefde niet bang te zijn voor het duister want “ Het licht van god scheen zo in de grot dat het noch bij nacht noch bij dag aan licht ontbrak. En daar baarde ze een zoon en de engelen omringden hem toen hij geboren werd. En zodra hij geboren was stond hij op zijn voeten en de engelen aanbaden hem en zeiden: ‘glorie aan God in de hoge en vrede op aarde aan mensen van welbehagen.’

De twee kraamvrouwen die Jozef gevonden had, Zelomi en Salome, konden niet geloven dat  hier een kind geboren was zonder dat er bloed gevloeid had, een maagdelijke geboorte! Salome was vol ongeloof en vroeg toestemming om Maria te onderzoeken. Het maagdenvlies bleek nog geheel in tact! Echter:  “toen ze haar hand weer terugtrok, verdorde hij helemaal en in uitzonderlijke pijn begon ze bitter te huilen” en beleed haar ongeloof.
Daarop verscheen een engel, die zei “ Ga naar het kind en aanbid hem, raak hem aan met uw hand en hij zal u genezen, want hij is de redder van de wereld en alle hoop is op hem gevestigd.”
Ze raakt Jezus dan aan en is ineens weer genezen.

Hand in hand met Jezus.

Jezus aanraken, door Hem aangeraakt te worden, hand in hand te wandelen in het Licht met Hem, dat ligt wel aan de basis van het kind-zijn van God en ik moet dat zelf ook zo ervaren hebben. Het zorgt voor minder leegte, vooral als je dat kunt delen met anderen om je heen, samen bidden, samen zingen, samen God loven, het bindt als niets anders. Maar ook op je knieën, mooie teksten lezen in de Bijbel, je hart naar Hem uitstorten.....

Maar ....
er is natuurlijk nooit iemand (op een natuurlijke manier) maagdelijk geboren en Jezus is gewoon ooit doodgegaan en niet op één of andere mysterieuze wijze alom aanwezig en (niet slechts symbolisch) levend in het hart van de kinderen van god, klaar om aan te raken en aangeraakt te worden. Als Redder van de wereld heeft hij zeker nog geen “acte de presence”  gegeven. "Hand in hand met Jezus" heeft Elvis Presley ook niet kunnen redden:

His Hand in Mine (Elvis Presley)
 Words & Music by Mosie Lister 


You may ask me how I know my Lord is real (my Lord is real)

You may doubt the things I say and doubt the way I feel (the way I feel)

But I know he's real today he'll always be (he'll always be)
I can feel his hand in mine and that's enough for me

I will never walk alone, he holds my hand (he holds my hand)

He will guide each step I take

And if I fall I know he'll understand
Till the day he tells me why he loves me so (he loves me so)
I can feel his hand in mine
That's all I need to know

Placebo Kerstkind.


Maakt het uit als we de bemoediging, de aanraking, het gevoel geliefd te zijn waar we zo naar kunnen verlangen ontlenen aan een placebo kerstkind in ons brein?
Ik denk het wel want het kan niet goed zijn voor je zelf en voor de maatschappij waar je onderdeel van bent om deze belangrijke gevoelens te baseren op sprookjes. Daarvoor hebben we elkaar, onze kinderen, ouders, familie, vrienden, buren nodig en daarvoor zouden we ook open moeten staan voor anderen die bemoediging nodig hebben. Niet wegkijken van alle ellende die er nog is in deze wereld, maar ook genieten van het mooie. Voor mij bijvoorbeeld hardlopen in een wit landschap vol maagdelijke sneeuw.  Dat is nu dan ook Kerst voor mij hoewel ik altijd nog wel kan genieten van de stem van Elvis (is die eigenlijk wel echt dood? :) !)

He Touched Me (Elvis Presley)


Shackled by a heavy burden

‘Neath a load of guilt and shame
Then the hand of Jesus touched me
And now I am no longer the same

He touched me, Oh, He touched me

And Oh what joy that floods my soul
Something happened and now I know
He touched me and made me whole

Since I met this blessed Savior

And since he cleansed and made me whole
I will never cease, never cease to praise Him
I’ll shout it while eternity rolls

Oh He touched me, oh He touched me

And oh the joy that floods my soul
Something happened and now I know
He touched me and made me whole.

Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!

zondag 18 november 2018

Wulfila, de kleine wolf en grote Goot


Wulfila, de kleine wolf en grote Goot.

Gedwongen immigratie

President Trump mag dan proberen om kinderen en hun familie buiten de VS te houden, verwanten van onze voorouders deden het ook wel eens andersom en haalden hele gezinnen naar zich toe. Nou ja, dat was wel een beetje slavenroof natuurlijk, maar vaak wel omdat ze bepaalde kwaliteiten nodig hadden.

Zo woonde er in Capadocië (oostelijk Turkije, toen Griekstalig) een gezin met een waarschijnlijk Gotische vader en Griekse moeder. De Goten waren over de eeuwen heen vanuit Scandinavië (Gotenburg!) zelfs tot aan de Zwarte Zee afgedaald.   En die oude Germaanse verwanten van ons waagden zich zo nu en dan ook aan operatie-tjes  op Grieks gebied en als het kon namen ze dan wat “arbeidskrachten” mee terug naar hun land achter de Donau.   

Zo werd het gezin van de jonge Wulfila ook meegenomen. De ouders waren christenen en Wulfila werd dan ook in het land der Goten christelijk opgevoed. Hij zou daar uitgroeien tot de zendeling der Goten en vertaler van grote delen van de Bijbel in een Germaanse taal. De allereerste vertaling in een aan het Nederlands   (en Nederlandse dialecten ) verwante taal. Hij leefde van   311   tot 382/383
Hier is de eerste regel van het Onze Vader:

                              Atta      unsar     thu      in      himinam, weihnai                 namo     thein
                            vader    van ons   doe/U     in   hemel,   gewijd/geheiligd    naam   dijn/van U. 


“atta” was hun woord voor “vader”, wellicht verwant aan het Friese  “heit”, vaak uitgesproken als [hait] of [haiti]
Hij moest er ook nog een schrift voor bedenken, leende daarvoor van het Grieks en bedacht er zelf nog een paar tekens bij. Zo kwam diezelfde regel er uit te zien:



Wulf-ila (wolf-kleine, zie ook fisk-ila “kleine vis!”) wordt gezien als degene die grote invloed had bij de bekering van de Goten tot het christendom. Zou hij al een beetje het vermoeden hebben gehad dat dat wel eens verkeerd af zou kunnen lopen? Kennelijk heeft hij de oorlogsboeken (zoals Koningen) maar niet vertaald, want het zou de gelovigen wel eens op oorlogszuchtige gedachten kunnen brengen. Maar heeft het geholpen?

Ik hoorde het een gospelzanger laatst nog zeggen: “In de vierde eeuw overwon het christendom het Romeinse rijk.”  Voor kinderen van god een bevestiging van de waarheid van hun geloof. Immers: “al is de leugen nog zo snel, de WAARHEID ....    Maar wat voor “waarheid” en wat voor soort "overwinning" was dat dan?

Er waren best wel grote concurrenten in de vierde eeuw, de verering van Mithras bijv., dat in 307 onder keizer Diocletianus zelfs tot staatsgodsdienst was verheven, het wijdverbreide Manicheïsme waar ook de bekende kerkvader Augustinus nog een tijdlang bij gehoord had en dan binnen het Christendom zelf ook nog allerlei wedijverende stromingen, zoals de volgelingen van Marcion, die ook wel als de “christelijke” kerk bekend stonden, wellicht omdat ze wel Christus erkenden maar niet het Oude Testament en tenslotte waren er twee hoofdstromingen die de winnende versie (ook wel bekend als de Katholieke, i.e  “algemene” kerk) jarenlang  verdeeld zouden houden. Het ging daarbij om een Ariaanse en niet-Ariaanse versie. In de niet—Ariaanse versie had Jezus eeuwig bestaan, maar in de Ariaanse versie was hij ooit door de Vader geschapen. Ene bisschop Arius had dat ooit zo geformuleerd, maar speelde verder in de controversie geen grote rol.


Sign of the Times - Harry Styles

De overwinning

En die "overwinning" moest via de wapenen verkregen worden. Als Jezus dit had kunnen zien had hij zich de haren uit het hoofd getrokken. Toen volgens de overgeleverde verhalen Keizer Constantijn in 310 in een visioen een kruis zag met daarbij de woorden “in dit teken zult gij overwinnen”, liet hij het kruis aanbrengen op de schilden van zijn soldaten, hakte zijn vijanden in de pan en was daarna het christendom zeer toegewijd.    En die godsdienst werd dan ook als snel “gelegaliseerd” en kreeg in de periode 380 – 392  onder keizer Theodosius geleidelijk de status van staatsgodsdienst.  Van Constantijn zelf werd het nooit duidelijk of hij wel echt christen was geworden en welke kant hij dan koos. Hij was vooral uit op rust en eenheid in zijn rijk. Hij verzamelde zoveel mogelijk bisschoppen in Nicea bij elkaar (325) en dwong hen min of meer om met een geloofsbelijdenis te komen. Dat werd een niet-Ariaanse versie met als hoofdthema “de drie-eenheid”.
Om dat kracht bij te zetten vaardigde Constantijn bijvoorbeeld het volgende bevelschrift uit:

“Vervolgens, mochten er door Arius geschreven stukken gevonden worden, dan moeten ze direct aan de vlammen gevoerd worden, zodat niet slechts de slechtheid van zijn leer vernietigd wordt, maar er ook niets over zal blijven dat aan hem zou kunnen herinneren. En ik geef hierbij het openbare bevel dat als er iemand ontdekt wordt die geschriften van Arius heeft verborgen en ze niet onmiddellijk heeft aangebracht en doen verbranden, dat zijn straf de dood zal zijn.....”
— Bevelschrijft van keizer Constantijn tegen de Arianen 

Constantijn veranderde overigens later zelf van gedachte (335) en verbande de tegenstander van Arius, Athanasius, een aantal keren. Uiteindelijk werd hij zelfs vlak voor zijn dood door een Ariaanse priester gedoopt. Volgende keizers stonden helemaal achter het Arianisme en die overtuiging ging in de vierde eeuw als wildvuur door het kerkelijke bestaan, totdat Keizer Theodosius de kant van de drie-eenheid koos  en de geloofsbelijdenis van Nicea weer in ere werd hersteld.

Geschapen Jezus

Ook Wulfila was de Ariaanse versie toegedaan. Kinderen van god die hier iets van weten proberen dat zoveel mogelijk onder de tafel te schuiven want hij wordt vooral gezien als een spirituele held van het vroege christendom. Met zijn afwijzing van de drie-eenheid en het nauwelijks zien van de Heilige Geest als een persoon, zou hij in geen enkele orthodoxe gemeente nu getolereerd worden. Hier is een stukje uit zijn eigen geloofsbelijdenis:

Ik, Ulfila, bisschop en belijder, heb altijd zo geloofd en in dit, het enige ware geloof, maak ik de reis naar mijn Heer.
Ik geloof in één God en Vader, als enige niet verwekt en onzichtbaar,
en in zijn eniggeboren Zoon, onze Heer en God, de ontwerper en schepper van de gehele schepping,
aan wie niemand anders gelijk is (zodat slechts één onder alle wezens God de Vader is, die ook de God is van onze God);
en in één Heilige Geest, de verlichtende en heiligende kracht.......
die noch God (de Vader) noch onze God (Christus) is, maar de dienaar van Christus.....
ondergeschikt en gehoorzaam in alles aan de Zoon, en de Zoon, ondergeschikt en gehoorzaam in alles aan God, die zijn Vader is.....



Lichtbrengers

Het Nederlandse Bijbelgenootschap komt deze maand met een actie om “lichtbrengers” te werven:
 

“Jezus kwam op aarde om licht te verspreiden. Zijn woorden en daden werkten aanstekelijk! Het zette mensen in beweging, een beweging van licht, liefde en vrede. Ook wij mogen Jezus navolgen en licht ontsteken op donkere plekken.”

Uit alles blijkt dat Wulfila zelf wel lichtbrenger probeerde te zijn, maar het christendom dat hij mee hielp groot te worden, zou weinig licht, liefde en vrede brengen. De drie zonen van Constantijn de Grootte, Constantius II, Constantijn II  en Constans, verdeelden na zijn dood in eerste instantie het rijk onder elkaar en vochten elkaar daarna al moordend de tent uit. Constantius II bleef over en had daarmee de macht over het hele Romeinse rijk.
Het had de wereld goed moeten doen en veel kinderen van god geloven ook dat dat gebeurde. De realiteit lijkt wat anders. Het Romeinse rijk begon in verval te raken en de macht verschoof van de adel naar de geestelijkheid.   Vaak wordt er gedacht dat dat kwam doordat “barbaren” Rome aanvielen. Dat waren misschien ook wel “barbaren”, maar dan wel christelijke barbaren en wel de Ariaanse Goten.

Niet dat Wulfila het zo had gewild, in zijn vertaling van de Bijbel, lijkt hij immers met opzet de oorlogsboeken, zoals Koningen, overgeslagen te hebben. Het Ariaanse geloof dat hij mede verspreidde kon zeker ook tot diepe emotionele overgave aan Christus leiden. Daarvan getuigt bijvoorbeeld een overgeleverd verhaal over Sabbas.

Sabbas

 In 369 begon de Gotische koning Tervingi een christenvervolging. In een dorpje in Gotisch Roemenië woonde iemand die we kennen als Sabbas, geboren in 334. In zijn jeugd was hij tot geloof gekomen. Maar toen kwamen de inquisiteurs van Tervingi ook in zijn dorp en dwongen iedereen om heidens offervlees te eten. Zijn dorpsgenoten wilden Sabbas helpen en vervingen stiekem het offervlees door gewoon vlees. Sabbas weigerde echter ook om dat te eten. De dorpsgenoten wisten toen niets beters te doen dan hem het dorp uit te jagen. Na een tijdje kon hij wel weer terugkomen, maar het duurde niet lang of de inquisitie begon opnieuw en toen de vraag werd gesteld of er ook christenen in het dorp waren, stapte Sabbas naar voren en zei: “Ik wil niet dat er ter wille van mij een valse eed gezworen wordt [namelijk dat er hier geen christenen zijn]. Ik ben een christen.” De dorpsgenoten probeerden nog de aandacht af te leiden door te zeggen dat hij maar een arme betekenisloze man was, iemand die noch goed noch kwaad kon doen.
Het moet even gewerkt hebben, want in 372 kon Sabbas nog deelnemen aan een paasfeest samen met de priester Sansalas. Die werd echter gezocht en opgespoord door Atharid, de zoon van een onderkoning van  Tervingi. Samen met Sansala werd Sabbas in z’n blootje door doornstruiken gesleurd, vastgebonden aan een wagenwiel en gegeseld. De volgende dag werd hem weer offervlees aangeboden, maar hij weigerde en stelde voor dat ze Atharid maar moesten zeggen hem te doden. Iemand in het gevolg van Athardi werd zo kwaad dat hij een stamper als een speer naar Sabbas gooide. Die kwam zo hard aan dat omstanders dachten dat hij gedood was. Maar het ding had zelfs geen spoor achtergelaten.
Hij werd ter dood veroordeeld en moest in een zijtak van de Donau verdronken worden. Tijdens de tocht daarnaartoe, bleef Sabbas God prijzen en zijn bewakers wijzen op hun heidense en overspelige daden. De soldaten vonden hem maar een gekke dwaas en overlegden zelfs even om hem maar vrij te laten. Niemand zou het ooit opvallen. Maar Sabbas spoorde hen aan om hun plicht te doen: “waarom praten jullie onzin en doen niet wat je werd verteld.? Jullie zien niet wat ik kan zien. Daar aan de andere kant staan in heerlijkheid de heiligen die zijn gekomen om me te ontvangen.” De soldaten hebben hem toen maar in het water gegooid en met een tak z’n  hoofd ondergehouden tot hij dood was.
Hij wordt nog steeds als heilige geëerd.

Dit verhaal laat wel zien dat het niet veel uitmaakt wat en in wie je  gelooft. De emotionele band met zo’n “god” kan tot de meest irrationele stappen leiden. Ik kan me nog herinneren dat mijn geweten aan me begon te knagen nadat ik tot geloof was gekomen. Ik wilde “in het licht gaan leven” en werd me bewust van zeker nog één verborgen plekje. Op het eindexamenfeestje bij een medeleerlinge thuis was mijn sigaret op de koffietafel gevallen en had daar een gaatje ingebrand. Ik heb er gauw een schoteltje opgezet.
Nu twee jaar later “liet Jezus me zien” dat ik dat moest gaan bekennen en van Hem getuigen. Met lood in mijn schoenen op de fiets naar haar huis. Aangebeld en mijn verhaal verteld en van Jezus geprobeerd te getuigen. Het zweet brak me aan alle kanten uit en van het gesprek kan ik me alleen nog herinneren dat de vader veel meer bezorgd was over mijn toestand en of ik wel veilig weer thuis zou komen  dan over die tafel van hem. Als er iets “christelijk” was in die gebeurtenis was het zijn houding wel en niet mijn reddeloosheid. Het was zeker geen “getuigenis” geworden. Kinderen van god hebben  dit gevoel van dwang ook vaak als ze bijvoorbeeld ergens een maaltijd nuttigen en zich dan genoodzaakt voelen  om om stilte te vragen of ostentatief de handen te vouwen en te bidden voor het eten. Dit werkt zelden als een getuigenis, zelfs vaak slechts vervreemdend.

Clovis


Als het politiek gezien wat anders was gegaan hadden we nu Ariaanse gereformeerden en evangelische gelovigen gehad. Vanaf de bekering van de Frankische koning Clovis tot het Niceense geloof, lijkt het Arianisme onder de Germaanse staten als dominostenen om te vallen en overwint het Katholicisme.
Volgens de legende had Clovis op het dieptepunt van een slag Wodan aangeroepen en om een overwinning gevraagd. Maar de Frankische verliezen bleven doorgaan. Toen dacht hij aan zijn christelijke (Niceense) echtgenote Clothilde, en zei hij het volgende: "God van mijn vrouw: als gij echt zo sterk zijt als mijn vrouw beweert, kom mij dan helpen en laat mij winnen. Dan zal ik mij tot het christendom bekeren." Het tij keerde als bij donderslag. Hij heeft zijn gelofte gehouden en zou zich in 496 bekeerd hebben

Christus dan wel het christendom zette wel mensen in beweging, maar niet automatisch  “een beweging van licht, liefde en vrede”.


woensdag 5 september 2018

EO-reis naar het Rome van de vierde eeuw.


Duisternis


Onder leiding van André Krekel scheepten we ons in in de superluxe coach die ons naar het vierde-eeuwse Rome zou vervoeren. Twee dagen later kwamen we aan. De bus werd op enige afstand van Rome geparkeerd want we wilden niet dat de Romeinen te veel in een keer met de welvaart van het Christendom van de 21ste -eeuw werden geconfronteerd. Er mochten geen consumentchristenen van worden gemaakt.
Maar wat een ellende. Terwijl we door de stinkende straatjes liepen van de stad, hoorden we ineens een enorm gekraak achter ons. We keken om en zagen voor onze ogen een krakkemikkig houten huis van drie verdiepingen in elkaar storten. André liet het verhaal van de barmhartige Samaritaan maar even links liggen en sommeerde ons om snel door te lopen. Dat deden we dan ook maar, tot we een kreet van schrik hoorden uit de mond van een reisgenoot. Z’n hele kop was bedekt met stront en het droop bij z’n nette pak naar beneden. Uit het raam van een bovenverdieping stak een man z’n hoofd naar buiten met een grote pot in z’n handen. Hij schreeuwde wat in het Latijn. André die als theoloog Latijn had geleerd, vertaalde het even. Hij zegt ”Sorry, ik moest die ontlasting kwijt en had jullie zo gauw niet gezien.” Bij een oude straatpomp konden we de ongelukkige ontvanger van die grote maar niet goede boodschap nog wat fatsoeneren.

Dan maar weer verder. Wat ons opviel was dat je regelmatig iemand zag in een soort toga en dan vaak gevolgd door anderen in een soort nachthemd en op blote voeten. “Dat zijn slaven”, fluisterde André dan  , “25 procent van de Romeinen is slaaf .” “Non habens personam” zei hij er nog even geleerd achteraan, “ze bestaan niet als persoon”.

Bij een kruispunt, stopte de reisbegeleider ons en zei dat we hier beter niet rechtsaf konden gaan, want dan kwamen we in een deel van de stad waar veel immigranten woonden en het dus wemelde van de criminelen. We sloegen dan maar links af en wandelden, voortdurend omhoog kijkend, verder tot we een vrouw tegenkwamen die heel moeilijk leek te lopen. Dichterbij zagen we bloed op haar benen en blote voeten. “Een van de vele slecht uitgevoerde abortussen,” vertelde André.

Waar een deur hoorde te zijn hadden vele huizen niet meer dan een lap hangen. Dat maakte me echt wel nieuwsgierig en omdat er toch geen bel te zien was trok ik doldriest zo’n lap aan de kant. Ik kon m’n ogen niet geloven, daar lagen  er twee maar wat in hun blootje op de grond te vrijen terwijl een baby in een soort kist lag te huilen en een jongetje op een stuk brood zat te kauwen. Ik liet de lap maar gauw weer vallen. Van André begreep ik later dat dat hier heel gewoon was.

Licht


Het begon al wat te schemeren toen we op straat een baby’tje zagen liggen met een vieze lap om zich heen. Het kind leefde nog en André zag een kans om zijn christelijke verantwoordelijkheid te tonen. Hij haalde een handdoek uit z’n rugzak en wikkelde het kind daarin. Zo werd hij tenminste bij het dragen zelf niet vies. Maar nou, wat moesten we ermee?  Ergens zag ik een huis dat er net even wat netter uitzag dan de rest. Voor het huis was een vrouw bezig de straat schoon te vegen. André sprak haar aan in zijn beste Kerklatijn. Voordat we het wisten waren we naar binnen geloodst, pakte ze de baby, trok een borst tevoorschijn en gaf het kind te drinken.

Het was netjes binnen en we zagen nog een aantal bedjes met baby’s, die daar heel rustig en tevreden lagen te slapen. Via André hoorden we haar verhaal. Ze ving kleine achtergelaten baby’s op. Zelf was ze heel erg gaan houden van  ene Jezus, die ooit ook zelf een baby’tje in slechte omstandigheden was geweest. Hij was gestorven en weer opgestaan en had er zo voor gezorgd dat haar zonden waren vergeven en ze nu vrede had met God. Die Jezus had haar geïnspireerd om nu iets goeds te doen met haar leven.

Zo is het begonnen, vertelde André op de terugreis en weer terug in de 21ste eeuw. Steeds meer mensen gingen in die Jezus geloven en het ging steeds beter met de mensen in het Romeinse rijk. Vrouwen kregen gelijke rechten, slaven werden bevrijd, ziekenhuizen werden gebouwd, scholen gesticht enz. enz. Zelfs keizer Constantijn ging in Jezus geloven en  een volgende keizer verhief het Christendom zelfs tot staatsgodsdienst.
(Dit gefingeerde verhaal is geïnspireerd op de voorstelling van zaken zoals die bijv. in het boek van EO-schrijver Reinier Sonneveld te vinden is (“De stilte van god”).

Werkelijkheid

Het had zo mooi moeten worden, een wereldrijk gehoorzaam aan Jezus Christus. Zou de uitspraak dan toch nog bewaarheid worden en wordt Jezus eindelijk “de vorst over de koningen der aarde” (openbaringen 1:5) Met zoveel mensen die op de perfect geachte Jezus waren gaan lijken, zou je toch een fantastische samenleving mogen verwachten.

Het heeft niet zo mogen zijn, de verwachte vruchten van het Christendom verdorden al snel. Slaven werden niet vrij, vrouwen kregen geen gelijke rechten, scholing werd iets voor de geestelijkheid. Nou zou je de goddelijke Wereldheerser zelf daar ook wel de schuld van kunnen geven, want hij stond het toe dat het Romeinse rijk langzaam maar zeker economisch en cultureel in elkaar klapte.

Het begon al toe de Hunnen vanuit hun Aziatische steppen naar het Westen trokken en alle Germaanse stammen tussen de Wolga en Rijn in rep en roer brachten. Die trokken op hun beurt naar het Romeinse rijk. Kregen zij geen toestemming om het rijk binnen te trekken, dan kwamen zij toch, in de hoop dat zij het later op een akkoordje konden gooien met de keizer. En het ging hier niet om kleine groepen soldaten, maar om complete volksstammen die vanaf 376 met hun hele hebben en houden de Rijn en de Donau overstaken.

In 408 legde een zelf ook christen geworden Germaanse koning, Alaric, het beleg rond Rome. Er ontstond grote paniek onder de geschatte 800.000 inwoners, er werd zelfs overlegd om de heidense rituelen weer op te pakken in de hoop dat dat zou helpen om de aanval af te slaan. Uiteindelijke kostte het de stad zo’n beetje alles wat er aan goud, zilver, dure kleding, kruiden etc. aanwezig was.

Alaric trok zich terug maar kwam nog twee keer terug. In 409-410 werd Rome volledig geplunderd. West-Europa verviel in de eeuwen daarna tot een primitieve samenleving. Onderscheidde de Romeinse elite zich vooral door haar geletterdheid, na de overwinning van het christendom was het al gauw behendigheid met de wapenen die heren en horigen van elkaar scheidde. Lezen en schrijven werden het voorrecht van de geestelijkheid.  Van dat utopische rijk der Liefde is helaas nooit iets te zien geweest.




Libben, libben, libben, Piter Wilkens  


maandag 9 juli 2018

De Godhelm

De Godhelm


In een experiment aan de Universiteit van Amsterdam werd door Michiel van Elk e.a. een onderzoek gedaan met de Godhelm. Die Godhelm was in onderzoeken elders, door ene Persinger al wel eens voorzien van allerlei elektronica die de temporaalkwab in de hersenen kon stimuleren en je mystieke ervaringen kon bezorgen. 
Bij deze Godhelm van van Elk was de elektronica allemaal nep, terwijl de proefpersonen wel te horen kregen welke geweldige ervaringen ze konden verwachten en een videootje over de mogelijke effecten kregen te zien. Ze droegen de helm 20 minuten lang, werden geblinddoekt en kregen ruis te horen in hun koptelefoon. ("Extase" van Michiel van Elk 2017)
Een flink aantal was kennelijk nogal teleurgesteld over het gebrek aan mystiek dat ze ontvingen maar anderen hadden een buitenlichamelijke ervaring, zagen Jezus, hoorden engelen die hen een speciale boodschap gaven, zelfs genezing werd gerapporteerd.
Het is duidelijk dat ons brein als de omstandigheden daarvoor aanwezig zijn aan diep in ons gelegen verlangens en behoeften een invulling kan geven. Het lijkt mij dat ook dingen die ons sterk bezighouden of waar we krachtig tegen vechten zich zo in een mystieke ervaring kunnen manifesteren. Zoals Paulus bijv. die hard optrad tegen die Yeshua-sekte en toen in een visioen door die Jezus/Yeshua bestraffend werd aangesproken.
Serieuze gelovigen, met name Evangelische kinderen van god hebben ook meestal een moment of anders een periode meegemaakt waarin ze zich bewust werden van wie Jezus voor hen was, degene die hen oneindig en onvoorwaardelijk liefheeft, zich voor hen overgaf en bij wie ze absoluut veilig kunnen zijn. Iemand die je kent en aanvaart zoals je bent, die het je verzekert: “Je bent een geliefd kind van God”   Ik kan me de kippenvelmomenten ook nog wel herinneren waarin ik overspoeld werd door de liefde van God en de armen van zijn Zoon om me voelde. Voor veel gelovigen was dit het moment waarop ze Jezus in hun hart vroegen, een benadering die in de Billy Graham campagnes vrijwel standaard was.

Billy Graham

Onder meer in de zomer van 1954 sprak hij in het afgeladen Olympisch Stadion in Amsterdam 60.000 mensen toe. Het jaar erop, op 30 juni 1955, volgde een optreden in een net zo druk bezocht Feyenoordstadion.

Tijdens deze bijeenkomsten werden mensen uitgenodigd om naar voren te komen en zich aan Jezus over te geven. Als je niet even perfect was als hij, was je een zondaar en moest je “tot Hem komen” en “Hem in je hart toelaten” om vergeving van je zonden en een nieuw leven te ontvangen.


Voor vele duizenden waren dit leven veranderende momenten: het ervaren van Jezus, terwijl het massale koor het zong:
Just as I am without one plea,
But that Thy blood was shed for me.
And that Thou bidst me come to Thee.
O lamb of God, I come, I come
Just as I am and waiting not
to rid my soul of one dark blot
To Thee Whose blood can cleanse each spot.
O Lamb of God, I come, I come.
Just as I am, though tossed about
With many a conflict, many a doubt,
with fears within and foes without,
O Lamb of God, I come, I come.

Just as I am, Thou wilt receive,
Wilt welcome, pardon, cleanse, relieve;
Because Thy promise I believe,
O Lamb of God, I come, I come

Jezus als Godhelm

Die ervaring werkt als een Godhelm.  Als mensen “Jezus in hun hart vragen” is er immers geen Jezus voor handen om in dat hart te komen, maar het effect kan wel radicaal zijn.
Het enige dat voor zo’n ervaring  nodig is, is dat er een soort “Jezus-concept” bestaat en dat concept kan je vanuit je achtergrond, een bevlogen redenaar of andersoortige omstandigheden aangereikt worden. Een concept dat zo krachtig appelleert aan een verlangen naar acceptatie en behoefte om geliefd te zijn, dat ons brein zich al snel gewonnen kan geven en fictie als feit gaat beleven. Graham was er een meester in om de harten (lees breinen) van mensen hiervoor open te doen staan.
De emotionele kant van ons brein kan zo’n ervaring heel goed en onbewust in scene zetten. Daarvoor hoeft er geen Jezus op de ene of andere manier aanwezig te zijn om in je hart te kunnen komen.
“Jezus, (het lam van God)” kwam ooit ook in mijn hart en heeft me zeker 25 jaar voortgedreven en het heeft me nog vele jaren gekost om van die “aanwezigheid” echt bevrijd te worden.
 Zou het ook uitmaken of er ooit wel een Jezus heeft geleefd?

Het Yeshua-concept zonder historische Jezus


Paulus is degene geweest die het Jezus-concept rond het Middellandse Zee gebied aan de man heeft weten te brengen. Maar Paulus zelf wist bijzonder weinig van Jezus. In zijn brieven  kom je geen enkele verwijzing tegen  naar gebeurtenissen of uitspraken van Jezus op een paar na, namelijk die waarop het Jezus-concept werd gebaseerd: Jezus was de Zoon van God. Hij stelde een rituele maaltijd in, werd gekruisigd en stond weer op tot onze redding’
De eerste Jezus-gelovigen moeten geloofd hebben dat Jezus de rituele tempeloffers overbodig had gemaakt. Een enorme belediging voor de Joodse clerici, die de sekteleden rond Jezus hard vervolgden. Paulus was een van de vervolgers en uiteraard buitengewoon gefocust op deze persoon. Deze “Jezus persoon” moet constant door het hoofd van Paulus gespeeld hebben en in zijn dromen en nachtmerries gaan rondspoken. Geen wonder dat hij ineens een “Jezus-ervaring” had en van vervolger de belangrijkste stichter van het Christendom werd.
Paulus krijgt het revolutionaire idee dat de offers die men in het Jodendom bracht ter verzoening van zonden nu vervangend gebracht waren door Jezus, die zich als brandoffer had laten doden. Hij was alleen sterker geweest dan de dood en weer opgestaan en door Hem kon nu iedereen met God verzoend worden.
Paulus leek echter van de woorden en daden van Jezus weinig af te weten. Toch had hij aan de voeten van de bekende Joodse leraar Gamaliël in Jeruzalem zijn religieuze training ontvangen. Dat moet voor 51 AD geweest zijn toen Gamaliël stierf. Jezus zou in 33 AD gekruisigd zijn. Dan had hij toch wel meer van en over hem gehoord moeten hebben....
Zou er wel ooit een Jezus geleefd hebben???
In 2015 kwam het boek uit van Ds. Edward van der Kaaij : De ongemakkelijke waarheid van het Christom. “De echte Jezus onthuld”
Die “Echte Jezus”, betoogde hij, had nooit bestaan, in navolging van schrijvers zoals Timothy Freke & Peter Gandy met “The Jesus Mysteries”  
Jezus heette in de Joodse context “Yeshua” (Jozua), de verlosser die het Joodse volk het beloofde land had binnengebracht, een naam die sterk verbonden was met de krachtige  Messias-verwachting die in die tijd in Israël heerste. Daarnaast heersten er in de omringende culturen allerlei overtuigingen over Goden die uit maagden geboren zonen hadden, gestorven waren en weer opgestaan, een rituele maaltijd hadden ingesteld, bloed vergoten hadden ter verlossing. Historici en godsdienstwetenschappers verwijzen dan naar goden zoals Mithras, Bel, Horus, Krishna, Attis, Dionysus, Persephone.  En uit vroege kerkvaders zoals Justin Martyr en Tertullianus weten we dat ze zich bewust waren van de aanwezigheid van dit soort concepten en bijbehorende religieuze verering en dit beschouwden als door de duivel geïnspireerde kopiëring van de christelijke boodschap. Met name Mithras wordt dan genoemd, maar hij werd al vereerd ver voor het ontstaan van het christendom.
Zou het kunnen  zijn dat de beginnende kerk het ook alleen maar met een “Yeshua-concept” heeft moeten doen? En dat Paulus dit tot een religievormende formule heeft weten om te bouwen?
Van der Kaaij werd in 2015 door zijn PKN kerk in Nijkerk uit het ambt gezet, maar is nu weer aangenomen als predikant in het Belgische Aardenburg. Het gaat er niet om of Christus ooit op aarde geleefd heeft, zegt hij, maar dat je ontdekt “dat Christus in jezelf bestaat”
Zo komen Billy Graham en een ongelovige predikant en Paulus toch nog uit op hetzelfde resultaat: “Christus in U”  (Galaten 2:20 en Romeinen 8:10)!!!
Gelovigen in de eerste eeuw hebben aan dit eenvoudige concept alleen gewoon niet genoeg gehad en er ontstond behoefte aan een meer concrete Jezus. Zo ontstonden de evangeliën die vele jaren later geschreven werden en gevuld met legendarische verhalen en concepten uit de omringende mythologieën.
Maakt het uit of Hij (ontdaan van zijn mythologische omkleding) ooit op aarde heeft rondgewandeld? Eigenlijk helemaal niet en toch... het blijft me intrigeren....

Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!

zaterdag 2 december 2017

Verduisterend Licht


Het Licht der wereld dat duisternis bracht.


Wie in de jaren 60 en 70 wel eens in L’Abri (Zwitserland) kwam of anderzijds onder het gepassioneerde gehoor verbleef van Francis Schaeffer, begreep dat het met de wereld alleen maar goed kon gaan als ze geregeerd werd vanuit een “Christelijke consensus”. Dat het met de Verenigde Staten in de 20st eeuw helemaal mis ging was hieraan te wijten. Ook al waren de “founding fathers” niet allemaal christenen geweest, ze hadden een christelijke consensus ondersteund en dat gaat nu teloor. Dit verklaart ook de grote steun onder kinderen van god in Amerika voor de vrij goddeloze Trump.

"Toen er nog een Judeo-Christelijke consensus was, was er een basis voor de wet. Maar nu hebben we een willekeurige sociologische wetgeving. Een wetgeving dus die gebaseerd is op het denken van de maatschappij op een bepaald moment in de geschiedenis. Zo’n wetgeving kan zelfs de wil en de morele overtuiging van de meerderheid overschrijven. Zo’n verandering kan alles veranderen, ook wie mag leven en wie moet sterven."


Full speech:   https://www.youtube.com/watch?v=1VWGBkmdPOE

In de vierde eeuw was het dan zover, de christelijke consensus brak door, toen de keizers uiteindelijk voor het christendom kozen. Het Licht der wereld brak door ... en de wereld werd in steeds grotere duisternis gehuld..... De informatie in deze blog komt voor een groot deel uit "Eeuwen van duisternis", een ontluisterende reflectie op de doorbraak van het Christendom van de hand van Catharine Nixey. 


Constantijn de Grootte

Verschillende machthebbers vochten over Rome. Maxentius had de macht daar en Constantijn zocht hem te verdrijven. Volgens de kerkhistoricus Eusebius van Caesarea, die het van de keizer zelf gehoord zou hebben, had Constantijn aan de hemel een kruis gezien en daarbij de boodschap ”in dit teken, zult u overwinnen “. In een ander verhaal wordt verteld dat hij een droom had waarin hem werd verteld het teken van Christus op de schilden van de soldaten af te laten beelden. Dit is waarschijnlijk het Chi-Rho teken geweest, de eerste twee letters van het Griekse woord voor Christus (XR). Zo versloeg Constantijn Maxentius dus en kon triomfantelijk Rome binnentrekken. Eén van zijn eerste daden was om godsdienstvrijheid af te kondigen voor iedereen. Wel is duidelijk dat de christelijke geestelijken al snel bevoordeeld werden, vrijgesteld van belastingen, voorzien van geld voor het bouwen van kerken, het uitvoeren van liefdadigheidsprojecten etc.

Christendom werd staatsgodsdienst

De keizers moesten ook wel kiezen tussen de steeds verder opdringende nieuwe religies. Het Mithraïsme werd in 307 onder keizer Diocletianus nog tot staatsgodsdienst verheven, maar in 313 koos Constantijn de Grootte dus voor het christendom en riep vrijheid van godsdienst uit. Zo’n 48 jaar later wilde keizer Julianus daar weer vanaf en terugkeren tot de oude Romeins-Griekse cultus. Daarvoor was het toen te laat en volgende keizers hebben het dan ook maar op het christendom gehouden. Het werd in 380 AD door keizer Theodosius I zelfs tot staatsgodsdienst verheven.


De geloofsbelijdenis van Nicea

Rust in het rijk was een belangrijk streven voor de keizers en de verdeeldheid en het getwist onder christenen was Constantijn een doorn in het oog. Hij sleepte zoveel mogelijk bisschoppen vanuit het hele rijk bij elkaar en liet ze niet gaan tot ze een document van éénheid hadden opgesteld en ondertekend: De geloofsbelijdenis van Nicea (AD 325). Hij werd in AD 381 nog wat aangepast in Constantinopel en luidde dan als volgt (protestantse versie):


Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde Wezen met de Vader; door Wie alle dingen gemaakt zijn.
Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En een heilige, algemene en apostolische kerk.
Ik belijd een doop tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.


Amen.


Ware kinderen van god zullen hier veel in missen. Jezus die niet alleen voor ons, maar in onze plaats stierf om als schuldoffer de straffende Vader met ons te kunnen laten verzoenen. En de Heilige Geest die in je wil wonen om je van binnenuit meer op Christus te kunnen laten lijken. De geloofsbelijdenis sloot ook grote groepen uit, met name de volgelingen van Arius die Jezus niet helemaal dezelfde status toekenden als de Vader. Ze waren erg sterk in het oostelijke rijk, maar ook bij de Germaanse Goten, die door de Ariaanse Wulfilla tot geloof waren gebracht. Een ander belangrijk geschilpunt was de dag waarop Pasen werd gevierd. Constantijn droof de Westerse datum door en wilde niet aansluiten bij het Joodse Pascha, het feest van een volk dat in zijn woorden

“Hun handen hadden bevuild met een verschrikkelijke misdaad [het doden van Jezus]. Dit soort mensen zijn, zoals je wel kunt bevroeden, blind”


Het kruis dat duisternis bracht.

Vanaf het moment dat de Christelijke consensus z’n intrede deed ging het bergafwaarts met de Romeinse wereld. Oud cultureel erfgoed werd vernietigd, zoals ISIS dat deed met Boeddhistische, Soefistische en Christelijke monumenten. Wetenschappelijke vooruitgang kwam tot stilstand. Vrijheid van godsdienst werd steeds verder ingeperkt. Corruptie nam toe naar mate steeds meer wereldlijke macht in de handen kwam van de geestelijkheid.


In liefdadigheid verpakte evangelisatie.

In het begin was het Christendom nog steeds geen meerderheidsgodsdienst, maar christenen hadden nu wel de vrije hand om hun geloof uit te dragen. Een probaat middel daarbij, dat je nu ook volop in gebruik ziet is het aanbieden van sociale hulp, projecten voor armen, hongerigen, opvanghuizen voor kindertjes in arme landen, hulp na aardbevingen, tsunami’s, overstromingen..
Door dit te doen, toon je Christus (in jou) aan de wereld. Woorden zijn dan niet eens meer nodig, nou ja, mocht God je de kans daartoe geven dan maak je daar natuurlijk wel gebruik van....
In de Romeinse wereld zag je iets dergelijks gebeuren. Alexandrië, bijv., lag aan een kruispunt van handelsroutes en toen het getroffen werd door de pest lagen de straten bezaaid met lijken. Jonge christenen meldden zich aan om deze lijken met gevaar voor hun eigen leven weg te dragen en zo de maatschappij te dienen. Ze werden “parabalani” genoemd (de roekelozen) en aan het begin van de vijfde eeuw waren er al zo’n 800 lid van de parabalani, een leger van jonge mannen die zich wijden aan de dienst van God. Dit soort liefdadige legers zouden spoedig getransformeerd worden in vernielende bendes.


Verwoesting van cultureel erfgoed.

Heidense tempels riepen al gauw de woede van fanatieke gelovigen op. En de parabalani-achtige groepen konden mooi ingezet worden om hier iets aan te doen. Fraaier dan het Parthenon boven Athene en het Colosseum in Rome moet de tempel van Serapis in Egypte geweest zijn.
Hij is in 392 door een bisschop, met de hulp van een bende fanatieke christenen, met de grond gelijkgemaakt. (EVD p. 204)
Aangemoedigd door de keizers werden de tempels leeggehaald en vernield. Vooral de verwoestingen in Syrië waren kennelijk barbaars. Syrische monniken – onbevreesd, ontheemd, fanatiek – werden berucht om de felheid en het geweld waarmee ze tempels, beelden en monumenten, en naar het schijnt zelfs priesters die weerstand boden, aanvielen.
In 529, het jaar waarin de sfeer in Athene begon te verslechteren, sloopte Benedictus het heiligdom van Apollo in Monte Cassino.
Een paar jaar later gaf keizer Justinianus opdracht om de fries van de prachtige tempel van Isis in het Egyptische Philae te vernietigen. Een christelijke generaal en zijn troepen sloegen vervolgens inderdaad systematisch de gezichten en de handen van de duivelse beeltenissen af. De fries in Philae is nog steeds te bezichtigen – veel is nog intact, maar veel van de uitgehakte figuren missen hun gezicht en hun handen. (EVD 503)


Wetenschappelijke vooruitgang gestremd.

In die beroemde tempel van Serapis was een openbare bibliotheek ingericht met waarschijnlijk wel 500.000 klassieke boeken (EVD  p. 299). Die werden vrijwel allemaal mee vernietigd. De kennis van klassieke filosofen en wetenschappers werd als waardeloos of tweederangs geacht. Theologie werd de basis voor alle wetenschap en de bijbel de bron van ware kennis. Tertullianus zei het al zo:


"Wat heeft Athene met Jeruzalem gemeen, of de Academie met de Kerk? Wij hebben geen behoefte aan nieuwsgierigheid sinds Jezus Christus noch aan onderzoek sinds het Evangelie."

Hoewel het (neo)-platonisme nog een beetje bleef bestaan omdat sommige kerkvaders Plato hadden gezien bijna als een christen die al voor Christus had geleefd, werden veel van de in de heidense Griekse wereld al aanwezige ideeën niet verder uitgewerkt, denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid dat de aarde om de zon draaide of het bestaan van atomen. Wat betreft de mannen van de klassieke Griekse literatuur raadt Basilius jongeren aan om

‘niet voor eens en altijd het roer van hun geest over te dragen aan die [klassieke] mannen […] en hen overal heen te volgen; maar alleen datgene van hen aan te nemen wat nuttig is en te weten wat hoort te worden overgeslagen’. (EVD 320)

Keizer Justianus de Grootte vaardigde in 526 een wet uit waarin o.a. het volgende stond:


‘Bovendien verbieden we het onderricht in enige doctrine door degenen die werken onder de waanzin van het heidendom, zodat zij geen kans krijgen om de ziel van hun leerlingen te bezoedelen’

Dit leidde al spoedig tot de sluiting van de befaamde klassieke Academie van Athene, ooit in 387 v. Chr. door Plato opgericht.

Bij de ketterse Nestorianen en later de Moslims werd nog veel van die literatuur bewaard en bijvoorbeeld in het Arabisch vertaald. De moslims bleven wel aan de ideeën verder werken. Via hen kon er tijdens de Renaissance ook weer literatuur en de bijbehorende kennis terugvloeien naar de christelijke wereld.

Kinderen van god geloven graag dat het Christendom de bron is van al onze wetenschappelijke vooruitgang en zien de massale ongelovigheid van moderne wetenschappers als een zeer ondankbare houding. De ontwikkeling in het Christendom heeft zeker een rol gespeeld. Toen, te beginnen met de Renaissance, het Humanisme en de Reformatie, mensen weer de vrijheid kregen zelf een mening te hebben en die te uiten, kregen we in eerste instantie een hele reeks religieuze groepen en groepjes, elk met hun eigen waarheid, maar uiteindelijk ook intellectuele verlichting en de vrijheid om ongehinderd door religieuze beperkingen wetenschappelijk onderzoek te doen.


Beperking van godsdienstvrijheid.

Toen het Christendom de heersende godsdienst werd in het Romeinse rijk, begon ook de onderwerping van andere stromingen. Niet anders dan wat je nu ziet in landen waar de Islam of zelfs het Boeddhisme de touwtjes strak in handen heeft. Andersgelovigen werden gedwongen hun boeken te verbranden, hun gewijde gebouwen werden vernield, ze waren hun leven vaak niet veilig.
In 391 nam de streng christelijke keizer Theodosius een geduchte wet aan.

‘Niemand zal het recht hebben offers te brengen, niemand mag naar een tempel gaan, niemand mag een heiligdom vereren.’
 

De moord op Hypathia is een aan de kerkelijke census ontsnapt zeer waarschijnlijk waargebeurd verhaal. Hypathia was een zeer bekende en gewaardeerde (maar niet Christelijke) filosofe en wiskundige in Alexandrië.
Op een dag in maart 415 vertrok Hypatia van huis voor haar dagelijkse ritje door de stad. Plotseling werd haar de weg versperd door een ‘menigte volgelingen van God’. Ze gelastten haar uit haar wagen te stappen. ....
Zodra ze op straat stond, drongen de parabalani, onder leiding van een kerkelijk magistraat genaamd Petrus – ‘een in alle opzichten ware gelovige in Jezus Christus’ – om haar heen en grepen ‘de niet-christelijke vrouw’. Vervolgens sleepten ze de grootste levende wiskundige van Alexandrië door de straten naar een kerk. Eenmaal binnen rukten ze haar de kleren van het lijf en daarna reten ze met scherpgekante afgebroken stukken aardewerk haar huid aan flarden. Volgens sommigen staken ze haar ogen uit toen ze nog naar adem snakte. Toen ze dood was, scheurden ze haar lichaam aan stukken, smeten wat er over was van het ‘prachtige kind der rede’ op een brandstapel en verbrandden haar.
(EVD p 316).


Wereldse macht in handen van de geestelijkheid.

Bisschoppen en andere geestelijken werd steeds meer macht toegedeeld. Het christelijke geloof werd niet meer alleen verkondigd, maar erin geramd. Daarover een volgende keer.

vrijdag 20 oktober 2017

Het bloed der martelaren. Zaad of onkruidzaad?



Het bloed der martelaren als zaad van de kerk.

Kinderen van god zien de eerste eeuwen van het Christendom als een glorieuze tijd waarin God zijn kerk in  de gehele toenmalige wereld tot bloei bracht en wat hen heel erg aanspreekt is de bereidheid van de eerste christenen  om voor hun geloof gemarteld te worden en te sterven. De bekende Noord-Afrikaanse kerkvader Tertullianus (160-220 AD),  zei ooit: "Semen est sanguis Christianorum", "zaad is het bloed der Christenen”. Dit werd later meestal weergegeven als  “het bloed der martelaren is het zaad der kerk”. 

Dit kon erop neerkomen dat gelovigen soms het martelaarschap zochten.
 

Ignatius van Antiochië


Ignatius van Antiochië (geboren tussen 35 en 50 na Christus - gestorven tussen 110 en 117)[doet het volgende appèl aan de gemeente van Rome: 
„Ik schrijf alle gemeenten en druk alle op het hart dat ik graag voor God sterf. Als u het mij maar niet verhindert. Ik vermaan u: laat uw welwillendheid mij niet ongelegen komen. Laat me toch voedsel zijn voor de dieren. Daardoor kan ik tot God komen. Ik ben de tarwe van God en door de tanden van de dieren word ik gemalen opdat ik zuiver brood van Christus zal blijken te zijn. Ja hitst de dieren op dat ze mijn graf worden en niets van mijn lichaam overlaten.”
Bron: https://www.trouw.nl/home/de-hemelse-beloning~af6e7e82/

De eerder genoemde kerkvader Tertullianus vertelt in zijn geschrift ’Ad Scapulam’ over de Romeinse gouverneur Arrius Antoninus, die aan het eind van de tweede eeuw in Klein-Azië ook christenen vervolgde. Hij ontdekte tot zijn verbijstering en ergernis dat het niet werkte. De christenen kwamen ongevraagd naar hem toe en vroegen zijn gunst om ook gedood te mogen worden. Halverwege dit onbegonnen werk riep hij vertwijfeld tegen de overigen : 
„Dwazen, hebben jullie geen rotspunten (om vanaf te springen) en stroppen (om je mee op te knopen)?”

Kinderen van god vergeten weleens dat dit soort vervolgingen allerlei groepen raakte, de Manicheïsten bijvoorbeeld, werden vaak minstens even heftig vervolgd en het is duidelijk heel normaal dat een beperkte vorm van achterstelling en discriminatie nogal eens positief uitwerkt op de moraal van de desbetreffende groepering.

Onkruidzaad


Digibron, kenniscentrum van de gereformeerde gezindte, geeft dat ook ruimhartig toe:
“Men voelt zich door de maatschappij misdeeld en dat leidt ertoe dat de rijen gesloten worden. Die achterstelling heeft een solidariserend effect op de eigen kring. Men gaat zich strijdbaar opstellen tegen de boze buitenwereld.
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, zo luidt een bekende passage uit het Lutherlied. Dat is zeker waar. Laten we echter niet vergeten dat het bijgeloof ook taai is. Lang niet alles wat standhoudt in verdrukking en vervolging is het ware werk van God. Het bloed der martelaren is inderdaad een zaad. Maar vaak is het helaas onkruidzaad.”

Polycarpus


Polycarpus was 86 toen hij stierf ergens in de periode 155-160 AD. Hij moet dus laat in de eerste eeuw geboren zijn. Zijn naam betekent zoiets als iemand die “veel vrucht” draagt. Hij was de geestelijk leider (de bisschop) in Smyrna (nu Izmir ), Turkije. Toen er weer een vervolging uitbrak, vluchtte hij naar een boerderij, waar hij tijdens een soort coma onder zijn hoofd een kussen zag dat in brand stond. Hij wist het toen al, “ik word levend verbrand”
Dan wordt hij gedwongen verder te vluchten naar een andere boerderij, maar één van de slaven in de vorige boerderij verraadt onder marteling het nieuwe vluchtadres.
Als de soldaten hem gevonden hebben, biedt hij hen voedsel aan en vraagt om een tijd van gebed. Hij mag twee uur lang bidden en iedereen is vol bewondering voor die oude man.
Maar hij ontkomt niet aan de gevangenschap en wordt op een ezel gezeten de stad in gereden. Daar wordt hij door Herodus (de politiecommandant) overgebracht naar zijn rijtuig. Herodus gaat naast hem zitten en probeert hem te overreden. “Wat is er nou op tegen om Caesar heer te noemen en een offer te brengen (aan de goden). !”
Dat doet Polycarpus dus mooi niet en hij wordt dan ook de arena ingeleid om publiekelijk verhoord te worden. Ook daar wordt er geprobeerd om hem om te praten. Hij moet bijvoorbeeld zeggen ”Weg met de atheïsten”. (De Romeinen beschouwden de christenen ook als atheïsten). Polycarpus zwijgt eerst, maar heeft er dan geen problemen mee om dat te zeggen. Zweren bij de Keizer en Jezus verloochenen, nee dat gaat hij niet doen.
Hij maakt best indruk op veel mensen, maar anderen en met name de verzamelde Joden zorgen ervoor dat hij toch veroordeeld wordt. Er kon zo gauw geen leeuw gevonden worden, dus moest hij maar op de brandstapel.
Eigenlijk wilden ze hem vastspijkeren, maar hij kon hen overhalen om dat maar niet te doen, want, zo zei hij, hij zou toch door de hulp van zijn God niet willen proberen om weg te lopen. Hij wordt dan alleen maar aan de houten constructie vastgebonden.

Het vuur kan hem alleen niet verteren. Getuigen zagen de vlammen als een muur om hem heen slaan en er was geen geur van brandend vlees maar wel die van geurige wierook en kruiden. En de kleur van zijn huid was als van gebakken brood en als dat van goud en zilver dat in het vuur wordt gelouterd.
Uiteindelijk moet hij dan met een dolk om het leven gebracht worden en breekt er onenigheid uit over wat er met het lichaam moet gebeuren. Vooral de Joden zijn bang dat er weer een nieuwe Jezus gaat ontstaan en dringen aan op verbranding. Dat gebeurt dan ook.

De oudste kopieën van dit verhaal stammen uit de tiende eeuw en het is duidelijk dat het keer op keer verfraaid, gekopieerd en met anderen gedeeld werd. Het sociale medium uit die tijd!
Zelfs kinderen van god zullen hun twijfels hebben bij de wonderbaarlijke facetten van dit verhaal, de nadruk op de slechte kant van Joden en de geforceerde vergelijking met de lijdensweg van Jezus (met een ezel de stad in, Herodus, het zwijgen etc.), terwijl ze de onmogelijke wonderen uit de evangeliën als zoete broodjes slikken....

Perpetua en Felicitas


Een ander verhaal dat uit de derde eeuw is overgebleven gaat over Perpetua en haar slavin Felicitas, woonachtig nabij Carthago (in Tunesië). In 202 had keizer Septimius Severus een bevel uitgevoerd dat ook christenen en joden verbood hun godsdienst aan te hangen.
Daarop werd de gelovige Perpetua met haar hoogzwangere slavin en vijf anderen om hun geloof gevangen gezet en veroordeeld om voor de dieren gegooid te worden. In de gevangenis krijgt Perpetua een aantal dromen. In één ervan ziet ze zichzelf een ladder beklimmen, tot ze bij een vredig groen landschap komt waar schapen weiden: dat is voor haar de voorafspiegeling van haar marteldood.



“Ik zag een bronzen ladder, fantastisch groot, die tot aan de hemel reikte. Hij was zo smal dat er maar één per keer op omhoog kon gaan. En aan de rand van de ladder waren allerlei ijzeren voorwerpen bevestigd: zwaarden, speren, messen. En wie omhoog zou gaan zonder op te letten en vooruit te kijken, zou opengereten worden en zijn vlees zou aan het ijzer blijven kleven. En aan de voet van de ladder lag een slang, enorm groot, klaar om wie naar boven wilde gaan af te schrikken. ..”
Perpetua is niet bang en vertrouwd op Jezus.

“En vanonder de ladder stak de slang zijn kop naar voren zodat ik op zijn kop ging staan toen ik op de eerste trede wilde stappen. En ik ging verder omhoog en zag een heel grote tuin en in het midden zat een lange witharige man, in herderskleren, bezig met het melken van zijn schapen. En erom heen stonden duizenden in witte kleding. En hij keek, zag me en zei: Welkom, kind. En hij riep me en gaf me (ongerijpte) kaas van de melk. Ik nam het aan met beide handen en at het op. En iedereen die er omheen stond, zei Amen."
Dan wordt ze wakker en weet ze dat ze naar de hemel zal gaan en de marteldood haar wacht.

https://www.youtube.com/watch?=qs6Gln2ocb0&list=PLCD1997621989CFF8

In een andere droom ziet ze haar broertje  Dinocrates die op zevenjarige leeftijd aan een vreselijke ziekte was overleden samen met anderen, vies en heet en dorstig. Hij was duidelijk in de hel en er was een kloof tussen hem en haar. Bij hem was er wel een fontein met water, maar die was zo hoog dat hij er niet bij kon om eruit te drinken.
Ze weet dan dat het niet goed met hem is en neemt zich voor om voor hem te bidden en hem zo nog te redden.
En ja hoor in een volgende droom ziet ze hoe de fontein ineens gekrompen is en hoe Dinocrates daaruit drinkt en met andere kinderen gaat spelen.

In haar laatste droom ziet ze hoe ze van haar kleren wordt ontdaan en een man wordt die moet vechten tegen een enorme reus, een Egyptenaar. Ze verslaat de reus en wordt dan met de overwinnaarstak geëerd.
Haar zelfgeschreven journaal eindigt op de dag voor haar dood. De rest van het verhaal wordt door iemand anders afgemaakt.

In het amfitheater worden zij en haar slavin aan een wilde koe overgeleverd. Die takelt Perpetua lelijk toe maar weet haar niet te vermoorden. Ze heeft nog tijd tijdens dit alles om haar gescheurde jurk bij elkaar te pinnen en haar haar te schikken zodat ze er netjes en zedig uit blijft zien. Uiteindelijk moet een soldaat haar doden, maar die is nieuw en onervaren en slaagt er niet in. Dan neemt ze zelf het zwaard ter hand en helpt de soldaat haar de nekslag te geven.
Evangelische kinderen van God vinden dit een mooi verhaal en je ziet het dan ook in de evangelische promoties  terugkomen. Altijd aangepast aan de moderne evangelische smaak, zonder bijvoorbeeld de verwijzing naar de hel (of het vagevuur) waar je iemand door te bidden uit zou kunnen bevrijden. Wat mij ook opvalt is dat het hebben van slaven ook bij christenen gewoon is gebleven. Vaak wordt dan bijv. "slavin" vervangen door "dienstmeisje" en ligt de nadruk op hoe trouw ze waren en hoe fijn ze het samen hadden met hun meesters.
Deskundigen lijken het erover eens te zijn dat die vervolgingen toch redelijk beperkt waren en zeker niet alleen de christenen raakten. De eenheid van het romeinse rijk stond op het spel en het vasthouden aan verbindende rituelen, zoals het zweren bij de keizer, was daarbij van groot belang. Je ziet iets dergelijks in de Verenigde Staten, waar je bij het spelen van het volkslied hoort te staan met de hand op je hart. Toen de Amerikaanse Footballspeler Colin Kaepernick (28), die gewoonte doorbrak en ging knielen in protest tegen het nog steeds bestaande racisme in de VS, kreeg hij best veel volgelingen, maar werd tegelijkertijd verketterd door veel Amerikanen onder aanvoering van hun “Keizer”, Donald Trump.
De keizers lieten het overigens meestal over aan de lokale gouverneurs hoe er met afvallig gedrag omgegaan moest worden en vooral mensen die achteraf nog wel bereid waren om bij de keizer te zweren en een offer te brengen aan de Romeinse goden, kwamen er licht af. Dat gebeurde dan ook vaak ondanks de verhalen over standvastigheid in de evangelische wereld. Hier is nog een stukje uit een brief van Plinius de Jongere aan de keizer. Plinius is er een beetje mee aan:

Vooralsnog heb ik met mensen die bij mij als Christenen werden aangegeven de volgende procedure gevolgd. Ik heb ze de vraag gesteld of ze Christenen waren. Wie dat toegaf heb ik dat een tweede en derde maal gevraagd, met het dreigement van de doodstraf. Wie dan nog volhield heb ik laten afvoeren. Ik twijfelde er niet aan dat, los van de inhoud van hun bekentenis, minstens hun dwarsheid en onbuigzame koppigheid gestraft moest worden. Anderen die dezelfde waanzin aanhingen heb ik, omdat ze Romeinse burgers waren, op een lijst laten zetten voor transport naar Rome.

Juist door dit optreden breidden de aanklachten zich weldra uit en deden zich in verschillende vormen voor. Er werd een anonieme beschuldiging ingediend, met daarin de namen van velen. Mensen die ontkenden dat ze Christen waren (of geweest waren) heb ik gebedsformules laten nazeggen, en aan uw beeltenis, die ik voor dit doel bij de godenbeelden had doen zetten, wierook en wijn laten offeren, en bovendien Christus laten vervloeken. Dit zijn allemaal dingen waar men echte Christenen nooit toe kan dwingen, naar men zegt. Deze mensen heb ik daarom gemeend te moeten laten gaan.

Anderen die door aangevers waren genoemd zeiden eerst dat ze Christen waren en ontkenden het meteen weer. Ja, ze waren het wel geweest, maar ze waren ermee opgehouden, sommigen drie jaar terug, anderen nog langer geleden, een enkeling wel twintig jaar. Ook deze mensen heb ik allemaal uw beeltenis en de godenbeelden laten vereren en Christus vervloeken.
Plinius: Epistulae, X, 96-97

Apostaten

Het is duidelijk dat er naast heldhaftig volhouden, ook veel afval was. Die afvalligen leverden in tijden dat er geen vervolgingen waren enorme problemen en ruzies op. Konden ze zomaar terugkeren tot de moederkerk, welke voorwaarden moesten daar aan verbonden worden?
Er waren,  bijvoorbeeld, in de derde eeuw twee bisschoppen die zichzelf als de ware Paus zagen, Cornelius en Novatius. Novatius was volledig tegen het weer toelaten van afvalligen, maar Cornelius wilde daar de mogelijkheid wel toe open houden. De bisschop van Carthago, Cyprius, vond dat ze wel weer terug mochten keren maar niet zonder boetedoening.

Tertullianus schreef er al het volgende over:

Boetedoening is de discipline die iemand ertoe verplicht zich in het stof te buigen en zich te vernederen en een manier van leven aannemen die genade over zich uitroept. Hij zal zich in zak en as moeten kleden, zijn lichaam in vodden wikkelen en zijn ziel in droefheid storten. Zijn fouten zal hij corrigeren door zichzelf met hardheid te behandelen. Wat voedsel betreft zal hij het eenvoudigste voedsel eten en drinken voor het heil van zijn ziel en niet van zijn maag.
Hij zal door gebed zijn vasten voeden, dagen en nachten aaneen zal hij kreunen en wenen en jammeren tot de heer, zijn God. Hij zal zich voor de voeten van de priesters neerwerpen, op de knieën gaan voor Gods geliefden en hen smeken om het voor hem op te nemen.

Die boetedoening kon soms wel een leven lang duren. En pas daarna mocht je weer aan de eucharistie (het avondmaal) deelnemen.


Kinderen van god hebben het vandaag de dag gewoon te gemakkelijk. Zou er daarom dan te weinig zaad zijn om nog tot bloei te kunnen komen......

Eerdere berichten over de vroege kerk:





Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!