donderdag 19 januari 2017

De (Christelijke) Messias: Toneelstuk in twee bedrijven


De Maschiach


De Joodse “maschiach”  was een aards iemand die met de hulp van God glorie zou brengen. Het nageslacht van de Joodse voorvader Abraham werd een grootse toekomst voorspeld. Ze zouden tot aan de rivier de Eufraat gaan heersen:

Genesis 15: (BGT)

18 Toen deed de Heer een belofte aan Abram. Hij zei: ‘Dit land zal ik aan jouw nakomelingen geven. Het hele gebied van de rivier de Nijl tot de rivier de Eufraat is voor hen.  

Hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat de koningen David en Salomo ooit aan de macht waren in de 10e eeuw V. Chr., is er niets te vinden in de seculiere literatuur uit die tijd dat duidt op een groot en machtig rijk.

Ik denk ook niet dat er veel nakomelingen van Abraham zijn, die zich nog aan deze belofte vastklemmen. Maar ze zijn er vast wel en dat kan levensgevaarlijk zijn voor de situatie in het Midden-Oosten.  In de legenden komt koning Salomo het dichtst bij deze glorie.

Het uiteenvallen van Israël in de 6e eeuw V. Chr. en de verbanning van veel inwoners naar Babylon, gaf een andere draai aan de Messias verwachting. Van hem werd nu verwacht dat hij Israël zou herstellen, het koningschap van David vernieuwen en de verstrooiden terughalen uit verre landen.

Jeremia 23 (BGT)

Er zal een nieuwe koning komen


5 De Heer zegt: ‘Ik zorg ervoor dat er een nieuwe koning komt uit de familie van David. Ik zal hem zelf uitkiezen. Die koning zal het land goed besturen, hij zal wijze besluiten nemen. Hij zal eerlijk rechtspreken, hij zal iedereen goed en rechtvaardig behandelen. 6 Zijn naam zal zijn: ‘De Heer is onze redder’. Want ik zal mijn volk redden. Het hele volk zal in vrede leven.’

7-8 De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Ik jaag jullie weg uit je land. Ik stuur jullie naar het verre noorden en naar veel andere landen. Maar er komt een dag dat ik jullie weer terug zal brengen. Dan mogen jullie weer wonen in je eigen land.

Nu noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit Egypte’. Maar op die dag noemen jullie mij ‘de Heer die zijn volk bevrijd heeft uit het verre noorden’.

Veel joden denken ook nu nog recht te hebben op herstel van het land van hun voorvaders ook na een paar duizend jaar van afwezigheid. Uiteraard denken de Palestijnen die al generaties lang in het land woonden, daar anders over...

Zonde en afgodendienst werden ook in de tijd van Jezus gezien als de grootste reden voor het verval van de staat en heilige mannen trokken rond om de mensen tot bekering op te roepen. Dan zou God het land herstellen en een zoon van David weer op de troon zetten. Die heilige mannen werden door hun volgelingen vaak als de mogelijke Messias gezien.  Dat was in ieder geval zeker het geval met Jezus, hoewel hij dit  nog niet overal aan de klok wilde hangen:

Jezus als Messias


·         Matteüs 16:20 

20 Daarna zei Jezus tegen de leerlingen: ‘Vertel aan niemand dat ik de Messias ben!’ vertaling: BGT

Jezus had er ook duidelijk moeite mee dat hij eigenlijk een afstammeling van David had moeten zijn in plaats van de zoon van een eenvoudige timmerman uit Nazareth. Gelukkig had hij een Bijbeltekst gevonden die dat tegen leek te spreken:

·         Lucas 20:42


42 Maar luister eens wat David zelf gezegd heeft over de Messias: «God zei tegen mijn Heer: Kom naast mij zitten, aan de rechterkant. “

·         Lucas 20:44


44 David zelf noemde de Messias dus zijn Heer. Hoe kan de Messias dan tegelijk Davids zoon zijn? vertaling: BGT

Het lijkt er erg op dat Jezus bij het herstelde koninkrijk toch voornamelijk dacht aan een geestelijk koninkrijk. Hij ziet zichzelf ook duidelijk als een voorschot op dat koninkrijk.

·         Matteüs 12:28


28 Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. vertaling: NBV

Toegang tot het Koninkrijk van de Messias


En het is best lastig om tot dat geestelijke koninkrijk toegelaten te worden.

·         Lucas 18:25

25 Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. vertaling: NBG51

Het is dan ook duidelijk bedoeld voor wie rechtvaardig handelt, voor de armen en de nederigen.
  
 Matteüs 5:3
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. (NBV)
Matteüs 5:10
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. (NBG51)

Lucas 6:20
En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide: Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. (NBG51)


Het is niet onredelijk te denken dat de evangelieschrijvers hiermee een best wel geloofwaardige versie presenteren van wat Jezus echt te vertellen had. Het is wel opvallend anders dat wat er in Evangelische kringen nu verkondigd wordt. Daar krijg je toegang tot het Koninkrijk van God, niet door een rechtvaardig, sober en nederig leven, maar door je zonden te belijden en Jezus te aanvaarden als je Heer en Verlosser.

Jezus blijft bij zijn verkondiging ook wel wat steken bij nadruk op Israël, want hij belooft zijn discipelen, bijvoorbeeld, dat ze op een troon zullen zitten om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

·         Lucas 22:30


30 jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. (NBV)

Wat gebeurt er dan? Hij heeft een trouwe aanhang verkregen en als hij dan toch als politieke onruststoker wordt opgepakt en door middel van kruisiging geëxecuteerd, heerst er grote verslagenheid onder zijn aanhang. Die verslagenheid slaat om in vreugde als er gerapporteerd wordt dat hij werd gezien (en dus weer was opgestaan!). Dat je zo aan zo’n voorman verknocht kunt zijn zie je zelfs bij Hitler, iemand die wel als tegenpool van Jezus gezien kan worden. Toen men hoorde dat er een aanslag op hem was gepleegd en even later dat hij het had overleefd, barstten er massa’s mensen in tranen uit. Bij iemand als Jezus kun je je dat helemaal voorstellen.

Wat zou er echt gebeurd zijn?


Wat zou er echt gebeurd kunnen zijn?  Wat ik interessant vind is dat alle vier de biografieën van Jezus ophouden met zijn opstanding en een paar vroege verschijningen. Wat heeft hij na die opstanding verder dan allemaal uitgespookt? Hoe lang heeft hij nog geleefd? Zijn biografen zwijgen erover en dat lijkt vreemd, tenzij we aannemen dat dit weer zien van Jezus niet het zien van een lijfelijke Jezus was, maar het zien van een geestelijke Jezus. (Slechts in Lucas (14:51) vinden we een later ingevoegde vermelding dat hij werd weggenomen naar de hemel). In de Joodse geschriften had een mens geen ziel, maar was hij de ziel. En zo’n ziel kon dan ook bestaan zonder een daadwerkelijk lichaam, met zo nodig wel allerlei lichamelijke kenmerken ter herkenning. Petrus, Johannes en Jakobus ontmoetten op een berg de profeet Elia en Mozes, die al heel lang dood waren, maar toch als zodanig herkend konden worden.

·         Marcus 9:2


Jezus spreekt met Mozes en Elia



Transfiguration
of Christ (1455) 

Giovanni Bellini


2 Zes dagen later ging Jezus een hoge berg op. Petrus, Jakobus en Johannes mochten met hem mee. Boven op de berg waren ze helemaal alleen. De leerlingen zagen dat het gezicht van Jezus veranderde. 4 Opeens zagen de leerlingen Elia en Mozes. Die waren met Jezus aan het praten. vertaling: BGT

Paulus zegt ook dat hij Jezus “gezien” heeft, maar zegt er bij : “ik weet niet of het in het lichaam of buiten het lichaam was”.

Rond deze geestelijk herrezen Jezus ontstaat de eerste gemeente, maar als die zich ook uitbreidt onder de heidenen, komen er vragen over die opstanding en zo zien we dan het verhaal ontstaan over Jezus dat hij z’n wonden kan laten zien en uiteindelijk naar de hemel opsteeg en je dus even niet meer een handje met hem kon schudden. Het is Lucas geweest die, ondergedompeld in een Grieks-romeinse wereld, vragen over het alleen maar geestelijk zien van Jezus van een antwoord heeft voorzien.

·         Handelingen 1:3


3 Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. (NBV)

Daarna wordt hij door Lucas naar de hemel verwezen. Dat schiep de nodige duidelijkheid. Die “hemelvaart” vieren we nog altijd op Hemelvaartsdag!!

Ook vandaag de dag wordt Jezus nog door mensen gezien. Dit “getuigenis” vond ik bijvoorbeeld op de site van Bijbel en Geloof.:

Verder wil ik je nog zeggen dat ik Jezus heb gezien. Gewoon overdag, terwijl ik bezig was met iets. Ik zeg je, Jezus laat zich soms zien aan mensen, dat heb ik ervaren. En ik ben niet de enige. Hoe komt het dat ik zo zeker weet dat het Jezus was? Omdat de ogen van Jezus mij dat vertelden. Die ogen... dat vergeet ik nooit meer. En binnen in mij werd er gezegd: dit is Jezus! Niemand heeft die liefde. En Hij kende mij, ik hem niet. Hij liep daar om zich te laten zien...

De onzichtbare overwinning van de Messias.

Jesus is with me
So I claim the victory
Over and over gain.
Maar daar kan het niet mee ophouden. Jezus had immers de dood en de duivel verslagen door zijn dood en opstanding, en je zou denken dat er hem niets in de weg lag om de wereldheerschappij over te nemen en een vrederijk te stichten, waar het lam en de leeuw rustig naast elkaar konden bestaan. In feite gebeurde er niets, behalve misschien een kleine beroering in Jeruzalem en de gelovigen kregen niet minder te maken met aanvallen van de (verslagen?) duivel. Dit is lastig uit te leggen voor de kinderen van god. Ik hoorde iemand het uitleggen aan de hand van de geallieerde overwinning in Europa. Op D-day werd in principe de overwinning behaald, maar die moest nog wel volledig opgeëist worden. Niet echt overtuigend voor de Generaal aller Generalen.

Kinderen van god geloven dat je die overwinning wel kunt claimen, dat gebeurt dan meestal door gebed. In de jaren 60 en 70 waren de avonturen van Anne van der Bijl of te wel “Brother Andrew” wel bekend in gelovige kringen. Zijn groep, nu “Open Doors” geheten, smokkelde bijbels binnen in communistische landen. In ons Bible Training Institute kwamen we dan regelmatig met een klein groepje studenten midden in de nacht (dat moest ook helpen, kennelijk) bij elkaar om voor hen te bidden. Dat ging dan bijvoorbeeld als volgt:
Jezus U bent Koning
U hebt alle macht in hemel en op aarde.
We claimen Uw macht, Heer,
Om Brother Andrew en zijn metgezellen
Veilig door de douane te laten komen.
U hebt Satan overwonnen, God.
Niets kan uw overwinning dan ook in de weg staan.
etc.
Ik herinner me ook nog een wonderbare “uitredding”. Bij de douane ergens vroegen ze (in het Engels, neem ik aan) of ze door mochten rijden. De douaniers schudden hun hoofd, maar hielden hen ook niet tegen toen ze rustig doorreden. Later bleek dat je in dit land (Bulgarije?) en in die cultuur met je hoofd schudt om “Ja” te zeggen. Had God weer even mooi geregeld.

De komst van de Messias: toneelstuk in twee bedrijven.

Omdat die eerste komst van de Messias niet helemaal bracht wat je ervan had kunnen verwachten, ontstond er de overtuiging van een tweedelige “wederkomst”, de eerste in het jaar nul en de tweede in de (nabije) toekomst. Gelovigen zien naar deze tweede komst met groot verlangen uit. Jezus wordt gezien als de bruidegom naar wiens terugkomst je als bruid enorm uit kunt zien.  Daarbij is er grote onenigheid over de betrokkenheid van Israël bij dit gebeuren. Worden de gronduitbreidingsbeloften ook ingewilligd of moet je die beloften aan Israël vergeestelijken en uitleggen in termen van de kinderen van god die de aarde zullen beërven?

Jezus wordt afgeschilderd als iemand met enorm veel liefde voor je, iemand die zijn leven ook voor jou persoonlijk gaf. Ik weet uit ervaring hoe ons brein in staat is om je zo iemand in te beelden en het kan wel een handige oplossing zijn, vooral als je je verloren en niet geliefd voelt. Maar wil je echt in een sprookjeswereld leven of toch maar liever zoeken naar antwoorden in de realiteit van ons bestaan? En niet wachten op een Messias die toch niet gaat komen?
Bill Gaither
The first time he came, he came as a little baby, but not many people noticed.
But the next time, he comes my friends, he will come as king of kings and lord of lords.
And every knee will bow, and every tongue will confess...

dinsdag 20 december 2016

Kerst zonder Kristus



Kerst als cultureel feest.


Hoewel nog maar een handjevol mensen zich op zondagochtend naar de kerk begeeft om naar de boodschap over Jezus Christus te luisteren, kan het feest rond zijn geboorte zich in toenemende populariteit verheugen. “Kerst” komt van het Griekse “Christos” en het kerstfeest is dan ook het feest van (Jezus) Christus. Vreemd dus eigenlijk dat “Kerst” zo populair wordt en “Christus” steeds minder. Toch is het wel logisch, want de kersttijd is voor heel veel mensen een tijd van enorme warmte en gezelligheid. En wie wil dat nu missen. Ik heb daar als jongen van 17 wel eens anders over gedacht toen ik gedichtjes schreef zoals:


Kerst dat is het feest van horend doof
En bovendien
Vanwege ’t licht het Licht niet zien.


Of:
Kerst dat is een etalage vol vrede
En “vandaag geen verkoop”
Verborgen voor het oog.


Het tweede gedicht is natuurlijk voor een groot deel van de wereldbevolking nog wel een verdrietig feit, maar kerst is ontegenzeggelijk in het Westen tot een cultureel bezit geworden en het kindje Jezus nemen we daar dan maar, een beetje net zoals Sinterklaas, als een aandoenlijk en onschuldige fantasiepersoon in mee.

Dat het kerstverhaal niet klopt is eigenlijk helemaal zo erg niet, maar het is wel goed om te weten waarom dat zo is.

Herodes was niet koning toen Jezus geboren werd.


Mattheus claimde dat Jezus tijdens het bewind van Herodes de Grootte geboren werd. We weten echter dat Herodes toen al vier jaar dood was. Volgens Lucas was Quirinius op dat moment de Romeinse gouverneur van Syrië. Quirinius kreeg echter pas 10 jaar na de dood van Herodes in 6 AD de macht in Syrië en Judea in handen. Herodes en Quirinius waren kennelijk nooit tegelijk de baas. Dit betekent dus dat er twee Jezussen geboren moeten zijn, die van Mattheus tijdens de regering van Herodes en die van Lucas toen Quirinius aan de touwtjes trok....


Verder vertelt Lucas dat het ging om een volkstelling uitgeroepen door keizer Augustus. Bij zulke keizerlijke volkstellingen ging het echter alleen maar om burgers met de Romeinse nationaliteit. Het is dus erg onwaarschijnlijk dat een eenvoudige timmerman uit het dorpje Nazareth daarvoor op pad moest. En een ster die precies aangeeft in welk gebouw een geboorte plaatsvond, is een illusie.
Frederick Larson produceerde een film die The Star of Bethlehem heet. Hij had daarvoor de nodige research gedaan en kwam tot de conclusie dat de ster de “zwervende planeet Jupiter” was. Planeten maken kennelijk soms een terugkerende beweging en lijken dan even te stoppen. Dit zou dan boven Bethlehem gebeurd moeten zijn. Het is echter onmogelijk dat een planeet precies een bepaald gebouw (of hier “stal”) aanwijst. Of je nou in Jeruzalem of het nabije Bethlehem was, je zou de planeet op dezelfde locatie aan de hemel zien. Dat is zelfs met de maan al het geval, ook al staat die een stuk dichter bij de aarde. Hij kan nooit naar een bepaald object lijken te wijzen.

Mattheus en Lucas hebben hun verhalen pas 80-100 jaar na die geboorte te boek kunnen stellen en in een tijd waarin bijgeloof en legendevorming welig tierde is het geen wonder dat dit soort historische onjuistheden in hun verhalen kropen. Verhalen over kinderen die uit een maagd geboren werden, deden overal de ronde. Van Plato werd geloofd dat hij de zoon was van Apollo en zijn aardse moeder. De Grieks-Joodse filosoof, Philo van Alexandrië, een tijdgenoot van Jezus, vermeldt dat Oudtestamentische helden zoals Isaac en Samuel geboren werden uit onvruchtbare vrouwen door de tussenkomst van de goddelijke Geest. Ook de vroege kerkvader Justin Martyr (100-168 A.D.) geloofde in de mogelijkheid dat dit gebeurde bij niet Joods/Christelijke grootheden, zoals Perseus de zoon van de God Zeus en de aardse Danaë.


“Als ik hoor dat Perseus geboren werd uit een maagd, begrijp ik dat de misleidende slang ook dit heeft nagebootst.”

Satan probeerde dus het Christelijke wonder na te bootsen, zelfs al voor het had plaatsgevonden.

Genoeg materiaal dus voor Mattheus en Lucas om er een mooi verhaal van te maken. Ze hadden ook geen hulp van het eerder ontstane evangelie van Marcus, want die vermeldde niets over de geboorte van Jezus en Paulus van Tarsis die zo’n 20 jaar na de dood van Jezus begon te schrijven liet zich daar ook met geen woord over uit. Zo kwamen dus twee heel verschillende geboorteverhalen tot stand. 


De geboorteverhalen van Mattheus en Lucas
.


In Mattheus krijgen we te maken met drie wijze mannen uit het verre oosten die het kind geschenken brengen. Via hen krijgt Herodes dan een idee van waar deze concurrerende koning geboren werd en hij besluit alle kinderen van 2 en jonger te laten doden. Jozef wordt op tijd gewaarschuwd en vlucht met zijn vrouw en kind naar Egypte. Pas als Herodes dood is keren ze terug naar Israël, niet naar hun woonplaats Bethlehem, maar naar Nazareth in het Noorden waar de zoon van Herodes de macht niet heeft.

In Lucas wonen Jozef en Maria in Nazareth en gaan ze voor de volkstelling naar Bethlehem de stad van hun voorvader David. Hier geen wijze mannen en een moordende Herodes, maar opgewekte herders en vrolijke Engelen. Het gezin blijft na de geboorte keurig in Bethlehem en laat Jezus na acht dagen in Jeruzalem besnijden. Daarna nemen ze nog alle reinigingsrituelen waar die bij een geboorte horen en vertrokken daarop weer naar Nazareth.

In Mattheus wordt Jozef het eerst door een engel op de hoogte gebracht van de te verwachten maagdelijke geboorte, maar in Lucas valt Maria de eer te beurt.

Jezus moet aan David gelinkt worden en beide evangelisten komen dan met een volledig van elkaar verschillende genologie. Volgens Mattheus stamt Jezus af van Salomo, de zoon van David, en zijn grootvader aan vaders kant was Jacob.  Lucas houdt het op een andere zoon van David, namelijk Natan. En de vader van Jozef heette Eli. Waren er dan echt twee verschillende Jezussen?

Maar ook al zou Jozef van David afstammen dan is daarvan bij Jezus geen spoortje DNA te bekennen geweest. Jozef is er nooit aan te pas gekomen, Maria werd immers zwanger zonder geslachtsgemeenschap gehad te hebben.


Kunstmatige uitleg van Oudtestamentische teksten.


Wat veel Joden het meest irriteert is de manier waarop Christenen aan hun geschriften een eigen invulling geven. Mattheus ziet bijvoorbeeld de terugkeer van het gezin uit Egypte als een vervulling van Hosea 11:1 (NBV)



11:1 Toen Israël nog een kind was, had ik het lief;
uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.

De zoon waar het hier over gaat is duidelijke Israël zelf en verwijst zeker niet naar de betekenisloze terugkeer uit Egypte van een toekomstige baby verlosser. In de Bijbel in Gewone Taal staat dan ook:



11:1 De Heer zegt: ‘Toen mijn volk nog jong was, hield ik van hen. Net zoals een vader houdt van zijn zoon. Ik heb de Israëlieten teruggeroepen uit Egypte.

Dit is niet het enige voorbeeld van kunstmatige toepassing van Oudtestamentische teksten op het Christelijke verhaal.



Kerst zonder Kristus.


Kunnen we dan nog wel wat met kerst? Waarom ook niet, mooie sprookjes kunnen ook verwarmen en even wegdromen met een baby’tje in een stal omringd door schaapjes en hartelijke herders verrast door zingende engelen ...... Waarom ook niet, het is snel genoeg weer tijd om aan het werk te gaan....


zaterdag 10 december 2016

De Joodse Mashiach


Mashiach of Messias


De Hebreeuwse term Mashiach betekent “gezalfde”, maar wordt ook vaak als “redder” of “verlosser” gelezen en door christenen "Messias" genoemd. Wanneer het maar niet wil lukken en wanneer de situatie in een land maar miserabel blijft, is het logisch dat het verlangen ontstaat naar een sterke man, naar iemand die verlossing kan brengen uit een benarde situatie. In het oude Israël deed die situatie zich ook regelmatig voor en zo ontstond ook de roep om zo’n redder.
Taken from the album " Mashiach  - Best Chassidic Songs Performed by Eitan Masuri

We vinden dat verlangen terug in bijvoorbeeld:

Jeremia 23:5 (NBG):

5 De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. 6 Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid”.

7 Daarom, de dag zal komen – spreekt de HEER – dat er niet meer wordt gezegd: “Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israël uit Egypte heeft bevrijd,” 8 maar: “Zo waar de HEER leeft, die de nakomelingen van Israël uit het land van het Noorden heeft bevrijd en uit de andere landen waarheen hij hen verbannen had.” Dan zullen ze weer in hun eigen land wonen.’

of:

Jesaja 11:

Vrede en gerechtigheid door de telg van Isaï

111 Maar uit de stronk van Isaï (de vader van David, wb) schiet een telg op,
een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
2 De geest van de HEER zal op hem rusten:
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van kracht en verstandig beleid,
een geest van kennis en ontzag voor de HEER.
3 Hij ademt ontzag voor de HEER;
zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn,
noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.
4 Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel,
de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.
Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond,
met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
5 Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenenen trouw als een gordel om zijn heupen.
6 Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam,
een panter vlijt zich bij een bokje neer;
kalf en leeuw zullen samen weiden 
en een kleine jongen zal ze hoeden.
7 Een koe en een beer grazen samen,
hun jongen liggen bijeen;
een leeuw en een rund eten beide stro.
8 Bij het hol van een adder speelt een zuigeling,
een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
9 Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de HEER vervult de aarde,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.
10 Op die dag zal de telg van Isaï
als een vaandel voor alle volken staan.
Dan zullen de volken hem zoeken
en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

Terugkeer van de overlevenden van Israël

11 Op die dag heft de Heer opnieuw zijn hand op
om de overlevenden van zijn volk vrij te kopen
uit Assyrië en Egypte,
uit Patros, Nubië en Elam,
uit Sinear en Hamat, en van de eilanden in zee.
12 Dan steekt hij een vaandel op voor de volken.
Hij brengt bijeen wie uit Israël verdreven waren,
de vluchtelingen uit Juda brengt hij samen,
van de vier uiteinden van de aarde.

Jeremia 33:15

15 Op die dag, in die tijd, zal ik aan Davids stam een rechtmatige telg laten ontspruiten, die recht en gerechtigheid in het land zal handhaven. 16 Dan wordt Juda verlost en de inwoners van Jeruzalem zullen in vrede leven. En de naam van de stad zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid”. 17 Want dit zegt de HEER: Er zal altijd een nakomeling van David op de troon van Israël zitten 18 en er zullen altijd Levitische priesters zijn die mij dienen, die brandoffers zullen brengen, graanoffers zullen opdragen en vredeoffers zullen bereiden.’

Het is overduidelijk in de Joodse Tenach (het christelijke Oude Testament) dat het bij de komende, verlossing brengende, koning om een heel aardse verlossing gaat. Ballingen zullen terugkeren uit verre landen, met name “het Noorden”, graan gaat geofferd worden, er zal vrede zijn zelfs tussen de dieren, en een lijfelijke nazaat van de legendarische koning David zal gaan regeren.

Christenen hebben zich die mashiach toegeëigend en hem half vergeestelijkt.  Hij werd als kind geboren in het jaar 0, stierf 33 jaar later, stond op uit de dood en steeg op naar de hemel waar hij nu als geestelijke koning regeert. Zijn aardse koningschap werd vooruit geschoven naar de laatste dagen wanneer hij weer terugkomt en alle macht op aarde overneemt. Het levert de kerk heel wat problemen op bij het toepassen van de genoemde profetieën. Hoe zit het dan met dat terugkomen uit landen zoals Assyrië en Egypte, Patros, Nubië, Elam, Sinear , Hamat, en van de eilanden in zee? Heeft Israel dan ook nog een rol te spelen? Wie zijn “de overlevenden van zijn volk” ? Wat is “zijn volk”?  Een deel van de christenen gelooft dat de kerk nu het volk van God is. Maar dan hebben de verwijzing naar die landen weinig zin. Een ander deel gelooft dat Joden samen met de christenen het volk van God zijn. Hoe dat precies uit moet werken is hun ook niet echt duidelijk. Wel hebben Joden en Christenen ook een gezamenlijk probleem, namelijk om aan te tonen dat de messias een afstammeling is/gaat worden van David.

De Joodse Mashiach

Geloof in de komst van de mashiach is een fundamenteel deel van traditioneel Judaïsme. Het wordt uitgedrukt in de 13 Geloofsprincipes en houdt in: terugkomst van de verstrooiden, herstel van de godsdienstige rechtsorde, einde aan slechtheid, zonde en ketterij. Genoegdoening voor de rechtvaardigen, wederopbouw van Jeruzalem, herstel van de opvolging van koning David. Herstel van de tempeldienst.
Er wordt veel gedacht dat er in iedere generatie wel iemand geboren wordt die de mashiach zou kunnen zijn, maar als de tijd niet rijp is voor de mashiach dan zal hij het ook niet worden.
Er zijn verschillende momenten in  de geschiedenis is geweest wanneer er sterk op de komst van de mashiach werd gerekend.

Bar Kokhba

Een bekend voorbeeld is het optreden van Bar Kokhba in 132 AD. Hij leidde een opstand tegen de Romeinen en slaagde erin om twee jaar lang een onafhankelijke staat te creëren in delen van Judea. Kennelijk beschouwden velen hem als de mashiach. Zelf noemde hij zich Nasi (“prins”). Toen de Romeinen uiteindelijk de opstand neersloegen, brak er een vreselijk tijd aan voor de joden. Velen werden gedood of als slaaf  verkocht. Geen Jood mocht Jeruzalem nog binnen komen.

Islamitische Mashiach

De opkomst van de Islam bracht een volgend eindtijd scenario met zich mee.
Keizer Heraklios van het Byzantijnse (ooit Romeinse) rijk was uitgeput geraakt in zijn strijd met de Perzen, en de Arabieren (de Saracenen) werden  steeds driester in hun aanvallen op gebieden nog onder formeel Byzantijns beheer, zoals Jeruzalem.
In het najaar van 634 klaagde bisschop Sophronios van Jeruzalem in een brief over de voortdurende aanwezigheid van ‘beestachtige Saracenen’ op het platteland, waardoor het voor pelgrims onmogelijk was om de stad te bezoeken. Ook de Joden voelden zich enorm bedreigd door deze barbaren en er ontstond een sterk geloof dat de dag van verlossing nabij was, voorafgegaan door een aantal voortekenen. Ergens in die tijd werd het volgende gedicht geschreven (Marcel Hulspas, Mohammed en het ontstaan van de Islam,  2015):

Op die dag, wanneer de Messias, de zoon van David, zal komen
tot een vertrapt volk
Zullen deze tekenen in de wereld worden gezien, en worden voortgebracht:
de aarde en de hemel zullen verschrompelen
En de zon en de maan zullen bezoedeld zijn
En de bewoners van het land zullen met stomheid geslagen zijn.
De koning van het Westen (Byzantijn, wb) en de koning van het Oosten (Pers, wb) zullen tegenover elkaar staan
En de legers van de koning van het Westen zullen standhouden in het Land
En een koning zal komen vanuit het land van Joktan
En zijn legers zullen het Land innemen
De bewoners van de aarde zullen geoordeeld worden
en vanuit de hemel zal het stof regenen op de aarde
en winden zullen over het Land waaien.
Gog en Magog zullen elkaar ophitsen
En angst jagen in de harten van de heidenen.
En Israël zal van al haar zonden worden bevrijd
en niet langer weggehouden worden van het huis van gebed.
Zegeningen en troost zullen over haar worden uitgestrooid
En ze zullen worden opgeschreven in het Boek des Levens.

Sjabtai Tsvi

Een andere moment waarop de komst van de mashiach nabij leek was tijdens het optreden  van ene Sjabtai Tsvi. Zoon van een arme polier, maar bekwaam in de Talmoed. Hij werd geplaagd door een afwisselend gevoel van somberheid en euforie. Zijn gedrag moet zo uitzonderlijk zijn geweest dat hij in 1654 uit Smyrna werd verbannen. Hij kwam daarna in Griekenland terecht, maar nadat hij een “thora-rol” tot bruid had genomen werd hij ook Saloniki uitgezet. In een waardiger periode bezocht hij Jeruzalem en de heilige plaatsen. Daarna ging hij in Cairo wonen en keerde de somberheid weer terug. Hij trouwde, net als de Bijbelse profeet Hosea, met een prostituee, maar bleef somber en kreeg het gevoel dat hij bezeten was door demonen. In 1665 zocht hij om die reden de rabbijn Natan van Gaza op, die demonen kon uitdrijven. Natan vertelde hem dat hij geen demonen in zich had, maar dat hij de mashiach was en later dat jaar werd dit publiekelijk bekendgemaakt. In december van datzelfde jaar werd hij door grote mensenmassa's als zodanig erkend.
Het liep echter niet goed af en in 1666 leidde zij gedrag ertoe dat hij in aanwezigheid van sultan Mehmet IV berecht werd. Hij kon kiezen tussen de dood of bekering tot de Islam. Hij koos voor het laatste waarmee hij als valse mashiach te boek kwam te staan. Slechts een klein groepje is hem tot z’n dood in 1676 blijven volgen.

Veel  moderne joden wagen zich niet meer aan messiaanse toekomstverwachtingen. Alles zal duidelijk worden zodra het gebeurt, is een algemeen gevoel. Iedereen zal de waarheid herkennen, net zoals we allemaal weten dat 2+2 vier is.
Kinderen van God houden zich nog wel vaak bezig met toekomstverwachtingen. Dat hun mashiach Jezus heet is in ieder geval wel duidelijk. Daarover een volgende keer.




dinsdag 29 november 2016

Review Vreemdelingen en priesters van Stefan Paas



Vreemdelingen en Priesters van Stefan Paas.


Het moet voor de orthodox reformatorische achterban best wel frustrerend zijn. De secularisatie blijft maar door gaan en de aanpak van de (charismatisch) evangelische beweging met haar ogenschijnlijk succes staat veel te ver van haar bed. Maar wat dan wel, hoe kan aan het zendingsbevel nog inhoud gegeven worden?

In dit boek bedenkt Stefan Paas (1969), hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen en hoogleraar missiologie en interculturele theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, 6 missionaire modellen die volgens hem uiteindelijk niet voldoen of voldaan hebben. Hij komt dan, 2000 jaar te laat, met een te verkiezen model voor Christelijke missie in een postchristelijke omgeving.

Is het verwonderlijk dat dit model heel erg lijkt op een opgesierde versie van hoe het in de orthodoxe achterban al toegaat?
Die zijn immers “bannelingen” in een vreemd land of vreemdelingen in een seculier land en tijdens het lezen begon een  negro-spiritual me dan ook door het hoofd te deunen:

“By the rivers of Babylon, there we sat (bij de pakken) down...”


By the Rivers of Babylon by Boney M


Bij de zes afgekeurde modellen gaat het eigenlijk om verschillende uitgangspunten.

 1 Het volkskerk model.

In dit model ga je ervan uit dat iedereen in een bepaald land bij een bepaald geloof hoort of zou moeten behoren. Paas concludeert uiteraard dat dat model in onze samenlevingen niet meer te handhaven is, daarvoor zijn we veel te individualistisch geworden.

2. Kerk als tegencultuur.

Hier is de opdracht van de kerk en haar leden om radicaal anders te zijn dan haar wereldse omgeving. Alleen zo kan ze anderen winnen om zich bij haar aan te sluiten. Paas draagt aan dat dit model voorbij ziet aan het feit dat gelovigen en ongelovigen in dezelfde wereld leven en in veel opzichten op elkaar aangewezen blijven.

3. Het kerkgroei model.

Bij deze aanpak wordt ingezet op het stichten van nieuwe kerken met een nieuw elan om het verloren gegane geloof weer te herstellen en de hele wereld te bereiken met het evangelie.
Volgens Paas is het echter “niet onze opdracht om de hele mensenwereld te verzamelen in een aanbiddende gemeenschap.”
4. Kerk als transformerende kracht in de wereld.

Het accent ligt hier op participatie in sociale projecten om zo invulling te geven aan het christelijke geloof. Het gevaar ligt hier voor Paas in de vervaging van de inhoud van het christelijke geloof ten faveure van christelijke sociale activiteiten. En dit leidt weer tot toenemende vrijzinnigheid.
5. De kerk binnenste buiten.

Hier is de kerk zelf niet de transformerende kracht, maar moet die kracht vanuit de omringende wereld komen. De kerk laat zich dan meeslepen door bewegingen die streven naar gerechtigheid en vrijheid. God is  mondiaal bezig de wereld te vervolmaken en niet alleen maar (primair) via de kerk. Het belang en unieke van de christelijke boodschap raakt hier volgens Paas ondergesneeuwd door algemene sociale principes.



6. De kerk als krachtcentrale.

Dit model heeft volgens Paas (en m.i. terecht) de meeste invloed en verspreidt zich razendsnel. Het gaat daarbij om de evangelische gemeenten die met charismatisch geweld overal opspringen en vaak tot megakerken uitgroeien. Het lijk mij ook toe dat dit de enige christelijke stroming is die het christelijk geloof nog een mate van aantrekkelijkheid verleent en dit geloof in het Westen nog een aantal generaties in stand kan laten houden. Hier en daar zie je wel een orthodox reformatorische gemeente die openstaat voor dit soort spiritualiteit maar bij de meesten wordt hier (in mijn ervaring) met tegenzin en verholen afgunst tegenaan gekeken. Paas beschrijft de diverse aspecten van deze veelkleurige beweging overigens heel nauwkeurig, maar ook zijn kritiek is voorspelbaar, zoals het gegeven dat het hier vaak om “sheep stealing” gaat en mensen uit andere kerken weggerukt worden. Verder ziet hij de zorgelijkheid van nadruk op bijv. genezing: “Er zijn genoeg verhalen van mensen die beschadigd zijn geraakt door een keiharde genezingsleer”

Dat er mensen beschadigd worden door een orthodox reformatorische leer, is overigens ook genoegzaam bekend. Mag ik bijv. wijzen op het indrukwekkende verhaal van Inge  Bosscha gefilmd en geproduceerd door Gesine Bosscha:  
De laatste bazuin.



Het vreemdelingen- en priestermodel.

Dit Paas-model is gebaseerd op een aantal overwegingen
1.   De ware kerk is altijd een minderheid geweest, ballingen in een vreemde wereld.
Ook vroeger, toen iedereen nog bij de kerk hoorde, waren de meeste slechts nominaal gelovig. Het hedendaagse verschil is dat de nominale gelovigen nu ongelovigen geworden zijn.
2.   Het is niet de bedoeling van God om de hele wereld met het evangelie te bereiken.
Pas bij de wederkomst van Jezus zullen alle volkeren zich voor hem buigen.
3.   Niet iedere gelovige hoeft een persoonlijk ervaring met God gehad te hebben, je kunt ook deelgenoot zijn aan de ervaringen van anderen.
4.   Wees tevreden met de enkeling die zich bij de kerk voegt en zie dat als klein teken en voorproefje van Gods rijk.
5.   De kerk is als zout of gist, d.w.z. iets dat het voedsel (de wereld) smaak geeft. Het kan door haar kleinheid en zonder bedreigend te zijn, een mate van invloed hebben op politiek en cultuur. Ze is als een mooi schilderij dat de wereld niet zal veranderen maar haar wel iets geeft om over na te denken en te praten.
6.   De kerk is als een gemeenschap van priesters. Mede in haar liturgie doet zij voorbede voor de wereld en staat voor haar in de bres.

Je ziet in dit model de typisch reformatorische idee van een predestinatie voortdurend terugkomen. “Is het niet te groot voor ons om te beweren dat iedereen die niet persoonlijk Jezus belijdt verloren gaat? Is die kennis niet aan God voorbehouden?” Paas ziet  het probleem hier ook wel:

“Het is duidelijk dat zo’n visie heel gemakkelijk kan omslaan in passiviteit en naar-binnengekeerdheid. Immers, als God uiteindelijk alles doet, waarom zouden wij ons dan nog druk maken over zending?” Een echte oplossing biedt hij niet en hoe je het ook wendt of keert, het zal het missionaire enthousiasme temperen wat ook duidelijk te zien is aan de orthodox reformatorische praktijk. Je krijgt dan ook het verleggen van aandacht naar bijv. “het verbond” en het opvoeden van je kinderen: “Ik denk dat we pas goed begrijpen wat secularisatie is, als we tot het inzicht komen dat ook geloofsopvoeding evangelisatie is.“

Paas is zich heel bewust van de toenemende secularisatie en de algemene tegenzin tegen het christelijke geloof, maar gaat niet in op de vraag naar het waarom. Dat is dan ook het gapende gat in dit betoog.

Waarom zou de mondiale en nadenkende mens z’n leven nog baseren op een verzameling documenten uit een grijs verleden, met mooie maar ook gruwelijke en wetenschappelijk onhoudbare verhalen. Verhalen over een aarde van 6000 jaar en een alles verzuipende overstroming, over een Jonas die het leven in de maag van een zeedier overleeft, over een Jezus die uit een maagd geboren werd, water in wijn kon omtoveren, op het water kon lopen, dood was en na drie dagen weer levend werd en toen op eigen kracht naar de wolken op kon stijgen..... Prachtige verhalen, maar dan wel uit een sprookjesboek.

Waarom zou je ook denken dat zo’n klein groepje het bij het recht eind heeft en hoe komt het dat van die overwinning op de duivel van die Christus zo weinig te merken is en de uitzonderlijke uitwerking ervan in het leven van de orthodox reformatorische gelovigen niet te bespeuren valt?

Wat spirituele krachtcentrales en vreemdelingen en priesters in hun klein hoekje gemeen hebben is een God waar de moderne mens meestal niet weet wat hij er mee moet.










woensdag 20 juli 2016

ChrExit : Adieu Jezus Christus


ChrExit: Adieu Jezus Christus.



In mijn blogs op www.kinderen-van-god.nl heb ik nog weinig aandacht besteed aan hoe ik zelf de weg naar de Unie met Christus en 25 jaar daarop het verlaten van die Unie heb doorlopen. Met Brexit nu volop in de aandacht een goed moment om eens iets te schrijven over mijn persoonlijke ChrExit. Over mijn weg naar het vinden van Jezus als mijn persoonlijke Heer en Zaligmaker een andere keer iets meer. Ik moet een jaar of 18 geweest zijn en het gaf een nieuwe dimensie aan mijn bestaan, een vast punt in mijn tot dan toe nogal turbulente gedachteleven, en een doel "Hem dienen". Dat leidde uiteindelijk tot uitzending als zendeling/bijbelvertaler na als algemeen taalwetenschapper afgestudeerd te zijn. Ware gelovigen zijn niet lid van een kerk, hangen geen godsdienst aan, maar hebben een persoonlijke relatie met God (en zijn zoon Jezus).

Dat deze relatie ooit verbroken zou worden heb ik me jarenlang niet voor kunnen stellen. Toch is dat gebeurd. We woonden als gezin in een klein dorpje in Papua Nieuw Guinea, in een provincie die Sandaun heet, dicht bij het Indonesische West-Papoea. Sandaun betekent “ondergegane zon” of te wel “West”. Het Licht der Wereld ging voor mij daar onder.


Leonard Cohen: Hallelujah


Degene die er het meest aan gelegen is om je van Jezus weg te trekken heet Satan, ook wel Duivel genoemd. Hij weet precies wanneer hij het beste toe kan slaan, dat zijn de momenten waarop je niet zo “dicht bij de Heer” bent, niet veel in gebed met Hem communiceert en Zijn Woord (de bijbel) leest en overdenkt. Want als je dat wel doet, mag je nog zo pienter zijn, maar dan ben je meestal ongevoelig ook voor de beste argumenten tegen je geloof.

De duivel had kennelijk op zo’n moment in mijn leven gewacht. De idee dat het wel apart was dat er maar één geloof het ware geloof vertegenwoordigde, was natuurlijk ook wel eens bij me opgekomen. Maar mijn geloof was toch wel heel anders. Ik hoefde niet, zoals in alle andere godsdiensten, mijn uiterste best te doen om met God verzoend te raken, nee mijn God was naar mij toegekomen om mij met Hem te verzoenen. En dat had Hem Zichzelf (in Zijn zoon) gekost. Wat een overweldigende liefde!! 

Wat mij vraagtekens ging bezorgen, kwam vanuit mijn wetenschappelijk werk als taalkundige. Wetenschappers weten eigenlijk nooit definitief of iets waar is. Ze komen met hypothesen over wat waar zou kunnen zijn. En in de taalkunde koos je dan voor de hypothese of hypothesen die het eenvoudigst zijn en het meeste verklaren.

Laat ik eens een voorbeeld wagen uit de klankleer (de fonologie) .
In het Nederlands heb je bijvoorbeeld de volgende vormen van het zelfde werkwoord:  "wij laden"   en "ik laad". Die tweede vorm wordt als "ik laat" uitgesproken en taalkundigen die het Nederlands voor het eerst bestuderen zouden dat dan ook als volgt hebben geregistreerd:   [la:den] en [la:t]  (a:= een lange a en de haken geven aan dat het om de uitspraak gaat).
De vraag is dan naar wat de vorm van de stam is.  Dat zou /la:d/ of /la:t/  kunnen zijn. En je kunt dan ook twee hypothesen opstellen.


A.      Een -d- aan het eind van een woord wordt -t-
  dus:  basis  /la:d/  wordt    [la:t]  in "ik laad"
       Of:
B.      Een -t- wordt tussen klinkers een -d-.
     dus: ons  /la:t-en/  wordt dan  [la:d-en]  in "wij laden"
       
Nou is het al gauw duidelijk dat een -t- tussen klinkers niet overal een -d- wordt. Je hebt immers [laten], [baten] etc. Je moet die hypothese dus aanvullen met uitzonderingen, zoals 'alleen in woorden die bij werkwoord klasse X horen'.
We krijgen dan

A.      Een -d- aan het eind van een woord wordt -t-
  dus:  basis  /la:d/  wordt    [la:t]  in "ik laad"
       Of:
B.      Een -t- wordt tussen klinkers een -d-, maar alleen bij werkwoorden van klasse X
     dus: ons  /la:t-en/  wordt dan  [la:d-en]  in "wij laden"

Heeft hypothese A ook allerlei uitzonderingen?  Nee, die hypothese verklaart alles wat er wat betreft de -d- aan het eind van een woord gebeurt. Niet alleen bij werkwoorden, maar ook bij zelfstandige naamwoorden, bijv. [de raden]” en “de raad =[de raat] “ en bijvoeglijke naamwoorden zoals "[goede]” en “goed=[goet]”. "-d-"s worden altijd aan het eind van een woord (uitgesproken als) [-t-]. Dat is voor het Nederlands dus echt wel de te verkiezen hypothese. Hypothese B is veel te beperkt en verklaart niets van wat er in het Nederlands klankmatig plaatsvindt.
Ook al zijn de details van deze analyse misschien wat lastig te volgen, de strekking is hopelijk wel duidelijk.

Pas dat nu eens toe op religie in deze wereld. Hoe verklaar je het ontstaan van diverse geloofsovertuigingen.  Hier is één hypothese:

A.      Mensen verlangen naar een verklaring voor hun existentie. Visionairen vormen een antwoord (soms te boek gesteld) dat dan door meerderen gevolgd wordt en zich (in eerste instantie) regionaal verspreidt.

Deze hypothese, eventueel wat aangepast, verklaart het ontstaan van zo’n beetje alle religies op deze planeet.

Voor het orthodoxe Christendom is deze hypothese niet afdoende. Er moet een tweede hypothese bij: Het Christendom werd door God aan de mensen geopenbaard en is niet door visionairen bedacht en verspreidt. De tweede oplossing is dus:

B.     Mensen verlangen naar een verklaring voor hun existentie. Visionairen vormen een antwoord (soms te boek gesteld) dat dan door meerderen gevolgd wordt en zich (in eerste instantie) regionaal verspreidt, maar het Christendom is een uitzondering en werd door God zelf aan de mensen gegeven.

Terwijl hypothese A zeer verklarend is, is hypothese B beladen met onbeantwoorde en onverklaarde vragen, zoals “Waarom werd het pas zo laat door die god geïntroduceerd (de mens had al zo’n 30.000 jaar bestaan)?” en “Waarom werd zo’n mondiaal belangrijke boodschap, in eerste instantie, slechts zo regionaal bekend gemaakt?” etc. etc.

Je kunt de hypotheses aanpassen zoals je wilt, maar aan hypothese A is als meest verklarend niet te ontkomen. En die hypothese verklaart het ontstaan van het christendom ook heel goed en geeft aan dat het niet significant uniek is.

De incoherentie van de Bijbel.


Bij het vertalen van de evangeliën, viel het me op hoe het evangelie van Johannes verschilde van de andere, de synoptische (Mattheus, Marcus en Lucas). In de synoptische verhalen, komt Jezus als een sociaal denkend en handelend persoon naar voren, iemand die het eigenlijk helemaal niet op prijs stelde om populair gemaakt te worden. De Jezus in Johannes schreeuwt het van de daken hoe geweldig hij wel niet is:  Het Licht der Wereld, het Levensbrood, De Weg de Waarheid en het Leven. Alleen via Hem kon je tot God komen. Etc. Etc. De verklaring dat het hier om verschillende schrijvers gaat die jaren later op basis van hun eigen bronnen en eigen opvattingen met een verschillend verhaal over de Jezus van Nazareth kwamen, houdt zoveel meer steek dan te moeten geloven dat dit verschillende aspecten waren van dezelfde persoon. Die zou dan wel aardig schizofreen geweest moeten zijn.

Eén keer bereid meer objectief naar de bijbel te kijken, begon het te stikken van tegenstellingen, ongerijmdheden en onverteerbare Goddelijke wreedheid.

Onzichtbare uitwerking van de gebrachte redding.


Gelovigen claimen dat Jezus door zijn dood op Golgotha, de duivel verslagen heeft en de macht van satan overwonnen. Daar is helaas niets significants van te merken, en ik heb het in de 25 jaar “in Christus” ook niet overtuigend in het leven van gelovigen gezien. De evangelische boodschap is dat zodra je Jezus in je hart hebt toegelaten, hij in je gaat groeien waardoor je steeds meer op Hem gaat lijken. Men gaat daarbij uit van een zondeloze Jezus met een perfecte liefde. Het is best wel jammer dat dat op geen enkel manier significant zichtbaar is in de gelovige gemeenschap, waarvan nu toch op z’n minst wel eens een groot deel  half perfect zou mogen zijn. Het stikt in de evangelische propaganda van verhalen over mensen die via het geloof uit drugsverslaving, alcoholisme en andere shit kwamen, maar dat werkt als een zoethoudertje voor de afwezigheid van echte verandering in de gelovige gemeenschap als zodanig.
Het blijkt gewoon niet te werken en de beste verklaring is dat er geen Jezus is die in je komt wonen en krachtig genoeg is om je significant te veranderen. En "het kwaad"" , dat lijkt nog lang niet verslagen....

Zo ben ik dan zo’n 25 jaar later, in veel opzichten tegen wil en dank, aan mijn ChrExit begonnen. In het begin voel je, net zoals de Britten nu, veel gemis en onzekerheid. Ik heb mede hierdoor ook het taalkundige werk waarvan ik genoot moeten beëindigen.

Maar dan begint het gevoel van bevrijding door te breken, van bevrijd te zijn uit sprookjesland en om nu in staat te zijn de onzekerheid over het waar en waartoe van ons bestaan te accepteren en ook anderen te mogen accepteren zoals ze zijn en niet meer te zien als zondaren die voor Jezus gewonnen moeten worden.