woensdag 5 september 2018

EO-reis naar het Rome van de vierde eeuw.


Duisternis


Onder leiding van André Krekel scheepten we ons in in de superluxe coach die ons naar het vierde-eeuwse Rome zou vervoeren. Twee dagen later kwamen we aan. De bus werd op enige afstand van Rome geparkeerd want we wilden niet dat de Romeinen te veel in een keer met de welvaart van het Christendom van de 21ste -eeuw werden geconfronteerd. Er mochten geen consumentchristenen van worden gemaakt.
Maar wat een ellende. Terwijl we door de stinkende straatjes liepen van de stad, hoorden we ineens een enorm gekraak achter ons. We keken om en zagen voor onze ogen een krakkemikkig houten huis van drie verdiepingen in elkaar storten. André liet het verhaal van de barmhartige Samaritaan maar even links liggen en sommeerde ons om snel door te lopen. Dat deden we dan ook maar, tot we een kreet van schrik hoorden uit de mond van een reisgenoot. Z’n hele kop was bedekt met stront en het droop bij z’n nette pak naar beneden. Uit het raam van een bovenverdieping stak een man z’n hoofd naar buiten met een grote pot in z’n handen. Hij schreeuwde wat in het Latijn. André die als theoloog Latijn had geleerd, vertaalde het even. Hij zegt ”Sorry, ik moest die ontlasting kwijt en had jullie zo gauw niet gezien.” Bij een oude straatpomp konden we de ongelukkige ontvanger van die grote maar niet goede boodschap nog wat fatsoeneren.

Dan maar weer verder. Wat ons opviel was dat je regelmatig iemand zag in een soort toga en dan vaak gevolgd door anderen in een soort nachthemd en op blote voeten. “Dat zijn slaven”, fluisterde André dan  , “25 procent van de Romeinen is slaaf .” “Non habens personam” zei hij er nog even geleerd achteraan, “ze bestaan niet als persoon”.

Bij een kruispunt, stopte de reisbegeleider ons en zei dat we hier beter niet rechtsaf konden gaan, want dan kwamen we in een deel van de stad waar veel immigranten woonden en het dus wemelde van de criminelen. We sloegen dan maar links af en wandelden, voortdurend omhoog kijkend, verder tot we een vrouw tegenkwamen die heel moeilijk leek te lopen. Dichterbij zagen we bloed op haar benen en blote voeten. “Een van de vele slecht uitgevoerde abortussen,” vertelde André.

Waar een deur hoorde te zijn hadden vele huizen niet meer dan een lap hangen. Dat maakte me echt wel nieuwsgierig en omdat er toch geen bel te zien was trok ik doldriest zo’n lap aan de kant. Ik kon m’n ogen niet geloven, daar lagen  er twee maar wat in hun blootje op de grond te vrijen terwijl een baby in een soort kist lag te huilen en een jongetje op een stuk brood zat te kauwen. Ik liet de lap maar gauw weer vallen. Van André begreep ik later dat dat hier heel gewoon was.

Licht


Het begon al wat te schemeren toen we op straat een baby’tje zagen liggen met een vieze lap om zich heen. Het kind leefde nog en André zag een kans om zijn christelijke verantwoordelijkheid te tonen. Hij haalde een handdoek uit z’n rugzak en wikkelde het kind daarin. Zo werd hij tenminste bij het dragen zelf niet vies. Maar nou, wat moesten we ermee?  Ergens zag ik een huis dat er net even wat netter uitzag dan de rest. Voor het huis was een vrouw bezig de straat schoon te vegen. André sprak haar aan in zijn beste Kerklatijn. Voordat we het wisten waren we naar binnen geloodst, pakte ze de baby, trok een borst tevoorschijn en gaf het kind te drinken.

Het was netjes binnen en we zagen nog een aantal bedjes met baby’s, die daar heel rustig en tevreden lagen te slapen. Via André hoorden we haar verhaal. Ze ving kleine achtergelaten baby’s op. Zelf was ze heel erg gaan houden van  ene Jezus, die ooit ook zelf een baby’tje in slechte omstandigheden was geweest. Hij was gestorven en weer opgestaan en had er zo voor gezorgd dat haar zonden waren vergeven en ze nu vrede had met God. Die Jezus had haar geïnspireerd om nu iets goeds te doen met haar leven.

Zo is het begonnen, vertelde André op de terugreis en weer terug in de 21ste eeuw. Steeds meer mensen gingen in die Jezus geloven en het ging steeds beter met de mensen in het Romeinse rijk. Vrouwen kregen gelijke rechten, slaven werden bevrijd, ziekenhuizen werden gebouwd, scholen gesticht enz. enz. Zelfs keizer Constantijn ging in Jezus geloven en  een volgende keizer verhief het Christendom zelfs tot staatsgodsdienst.
(Dit gefingeerde verhaal is geïnspireerd op de voorstelling van zaken zoals die bijv. in het boek van EO-schrijver Reinier Sonneveld te vinden is (“De stilte van god”).

Werkelijkheid

Het had zo mooi moeten worden, een wereldrijk gehoorzaam aan Jezus Christus. Zou de uitspraak dan toch nog bewaarheid worden en wordt Jezus eindelijk “de vorst over de koningen der aarde” (openbaringen 1:5) Met zoveel mensen die op de perfect geachte Jezus waren gaan lijken, zou je toch een fantastische samenleving mogen verwachten.

Het heeft niet zo mogen zijn, de verwachte vruchten van het Christendom verdorden al snel. Slaven werden niet vrij, vrouwen kregen geen gelijke rechten, scholing werd iets voor de geestelijkheid. Nou zou je de goddelijke Wereldheerser zelf daar ook wel de schuld van kunnen geven, want hij stond het toe dat het Romeinse rijk langzaam maar zeker economisch en cultureel in elkaar klapte.

Het begon al toe de Hunnen vanuit hun Aziatische steppen naar het Westen trokken en alle Germaanse stammen tussen de Wolga en Rijn in rep en roer brachten. Die trokken op hun beurt naar het Romeinse rijk. Kregen zij geen toestemming om het rijk binnen te trekken, dan kwamen zij toch, in de hoop dat zij het later op een akkoordje konden gooien met de keizer. En het ging hier niet om kleine groepen soldaten, maar om complete volksstammen die vanaf 376 met hun hele hebben en houden de Rijn en de Donau overstaken.

In 408 legde een zelf ook christen geworden Germaanse koning, Alaric, het beleg rond Rome. Er ontstond grote paniek onder de geschatte 800.000 inwoners, er werd zelfs overlegd om de heidense rituelen weer op te pakken in de hoop dat dat zou helpen om de aanval af te slaan. Uiteindelijke kostte het de stad zo’n beetje alles wat er aan goud, zilver, dure kleding, kruiden etc. aanwezig was.

Alaric trok zich terug maar kwam nog twee keer terug. In 409-410 werd Rome volledig geplunderd. West-Europa verviel in de eeuwen daarna tot een primitieve samenleving. Onderscheidde de Romeinse elite zich vooral door haar geletterdheid, na de overwinning van het christendom was het al gauw behendigheid met de wapenen die heren en horigen van elkaar scheidde. Lezen en schrijven werden het voorrecht van de geestelijkheid.  Van dat utopische rijk der Liefde is helaas nooit iets te zien geweest.




Libben, libben, libben, Piter Wilkens  


maandag 9 juli 2018

De Godhelm

De Godhelm


In een experiment aan de Universiteit van Amsterdam werd door Michiel van Elk e.a. een onderzoek gedaan met de Godhelm. Die Godhelm was in onderzoeken elders, door ene Persinger al wel eens voorzien van allerlei elektronica die de temporaalkwab in de hersenen kon stimuleren en je mystieke ervaringen kon bezorgen. 
Bij deze Godhelm van van Elk was de elektronica allemaal nep, terwijl de proefpersonen wel te horen kregen welke geweldige ervaringen ze konden verwachten en een videootje over de mogelijke effecten kregen te zien. Ze droegen de helm 20 minuten lang, werden geblinddoekt en kregen ruis te horen in hun koptelefoon. ("Extase" van Michiel van Elk 2017)
Een flink aantal was kennelijk nogal teleurgesteld over het gebrek aan mystiek dat ze ontvingen maar anderen hadden een buitenlichamelijke ervaring, zagen Jezus, hoorden engelen die hen een speciale boodschap gaven, zelfs genezing werd gerapporteerd.
Het is duidelijk dat ons brein als de omstandigheden daarvoor aanwezig zijn aan diep in ons gelegen verlangens en behoeften een invulling kan geven. Het lijkt mij dat ook dingen die ons sterk bezighouden of waar we krachtig tegen vechten zich zo in een mystieke ervaring kunnen manifesteren. Zoals Paulus bijv. die hard optrad tegen die Yeshua-sekte en toen in een visioen door die Jezus/Yeshua bestraffend werd aangesproken.
Serieuze gelovigen, met name Evangelische kinderen van god hebben ook meestal een moment of anders een periode meegemaakt waarin ze zich bewust werden van wie Jezus voor hen was, degene die hen oneindig en onvoorwaardelijk liefheeft, zich voor hen overgaf en bij wie ze absoluut veilig kunnen zijn. Iemand die je kent en aanvaart zoals je bent, die het je verzekert: “Je bent een geliefd kind van God”   Ik kan me de kippenvelmomenten ook nog wel herinneren waarin ik overspoeld werd door de liefde van God en de armen van zijn Zoon om me voelde. Voor veel gelovigen was dit het moment waarop ze Jezus in hun hart vroegen, een benadering die in de Billy Graham campagnes vrijwel standaard was.

Billy Graham

Onder meer in de zomer van 1954 sprak hij in het afgeladen Olympisch Stadion in Amsterdam 60.000 mensen toe. Het jaar erop, op 30 juni 1955, volgde een optreden in een net zo druk bezocht Feyenoordstadion.

Tijdens deze bijeenkomsten werden mensen uitgenodigd om naar voren te komen en zich aan Jezus over te geven. Als je niet even perfect was als hij, was je een zondaar en moest je “tot Hem komen” en “Hem in je hart toelaten” om vergeving van je zonden en een nieuw leven te ontvangen.


Voor vele duizenden waren dit leven veranderende momenten: het ervaren van Jezus, terwijl het massale koor het zong:
Just as I am without one plea,
But that Thy blood was shed for me.
And that Thou bidst me come to Thee.
O lamb of God, I come, I come
Just as I am and waiting not
to rid my soul of one dark blot
To Thee Whose blood can cleanse each spot.
O Lamb of God, I come, I come.
Just as I am, though tossed about
With many a conflict, many a doubt,
with fears within and foes without,
O Lamb of God, I come, I come.

Just as I am, Thou wilt receive,
Wilt welcome, pardon, cleanse, relieve;
Because Thy promise I believe,
O Lamb of God, I come, I come

Jezus als Godhelm

Die ervaring werkt als een Godhelm.  Als mensen “Jezus in hun hart vragen” is er immers geen Jezus voor handen om in dat hart te komen, maar het effect kan wel radicaal zijn.
Het enige dat voor zo’n ervaring  nodig is, is dat er een soort “Jezus-concept” bestaat en dat concept kan je vanuit je achtergrond, een bevlogen redenaar of andersoortige omstandigheden aangereikt worden. Een concept dat zo krachtig appelleert aan een verlangen naar acceptatie en behoefte om geliefd te zijn, dat ons brein zich al snel gewonnen kan geven en fictie als feit gaat beleven. Graham was er een meester in om de harten (lees breinen) van mensen hiervoor open te doen staan.
De emotionele kant van ons brein kan zo’n ervaring heel goed en onbewust in scene zetten. Daarvoor hoeft er geen Jezus op de ene of andere manier aanwezig te zijn om in je hart te kunnen komen.
“Jezus, (het lam van God)” kwam ooit ook in mijn hart en heeft me zeker 25 jaar voortgedreven en het heeft me nog vele jaren gekost om van die “aanwezigheid” echt bevrijd te worden.
 Zou het ook uitmaken of er ooit wel een Jezus heeft geleefd?

Het Yeshua-concept zonder historische Jezus


Paulus is degene geweest die het Jezus-concept rond het Middellandse Zee gebied aan de man heeft weten te brengen. Maar Paulus zelf wist bijzonder weinig van Jezus. In zijn brieven  kom je geen enkele verwijzing tegen  naar gebeurtenissen of uitspraken van Jezus op een paar na, namelijk die waarop het Jezus-concept werd gebaseerd: Jezus was de Zoon van God. Hij stelde een rituele maaltijd in, werd gekruisigd en stond weer op tot onze redding’
De eerste Jezus-gelovigen moeten geloofd hebben dat Jezus de rituele tempeloffers overbodig had gemaakt. Een enorme belediging voor de Joodse clerici, die de sekteleden rond Jezus hard vervolgden. Paulus was een van de vervolgers en uiteraard buitengewoon gefocust op deze persoon. Deze “Jezus persoon” moet constant door het hoofd van Paulus gespeeld hebben en in zijn dromen en nachtmerries gaan rondspoken. Geen wonder dat hij ineens een “Jezus-ervaring” had en van vervolger de belangrijkste stichter van het Christendom werd.
Paulus krijgt het revolutionaire idee dat de offers die men in het Jodendom bracht ter verzoening van zonden nu vervangend gebracht waren door Jezus, die zich als brandoffer had laten doden. Hij was alleen sterker geweest dan de dood en weer opgestaan en door Hem kon nu iedereen met God verzoend worden.
Paulus leek echter van de woorden en daden van Jezus weinig af te weten. Toch had hij aan de voeten van de bekende Joodse leraar Gamaliël in Jeruzalem zijn religieuze training ontvangen. Dat moet voor 51 AD geweest zijn toen Gamaliël stierf. Jezus zou in 33 AD gekruisigd zijn. Dan had hij toch wel meer van en over hem gehoord moeten hebben....
Zou er wel ooit een Jezus geleefd hebben???
In 2015 kwam het boek uit van Ds. Edward van der Kaaij : De ongemakkelijke waarheid van het Christom. “De echte Jezus onthuld”
Die “Echte Jezus”, betoogde hij, had nooit bestaan, in navolging van schrijvers zoals Timothy Freke & Peter Gandy met “The Jesus Mysteries”  
Jezus heette in de Joodse context “Yeshua” (Jozua), de verlosser die het Joodse volk het beloofde land had binnengebracht, een naam die sterk verbonden was met de krachtige  Messias-verwachting die in die tijd in Israël heerste. Daarnaast heersten er in de omringende culturen allerlei overtuigingen over Goden die uit maagden geboren zonen hadden, gestorven waren en weer opgestaan, een rituele maaltijd hadden ingesteld, bloed vergoten hadden ter verlossing. Historici en godsdienstwetenschappers verwijzen dan naar goden zoals Mithras, Bel, Horus, Krishna, Attis, Dionysus, Persephone.  En uit vroege kerkvaders zoals Justin Martyr en Tertullianus weten we dat ze zich bewust waren van de aanwezigheid van dit soort concepten en bijbehorende religieuze verering en dit beschouwden als door de duivel geïnspireerde kopiëring van de christelijke boodschap. Met name Mithras wordt dan genoemd, maar hij werd al vereerd ver voor het ontstaan van het christendom.
Zou het kunnen  zijn dat de beginnende kerk het ook alleen maar met een “Yeshua-concept” heeft moeten doen? En dat Paulus dit tot een religievormende formule heeft weten om te bouwen?
Van der Kaaij werd in 2015 door zijn PKN kerk in Nijkerk uit het ambt gezet, maar is nu weer aangenomen als predikant in het Belgische Aardenburg. Het gaat er niet om of Christus ooit op aarde geleefd heeft, zegt hij, maar dat je ontdekt “dat Christus in jezelf bestaat”
Zo komen Billy Graham en een ongelovige predikant en Paulus toch nog uit op hetzelfde resultaat: “Christus in U”  (Galaten 2:20 en Romeinen 8:10)!!!
Gelovigen in de eerste eeuw hebben aan dit eenvoudige concept alleen gewoon niet genoeg gehad en er ontstond behoefte aan een meer concrete Jezus. Zo ontstonden de evangeliën die vele jaren later geschreven werden en gevuld met legendarische verhalen en concepten uit de omringende mythologieën.
Maakt het uit of Hij (ontdaan van zijn mythologische omkleding) ooit op aarde heeft rondgewandeld? Eigenlijk helemaal niet en toch... het blijft me intrigeren....

Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!

zaterdag 2 december 2017

Verduisterend Licht


Het Licht der wereld dat duisternis bracht.


Wie in de jaren 60 en 70 wel eens in L’Abri (Zwitserland) kwam of anderzijds onder het gepassioneerde gehoor verbleef van Francis Schaeffer, begreep dat het met de wereld alleen maar goed kon gaan als ze geregeerd werd vanuit een “Christelijke consensus”. Dat het met de Verenigde Staten in de 20st eeuw helemaal mis ging was hieraan te wijten. Ook al waren de “founding fathers” niet allemaal christenen geweest, ze hadden een christelijke consensus ondersteund en dat gaat nu teloor. Dit verklaart ook de grote steun onder kinderen van god in Amerika voor de vrij goddeloze Trump.

"Toen er nog een Judeo-Christelijke consensus was, was er een basis voor de wet. Maar nu hebben we een willekeurige sociologische wetgeving. Een wetgeving dus die gebaseerd is op het denken van de maatschappij op een bepaald moment in de geschiedenis. Zo’n wetgeving kan zelfs de wil en de morele overtuiging van de meerderheid overschrijven. Zo’n verandering kan alles veranderen, ook wie mag leven en wie moet sterven."


Full speech:   https://www.youtube.com/watch?v=1VWGBkmdPOE

In de vierde eeuw was het dan zover, de christelijke consensus brak door, toen de keizers uiteindelijk voor het christendom kozen. Het Licht der wereld brak door ... en de wereld werd in steeds grotere duisternis gehuld..... De informatie in deze blog komt voor een groot deel uit "Eeuwen van duisternis", een ontluisterende reflectie op de doorbraak van het Christendom van de hand van Catharine Nixey. 


Constantijn de Grootte

Verschillende machthebbers vochten over Rome. Maxentius had de macht daar en Constantijn zocht hem te verdrijven. Volgens de kerkhistoricus Eusebius van Caesarea, die het van de keizer zelf gehoord zou hebben, had Constantijn aan de hemel een kruis gezien en daarbij de boodschap ”in dit teken, zult u overwinnen “. In een ander verhaal wordt verteld dat hij een droom had waarin hem werd verteld het teken van Christus op de schilden van de soldaten af te laten beelden. Dit is waarschijnlijk het Chi-Rho teken geweest, de eerste twee letters van het Griekse woord voor Christus (XR). Zo versloeg Constantijn Maxentius dus en kon triomfantelijk Rome binnentrekken. Eén van zijn eerste daden was om godsdienstvrijheid af te kondigen voor iedereen. Wel is duidelijk dat de christelijke geestelijken al snel bevoordeeld werden, vrijgesteld van belastingen, voorzien van geld voor het bouwen van kerken, het uitvoeren van liefdadigheidsprojecten etc.

Christendom werd staatsgodsdienst

De keizers moesten ook wel kiezen tussen de steeds verder opdringende nieuwe religies. Het Mithraïsme werd in 307 onder keizer Diocletianus nog tot staatsgodsdienst verheven, maar in 313 koos Constantijn de Grootte dus voor het christendom en riep vrijheid van godsdienst uit. Zo’n 48 jaar later wilde keizer Julianus daar weer vanaf en terugkeren tot de oude Romeins-Griekse cultus. Daarvoor was het toen te laat en volgende keizers hebben het dan ook maar op het christendom gehouden. Het werd in 380 AD door keizer Theodosius I zelfs tot staatsgodsdienst verheven.


De geloofsbelijdenis van Nicea

Rust in het rijk was een belangrijk streven voor de keizers en de verdeeldheid en het getwist onder christenen was Constantijn een doorn in het oog. Hij sleepte zoveel mogelijk bisschoppen vanuit het hele rijk bij elkaar en liet ze niet gaan tot ze een document van éénheid hadden opgesteld en ondertekend: De geloofsbelijdenis van Nicea (AD 325). Hij werd in AD 381 nog wat aangepast in Constantinopel en luidde dan als volgt (protestantse versie):


Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde Wezen met de Vader; door Wie alle dingen gemaakt zijn.
Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En een heilige, algemene en apostolische kerk.
Ik belijd een doop tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.


Amen.


Ware kinderen van god zullen hier veel in missen. Jezus die niet alleen voor ons, maar in onze plaats stierf om als schuldoffer de straffende Vader met ons te kunnen laten verzoenen. En de Heilige Geest die in je wil wonen om je van binnenuit meer op Christus te kunnen laten lijken. De geloofsbelijdenis sloot ook grote groepen uit, met name de volgelingen van Arius die Jezus niet helemaal dezelfde status toekenden als de Vader. Ze waren erg sterk in het oostelijke rijk, maar ook bij de Germaanse Goten, die door de Ariaanse Wulfilla tot geloof waren gebracht. Een ander belangrijk geschilpunt was de dag waarop Pasen werd gevierd. Constantijn droof de Westerse datum door en wilde niet aansluiten bij het Joodse Pascha, het feest van een volk dat in zijn woorden

“Hun handen hadden bevuild met een verschrikkelijke misdaad [het doden van Jezus]. Dit soort mensen zijn, zoals je wel kunt bevroeden, blind”


Het kruis dat duisternis bracht.

Vanaf het moment dat de Christelijke consensus z’n intrede deed ging het bergafwaarts met de Romeinse wereld. Oud cultureel erfgoed werd vernietigd, zoals ISIS dat deed met Boeddhistische, Soefistische en Christelijke monumenten. Wetenschappelijke vooruitgang kwam tot stilstand. Vrijheid van godsdienst werd steeds verder ingeperkt. Corruptie nam toe naar mate steeds meer wereldlijke macht in de handen kwam van de geestelijkheid.


In liefdadigheid verpakte evangelisatie.

In het begin was het Christendom nog steeds geen meerderheidsgodsdienst, maar christenen hadden nu wel de vrije hand om hun geloof uit te dragen. Een probaat middel daarbij, dat je nu ook volop in gebruik ziet is het aanbieden van sociale hulp, projecten voor armen, hongerigen, opvanghuizen voor kindertjes in arme landen, hulp na aardbevingen, tsunami’s, overstromingen..
Door dit te doen, toon je Christus (in jou) aan de wereld. Woorden zijn dan niet eens meer nodig, nou ja, mocht God je de kans daartoe geven dan maak je daar natuurlijk wel gebruik van....
In de Romeinse wereld zag je iets dergelijks gebeuren. Alexandrië, bijv., lag aan een kruispunt van handelsroutes en toen het getroffen werd door de pest lagen de straten bezaaid met lijken. Jonge christenen meldden zich aan om deze lijken met gevaar voor hun eigen leven weg te dragen en zo de maatschappij te dienen. Ze werden “parabalani” genoemd (de roekelozen) en aan het begin van de vijfde eeuw waren er al zo’n 800 lid van de parabalani, een leger van jonge mannen die zich wijden aan de dienst van God. Dit soort liefdadige legers zouden spoedig getransformeerd worden in vernielende bendes.


Verwoesting van cultureel erfgoed.

Heidense tempels riepen al gauw de woede van fanatieke gelovigen op. En de parabalani-achtige groepen konden mooi ingezet worden om hier iets aan te doen. Fraaier dan het Parthenon boven Athene en het Colosseum in Rome moet de tempel van Serapis in Egypte geweest zijn.
Hij is in 392 door een bisschop, met de hulp van een bende fanatieke christenen, met de grond gelijkgemaakt. (EVD p. 204)
Aangemoedigd door de keizers werden de tempels leeggehaald en vernield. Vooral de verwoestingen in Syrië waren kennelijk barbaars. Syrische monniken – onbevreesd, ontheemd, fanatiek – werden berucht om de felheid en het geweld waarmee ze tempels, beelden en monumenten, en naar het schijnt zelfs priesters die weerstand boden, aanvielen.
In 529, het jaar waarin de sfeer in Athene begon te verslechteren, sloopte Benedictus het heiligdom van Apollo in Monte Cassino.
Een paar jaar later gaf keizer Justinianus opdracht om de fries van de prachtige tempel van Isis in het Egyptische Philae te vernietigen. Een christelijke generaal en zijn troepen sloegen vervolgens inderdaad systematisch de gezichten en de handen van de duivelse beeltenissen af. De fries in Philae is nog steeds te bezichtigen – veel is nog intact, maar veel van de uitgehakte figuren missen hun gezicht en hun handen. (EVD 503)


Wetenschappelijke vooruitgang gestremd.

In die beroemde tempel van Serapis was een openbare bibliotheek ingericht met waarschijnlijk wel 500.000 klassieke boeken (EVD  p. 299). Die werden vrijwel allemaal mee vernietigd. De kennis van klassieke filosofen en wetenschappers werd als waardeloos of tweederangs geacht. Theologie werd de basis voor alle wetenschap en de bijbel de bron van ware kennis. Tertullianus zei het al zo:


"Wat heeft Athene met Jeruzalem gemeen, of de Academie met de Kerk? Wij hebben geen behoefte aan nieuwsgierigheid sinds Jezus Christus noch aan onderzoek sinds het Evangelie."

Hoewel het (neo)-platonisme nog een beetje bleef bestaan omdat sommige kerkvaders Plato hadden gezien bijna als een christen die al voor Christus had geleefd, werden veel van de in de heidense Griekse wereld al aanwezige ideeën niet verder uitgewerkt, denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid dat de aarde om de zon draaide of het bestaan van atomen. Wat betreft de mannen van de klassieke Griekse literatuur raadt Basilius jongeren aan om

‘niet voor eens en altijd het roer van hun geest over te dragen aan die [klassieke] mannen […] en hen overal heen te volgen; maar alleen datgene van hen aan te nemen wat nuttig is en te weten wat hoort te worden overgeslagen’. (EVD 320)

Keizer Justianus de Grootte vaardigde in 526 een wet uit waarin o.a. het volgende stond:


‘Bovendien verbieden we het onderricht in enige doctrine door degenen die werken onder de waanzin van het heidendom, zodat zij geen kans krijgen om de ziel van hun leerlingen te bezoedelen’

Dit leidde al spoedig tot de sluiting van de befaamde klassieke Academie van Athene, ooit in 387 v. Chr. door Plato opgericht.

Bij de ketterse Nestorianen en later de Moslims werd nog veel van die literatuur bewaard en bijvoorbeeld in het Arabisch vertaald. De moslims bleven wel aan de ideeën verder werken. Via hen kon er tijdens de Renaissance ook weer literatuur en de bijbehorende kennis terugvloeien naar de christelijke wereld.

Kinderen van god geloven graag dat het Christendom de bron is van al onze wetenschappelijke vooruitgang en zien de massale ongelovigheid van moderne wetenschappers als een zeer ondankbare houding. De ontwikkeling in het Christendom heeft zeker een rol gespeeld. Toen, te beginnen met de Renaissance, het Humanisme en de Reformatie, mensen weer de vrijheid kregen zelf een mening te hebben en die te uiten, kregen we in eerste instantie een hele reeks religieuze groepen en groepjes, elk met hun eigen waarheid, maar uiteindelijk ook intellectuele verlichting en de vrijheid om ongehinderd door religieuze beperkingen wetenschappelijk onderzoek te doen.


Beperking van godsdienstvrijheid.

Toen het Christendom de heersende godsdienst werd in het Romeinse rijk, begon ook de onderwerping van andere stromingen. Niet anders dan wat je nu ziet in landen waar de Islam of zelfs het Boeddhisme de touwtjes strak in handen heeft. Andersgelovigen werden gedwongen hun boeken te verbranden, hun gewijde gebouwen werden vernield, ze waren hun leven vaak niet veilig.
In 391 nam de streng christelijke keizer Theodosius een geduchte wet aan.

‘Niemand zal het recht hebben offers te brengen, niemand mag naar een tempel gaan, niemand mag een heiligdom vereren.’
 

De moord op Hypathia is een aan de kerkelijke census ontsnapt zeer waarschijnlijk waargebeurd verhaal. Hypathia was een zeer bekende en gewaardeerde (maar niet Christelijke) filosofe en wiskundige in Alexandrië.
Op een dag in maart 415 vertrok Hypatia van huis voor haar dagelijkse ritje door de stad. Plotseling werd haar de weg versperd door een ‘menigte volgelingen van God’. Ze gelastten haar uit haar wagen te stappen. ....
Zodra ze op straat stond, drongen de parabalani, onder leiding van een kerkelijk magistraat genaamd Petrus – ‘een in alle opzichten ware gelovige in Jezus Christus’ – om haar heen en grepen ‘de niet-christelijke vrouw’. Vervolgens sleepten ze de grootste levende wiskundige van Alexandrië door de straten naar een kerk. Eenmaal binnen rukten ze haar de kleren van het lijf en daarna reten ze met scherpgekante afgebroken stukken aardewerk haar huid aan flarden. Volgens sommigen staken ze haar ogen uit toen ze nog naar adem snakte. Toen ze dood was, scheurden ze haar lichaam aan stukken, smeten wat er over was van het ‘prachtige kind der rede’ op een brandstapel en verbrandden haar.
(EVD p 316).


Wereldse macht in handen van de geestelijkheid.

Bisschoppen en andere geestelijken werd steeds meer macht toegedeeld. Het christelijke geloof werd niet meer alleen verkondigd, maar erin geramd. Daarover een volgende keer.

vrijdag 20 oktober 2017

Het bloed der martelaren. Zaad of onkruidzaad?



Het bloed der martelaren als zaad van de kerk.

Kinderen van god zien de eerste eeuwen van het Christendom als een glorieuze tijd waarin God zijn kerk in  de gehele toenmalige wereld tot bloei bracht en wat hen heel erg aanspreekt is de bereidheid van de eerste christenen  om voor hun geloof gemarteld te worden en te sterven. De bekende Noord-Afrikaanse kerkvader Tertullianus (160-220 AD),  zei ooit: "Semen est sanguis Christianorum", "zaad is het bloed der Christenen”. Dit werd later meestal weergegeven als  “het bloed der martelaren is het zaad der kerk”. 

Dit kon erop neerkomen dat gelovigen soms het martelaarschap zochten.
 

Ignatius van Antiochië


Ignatius van Antiochië (geboren tussen 35 en 50 na Christus - gestorven tussen 110 en 117)[doet het volgende appèl aan de gemeente van Rome: 
„Ik schrijf alle gemeenten en druk alle op het hart dat ik graag voor God sterf. Als u het mij maar niet verhindert. Ik vermaan u: laat uw welwillendheid mij niet ongelegen komen. Laat me toch voedsel zijn voor de dieren. Daardoor kan ik tot God komen. Ik ben de tarwe van God en door de tanden van de dieren word ik gemalen opdat ik zuiver brood van Christus zal blijken te zijn. Ja hitst de dieren op dat ze mijn graf worden en niets van mijn lichaam overlaten.”
Bron: https://www.trouw.nl/home/de-hemelse-beloning~af6e7e82/

De eerder genoemde kerkvader Tertullianus vertelt in zijn geschrift ’Ad Scapulam’ over de Romeinse gouverneur Arrius Antoninus, die aan het eind van de tweede eeuw in Klein-Azië ook christenen vervolgde. Hij ontdekte tot zijn verbijstering en ergernis dat het niet werkte. De christenen kwamen ongevraagd naar hem toe en vroegen zijn gunst om ook gedood te mogen worden. Halverwege dit onbegonnen werk riep hij vertwijfeld tegen de overigen : 
„Dwazen, hebben jullie geen rotspunten (om vanaf te springen) en stroppen (om je mee op te knopen)?”

Kinderen van god vergeten weleens dat dit soort vervolgingen allerlei groepen raakte, de Manicheïsten bijvoorbeeld, werden vaak minstens even heftig vervolgd en het is duidelijk heel normaal dat een beperkte vorm van achterstelling en discriminatie nogal eens positief uitwerkt op de moraal van de desbetreffende groepering.

Onkruidzaad


Digibron, kenniscentrum van de gereformeerde gezindte, geeft dat ook ruimhartig toe:
“Men voelt zich door de maatschappij misdeeld en dat leidt ertoe dat de rijen gesloten worden. Die achterstelling heeft een solidariserend effect op de eigen kring. Men gaat zich strijdbaar opstellen tegen de boze buitenwereld.
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, zo luidt een bekende passage uit het Lutherlied. Dat is zeker waar. Laten we echter niet vergeten dat het bijgeloof ook taai is. Lang niet alles wat standhoudt in verdrukking en vervolging is het ware werk van God. Het bloed der martelaren is inderdaad een zaad. Maar vaak is het helaas onkruidzaad.”

Polycarpus


Polycarpus was 86 toen hij stierf ergens in de periode 155-160 AD. Hij moet dus laat in de eerste eeuw geboren zijn. Zijn naam betekent zoiets als iemand die “veel vrucht” draagt. Hij was de geestelijk leider (de bisschop) in Smyrna (nu Izmir ), Turkije. Toen er weer een vervolging uitbrak, vluchtte hij naar een boerderij, waar hij tijdens een soort coma onder zijn hoofd een kussen zag dat in brand stond. Hij wist het toen al, “ik word levend verbrand”
Dan wordt hij gedwongen verder te vluchten naar een andere boerderij, maar één van de slaven in de vorige boerderij verraadt onder marteling het nieuwe vluchtadres.
Als de soldaten hem gevonden hebben, biedt hij hen voedsel aan en vraagt om een tijd van gebed. Hij mag twee uur lang bidden en iedereen is vol bewondering voor die oude man.
Maar hij ontkomt niet aan de gevangenschap en wordt op een ezel gezeten de stad in gereden. Daar wordt hij door Herodus (de politiecommandant) overgebracht naar zijn rijtuig. Herodus gaat naast hem zitten en probeert hem te overreden. “Wat is er nou op tegen om Caesar heer te noemen en een offer te brengen (aan de goden). !”
Dat doet Polycarpus dus mooi niet en hij wordt dan ook de arena ingeleid om publiekelijk verhoord te worden. Ook daar wordt er geprobeerd om hem om te praten. Hij moet bijvoorbeeld zeggen ”Weg met de atheïsten”. (De Romeinen beschouwden de christenen ook als atheïsten). Polycarpus zwijgt eerst, maar heeft er dan geen problemen mee om dat te zeggen. Zweren bij de Keizer en Jezus verloochenen, nee dat gaat hij niet doen.
Hij maakt best indruk op veel mensen, maar anderen en met name de verzamelde Joden zorgen ervoor dat hij toch veroordeeld wordt. Er kon zo gauw geen leeuw gevonden worden, dus moest hij maar op de brandstapel.
Eigenlijk wilden ze hem vastspijkeren, maar hij kon hen overhalen om dat maar niet te doen, want, zo zei hij, hij zou toch door de hulp van zijn God niet willen proberen om weg te lopen. Hij wordt dan alleen maar aan de houten constructie vastgebonden.

Het vuur kan hem alleen niet verteren. Getuigen zagen de vlammen als een muur om hem heen slaan en er was geen geur van brandend vlees maar wel die van geurige wierook en kruiden. En de kleur van zijn huid was als van gebakken brood en als dat van goud en zilver dat in het vuur wordt gelouterd.
Uiteindelijk moet hij dan met een dolk om het leven gebracht worden en breekt er onenigheid uit over wat er met het lichaam moet gebeuren. Vooral de Joden zijn bang dat er weer een nieuwe Jezus gaat ontstaan en dringen aan op verbranding. Dat gebeurt dan ook.

De oudste kopieën van dit verhaal stammen uit de tiende eeuw en het is duidelijk dat het keer op keer verfraaid, gekopieerd en met anderen gedeeld werd. Het sociale medium uit die tijd!
Zelfs kinderen van god zullen hun twijfels hebben bij de wonderbaarlijke facetten van dit verhaal, de nadruk op de slechte kant van Joden en de geforceerde vergelijking met de lijdensweg van Jezus (met een ezel de stad in, Herodus, het zwijgen etc.), terwijl ze de onmogelijke wonderen uit de evangeliën als zoete broodjes slikken....

Perpetua en Felicitas


Een ander verhaal dat uit de derde eeuw is overgebleven gaat over Perpetua en haar slavin Felicitas, woonachtig nabij Carthago (in Tunesië). In 202 had keizer Septimius Severus een bevel uitgevoerd dat ook christenen en joden verbood hun godsdienst aan te hangen.
Daarop werd de gelovige Perpetua met haar hoogzwangere slavin en vijf anderen om hun geloof gevangen gezet en veroordeeld om voor de dieren gegooid te worden. In de gevangenis krijgt Perpetua een aantal dromen. In één ervan ziet ze zichzelf een ladder beklimmen, tot ze bij een vredig groen landschap komt waar schapen weiden: dat is voor haar de voorafspiegeling van haar marteldood.



“Ik zag een bronzen ladder, fantastisch groot, die tot aan de hemel reikte. Hij was zo smal dat er maar één per keer op omhoog kon gaan. En aan de rand van de ladder waren allerlei ijzeren voorwerpen bevestigd: zwaarden, speren, messen. En wie omhoog zou gaan zonder op te letten en vooruit te kijken, zou opengereten worden en zijn vlees zou aan het ijzer blijven kleven. En aan de voet van de ladder lag een slang, enorm groot, klaar om wie naar boven wilde gaan af te schrikken. ..”
Perpetua is niet bang en vertrouwd op Jezus.

“En vanonder de ladder stak de slang zijn kop naar voren zodat ik op zijn kop ging staan toen ik op de eerste trede wilde stappen. En ik ging verder omhoog en zag een heel grote tuin en in het midden zat een lange witharige man, in herderskleren, bezig met het melken van zijn schapen. En erom heen stonden duizenden in witte kleding. En hij keek, zag me en zei: Welkom, kind. En hij riep me en gaf me (ongerijpte) kaas van de melk. Ik nam het aan met beide handen en at het op. En iedereen die er omheen stond, zei Amen."
Dan wordt ze wakker en weet ze dat ze naar de hemel zal gaan en de marteldood haar wacht.

https://www.youtube.com/watch?=qs6Gln2ocb0&list=PLCD1997621989CFF8

In een andere droom ziet ze haar broertje  Dinocrates die op zevenjarige leeftijd aan een vreselijke ziekte was overleden samen met anderen, vies en heet en dorstig. Hij was duidelijk in de hel en er was een kloof tussen hem en haar. Bij hem was er wel een fontein met water, maar die was zo hoog dat hij er niet bij kon om eruit te drinken.
Ze weet dan dat het niet goed met hem is en neemt zich voor om voor hem te bidden en hem zo nog te redden.
En ja hoor in een volgende droom ziet ze hoe de fontein ineens gekrompen is en hoe Dinocrates daaruit drinkt en met andere kinderen gaat spelen.

In haar laatste droom ziet ze hoe ze van haar kleren wordt ontdaan en een man wordt die moet vechten tegen een enorme reus, een Egyptenaar. Ze verslaat de reus en wordt dan met de overwinnaarstak geëerd.
Haar zelfgeschreven journaal eindigt op de dag voor haar dood. De rest van het verhaal wordt door iemand anders afgemaakt.

In het amfitheater worden zij en haar slavin aan een wilde koe overgeleverd. Die takelt Perpetua lelijk toe maar weet haar niet te vermoorden. Ze heeft nog tijd tijdens dit alles om haar gescheurde jurk bij elkaar te pinnen en haar haar te schikken zodat ze er netjes en zedig uit blijft zien. Uiteindelijk moet een soldaat haar doden, maar die is nieuw en onervaren en slaagt er niet in. Dan neemt ze zelf het zwaard ter hand en helpt de soldaat haar de nekslag te geven.
Evangelische kinderen van God vinden dit een mooi verhaal en je ziet het dan ook in de evangelische promoties  terugkomen. Altijd aangepast aan de moderne evangelische smaak, zonder bijvoorbeeld de verwijzing naar de hel (of het vagevuur) waar je iemand door te bidden uit zou kunnen bevrijden. Wat mij ook opvalt is dat het hebben van slaven ook bij christenen gewoon is gebleven. Vaak wordt dan bijv. "slavin" vervangen door "dienstmeisje" en ligt de nadruk op hoe trouw ze waren en hoe fijn ze het samen hadden met hun meesters.
Deskundigen lijken het erover eens te zijn dat die vervolgingen toch redelijk beperkt waren en zeker niet alleen de christenen raakten. De eenheid van het romeinse rijk stond op het spel en het vasthouden aan verbindende rituelen, zoals het zweren bij de keizer, was daarbij van groot belang. Je ziet iets dergelijks in de Verenigde Staten, waar je bij het spelen van het volkslied hoort te staan met de hand op je hart. Toen de Amerikaanse Footballspeler Colin Kaepernick (28), die gewoonte doorbrak en ging knielen in protest tegen het nog steeds bestaande racisme in de VS, kreeg hij best veel volgelingen, maar werd tegelijkertijd verketterd door veel Amerikanen onder aanvoering van hun “Keizer”, Donald Trump.
De keizers lieten het overigens meestal over aan de lokale gouverneurs hoe er met afvallig gedrag omgegaan moest worden en vooral mensen die achteraf nog wel bereid waren om bij de keizer te zweren en een offer te brengen aan de Romeinse goden, kwamen er licht af. Dat gebeurde dan ook vaak ondanks de verhalen over standvastigheid in de evangelische wereld. Hier is nog een stukje uit een brief van Plinius de Jongere aan de keizer. Plinius is er een beetje mee aan:

Vooralsnog heb ik met mensen die bij mij als Christenen werden aangegeven de volgende procedure gevolgd. Ik heb ze de vraag gesteld of ze Christenen waren. Wie dat toegaf heb ik dat een tweede en derde maal gevraagd, met het dreigement van de doodstraf. Wie dan nog volhield heb ik laten afvoeren. Ik twijfelde er niet aan dat, los van de inhoud van hun bekentenis, minstens hun dwarsheid en onbuigzame koppigheid gestraft moest worden. Anderen die dezelfde waanzin aanhingen heb ik, omdat ze Romeinse burgers waren, op een lijst laten zetten voor transport naar Rome.

Juist door dit optreden breidden de aanklachten zich weldra uit en deden zich in verschillende vormen voor. Er werd een anonieme beschuldiging ingediend, met daarin de namen van velen. Mensen die ontkenden dat ze Christen waren (of geweest waren) heb ik gebedsformules laten nazeggen, en aan uw beeltenis, die ik voor dit doel bij de godenbeelden had doen zetten, wierook en wijn laten offeren, en bovendien Christus laten vervloeken. Dit zijn allemaal dingen waar men echte Christenen nooit toe kan dwingen, naar men zegt. Deze mensen heb ik daarom gemeend te moeten laten gaan.

Anderen die door aangevers waren genoemd zeiden eerst dat ze Christen waren en ontkenden het meteen weer. Ja, ze waren het wel geweest, maar ze waren ermee opgehouden, sommigen drie jaar terug, anderen nog langer geleden, een enkeling wel twintig jaar. Ook deze mensen heb ik allemaal uw beeltenis en de godenbeelden laten vereren en Christus vervloeken.
Plinius: Epistulae, X, 96-97

Apostaten

Het is duidelijk dat er naast heldhaftig volhouden, ook veel afval was. Die afvalligen leverden in tijden dat er geen vervolgingen waren enorme problemen en ruzies op. Konden ze zomaar terugkeren tot de moederkerk, welke voorwaarden moesten daar aan verbonden worden?
Er waren,  bijvoorbeeld, in de derde eeuw twee bisschoppen die zichzelf als de ware Paus zagen, Cornelius en Novatius. Novatius was volledig tegen het weer toelaten van afvalligen, maar Cornelius wilde daar de mogelijkheid wel toe open houden. De bisschop van Carthago, Cyprius, vond dat ze wel weer terug mochten keren maar niet zonder boetedoening.

Tertullianus schreef er al het volgende over:

Boetedoening is de discipline die iemand ertoe verplicht zich in het stof te buigen en zich te vernederen en een manier van leven aannemen die genade over zich uitroept. Hij zal zich in zak en as moeten kleden, zijn lichaam in vodden wikkelen en zijn ziel in droefheid storten. Zijn fouten zal hij corrigeren door zichzelf met hardheid te behandelen. Wat voedsel betreft zal hij het eenvoudigste voedsel eten en drinken voor het heil van zijn ziel en niet van zijn maag.
Hij zal door gebed zijn vasten voeden, dagen en nachten aaneen zal hij kreunen en wenen en jammeren tot de heer, zijn God. Hij zal zich voor de voeten van de priesters neerwerpen, op de knieën gaan voor Gods geliefden en hen smeken om het voor hem op te nemen.

Die boetedoening kon soms wel een leven lang duren. En pas daarna mocht je weer aan de eucharistie (het avondmaal) deelnemen.


Kinderen van god hebben het vandaag de dag gewoon te gemakkelijk. Zou er daarom dan te weinig zaad zijn om nog tot bloei te kunnen komen......

Eerdere berichten over de vroege kerk:





Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!


zaterdag 26 augustus 2017

Ie-wie-waai-weg: Mithras, Mani of Jezus?



Wat een gek(n)etter.

Christelijke “kinderen van god” zijn geneigd de groei van het christendom in de eerste vier eeuwen van onze jaartelling sterk te romantiseren. Er was wel eens wat onenigheid en er traden ketters op met een valse leer, maar mede door de vervolgingen en het lijden van de eerste gelovigen, groeide de kerk enorm. Zo wordt er dan gedacht. Maar in feite waren die “ketters” niet minder dan mensen met een andere interpretatie van de verhalen rond Jezus.



Personal Jesus: Johny Cash Song van de Britse band Depeche Mode uit 1989

Er was nog geen Nieuw Testament en het geloof werd gebaseerd op overleveringen waarin men wel vertrouwen had en verder bepaald door de afstand tot de joodse oorsprong van de Jezus-beweging. Dit leidde tot enorme verschillen, onderling getwist en vervloekingen. Kritische geluiden hierover uit die tijd werden uitgewist, nadat de keizers één bepaalde stroming (de katholieke) als verplichte staatsgodsdienst hadden uitgeroepen, maar we hebben nog een kleine blik op de werkelijkheid ervan doordat één van de kerkvaders, Origenes, citaten aanhaalde uit het werk van zo’n criticus. Het gaat om ene filosoof, Celsus genaamd, die in 178 AD o.a. over de christenen schreef dat..

“ze elkaar heel erg verachten. Ze spreken voortdurend laster over elkaar uit en kunnen maar niet tot enige overeenstemming komen over hun leer. Iedere groepering bepaalt de eigen leer en ze vullen hun hoofd met verraderlijke onzin...” (91)


Bron: “Celsus On the True Doctrine”, translated by R. Joseph Hoffman, Oxford University Press, 1987

Niet alleen was die nieuwe christelijke beweging erg versplinterd, ze had ook te maken met een aantal concurrerende andere nieuwe religies. Het was een periode waarin steeds meer mensen moeite kregen met het primitieve geloof in de vele historische goden (Zeus, Jupiter en hun consorten). Een gouden kans voor nieuwe, min of meer monotheïstische, religies. Naast het christendom zijn twee vooral belangrijk omdat ze vaak een even groot bereik hadden als de christelijke stroming. Het gaat dan om het Mithraïsme en het Manichaeïsme.



Mithraïsme

Het Mithraisme is een cultus die gevormd werd rond de god Mithra(s) en al in de Hindoe Rig-Veda uit 1500 voor Chr. genoemd werd. Hij is de god van de zon, d.w.z. een integere god die licht verspreidt. Via India en Perzië bereikt hij ook Rome en de Romeinse wereld.
Mithras die een stier doodt.
De legende over Mithras verhaalt dat hij een stier doodde en dat uit het bloed van dat dier het leven op aarde ontstond. De stier is symbool voor het kwade dat door Mithras werd overwonnen. Hij verrichtte zo een heilsdaad voor de mensheid, een daad van bevrijding en verlossing.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling maakte de Mithrascultus een enorme bloei door. Met name onder soldaten en handelaars was Mithras zeer populair. De cultus werd begunstigd door de soldatenkeizers (235-284) en in 307 onder keizer Diocletianus zelfs tot staatsgodsdienst verheven.


Basilica San Clemente (zie afbeelding). 

De Basilica is een van de minder opvallende historische gebouwen in Rome. Op straatniveau staat een 12e-eeuwse kerk, gewijd aan de vierde bisschop van Rome, Clemens Romanus. Ondanks enkele 15e-eeuwse fresco's en een 12e-eeuws apsis(=plek van de bisschop)mozaïek onderscheidt deze kerk zich niet van de honderden andere kerken die Rome rijk is. Maar achter in de kerk leidt een brede trap naar de gewelven van de basiliek, waar in 1857 een christelijke basilica uit de vierde eeuw werd ontdekt. De muren van deze zeer oude basilica werden benut als fundamenten voor de bovenliggende kerk. In 1938 werd een catacombe blootgelegd, daterend uit de vijfde of zesde eeuw, maar het meest intrigerend is de ontdekking van een uit de tweede eeuw daterend Mithrasheiligdom dat werd aangetroffen onder de vierde-eeuwse basilica.

En dan lezen we in een inscriptie die op één van de altaren van Mithras werd aangetroffen: "Gij hebt ons verlost door het vergieten van het eeuwige bloed." Mithras had de stier (= het kwade) immers overwonnen.

Hoe bekend moet deze uitspraak klinken in christelijke oren! 


Nog wel een bijzonderheid is dat naast dit heiligdom een woonhuis gevonden werd  dat toegeschreven wordt aan Titus Flavius Clemens die nog aan het einde van de eerste eeuw consul was. Hij werd zeer waarschijnlijk een Joodse proseliet en liet zich besnijden (besneed zichzelf!). De katholieke kerk geloofde liever dat hij christen was geworden en er wordt gezegd dat zijn huis gebruikt werd als schuilkerk. Hij werd door zijn neef en keizer Domitianus in 95 AD ter dood gebracht op beschuldiging van "atheïsme" (=afwijzen van de Romeinse goden).

Aan het begin van de vierde eeuw was niet het Christendom, maar het Mithraïsme de grootste godsdienst in het Romeinse rijk. 


Manichaeïsme


Oprichter was de Perzische profeet Mani (actief tussen 240 – 276)
Hij zag zichzelf als de Heilige Geest die Jezus in het evangelie van Johannes beloofde en baseerde zich verder op het evangelie van Thomas, waar Christus wordt gepresenteerd als de goede geneesheer.
Manichaeïsme verspreidde zich in de derde en vierde eeuw vanuit Perzië razendsnel over de Romeinse gewesten, sneller misschien wel dan het christendom.
Manichaean priests, writing at their desks.
8th or 9th century AD Manuscript from
Gaochang (Khocho), Tarim Basin, China.
De grote Augustinus hoorde bij deze groep voordat hij zich tot het Christendom bekeerde. Mani leerde dat er een conflict bestond tussen licht (God) en duisternis (Satan). De wereld en de ziel zijn het slagveld tussen deze twee machten. Natuurrampen werden gezien als een manifestatie van deze tweestrijd, maar ook ieder mens heeft te maken met deze spanning tussen licht en duisternis, tussen goed en het kwaad. Dat het mis ging na de schepping kwam niet door het zondigen van de mens maar door de aanval van de duivel op God.

Mani werd in het huidige Irak geboren en zijn ouders behoorden bij een Joods-christelijke baptisten sekte. Op zijn 12de en 24ste kreeg Mani visioenen, die hem er uiteindelijk toe brachten om met de ouderlijke sekte te breken en zijn eigen dualistische religie uit te werken. Hij probeerde aan te sluiten bij christelijke, zoroastristische en boeddhistische ideeën, maar zag deze ideeën zelf als onvolledig.

Manichaeïsm werd in Perzië zwaar onderdrukt en vele Manichaeanen werden afgeslacht. In 296 AD beval de Romeinse keizer Diocletianus dat alle Manichaeanen samen met hun boeken levend verbrand moesten worden, wat met velen ook gebeurde in Europa en Afrika. En zijn opvolger, Theodosius, beval de dood voor alle Manichaeaanse monniken in 382 AD. Ook Mani zelf moest zijn overtuiging net zoals Jezus van Nazareth met de dood bekopen.


Conclusie

Het was geenszins het geval dat aan het begin van de vierde eeuw het christendom de wereld had veroverd. Het aantal zeer verdeelde christenen in Rome in die tijd wordt op 10% geschat en er waren andere, krachtige, rivaliserende religies. De uiteindelijke overwinning kwam, zoals we nog zullen zien, doordat Keizer Constantijn uiteindelijk voor het Christendom koos en ook nog wel de katholieke variant.
Het is interessant te zien hoe in deze periode mensen afstand deden van de primitieve goden uit de Romeinse en Griekse mythologie en kozen voor maar één goede god (monotheïsme).
In de Westerse wereld zien we nu dat voor de meesten die éne goede God ook een beetje teveel is van het goede. Uit een NPO onderzoek blijkt dat nog maar 14% in Nederland in een persoonlijke god gelooft. Het percentage praktiserende christenen zal op dit moment dan ook niet meer dan 10% zijn. De enige concurrent is de Islam, op dit moment zo'n 6% van de bevolking. De meesten van hen zullen ook nog wel bij die 14% behoren.
En wat is er dan nog over? Wijzelf zijn er nog,  en onze taak om samen iets van dit leven te maken.






vrijdag 4 augustus 2017

Vroege kerk: water of bloed.


Vroege diversiteit



In orthodoxe beschrijvingen van het ontstaan van het christendom wordt meestal uitgegaan van een homogene steeds verder door Gods genade groeiende groep, mensen geleid door de Heilige Geest en gefocust op Jezus Christus, de uit een maagd geboren Zoon van God, die zijn leven gaf tot vergeving van de zonden van de wereld. In feite zou de diversiteit onder de volgelingen van Jezus wel eens niet minder geweest kunnen zijn dan hij nu is in de 21ste eeuw, met katholieken, gereformeerden (van allerlei  kleur), lutheranen, remonstranten, evangelischen, pinkster, vergadering, Jehova Getuigen, Zevende Dag adventisten, Mormonen, Anglicanen, Apostolischen, Grieks orthodox, Koptisch etc. etc. etc.

De bewegingen die er na de dood (en vermeende opstanding) van Jezus ontstonden hadden nog geen Nieuw Testament om er enige cohesie aan te verlenen. We weten nu dat er allerlei stromingen ontstonden allemaal met hun eigen evangeliën (verhalen over Jezus) en andere geschriften. Ik noem maar een paar waar we van afweten: Het evangelie van de Nazarenen, van de Ebionieten, van de Hebreeën, van de Egyptenaren, van Thomas, van Petrus, van Maria, van Philippus, van de Waarheid, van de Verlosser, de openbaringen van Petrus, van Paulus etc. etc.

De canon

Pas in de vierde eeuw slaagde de hoofdstroom erin om op bevel van de Romeinse keizers vast te stellen welke geschriften als door God geïnspireerd en onfeilbaar konden worden gezien. De andere geschriften en de bijbehorende en afwijkende stromingen verdwenen toen langzaam maar zeker uit beeld. Een zeer belangrijke stroming rond de presbyter Arius (256-336) had gemakkelijk de christelijke hoofdstroom kunnen worden als Romeinse keizers zich uiteindelijk niet tegen hem hadden uitgesproken. Was dit gebeurd dan had het standaard christendom meer trekken gehad die je bijvoorbeeld bij de Jehovagetuigen tegenkomt en was Jezus niet de eeuwige God geweest zoals de Vader God is. “Er was een tijd”, zei Arius, “dat hij (de Zoon) er niet was” en hij was duidelijk ondergeschikt aan de Vader. Geen drie-eenheid dus.

Arianen


Keizer Constantijn, die zichzelf net (min of meer) tot het christendom had bekeerd, vaardigde bijvoorbeeld het volgende bevelschrift uit, dat overeenkwam met de belijdenis die op de  Synode van Nicea (325) was vastgesteld:

“Vervolgens, mochten er door Arius geschreven stukken gevonden worden, dan moeten ze direct aan de vlammen gevoerd worden, zodat niet slechts de slechtheid van zijn leer vernietigd wordt, maar er ook niets over zal blijven dat aan hem zou kunnen herinneren. En ik geef hierbij het openbare bevel dat als er iemand ontdekt wordt die geschriften van Arius heeft verborgen en ze niet onmiddellijk heeft aangebracht en doen verbranden, dat zijn straf de dood zal zijn.....”

— Bevelschrijft van keizer Constantijn tegen de Arianen [17]

Constantijn veranderde overigens later van gedachte (335) en verbande de tegenstander van Arius, Athanasius, een aantal keren. Uiteindelijk werd hij zelfs vlak voor zijn dood door een Ariaanse priester gedoopt. Volgende keizers stonden helemaal achter het Arianisme en die overtuiging ging in de vierde eeuw als wildvuur door het kerkelijke bestaan, totdat Keizer Theodocius de kant van de drie-eenheid koos  en de geloofsbelijdenis van Nicea weer in ere werd hersteld.

Je kon zulke ketterse boeken dus beter maar niet in je bezit hebben en kloosterbibliotheken werden dan ook theologisch gezuiverd. Niet alle monniken hadden daar vrede mee en er moet ook veel een tijdlang verstopt zijn geweest. Die zouden de tand des tijds niet lang overleven, tenzij zij in het droge zand van de woestijn begraven werden. In 1947 werd een grote gesloten kruik gevonden diep in het woestijnzand bij Nag-Hammidi in Egypte. Daarin bleken allerlei ketterse geschriften te zitten, waardoor we nu ook toegang hebben tot teksten waarvan we vroeger alleen maar wisten dat ze hadden bestaan. (Jezus, Johannes en Nag-Hammadi)

Een vijftal grote stromingen springen eruit: De Marcionieten, Joods-christelijke groepen, de Proto-orthodoxe groep (later de hoofdstroom), Montanisten en Gnostici.  Ieder met diverse substromingen.

Marcionieten.


De Marcionieten waren een groepering rond Marcion (85­-160) Marcion werd geboren in Sinope (nu Sinop) aan de  Zwarte Zee in
Noord Turkije. Marcion was gefascineerd door Jezus en wellicht de enige die nog enig begrip had van wat Paulus had willen zeggen. Met het Oude Testament en zijn wrede god, had hij overigens niets. De vroegste lijst die wij hebben van door God geïnspireerde geschriften is van Marcion afkomstig. Hij bestaat uit 11 boeken, tien brieven van zijn geliefde Paulus en één evangelie, waarschijnlijk gebaseerd op Lucas, maar bewerkt zodat iedere verwijzing naar het Oude Testament ontbreekt. Zijn kerk werd enorm populair en in Klein Azië zelfs de hoofdstroming. In de vijfde eeuw werden reizigers nog gewaarschuwd niet ongemerkt  een kerk binnen te stappen om in het midden van Marcionische ketters te belanden.

Joods-christelijk of Christelijk-joods


Joods-christelijke groepen waren wijdverspreid en vermoedelijk het sterkst in Syrië en Egypte. Ze conformeerden zich langzamerhand steeds meer aan de theologie van de minder Joodse stromingen. Van de Nazarenen en zelfs groepen Ebionieten werd later gezegd dat ze in de maagdelijke geboorte waren gaan geloven. 

In de 19de eeuw ontstond een nieuwe beweging van Joden die Christus als hun Messias wilden zien, later bekend als Messiaanse Joden. Zij proberen naast hun geloof in Christus en acceptatie van het Nieuwe Testament vast te houden aan onderdelen van de Joodse traditie.
 

Montanisten.


Montanisten waren de “pinksterchristenen” van de eerste eeuwen. 
De beweging ontstond rond 160-170 in Phrygië en werd geleid door ene Montanus, die tezamen met een aantal profetessen, o.a. Priscilla en Maximilla visioenen ontvingen en doorgaven en benadrukten dat het einde nabij was. Na haar zou er geen profetes meer optreden, had Priscilla nog gezegd voor haar dood in 179. Toen het "Nieuwe Jeruzalem"  maar niet kwam, werd de beweging meer gedemocratiseerd en konden ook anderen dan de leiders visioenen ontvangen die dan wel door de leider van de gemeente beoordeeld moesten worden. Van hun belangrijkste “theoloog”, Tertullianus, weten we dat ook het uitdrijven van demonen de groepering karakteriseerde. Ze breidden zich uit naar Thracië, Antiochië, Rome, Gallië en Noord-Afrika. De groep raakte in de vierde eeuw in diskrediet bij de Katholieke hoofdstroom, maar tot in de achtste eeuw werden ze gesignaleerd.

Gnostici

Deze beweging wordt vaak herleid tot Valentinus (stierf na 155) maar bestond uit verschillende substromingen. Gnostische ideeën deden ook voor Jezus al de ronde. Door de christelijke gnostici werd de God van het Oude Testament ook niet gezien als de vader van Jezus. Deze wrede God was meer een symbool van het kwaad. Kennis (gnosis) komt tot je in geestelijke ervaringen met de "Christus-in-je". Veel van de boeken gevonden in de Nag-Hammidi verzameling hadden een gnostisch karakter. Het geloof dat je kennis kon ontvangen van de bron van alle kennis, kon ook wel eens geleid hebben tot het onbeschaamd uitbrengen als feitelijk van allerlei "evangeliën", bijv. van Thomas en "openbaringen" bijv. de Openbaringen van Petrus. Het NT evangelie van Johannes, heeft m.i. ook sterke gnostische trekjes, wat de gebruikte terminologie verklaart en ook waarom het zo afwijkt van de andere evangeliën.

Er is weinig bekend over een aparte gnostische kerkstructuur, de gnostische ideeën kwamen in allerlei lagen van de kerk voor. 



Door het water of het bloed.


Wat mij opvalt is dat het basis idee waar  Paulus van Tarsus mee speelde heel lang niet echt begrepen werd. Dat basis idee was dat God zijn Zoon opgeofferd had om verzoening te doen  voor de zonden van de mensen. God had zo’n offer nodig om Zijn relatie met de mens weer te kunnen herstellen. Deze verzoening kon je je toe-eigenen door in de Zoon te geloven. Redding komt door het bloed!

Je ziet dat sterk gestileerd en glad vormgegeven terug in de evangelische bewegingen van de laatste 150 jaar, maar in de beschrijving door ene Lucas van de toespraken van Paulus is daar niet echt veel van te merken. Hier verkondigt Paulus Jezus als redder voor Israël, als een Messias die het Koninkrijk van God zal gaan herstellen ten behoeve van zowel de Israëlieten als anderen die in Jezus willen geloven. De opstanding van Jezus is het bewijs ervan.

Zelfs zijn beroemde toespraak op de Areopagus in Athene lijkt nergens op wat Billy Graham ervan gemaakt zou hebben😊! Dit dan allemaal volgens Lucas (eind eerste eeuw?!). Wat je ook in de literatuur van de kerkvaders tegenkomt is veel meer een nadruk op het naleven van de instructies die Jezus in de evangeliën zou hebben gegeven, te beginnen met een nieuwe start door een onderdompeling in water, eigenlijk een beetje hetzelfde dat Johannes de Doper gewoon was te doen en een uitkijken naar de wederkomst en herstel van het Koninkrijk van God. Redding  door het water.

Bronnen: 
Bart D. Ehrman: Lost Scriptures en Lost Christianities
Geza Vermes: Christian Beginnings
Charles Freeman: A New History of Early  Christianity
G. P. Luttikhuizen: De veelvormigheid van het vroegste Christendom