Posts tonen met het label Copernicus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Copernicus. Alle posts tonen

maandag 16 november 2015

Wetenschap en geloof door de eeuwen heen (2)


Ontworstelen aan de greep van de bijbel.

https://www.youtube.com/watch?v=Un3k0muwKk0&index=4&list=PL24B70B238E30F855
Dûnsje mij de Leafde út. : Elske de Wall
Dûnsje my dyn moaiste leafste fjurrichste djipte yn
Dûnsje my de eangst foarby en bring my feilich binnen
Flean mei my de loft yn as in fûgel mei syn bút
Dûnsje my de leafde út
Dûnsje my de leafde út

As elkenien nei hûs ta giet us duns noch oeren troch
Lit my sjen wat nimmen oars noch fan dy tinke mocht
Lûk my oer de grinzen fan dyn alderlêste tút
Dûnsje my de leafde út
Dûnsje my de leafde út

Dûnsje oant wy trouwe, dûnsje oant in nij begjin
Dûnsje my mei soarch en dûnsje oant ik neat mear kin
De leafde oer of ûndertroch, wy nimme gjin beslút
Dûnsje my de leafde út
Dûnsje my de leafde út

Dûnsje my dyn moaiste leafste fjurrichste djipte yn
Dûnsje my de eangst foarby en bring my feilich binnen
Pak my mei dyn bleate hân en triuw my foar dy út
Dûnsje my de leafde út
Dûnsje my de leafde út

Oorspronkelijk: Leonard Cohen: Dance me to the end of love. 


De Christelijke Consensus

Verdedigers van het christelijk geloof komen vaak met het argument dat de Judeo-Christelijke levensovertuiging aan de basis ligt van de moderne wetenschap. We hebben dat gezien bij Cees Dekker, maar ook bij een andere bekende in de evangelische wereld, Francis Schaeffer, kwam dat sterk naar voren. Deze Amerikaan was in Zwitserland een centrum begonnen, met de naam L’Abri () waar evangelische jongeren (vaak met een toch wat calvinistische achtergrond) bijeenkwamen om te luisteren naar toespraken over  de zegeningen van het Christendom voor onze maatschappij. Vooral studenten voelden zich aangetrokken tot deze intellectueel overkomende beschouwingen.

In Schaeffers visie waren de eerste driehonderd jaar van het Christendom exemplarisch, daarna verviel de kerk in Papistische (Roomse) gebruiken. Pas met de Reformatie kon de kracht van het christelijk geloof zijn zegenrijke invloed weer uitoefenen op de maatschappij. Niet dat Schaeffer geloofde dat iedere West-Europeaan een echte christen was, maar wel was er  in de maatschappij een christelijke “concensus” ontstaan, de normen en waarden van het christendom werden nagevolgd.....  Ga maar na:  leegroven van de schatten van verre landen, door de Verenigde Oost-Indische Compagnie, het met geweld en list veroveren van grond dat niet van ons was, het honderden jaren lang verhandelen van mensen als beesten in schepen met de bijbel in de kapiteinshut en namen als “Op Hoop van Zegen” op de boeg, enorme armoede in de mijnen, kinderarbeid, vrouwen zonder rechten...
Luister maar eens naar een tirade:
Bij die "verschrikking" (the horror) denkt hij vooral aan het toepassen en legaliseren van abortus.
De hele toespraak is hier: Francis Schaeffer: A Christian Manifesto

En de wetenschap? Is die er beter van geworden? Na de renaissance, waarbij men zich vrijvocht van kerkelijke bemoeizucht, ontstonden er twee bewegingen, één religieuze en één wetenschappelijke.   De eerste staat bekend als de reformatie of hervorming. Deze beweging bleef op wetenschappelijk gebied vasthouden aan de bijbel als de toetssteen van alle kennis, maar een andere ontwikkeling, het humanisme, groeide langzamerhand uit tot een beweging die zich ook vrij begon te maken van de dwang van primitieve religieuze geschriften.

In de wetenschappelijke greep van de Bijbel

In de Westerse wereld wordt algemeen erkend dat de oude Grieken aan het begin stonden van onze wetenschappelijke ontwikkeling. Het Christendom heeft daar in de eerste drie/vierhonderd jaar ook weinig in geremd. Vroege christelijke leiders mengden hun godsdienstige overtuigingen vaak met die van Griekse filosofen en wetenschappers, zoals Plato en Aristoteles. Toen de kerk in de vierde eeuw met de bekering van Constantijn de Grootte in de gunst van de keizer kwam en onder   Theodosius I in 392 zelfs tot de enige ware godsdienst werd uitgeroepen, leek het wel of de deur voor verdere ongehinderde wetenschappelijke ontwikkelingen op slot kwam te zitten. Men was het zo rond 367  al eens geworden over wat er nu precies bij de bijbel hoorde en wat er nu zo’n beetje precies geloofd zou moeten worden. Die bijbel en die god werden dus nu de basis voor alle wetenschappelijke kennis.  Je kon je uiteindelijk alleen maar met wetenschappelijke zaken bezighouden als je eerst theologie had gestuurd (en meestal priester was geworden). De zon bleef om de aarde draaien, een zondvloed had alle aardse leven in één keer uitgewist (op Noah en de zijnen na) en de schepping had zo’n 4000 jaar voor Christus plaats gevonden.

De Verlichting: Ontworstelen aan de greep van de Bijbel

Pas een duizend jaar later begon er weer wat wetenschappelijk licht te schijnen. Er kwam weer interesse in de kennis en geschriften van die oude Grieken. Veel daarvan was in Europa verloren gegaan, maar gelukkig waren de Moslims zo slim geweest om de waarde ervan in te zien en die boeken in het Arabisch te laten vertalen. Veel werden daartoe plaatselijke Joden en Christenen ingezet, die vaak kennis hadden van het Grieks. Zie het verhaal van Jan Hoogendijk. De moslimse geleerden gingen met die kennis aan de gang en breidden die uit.  Zo zijn Arabische termen zoals algebra en algoritme in onze taal terecht gekomen.  Ook de namen van veel sterren komen uit het Arabisch .

We zien dan  ook dat tijdens de renaissance veel oud Grieks materiaal werd terugvertaald, maar nu uit het Arabisch naar het Latijn en er ontstond langzamerhand een groter gevoel van wetenschappelijke vrijheid, van doorbrekend licht, van een  "verlichting".
Toen begonnen dus ook inzichten te ontstaan die niet strookten met wat er in de bijbel stond, zoals het idee dat de aarde centraal was in het zonnestelsel. Copernicus was al in 1514 tot de conclusie gekomen dat de aarde om de zon draaide. Hij ondervond nog weinig moeilijkheden omdat hij moeilijk te begrijpen was en zich op de achtergrond probeerde te houden.  Het drong pas echt door toen Galileo Galilei (1564 - 1642) dat beaamde. Die is daarvoor vele jaren verbannen geweest.
Galilei stierf op 8 januari 1642. De groothertog van Toscane, Ferdinando II, wilde hem in het voornaamste deel van de Basilica di Santa Croce in Florence  begraven en een marmeren mausoleum voor hem optrekken. Deze plannen werden echter geschrapt, nadat paus Urbanus VIII en diens neef, kardinaal Francesco Barberini, hiertegen hadden geprotesteerd. In plaats daarvan werd hij ergens in een klein kamertje begraven. In 1737 werden de stoffelijke resten van Galilei opgegraven en herbegraven in het voornaamste deel van de basilica nadat er een fraai grafmonument te zijner ere was opgetrokken.

De Ouderdom van de Aarde

Verder ontstond er een ander strijdpunt tussen kerk en wetenschap, namelijk de ouderdom van de aarde. Al vanaf de kerkvaders waren er allemaal berekeningen geweest op basis van o.a. de geslachtsregisters in de bijbel en van wat men wist over koningen en hun rijk in de seculiere geschiedenis. Die gingen er allemaal zo'n beetje vanuit dat de aarde niet eerder dan zo'n 4000 jaar voor Christus ontstaan was (d.w.z. geschapen was).  
De Ierse (Anglicaanse) Bisschop James Ussher (1581-1656) maakte in 1650 bekend dat de schepping had plaats gevonden  op zaterdag 22 oktober 4004 voor Christus. Dit werd in de kantlijn van de King James vertaling van de bijbel mee gedrukt en kreeg daarmee wel een heel nadrukkelijk kerkelijk stempel.  Maar twijfels begonnen te rijzen.
De Jezuïet Martini Martino was door het Vaticaan als missionaris naar China gestuurd om de Chinezen te bekeren. Dat lukte niet erg, maar Martini zelf werd wel veel wijzer. Hij durfde het aan om ook buiten de bijbel om naar antwoorden te zoeken en ontdekte dat de Chinezen een heel nauwkeurige tijdsbeschrijving hadden bijgehouden met gebeurtenissen en datums die veel verder teruggingen dan de kerk lief was. De begindatum van hun geschiedschrijving was 2952 voor Christus, jaren dus voor de zondvloed die door Ussher op 2348 v. Chr. was vastgesteld.  Die (volgens de Bijbel) wereld verzwelgende  zondvloed had China dus kennelijk nooit bereikt. Martino's publicatie hierover zorgde voor enorm veel opschudding.

Binnensluipende "vrijzinnigheid"

De bereidheid de Bijbel los te laten kwam uiteraard maar langzaam op gang en werd voorafgegaan door pogingen om aan die verhalen een beetje een andere draai te geven. Isaac Newton, bijv. die door veel gelovigen aangehaald wordt als een geleerde die wetenschap en geloof goed wist te combineren, wou toch eigenlijk wel in een wat eerder scheppingstijdstip geloven. Hij bedacht toen dat de schepping van de aarde pas op de derde dag was afgerond. Op de dagen daarvoor kon de zon nog niet om de aarde draaien en bestonden er dus nog geen normale dagen. Historici konden die dagen dus zo lang maken als ze maar wilden. Ook had de wiskundige Newton moeite met een god die zowel 3 als 1 moest zijn en door dit soort twijfels besloot hij zich toch maar niet tot priester te laten wijden. Deze reus onder de wetenschappers kon zich ook erg op onnozelheden baseren en voorspelde bijvoorbeeld dat het einde der aarde in 2060 plaats zal gaan vinden.
We zien hier al wel het gedraai waaraan gelovige wetenschappers zich overgeven om geloof en wetenschap te kunnen blijven combineren.

Veel van bovenstaande informatie komt uit het boek van Gerard Aalders: "Gevecht met DE TIJD"

Pas rond Darwin met zijn evolutietheorie begon het echt te onweren in de kerk. Daarover een volgende keer. We pikken eerst de draad weer even op bij de Bijbelse geschiedenis: Israël, het Beloofde Land.

dinsdag 26 mei 2015

Het Heilsplan: De Schepping


Het Heilsplan: De Schepping



Gods interactie met de mens begon toe Hij hem schiep. Helaas liep het al gauw mis met die mooi bedoelde relatie en volgde er een grote verwijdering tussen God en de mens. Ook al had die relatie schipbreuk geleden,  God zette daarna alles in het werk om die mens weer te kunnen omarmen. Dit werd allemaal uitgewerkt in een plan, het heilsplan. Dit plan wordt in de Bijbel beschreven. Maar het begon allemaal zo mooi :

De Schepping

 

  Hoe Groot Zijt Gij



Massale koor- en samenzang vanuit de Martinikerk te Bolsward.
Solist is Lucas Kramer.

O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht.
Het sterrenlicht, het dreunen van de donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht.

Dan zingt mijn ziel
tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!



* Oorspronkelijke tekst en melodie: Carl Gustaf Boberg (1859-1940).  Ned: Rikkert Zuiderveld

De Navigator conferenties werden in de jaren zestig gehouden op Woudschoten. Deze conferenties waren altijd een bron van inspiratie door de indringende toespraken van Lee Braes, Roger Anderson, Dr. Winston en anderen, maar ook (en wellicht voornamelijk) door het samenzijn met leeftijdsgenoten bevangen door dezelfde bezieling. Ik herinner me nog een keer pas laat te arriveren en de zaal binnen te komen terwijl “Hoe groot zijt Gij” gezongen werd. Je voelde je instant warm en weer thuis. Het was, denk ik, de Engelse versie  die toen gezongen werd. God heeft al gauw een eigen taal. Het Arabisch voor de Moslims, Hebreeuws voor de Joden, het Sanskrit voor de Hindoes, het Latijn ooit voor de Katholieken, het Statenvertaling Nederlands voor veel protestanten en het Engels is al begonnen de taal van God te worden voor de evangelische wereld.  Veel evangelische sprekers hebben bijvoorbeeld het “halleluja”  al vervangen door “hel-leloeja” (hel-promotie zou je hier eigenlijk niet verwacht hebbenJ!). Ik realiseerde me toen nog niet  hoe opmerkelijk het was dat de leiders en sprekers allemaal Nederlands spraken met een Amerikaans accent, behalve Dr. Winston misschien die een charmant Vlaams accent had aangeleerd. Gods boodschap kwam duidelijk uit Amerika en was al voorafgegaan door o.a. Billy Graham, Oral Roberts en anderen. Amerika als “Gods Own Country” gaf me toen nog niet de kriebels, de emotie van een liefdevolle God die ze meebrachten overheerste. Een majestueuze God wat te zien was in zijn prachtige schepping. Die schepping vond 6000 jaar geleden in zes dagen plaats en verliep kennelijk als volgt (uit Bijbel in Gewone Taal):

De schepping van hemel en aarde


Het begin


1In het begin maakte God de hemel en de aarde.2De aarde was leeg en verlaten. Overal was water, en alles was donker. En er waaide een hevige wind over het water.
De eerste dag

3Toen zei God: ‘Er moet licht komen.’ En er kwam licht. 4God zag hoe mooi het licht was. Hij scheidde het licht en het donker. 5Het licht noemde hij ‘dag’ en het donker noemde hij ‘nacht’.Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de eerste dag
De tweede dag

.6God zei: ‘Er moet in het midden van het water een koepel komen om het water te verdelen.’ 7En zo gebeurde het. God maakte de koepel. Zo verdeelde hij het water in tweeën: water boven de koepel en water onder de koepel. 8Die koepel noemde God ‘hemel’.
Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de tweede dag.

De derde dag


9God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen. Dan komt er droge grond tevoorschijn.’ En zo gebeurde het. 10God noemde de droge grond ‘land’, en het water noemde hij ‘zee’.11God zei: ‘Er moet van alles groeien op het land. Planten met zaad en bomen met vruchten.’ En zo gebeurde het. 12Op het land kwamen allerlei planten met zaad en allerlei bomen met vruchten. En God zag hoe mooi het was.
13Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de derde dag.

De vierde dag
14God zei: ‘Er moeten lichten aan de hemel komen om verschil te maken tussen de dag en de nacht. Die lichten moeten laten zien welk seizoen het is, en welke dag en welk jaar. 15En ze moeten licht geven op aarde.’ En zo gebeurde het. 16God maakte de twee grote lichten. De zon om overdag te schijnen, en de maan om ’s nachts te schijnen. God maakte ook de sterren. 17Hij zette de zon en de maan aan de hemel om licht te geven op de aarde. 18En om het verschil aan te geven tussen dag en nacht, en tussen licht en donker. God zag hoe mooi het was.

19Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de vierde dag.
De vijfde dag
20God zei: ‘Het water moet vol leven zijn, vol met allerlei dieren. En boven de aarde, in de lucht, moeten vogels vliegen.’ 21God maakte de grote zeedieren en alle kleine waterdieren. Het water was vol dieren. Hij maakte ook alle soorten vogels. En God zag hoe mooi het was.

22God zegende de dieren. Hij zei: ‘Jullie moeten jongen krijgen. Overal in de zee moeten dieren komen, en overal op aarde vogels.’
 23Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de vijfde dag.

De zesde dag


24God zei: ‘Ook op het land moeten allerlei dieren komen: wilde en tamme dieren, en heel kleine dieren.’ En zo gebeurde het. 25God maakte de dieren, alle wilde en tamme dieren en alle kleine dieren. En God zag hoe mooi het was.
26God zei: ‘Nu wil ik mensen maken. Ze moeten op mij lijken. Ze zullen de baas zijn over de vissen in de zee en de vogels in de lucht. En ook over het vee, over alle kleine dieren en over de hele aarde.’ 27Toen maakte God de mensen. Hij maakte ze zo dat ze op hem leken. Hij maakte ze als man en als vrouw.

28God zegende de mensen. Hij zei: ‘Jullie moeten kinderen krijgen. Zorg ervoor dat er overal op aarde mensen komen. Jullie moeten de baas zijn over de aarde. En ook over de vissen in de zee, over de vogels in de lucht en over alle dieren op het land.’
29God zei ook: ‘Alle planten en bomen op aarde zijn voor jullie. Jullie mogen de zaden en de vruchten eten. 30De bladeren en het gras zijn voor de dieren.’ En zo gebeurde het.

31God keek naar alles wat hij gemaakt had en zag dat het heel mooi was.
Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de zesde dag.

Genesis 2

God rust op de zevende dag

1Zo werden de hemel en de aarde gemaakt, en alle prachtige dingen die daarbij horen.
2Op de zevende dag was God klaar met zijn werk. Toen rustte hij uit. 3God zegende de zevende dag. Hij maakte van die dag een bijzondere dag. Want op die dag was hij klaar met de schepping en rustte hij uit van al zijn werk.
4Dat is het verhaal van de schepping van de hemel en de aarde. Zo zijn de hemel en de aarde ontstaan.

Dat was allemaal een groot wetenschappelijk wonder natuurlijk, want het werd nacht en het werd weer dag en er was nog nergens een zon te bekennen! De grote kerkhervormer Luther (1483-1546) heeft z’n hersenen daar flink over doen rammelen, maar kwam er uiteindelijk ook niet uit. Veel gelovigen die toch ook wel wetenschappelijk een beetje mee willen tellen, komen met een allegorische oplossing, dan was dat licht en donker niet meer dan een soort beeldspraak voor het principe van licht en duisternis. Luther moest daar niets van hebben, Mozes (de gedachte schrijver van Genesis) schreef over echte feiten en knoeide daar niet ook nog maar even iets figuratiefs tussen door. Als Hij het dus heeft over morgen of dag of avond dan bedoelt hij hetzelfde als wij zouden bedoelen zonder enige allegorie of wat ook maar. Luther suggereert dan dat het eerste daglicht van een andere mindere heldere soort was dan het licht dat later van de zon zou komen.

Er wordt over het algemeen vanuit gegaan dat dit scheppingsverhaal werd opgeschreven in de 6de eeuw v.Chr. en gebaseerd is op bestaande volkslegendes. Wie een Bijbelse jaartelling wil aanhouden komt op een schepping die zo’n vijf tot zesduizend jaar geleden plaats vond. Luther ging daar ook vanuit en veel evangelische leiders doen dat nog steeds. Dat doen ze op basis van het evangelie van Lukas  (3:23-38), waarin het hele geslachtsregister van Jezus tot en met Adam vermeld wordt. Als je dan een gemiddelde leeftijd neemt per geslacht, kun je de ouderdom van het menselijke ras een beetje benaderen.
Het is best wel een mooi verhaal, vind ik, maar het wordt wel een beetje een probleem als je dit als een feitelijk gebeuren wilt beschouwen. De kinderen van god zouden dit het liefst wel doen en hebben dit ook wel massaal zo'n kleine 2000 jaar volgehouden,  maar nu de wetenschappelijke aanwijzingen toch wel onweerlegbaar op een veel langere ouderdom duiden, zijn er onder hen nu ook  die het toch maar liever als allegorie beschouwen, d.w.z. als een (niet feitelijk) verhaal waarin God ons iets wil vertellen, namelijk dat Hij aan het begin stond van alle dingen.
Mijn vader had nog een briljante insteek, namelijk dat de bijbel zegt dat bij God één dag is als duizend jaar en je van die 7 scheppingsdagen dus ook heel goed 7000 jaar mag maken. In het licht van die geprojecteerde ouderdom van miljoenen jaren, kom je daar ook niet veel verder mee.

Het niet meer letterlijk nemen is een beetje het begin van het einde van het evangelische geloof, want zou het Jezus verhaal zelf  dan ook niet meer dan een allegorie kunnen zijn?? En heb je dan bij de Bijbel ook steeds een Encyclopedie nodig met wetenschappelijke en cultureel relevante gegevens? Het neemt de charme weg van het Woord van God waar je op kunt vertrouwen en dat een licht wil zijn op je pad

Gelovigen die ook nog wel wat met de wetenschap mee willen doen, kiezen soms voor het zogenaamde Intelligent Design, daarbij staat er dan wel een persoonlijke intelligentie (God?) aan het begin van de schepping en het ontstaan van allerlei vormen van leven. De verscheidenheid en ingenieuze vormen van leven kunnen niet zomaar, min of meer toevallig, zijn ontstaan, daar moet een  intelligente Geest achter gezeten hebben. Ook zijn er wel Evangelische boegbeelden, zoals Andries Knevel van de EO, die toch maar de evolutie theorie hebben geaccepteerd. Ook hoorde ik Thijs van der Brink (ook van de EO) opmerken dat er heus wel christenen zijn die zowel in Jezus als de Evolutietheorie geloven. Als dat inclusief de Big Bang is, wordt het nog wel moeilijk om daar Adam en Eva ergens een plaatsje in te geven. Ik zelf had de "Doolhoftheorie" bedacht. Wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan van alles begeeft zich door een doolhof en om bij het doel uit te komen moet je de gangen in dat doolhof wel volgen ook al lijkt dat je soms ver af te brengen van waar je uit gaat komen. Als wetenschapper moet je dan ook wel uitgaan van wat wetenschappelijke uitkomsten lijken te zijn. Uiteindelijk aan het eind van die doolhof zullen we zien dat het Bijbelverhaal en de wetenschappelijk reis toch nog heel mooi samenvallen.

Nou ja, je moet toch wat, om in die Bijbel als basis van je bestaan te kunnen vertrouwen. Nu ik een stapje terug heb kunnen  doen, lijkt het zoveel logischer om te geloven dat dat scheppingsverhaal ook maar een verhaal is, zoals er andere scheppingsverhalen zijn in andere culturen en religies. Een mooi maar wel primitief verhaal. Logisch ook voor iets wat 2600 jaar geleden geschreven werd.

Zelfs de vroege kerk had moeite met dit soort verhalen. Een deel van de gelovigen zette het Oude Testament helemaal aan de kant als afgedaan en een andere groep vond dat die Schepper er uiteindelijk toch wel een zooitje van had gemaakt. Ze kwamen met het idee dat de schepper-god niet de hoogste God was. Er was nog een hogere, ware God. Ik kom hier nog wel op terug in blogs over het ontstaan van de Bijbel en de opkomst van het Christendom.

Wat zorgelijker is, is dat religieuze overtuigingen wetenschappelijke kennis vaak in de weg kunnen staan.  Het scheppingsverhaal suggereert een duidelijke idee van een universum waarin de aarde centraal staat.
Griekse filosofen hadden in de derde eeuw voor Christus al bedacht dat dit geocentrische idee wel eens onjuist kon zijn, en dat de zon het middelpunt van ons "universum" was.
We weten dit uit een brief van Archimedes (c. 287 BC – c. 212 BC):

U (koning Gelon) weet dat het 'universum'  de naam is die door de meeste astronomen gegeven wordt aan de bolvormige ruimte waarvan het centrum van de aarde het middelpunt is, ...... Maar Aristarchus gaf een boek uit met bepaalde hypothesen, waaruit zou blijken (als gevolg van de geformuleerde hypothesen), dat het universum vele malen groter  is dan het eerder genoemde  'universum is'. Zijn hypothesen zijn dat de vaste sterren  en de zon zich niet bewegen, en dat de aarde in een cirkel rond de zon draait,

Met de komst van het christendom waarbij de Bijbel ook de wetenschappelijke feiten bepaalde, werd deze lijn van onderzoek volledig aan de kant gezet.
In de vijftiende eeuw kwam Copernicus met zijn boek over de omwentelingen van de hemellichamen, in het kort "Revolutions", waarin hij aantoonde dat de aarde om de zon draaide. Het was toen 1543 en hij stierf kort daarna nog in hetzelfde jaar. Daarmee ontsnapte hij aan de wraak van de kerk. 
Galileo was minder gelukkig, hij schreef een boek dat "De Dialogen" heette, waarin ene Simplicio (een "simpele ziel") debatteert met Copernicus. Er is een scheidrechter die beslist wie met de beste argumenten komt. Die scheidsrechter van Galileo was duidelijk op de hand van Copernicus, hoewel Galileo zelf nog kon zeggen dat hij niet meer deed dan beweringen weergeven. Paus Urban VIII voelde gelijk dat hij met die Simplicio bedoeld werd en verbood de verdere uitgave van het boek in 1632. Uiteindelijk werd het boek op de zwarte lijst van de kerk gezet en kon Galileo er zich uitpraten en een zware straf ontwijken door aan te geven  dat hij het niet allemaal zo bedoeld had.

Pas in 1992 gaf paus Johannes Paulus II toe dat Galileo ten onrechte geleden had onder de handen van de Kerk.

Nog even terug naar het scheppingsverhaal. Want de Schepper kon alles wat Hij gemaakt had dan wel mooi en goed vinden, maar Hij had even over het hoofd gezien dat er tussen al die dieren al een naar, gemeen en listig beest rondsloop (ja, nog niet "kroop") en Hij had ook nog een potentieel bugje in de mens ingeprogrammeerd. Daar heeft Hij waarschijnlijk later best wel eens spijt van gehad. Want het zou niet allemaal mooi blijven...
De volgende keer: De Zondeval