Posts tonen met het label oer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oer. Alle posts tonen

donderdag 16 juli 2020

I-saak


Lauren Daigle zingt een liedje dat ook in Nederland tot een tophit werd. Het toont een verlangen dat velen moeten herkennen om onvoorwaardelijk lief gehad te worden. Geliefd door iemand die in je gelooft, die je accepteert zoals je bent, die je op z’n woord kunt vertrouwen, iemand aan wie je je durft over te geven:


You say I am loved when I can’t feel a thing

You say I am strong when I think I am weak

And You say I am held when I am falling short

And when I don’t belong, oh, You say I am Yours

And I believe (I), oh, I believe (I)
What You say of me (I)
I believe




Ik vraag me af hoeveel mensen zich realiseren dat dit een lied is, gericht aan God.  Er is ook maar één regel waarin dit duidelijk wordt:

You'll have every failure God, You'll have every victory, ooh oh

Je moet dit verlangen naar deze onvoorwaardelijke liefde herkennen om te begrijpen waarom mensen in een God gaan geloven aan wie ze deze perfecte liefde toeschrijven. Een placebo voor wat er bij mensen nooit volmaakt gevonden gaat worden.
Het verhaal van Isaak de zoon van Abraham en zijn twee zonen deed me aan placebo-liefde denken.
Toen Abraham zijn zoon Isaak een naam moest geven, moet hij aan de verboden Apple gedacht hebben die zijn voorouders, de eerste mensen, Adam en Eva, gegeten hadden. Van de boom der kennis! Geen wonder dat Abraham zijn zoon I-saak is gaan noemen, een waarachtig Apple kennis product. Had hij kunnen dromen dat er ooit nog een I-Mac, I-Pod, I-Pad, I-Phone en  I-Trump zouden volgen?  Hij had het vast wel I-nteressant gevonden, ook al was dat moeilijk uit te spreken geweest.
Verder zou hij voor Steve Jobs van Apple gekozen hebben, die had toch wat meer I-ndividualiteit dan Bill Gates. Die laatste was hem vast te Micro-SOFT geweest.
I-saak zelf hield ook niet van soft. De strijd tussen stoer en zacht speelde zich in een voorronde al af in de baarmoeder van zijn vrouw:

Genesis 25: NBV

22 De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. 23

De HEER zei tegen haar:

‘Twee volken zijn er in je schoot,
volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard.
Het ene zal machtiger zijn dan het andere,
de oudste zal de jongste dienen.’

24Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld. 25Het kind dat het eerst tevoorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren mantel aanhad; ze noemden het Esau. 26

Toen daarna zijn broer tevoorschijn kwam, hield die Esau bij de hiel beet; hij werd Jakob genoemd. Isaak was zestig jaar toen zij geboren werden.


Christelijke gelovigen zien in de verhalen van het Oude Testament allemaal verwijzingen naar Jezus en naar toekomstige gebeurtenissen. Esau en Jakob zouden dan kunnen verwijzen naar Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft.

Net zoals Bill Gates met zijn Windows-systeem het systeem van Steve Jobs kopieerde, zo kopieerde Jacob het voorkomen van zijn broer Esau.

Dat ging zo. I-saak had veel meer op met zijn zoon Esau:

27 Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef. 28 Isaak was zeer op Esau gesteld want hij at graag wildbraad, maar Rebekka hield meer van Jakob. 


I-saak had dan ook bepaald dat Esau een paar minuten eerder geboren was en recht had op het grootste deel van de erfenis (het eerstgeboorte recht).

Die Jacob was wel niet harig maar wel slim en wist zijn broer dat eerstgeboorterecht te ontfutselen:

29 Eens was Jakob aan het koken toen Esau uitgeput thuiskwam van de jacht. 30 ‘Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe,’ zei Esau tegen Jakob. (Daarom wordt hij ook wel Edom genoemd.) 31‘Pas als jij me je eerstgeboorterecht verkoopt,’ antwoordde Jakob. 32 ‘Man, ik sterf van de honger,’ zei Esau, ‘wat moet ik met dat eerstgeboorterecht?’

33 ‘Zweer het me nu meteen,’ zei Jakob. Dat deed Esau, en zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.

34 Daarop gaf Jakob hem brood en linzensoep. Esau at, dronk en ging meteen weer weg; hij hechtte geen enkele waarde aan het eerstgeboorterecht.


Toen Pa op sterven lag, ging het erop aankomen. Hij bedacht dat hij nog wel zin had in een hartig stukje wildgebraad. Daarna zou hij het testament tekenen en aan Esau geven......

27: Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon,’ zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’

Moeder Rebekka hoort dit, roept haar zoon Jacob en bedenkt een plan om de ouwe man voor de gek te houden.

.” 8 Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon. 9 Ga naar de kudde en zoek twee malse bokjes voor me uit. Die maak ik dan voor je vader klaar zoals hij het lekker vindt. 10 Daarna breng jij ze je vader te eten, en dan zal hij jou voor zijn dood zegenen.’

Maar goed daarmee ben je er nog niet, want als vader z’n zoon wil strelen zal het grijze haar hem te berge reizen als hij geen haar meer voelt op de armen van zijn zoon.

Daar heeft moeder Rebekka ook iets voor bedacht. Ze had de vellen huid van de bokjes bewaard, knipte die in keurige lapjes, vond een tube vel-pon en plakte ze op de huid van Jacob. Om het nog overtuigender te maken laat ze Jacob kleren van Esau aantrekken met de geur van het veld.

Het had geen haartje gescheeld of het plan was toch nog mislukt. Die stem! Jacob was een tenoortje en Esau een bas. Hoe zou dat aflopen?

De smaakpapillen van die bejaarde heer kunnen niet optimaal meer gewerkt hebben als een stukje tam vlees niet van het vlees van een wilde berggeit te onderscheiden was en z’n gehoor had ook wel betere tijden gekend, maar toch.. hoe zou dit aflopen. Jacob gaat naar zijn vader:


18 ‘Vader,’ zei hij. ‘Ja, mijn zoon,’ zei Isaak, ‘wie ben je?’ 19Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 20‘Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de HEER, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’

I-saak heeft nog twijfels:

 21 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’ 22 Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esau's handen. 23 Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. 24‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. 25 Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. 26 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ 27
Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem.

I-saak ruikt zijn kleren, ruikt zijn zoon Esau en spreekt dan de zegen over Jacob uit.

Dat was dus weer mooi geregeld. Rebekka heeft nog wel wat moeite moeten doen om die met vel-pon vastgeplakte geitenhuiden weer van z’n lichaam te verwijderen en het zal wel eens even een beetje pijn gedaan hebben, maar dan had je ook wat!

Nou ja, dan had je ook wat?  Een broer inderdaad die van plan was je te vermoorden. Moeder Rebekka had dat al gauw in de gaten en laat Jacob vluchten naar familie ver weg. Daar weet hij zich met allerlei sluwheid (of was het slimheid) te verrijken. Doet dat nog ergens aan denken?

Maar als Steve Jobs niet van wildbraad hield en Bill Gates niet houdt van kamperen in een tentje,  dan zitten die toch kennelijk niet in dit verhaal opgesloten. Maar Jezus Christus dan, die moet er toch wel in verborgen zitten?

In Gal.3:27 lezen we:

Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed.

Jacob had zich ook met Esau bekleed! En zo kon hij door zijn vader bemind worden!
In Oer, het Grote Verhaal (Oer) lees je, dat door het bloed van Jezus...  


“Hij zelfs naar ze (de gelovigen??) keek  alsof ze Jezus zelf waren en niets verkeerd hadden gedaan.”

Die rode soep die uitgewisseld werd, roept associaties op met het rode bloed van Jezus toen hij stierf voor de vergeving van onze zonden.

Ik heb zelf ooit in een preek (boodschap) dit verhaal zo uitgelegd. Esau als beeld van Jezus. Als Esau vermomd kon jij bij God de Vader in de gunst komen, Hij zag je dan als Esau, sorry Jezus.

En mijzelf ? Nou die zag Hij kennelijk niet meer! 

---------------------------------------------------------------------------------------------

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

maandag 25 mei 2020

Oer


OER, een prachtig door Corien Oranje verwoord verhaal, dat poogt een verbinding te leggen tussen de Bijbel en inzichten vanuit de Wetenschap. Zeker de eerste hoofdstukken doen al gauw C.S. Lewis-achtig aan. Ik heb het in één (nou ja twee) adem(s) uitgelezen!
OER-man
Fas/Momu Papoea Nieuw Guinea
Foto:  Courtesy Tom Honeyman
(De vraag naar wat voor wetenschappelijke argumenten er zijn om een verbinding te willen leggen tussen een religieus boek zoals de Bijbel, de Koran, het Boek van Mormon, de Veda’s etc. en de wetenschappelijke werkelijkheid, wordt niet gesteld. Ik kan zelf eigenlijk ook niks bedenken, maar het wordt wel telkens weer gedaan :) !

In de eerste hoofdstukken van Oer is het vooral wetenschap waar je mee te maken krijgt, een meeslepende tocht  door de ontwikkelingen van oerknal tot homo sapiens. Verteld door een meereizende proton, Pro. Knap door Corien vormgegeven aan de hand van hoe de moleculair biofysicus Cees Dekker, het zich voor zou stellen. Volledig voorzien van alle nodige elementen: chaos, toeval, wreedheid, macht van de sterkste, doelloosheid...

Maar het moet evolutie worden voor Bijbelgetrouwe christenen! Dat laatste vereist de inzet van een Schepper, die het hele proces in werking zet en heeft voorzien van software die de uitwerking minutieus gaat sturen, alles gericht op de creatie van een mens, iemand met wie de Schepper om kan gaan.
Hier verschilt de visie van Dekker met die van zijn meeste collega’s, denk ik.  De Schepper en dus de evolutie heeft een bedoeling, een plan. Die chaos, toeval en doelloosheid is geprogrammeerde schijn!

De Schepper was er, hij was er altijd. Hij bedacht een plan om iets te maken, iets groots, iets bijzonders, iets ... spectaculairs” (p. 9)

Meestal wordt daar anders over gedacht. Dit las ik bijv. in een biologieles:

 De evolutie heeft geen einddoel in gedachte bij deze sturing. Alle organismen zijn fantastische toeval producten van een willekeurig proces zonder vooropgesteld einddoel en zonder enig streven naar complexiteit. Kortom: de evolutie doet maar wat.

Maar goed, naast die Schepper, naar wier afkomst we maar niet zullen vragen, moet de Bijbel ook aan bod komen. Waren Adam en Eva niet aan de beurt? Nou ja, maar niet al te direct. De gelovigen eerst maar even laten wennen aan hun schuilnamen: Womuntu en Maisha, één echtpaar te midden van de andere ontstane mensen.  Hier lijkt een idee van de derde deelnemer aan dit boek, de theoloog Gijsbert van den Brink, gestalte te krijgen. Adam en Eva waren er wel, als onderdeel van de evolutie, als het stel onder vele stellen waarmee de Schepper contact gaat leggen. We hebben het dan over 194.000 jaar na het ontstaan van Homo Sapiens en zo'n 6000 jaar geleden (is mijn inschatting). Daarmee kunnen de gelovigen die in een jonge aarde geloven wellicht ook nog wel uit de voeten :) ! 

Het verhaal neemt hier afscheid van de wetenschap en we zetten stappen op weg naar de Bijbelse geschiedenis, eerst nog wat omhuld. Het zijn Womuntu en Maisha die kennismaken met de Schepper en met Hem wandelen à la Genesis in de hof van Eden. Alle andere ontstane mensen delen mee in deze geweldige ontmoeting.
Maar dan gaat het mis. De perfecte Schepper wist geen perfecte, betrouwbare schepselen te produceren. Hij wantrouwt hun trouw aan Hem en laat een bron (= de verboden boom)  ontstaan, waar niemand uit mag drinken. Zo kan Hij controleren of ze hem wel gehoorzaam zijn. Nou, nee hoor. Iedereen denkt dat die bron magische krachten heeft en ze gaan er allemaal van drinken.

Terwijl normaal gesproken een producent de schuld op zich neemt als zijn creaties gebreken vertonen, toont de antropomorfe Schepper hier een typisch menselijk gedrag en schuift de schuld af op zijn producten, zijn schepselen.
Die kunnen het eeuwige leven nu wel vergeten. In zijn boosheid straft Hij niet alleen de mensen maar wordt de hele natuur van ontwrichtende krachten voorzien, zoals aardbevingen, tsunami’s, orkanen etc. Oer laat dat nog maar even buiten beschouwing.

Wel is het  Oer-verhaal diervriendelijk in dat het de mens de schuld geeft voor de introductie van het kwaad, en niet de slang die al lang daarvoor met een kwade inborst in die perfecte hof rondliep.

We zijn de verbinding met de wetenschap al een paar hoofdstukken kwijt als we in hoofdstuk 13 (Doorstart) volledig en zonder stijlfiguren de geïdealiseerde en gesaneerde Bijbelse geschiedenis binnenstappen.
Ook hier is de Schepper niets menselijks vreemd. Hij geeft zijn plannen niet zomaar op, ook al mislukken ze keer op keer.   Hij blijft zoeken naar een manier om de mensen voor zich terug te winnen. 
De Schepper maakt een doorstart met Abram (p. 79). Hij zal zich best wel een beetje schuldig gevoeld hebben dat hij de rest van de mensen maar liet stikken en met één persoon en zijn nageslacht verder ging, maar goed ook als god kun je niet alles tegelijk. Hij had het al een keer eerder geprobeerd, met Noach en toen voor de zekerheid de rest van de mensen maar laten verzuipen. Dan kreeg je daar geen gedoe meer mee. Het geschrei van de kinderen die zich in wanhoop aan hun ouders vastklinken en gorgelend verdrinken, houdt Hem nog wel eens een nachtje wakker, hoop ik. Oer vermeldt dat nog wel even terloops zonder er te lang bij stil te staan (p. 80).  Over de Schepper wil je ook niet te slecht denken, toch.
Ok, met Abram loop het niet echt goed af, z’n nageslacht maakt er ook maar een potje van. Uiteindelijk komen ze in Egypte als slaven terecht.  

Dan gaat de Schepper het nog eens proberen. Hij bevrijdt de mensen uit Egypte en brengt hen naar Kanaän, het land waar hun verre voorouders woonden. Met z’n twee miljoenen (Exodus 12:37-38) trekken ze veertig jaar lang onopgemerkt  door de woestijn om uiteindelijke van Kanaän bezit te nemen. De Schepper had hun ondertussen een aantal gedragsregels meegegeven, bijv. 

“De Schepper en de medemens liefhebben en zorg dragen voor de natuur” (p. 88)  en dat “Het gaat om de liefde” (p.89).

Heel liefdevol werd dan ook kennelijk op bevel van de Schepper een hele stad  (Jericho) uitgemoord om toegang tot Kanaän te verkrijgen. Oer laat dat ook maar even voor wat het is, nou ja het bezetten van het land “ging niet altijd op de meest zachtzinnige manier” (p.92)
Het volk moet uit een paar miljoen hebben bestaan toen ze weer uit Egypte terugkeerden naar Kanaän  het land waar hun verre voorouders hadden gewoond. Hier pakt de  Schepper zijn plan weer op om mensen te krijgen die met Hem om kunnen gaan, "die Hem zien en Hem eren". Hij gaat dan een koning aanstellen, David, “een man naar Zijn hart” (p.92) . Onder zijn leiding moet het wel goed gaan en een volk ontstaan dat aan Zijn doel beantwoordt. David krijgt de belofte van de Schepper mee dat er altijd een afstammeling van hem op de troon van dit volk (Israël) zal zitten (p. 92).  
Helaas, David kan wel hele mooie liedjes schrijven en op de harp spelen, maar hij kan ook niet van mooie vrouwen afblijven. Hij verleidt er één, verwekt een kind en laat haar man daarop vermoorden. 

Dit ging tegen alle bedoelingen van de Schepper in. Maar David heeft er spijt van.” (p.93), lezen we in Oer. 

Nou ja, zand erover, de Schepper had zich weer eens vergist. Zo zou het nooit wat worden. 

De Schepper zelf zou moeten ingrijpen. De mensen die hij gemaakt had, zelfs de besten onder hen waren er immers niet toe instaat.” (p 93). 

Inderdaad, de Schepper kwam nog wel wat mensenkennis te kort.

Keerpunt  (hoofdstuk 16)

Tja, hoe moet de Schepper dat nu gaan doen?  Hij had nog een zoon die voor verreweg het grootste deel van de Bijbel in anonimiteit was gehuld, maar nu de klassieke goden allemaal met zonen op de proppen kwamen, moest hij zijn zoon ook maar eens een meer prominente rol toekennen. Als Hij hem nu eens opnieuw als mens geboren zou laten worden, dan kan die mooi de leiding over nemen en alles goed laten komen!  De Schepper mag in dit hoofdstuk nu ook God genoemd worden. Dan volgt het Kerstverhaal, fraai samengevoegd uit twee conflicterende rapportages. De evangelisten Matteüs en Lucas komen met volledig afwijkende verhalen. Bij Lucas komen de herders langs (ruig uitziende mannen (p.100)) en de aardse ouders blijven gewoon waar ze zijn om het kind te laten besnijden en de langdurige reinigingsrituelen te volbrengen. Direct daarna keren ze terug naar Galilea. Matteüs laat de wijzen uit het Oosten langs komen op zoek naar een nieuwgeboren koning, waardoor Herodes bang werd voor een concurrent en alle jonge jongetjes wilde gaan doden. Een engel waarschuwt Jozef en Maria. Die vluchten dan onmiddellijk naar Egypte. Pas als Herodes is overleden keren ze naar Galilea terug. In Oer merk je van deze discrepanties niks. En er was nog een probleempje waar Oer geen aandacht aan besteedt. Die afkomst! Deze nieuwe koning moest een zoon van David zijn. Zowel de schrijver van het Matteüs evangelie als die van Lucas putten kennelijk uit verschillende legenden, want de genealogieën waar ze meekomen lijken bepaald niet op elkaar. En ook al zouden ze dat wel doen, dan nog kwam deze jongen niet uit het geslacht van David, want zijn aardse vader, Jozef, was er bij de bevruchting zelf niet aan te pas gekomen. Dat had God zelf op Zich genomen!
De Zoon krijgt de naam Jezus en het blijft een beetje vaag wat er van hem zou gaan worden verwacht. “De redder van Israël  (p. 96) lezen we in Oer, “één geworden met zijn Schepping om die te kunnen redden ” (p. 98) En Israël?  Zou Netanyahu nog iets van hem mogen verwachten? Tot nu toe heeft Israël zich grotendeel verre van Hem gehouden!

De Satan was ondertussen verhuisd van slang naar de Duivel himself. Jezus blijkt wel tegen hem opgewassen. Hij wordt dan als hij dertig is een rondtrekkende en predikende heilige man. Hij weet een twaalftal mannen ertoe te brengen hun vrouwen en kinderen te verlaten om hem te volgen. Ze mogen die familie niet meer liefhebben dan Jezus (Matt. 19: 29). Niet dat Oer zich zorgen maakt om verlaten vrouwen en kinderen. Wel wordt er verteld over allerlei wetenschappelijk gezien onmogelijke dingen zoals dat Jezus water kon veranderen in wijn. (p. 107). Het valt Oer niet mee om duidelijk te maken waarvoor deze Jezus kwam, niet meer dan dat hij een nieuwe wereld aankondigde. Kennelijk kon je daar nu al in binnen komen, ook al moest je eerst nederig worden als een kind of wellicht moest je nog wachten tot  God zijn plannen had vervuld (p. 111).

Dan lijkt het allemaal weer mis te gaan, Jezus wordt gearresteerd en door de Romeinse machthebber Pilatus veroordeeld als opstandeling, als zelf uitgeroepen “Koning van de Joden” . Hij had het kunnen ontkennen, maar vond het kennelijk ook wel een eer om zo te mogen sterven. Hij wist natuurlijk ook wel dat hij drie dagen later weer tot leven zou komen!!
Dat gebeurt dan ook. De bronnen (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) spreken elkaar ook hier al weer tegen, maar de schrijvers van Oer hebben alle verhalen mooi geharmoniseerd. Jezus staat op uit de dood, verschijnt aan enkele vrouwen en daarna aan de volgelingen zelf. 
Dat Hij meer wil doen dan koning worden van een nieuw aan God gewijd rijk, wordt maar moeizaam duidelijk. De nog steeds ergens aanwezige Pro vermeldt aarzelend:

“Als ik het goed begrijp, had de dood van Jezus ervoor gezorgd dat de mensen zelf niets meer hoefden bij te dragen om bij zijn vader in de gunst te komen. Alles wat ze verkeerd gedaan hadden, wat het ook was- de Schepper rekende het ze niet aan, maar vergaf het ze. Hij keek zelfs naar ze alsof ze Jezus zelf waren en niets verkeerd hadden gedaan. Alsof ze de mensen waren die hij altijd in gedachten had gehad, de mensen die hij bedoeld had. Het was een totale omkering.”

(De zin van deze dood blijft onduidelijk in Oer. Vreemd genoeg kom je in dit boek uit Reformatorische en Evangelische hoek, het denken van de apostel Paulus niet tegen dat in de Evangelische wereld zo wordt uitgelegd dat Jezus als een brandoffer gestorven was voor de zonden van de mensen, dat God zo’n offer nodig had om weer met de mensen verzoend te kunnen raken... )

Nou zou je zeggen, dan was het nu klaar. Kon zelfs Hitler nog op een mooie functie in het nieuwe rijk rekenen! Het blijft onduidelijk hoe dit gaat werken en Jezus laat het zelf ook maar even rusten. Hij moet nog wat in de hemel regelen en stijgt voor de ogen van zijn volgelingen de lucht in totdat hij achter een wolk verdwijnt. Het wetenschappelijke instinct van de Oer-schrijvers moet hier ineens weer een beetje wakker geworden zijn, want zonder vleugels en motor opstijgen... dat kan toch niet. Nee, in Oer wordt Jezus door een mist omsloten en is hij ineens verdwenen. Hij is overgegaan naar een andere dimensie (p. 127), wordt de volgelingen door een paar engelen verteld.

Jezus had hen verteld dat hij een plaatsvervanger of zaakgelastigde  sturen zou. Adem zou hij heten, elders bekend als de Heilige Geest. Die arriveert op Pinksteren.
Dat feest komt er wat bekaaid af. Geen geweldige windvlaag en tongen van vuur zoals bij het originele verhaal. Geen gelal in vreemde tongen. Dat Adem gekomen was merkte je aan de nieuwe energie die over de discipelen gekomen was. Petrus kon ineens zelfs in het Grieks preken en z’n maatjes ook. Die beheersten ineens wel een twintigtal talen waarmee ze het in Jeruzalem aanwezige internationale gezelschap de blijde boodschap konden verkondigen. Geen wonder dat velen in hun verhaal gingen geloven en een nieuwe gemeenschap gingen vormen, “een familie zoals de Schepper ooit voor ogen gehad moest hebben

(Je vindt dit verhaal in o.a. Handelingen 4:32 - 5:11. Van de mensen in deze groep werd min of meer verwacht dat ze hun huizen en akkers zouden verkopen en de opbrengst zouden neerleggen aan de voeten van de leiders van de gemeente. Wie dit deed maar stiekem iets achterhield voor zichzelf, kreeg de doodstraf. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de bijbelgetrouwe lezers van Oer dit als sekte zouden bestemmen en niet als een familie zoals de Schepper ooit voor ogen gehad moest hebben”)

Dan zijn we er toch zou je denken, maar het viel tegen om iedereen aan te laten sluiten. De Jezus-beweging groeide snel uit in de regio, maar moest wel concurreren met andere bewegingen in andere regio’s zoals die rond de god Brahma en de ziener Boeddha. Zeven honderd jaar later kwam de god Allah ook nog eens op het toneel en drong de invloedssfeer van Jezus weer een heel eind terug. Oer komt daar niet aan toe en de wereld zag het niet dat dit  de familie was zoals de Schepper die voor ogen had. Ze lijken niet anders dan de andere families, niet slechter noch beter. Nee het wordt tijd dat Jezus weer eens uit de hemel (sorry, die ander dimensie) terugkeert en dat plan gaat uitvoeren.

Gelukkig is er nog mañana. Morgen komt het allemaal goed:

de Heer (= Jezus) heeft me laten zien wie er echt op de troon zit: zijn vader. Er komt dus een dag dat zelfs de keizer voor hem zal buigen. Een dag waarop het kwaad volledig overwonnen is...” (p. 140)

Dat zou nog wel meer dan tweeduizend jaar kunnen duren, de dag dat Jezus terugkomt uit de andere dimensie. Hij heeft daar vast heel veel te regelen.  Nou en wat dan nog? Oer doet er niet moeilijk over:

Wat was tweeduizend jaar, vergeleken bij de miljarden jaren die verstreken waren sinds het moment dat de Schepper met zijn project begonnen was.” (p. 141)

En toch, het is “niet helemaal geworden wat de Schepper ervan hoopte” (p.146).

Adem, de Heilige Geest, zou een volk gaan creëren dat “anders gaat leven, geduldiger wordt, liefdevoller, stopt met verkeerde dingen doen” (p. 147)
  
Dat moeten dan de “christenen” zijn.  Daar zijn nu een paar miljard van (p. 148). (Hmm, de Bijbelgetrouwe achterban van OER, zou hier de wenkbrauwen bij moeten fronsen. Zo makkelijk hoor je er niet bij! )

Die twee miljard werd vaak geen keuze gelaten om bij hun oude goden te blijven of de Schepper van de nieuwe machthebbers te gaan aanbidden. Om hun liefdevol gedrag te tonen hebben ze  miljoenen Afrikanen geknecht, als vee naar Amerika verscheept, daar als slaaf verkocht en er christenen van gemaakt. Oer vermeldt dat niet, wel dat er ook nog christenen hebben meegewerkt in de 19e eeuw om de slavernij af te schaffen.  (p. 148).  (Ik word van zo'n verhaal altijd een beetje niet goed. )

De ontwikkeling van de wetenschap, staat ook zo beetje op het conto van het christendom (p. 148). Nou zijn er in veel regio’s en bij veel religies perioden geweest van wetenschappelijke vooruitgang en indirect lijkt de ontwikkeling bij het christendom ook wel te hebben meegewerkt aan het niveau van onze hedendaagse wetenschap.  Zeker vanaf het humanisme en de reformatie is het verlangen ontstaan om zelf uit te maken wat je geloofde en zelf na te mogen denken en dat niet te laten bepalen door kerkelijke en wereldlijke autoriteiten. Ook niet door religieuze boeken, zoals de Bijbel. Dat gaf licht en wordt ook wel de Verlichting genoemd. Cees Dekker is daar wel een beetje een voorbeeld van, vind ik,  in dat hij toch maar niet heelhuids aan het genesis verhaal vast wilde houden..

Ik heb niet genoeg geloof om een Atheïst te zijn” laat Oer iemand zeggen. Hoeveel geloof moet je wel niet hebben om in dit “Grote Verhaal” te geloven?  Hoeveel Bijbelgetrouwe christenen zullen deze visie accepteren, en dan beginnen we pas. Nu is de zondvloed aan de beurt. Die wacht ook op een wetenschappelijk verantwoorde verbinding met de Bijbel. Mocht dat verhaal even mooi geschreven worden als Oer, dan doe ik het ervoor. Ik hou wel van mooie sprookjes.

---------------------------------------------------------------------------------------------

Klik hier voor de andere delen van Gelezen